Soms lijken wandelingen niets meer dan een reeks toevallige indrukken,
maar op sommige dagen kijkt de wereld terug.
Een huis met vreemde kleur planten naast de deur,
een lantaarn met een gele boog die nergens thuishoort,
een huisnummer in een lettertype dat uit een andere tijd lijkt te zijn weggelopen.
Het zijn kleine afwijkingen, dingen die je normaal niet ziet,
maar die zich ineens melden alsof ze willen zeggen: let op, hier gebeurt iets.
Verderop valt de schaduw van een boom over een muur,
en die schaduw is meer boom dan de boom zelf.
Een hoofd dat als bloembak dient, met planten die als haar naar beneden vallen,
alsof gedachten zijn gaan groeien — of verdorren ze misschien tijdelijk?
Een stam waarin ogen zijn uitgesneden of ontstaan,
ogen die niet alleen kijken maar ook bewaren wat voorbijgaat.
En dan het meisje: zittend, stil, met bloemen op haar schoot.
Het is Hein Koremans Bloemenmeisje uit 1952, zandsteen,
ooit geplaatst in het Valkenberg en later
— na de tentoonstelling ter gelegenheid van 700 jaar Breda —
verplaatst naar de Irenestraat/Balfortstraat, waar het nog steeds staat.
Als kind, achterop de fiets, groette ik haar;
mijn ouders moedigde me altijd aan om Dag meisje te zeggen.
In deze reeks beelden lijkt alles een vorm van aandacht te dragen.
Niet alleen jij kijkt, maar de dingen kijken terug.
Ze overwegen, ze bewaren, ze fluisteren iets dat je niet meteen kunt horen.
Misschien is dat waarom je even blijft staan.
Waarom je denkt: ga ik verder, of blijf ik hier?
En dan valt de beslissing, zacht en zonder nadruk.
Ogen of zonder ogen — toch maar te gaan.
Allerlei ogen
Beneden en boven
Ook in de bomen
Kijken me aan
Ik heb overwogen
Of ik ga lopen
Of ik blijf staan
En nu besloten
Ogen of zonder ogen
Toch maar te gaan
Voor een uitgebreidere beschrijving
van het bovenstaand beeld: zie website Kunst in Breda.




