Water terug in de stad: ARCHIVARIA

…vervolg:

Grootse veranderingenxe2x80xa6

De negentiende eeuw bracht verandering op verandering.
Van immens belang voor Breda bleek de aanleg van het spoor
en de komst van een station.
In 1855 was de spoorlijn Breda-Roosendaal gereed
en in 1863 die naar Tilburg.
Twee jaar later viel het besluit om de vesting Breda
niet langer te laten voortbestaan gezien
de defensieve ontwikkelingen in Zuid-Nederland.
De stad hoefde niet langer bekneld te blijven door de vestingwerken.
De ontmanteling ervan duurde jaren, van 1869 tot 1881.
Alle stadspoorten verdwenen.
Het water van de Mark stroomde voortaan in Singels om de stad heen.
De demping van de Oude Vest volgde in 1863
en ook de demping van de Mosselkreek, de Donk en de Gampel
liet niet lang meer op zich wachten.
Passagiers reisden voortaan veelal per trein
en konden langs de Willemstraat en door het Valkenberg
op eenvoudige wijze de stad bereiken.
Het goederenvervoer verliep vanouds via de Haven.
Toen echter in 1877 de Nieuwe Prinsenkade werd aangelegd,
verplaatsten deze activiteiten zich geleidelijk
naar de nieuwe kadeplaats aan deze straat.
Ook aan de Markkade bij het suikerfabriek
en aan de Tramsingel meerde menig schip af.
Zowel aan de Haven als aan de Prinsenkade verschoof het accent
naar chique en duur wonen.
Voorzichtig signaleren we een kentering in de betekenis
van het vervoer over water in Breda.

Bouwen aan de toekomstxe2x80xa6

Vanaf 1920 neemt de invloed van de automobiel in Nederland langzaam toe.
Ook Breda en omgeving raakten in de ban van snelle,
gemotoriseerde vervoermiddelen.
Infrastructurele aanpassingen werden noodzakelijk:
al in 1934 maakte men het plan voor een nieuwe autoweg
van Moerdijk naar Antwerpen.
Koningin Wilhelmina opende op 12 december 1936 de autobrug
over het Hollands Diep bij Moerdijk.
En het tracxc3xa9 voor de huidige Zuidelijke Rondweg van Breda
zag het daglicht in 1937 als verbinding tussen Antwerpen enerzijds
en Tilburg en Utrecht anderzijds.
Toch had deze nieuwe mobiliteit voornamelijk betrekking op personen.
Het transport van goederen gebeurde nog hoofdzakelijk
per trein en per schip.
In de Belcrum was in 1923 een nieuwe haven aangelegd.
Plannen om de historische Haven en de Mark te dempen
werden voor het eerst verkondigd door burgemeester Van Slobbe
in het kader van een nieuw verkeersplan voor Breda,
de zogenaamde Noord-Zuid Doorbraak.
Dit plan dateert van 1937: het Spanjaardsgat zou nog
door water omgeven blijven, maar op een gedempte Haven
zou bijvoorbeeld markt gehouden kunnen worden.
Over verzet tegen deze plannen werd niet gerept.

…wordt vervolgd.

Brugge

Afgelopen weekend zijn we even in Brugge geweest.
Deze prachtige Belgische stad had te kampen
met veel toeristen en slecht weer.

De foto’s geven dan ook een somber beeld.
Maar dat is onterecht.
Brugge is prachtig.









Praalgraven van Karel de Stoute en Maria van Bourgondixc3xab.





Grafschilderkunst (Opgraving 1979)

De opgraving in het hoogkoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk
werd in 1979 uitgevoerd naar aanleiding van de terugplaatsing
van de praalgraven van Karel de Stoute en Maria van Bourgondixc3xab
vanuit de Lanckhalskapel, waar ze sinds 1806 stonden opgesteld,
naar hun oorspronkelijke plaats in het hoogkoor.
Een fundering in veldsteen die werd gevonden is wellicht de oostmuur
van het Romaanse koor van de kerk (12de eeuw?).
Bij de bouw daarvan werd een nog oudere begraving doorsneden,
wat wijst op een oudere begraafplaats met bijbehorend bedehuis.
Deze zou tot de Karolingische periode (9de eeuw) kunnen teruggaan.

De begravingen.

De oudste, pre-romaanse, begravingen bestaan uit een eenvoudige grafkuil,
hier en daar verstevigd met brokken veldsteen
en aan de binnenzijde bestreken met een pleisterlaag,
waarop plaatselijk nog rode verfsporen bewaard waren.
De graven die behoord hebben bij het Romaanse bidhuis
zijn eenvoudige lijkbegravingen, met of zonder kist,
in een eenvoudige grafkuil.
De begravingen aangetroffen binnen het gotische koor,
gebouwd in de 2de helft van de 13e eeuw,
bestaan allemaal uit bakstenen grafkelders.
Een aantal daarvan was met prachtige muurschilderingen versierd.
Bij deze grafkelders bevond zich ook het graf van Maria van Bourgondixc3xab.
Het aantreffen van grafkelders in het hoogkoor
van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de kapel van het Sint-Janshospitaal
leert ons niet alleen de begravingtechniek kennen,
maar geeft ook informatie over de houding
van de middeleeuwse mens tegenover de dood.

De kerk en meer bepaald de kloosterorden,
stimuleerden het begraven in kerk, crypte of kloosterpand.
Dat de motivatie niet steeds zuiver religieus was is duidelijk.
De financixc3xable opbrengst voor de kerkelijke instellingen
was minstens van even groot belang.
Exc3xa9n van de meest sprekende vormen van dodenbezorging
is het aanbrengen van schilderingen op de binnenzijde van de wanden
van de in baksteen gemetselde grafkeldertjes.
Deze versierwijze van grafkelders is ca 1270 te Brugge ontstaan
en heeft zich in de daaropvolgende eeuwen
hoofdzakelijk in het bisdom Doornik verspreid,
en occasioneel ook daarbuiten.
De vondsten xe2x80x93 zowel het aantal als de vroege voorbeelden xe2x80x93
tonen aan dat Brugge ontstaans- en uitstralingscentrum is
van deze kunstvorm.
Studies toonden aan dat ontstaan, verspreiding en thematiek
van de grafschilderkunst nauw samenhangt
met ontstaan en verspreiding van de bedelorden,
voornamelijk van de Minderbroeders.









Iconografie.

De hoofdthemaxe2x80x99s op de korte zijden zijn meestal de kruisiging
en de Madonna met kind.
Christus wordt, onder invloed van het Franciscanisme,
niet meer als triumphans voorgesteld,
maar als stervende of dood afgebeeld.
Maria wordt xe2x80x93 zowel bij de zittende als bij de staande Madonna xe2x80x93
voorgesteld als koningin en moeder.
Als moeder draagt zij het Kind.
Als koningin des hemels zit zij meestal op een xe2x80x98troonxe2x80x99
en draagt zij de kroon en scepter.
Zij is de advocata nostra, die bemiddelt bij haar zoon
voor het zielenheil van de overledene.

Op de lange zijden (noord- en zuidwand) van de graven
komen meestal wierookvatzwaaiende engelen voor.
Meestal xc3xa9xc3xa9n engel per kant.
De ene zwaait wierook in de richting van de kruisiging,
de andere in de richting van de Madonna.
Twee of meer engelen per kant komt ook voor, maar minder dikwijls.
Soms hebben de engelen andere attributen in de hand,
zoals kaarsen (Aardenburg, Gent, Sluis), muziekinstrumenten (Sint-Kruis)
of passiewerktuigen (Sint-Blasiuskapel en kapel Sint-Janshospitaal, Brugge).

Heiligen komen ook nogal veelvuldig voor
als motief in de beschilderde graven.
Meestal gaat het om de patroonheilige van de overledene
en/of de patroonheilige van het bedehuis waarin het graf zich bevindt.
In enkele zeldzame gevallen (onder meer twee maal
in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge) wordt de stichterfiguur,
dat wil zeggen de afbeelding van de overledene zelf, voorgesteld.

Naast de afbeelding van figuren komt
een zeer verscheiden secundaire versiering voor:
– Vele soorten enkele of samengestelde kruisen.
– Vijf-, zes- en zevenlobbige rode bloempjes (een soort roosjes)
en blauwe klokjes (wellicht akeleien).
– Sterren, stippen, druiventrossen, bloemenranken en dergelijke.
– Vogels (Aardenburg).
– Architectonische elementen (Brugge, Gent).
– Wapenschilden (Brugge, Waasten, Utrecht, Nijmegen en andere).
– Ornamentele rand in rood of zwart (Aardenburg, Brugge).

Tot slot nog even vermelden dat ook na de 15e eeuw
nog graven werden beschilderd.
Zowel naar stijl als iconogratie is er echter een verandering.
Het gaat dan dikwijls om de naam van de overledene, het wapenschild,
de lijfspreuk en dergelijke.

Frescotechniek.

Bij het beschilderde graven vormt de baksteenmuur
van de kelder het vlak of de drager.
De grondlaag wordt gevormd door de bepleistering van kalkmortel.
Op de verse kalklaag wordt geschilderd
met natuurlijke minerale verfstoffen.
De chemische omzetting van het bindmiddel tot calciumcarbonaat
geeft een samenhangende verflaag.
De carbonisatie van de pleisterlaag vindt plaats binnen de 24 uur.
Het pleisterwerk blijft dus maar xc3xa9xc3xa9n dag vochtig
en er moet dus snel gewerkt worden.
Tijdens de middeleeuwen wordt daarbij de dode begraven
op de dag van overlijden of daags daarna.
De uitvoeringsperiode was dus zeer kort.

De meeste graffrescoxe2x80x99s werden uit de vrije hand geschilderd.
Eerst werd begonnen met het inkrassen van de hoofdlijnen,
daarna werden de kleurvlakken aangebracht.
De afwerking vond plaats door forse zwarte contourlijnen aan te brengen.

Tekeningen en gravures.

Reeds begin 15e eeuw is de grafschilderkunst
over zijn hoogtepunt heen.
Dit uit zich door het verminderen van het aantal figuren,
door het toenemen van het aantal kruisversieringen
en het verminderen van de diepte van het graven
(waardoor het te versieren oppervlak verkleint).

Omstreeks 1400 nemen de grafschilders
xe2x80x93 om vlugger en gemakkelijker te kunnen werken xe2x80x93
hun toevlucht tot een nieuw procxc3xa9dxc3xa9,
namelijk het opplakken van tekeningen.
Dergelijke
tekeningen werden te Brugge aangetroffen
in de Sint-Niklaaskapel, de Sint-Janskerk, de Onze-Lieve-Vrouwekerk
en de kapel van het Sint-Janshospitaal.
Graf X in de Lanckhalskapel is een treffend voorbeeld.

In zeldzame gevallen heeft men ook zijn toevlucht gezocht
tot houtgravures.
Zo werd in 1841 in een graf in de Sint-Salvatorkerk
een gravure ontdekt met de afbeelding
van de xe2x80x98Kroning van Maria door de Heilige Drievuldigheidxe2x80x99.
In de voorbije 20 jaar werden echter geen nieuwe voorbeelden
van deze techniek ontdekt.

Tekst voor de bezoeker van Bruggemuseum – Onthaalkerk O.-L.-V.





In de kerk hang/staat ook een enorme passietriptiek.
Hier twee detailopnames.









‘Officiele’ foto van praalgraven en triptiek.





De houten beelden van de preekstoelen zijn schitterend.





Maria met de 7 smarten.









Deel van beeldengroep: ‘the four horseman of the apocalypse’.









De Vismarkt.





En toen ging het regenen.
Jan Breidel en Pieter de Coninck houden het vaandel vast.

De Belgische Mona Lisa

In Brugge, in de Onze Lieve Vrouwe-Kerk
vinden we dit mooie beeld van Michelangelo.
Het heeft natuurlijk niets met de Mona Lisa te maken…
…of eigenlijk toch ook weer wel.
Het is erg mooi en ook mysterieus.



Begeleidende tekst in de kerk:

De xe2x80x9cMadonna met het Kindxe2x80x9d (1504 xe2x80x93 1505) van Michelangelo Buonarotti
werd in marmer van Carrara uitgevoerd.
Het was oorspronkelijk voor een altaar in de Dom van Sienna bedoeld,
maar werd door de Brugse familie Mouscron gekocht
en aan de O.-L.-V.-kerk geschonken.
Het beeld is een van de schaarse werken van Michelangelo
die niet in Italixc3xab bleven.
Men bewondert de peinzende Maagd die het naakte kind
tussen de kniexc3xabn houdt.
Ondanks de strakke uitvoering blijft het beeld boeien en ontroeren.

Water terug in de stad: ARCHIVARIA

…vervolg:

De aanleg van de Prinsenkadexe2x80xa6

Op 20 juli 1613 besloot het stadsbestuur dat de nieuwe kade
die op dat moment tegenover de Haven werd aangelegd,
voortaan de xe2x80x9cPrincenkaayxe2x80x9d zou heten.
Deze naam verwijst naar de eerstesteenlegging van de kademuur
door de toenmalige heer van Breda en prins van Oranje, Philip Willem,
de oudste zoon van Willem van Oranje.
De aanleg van de Prinsenkade stond niet op zichzelf,
maar maakte deel uit van een project om het onbebouwde,
maar binnen de wallen gelegen gebied rond de Haagdijk te ontsluiten
met een netwerk van nieuwe straten.
Helaas kwam er niet veel van het project terecht:
in 1621 kwam er een eind aan het Twaalfjarig Bestand
en begon de Tachtigjarige Oorlog opnieuw.

De Haven in de Gouden Eeuwxe2x80xa6

De Haven ontwikkelde zich in de loop van de zeventiende eeuw
tot een centrum van aan- en afvoer van zowel goederen als personen.
Beurtschippers uit Amsterdam, Zaandam, Gouda, Den Haag,
Rotterdam, Schiedam, Dordrecht, Gorinchem, Middelburg en Zierikzee
meerden af aan de Haven of de Prinsenkade.
Tot ver in de negentiende eeuw was dit het punt waar de reiziger
uit het noorden onze stad binnenkwam.
De directe omgeving groeide in deze ontwikkeling mee.
Het Kasteel was al eerder, in opdracht van Hendrik III van Nassau,
tot renaissancepaleis verbouwd.
Het Spanjaardsgat, een onderdeel van de versterking van het kasteel uit 1509,
was het aanzien waard.
De kades van de Haven en Prinsenkade waren beplant met bomen
en de huizen aan beide zijden moeten fraai geweest zijn.
Er stonden nogal wat bierbrouwerijen.
Verschillende van deze huizen bestaan nog,
zoals de voormalige bierbrouwerijen Het Anker aan Haven 4
en De Witte Leeuw aan Haven 20.



Breda, voordeur van De Haven nummer 4.

Op het eind van de zeventiende eeuw worden de vestingwerken
ingrijpend gemoderniseerd.
Ook het kasteel naderde zijn voltooiing.
Beide projecten waren een initiatief van stadhouder Willem III.
Maar, na de overgang naar de achttiende eeuw raakte het garnizoen in verval.
Breda werd een stille provincieplaats.
Door de verzanding van de Mark en Dintel
kwam ook nog eens de handel in de problemen.
Men maakte plannen om een kanaal te graven van Moerdijk naar Breda.
Ook moest er een steenweg van Breda naar Luik komen.
Beide plannen verzandden echter in het niets.

…wordt vervolgd.

Gezien



Iedere keer maken ze hun naam weer waar.
Ik heb in een korte tijd twee uitvoeringen van dit verhaal
van Charles Dickens gezien.
De eerste versie met in de hoofdrol Peter Ustinov,
en verder bijvoorbeeld Tom Courtenay.
Maar deze is mooier.
De afleveringen lijken steeds korter te worden.
De 4 uur en twintig minuten van het verhaal vliegen in hoog tempo voorbij.
Jammer, het is weer voorbij.
Petje af voor de BBC.

Water terug in de stad: ARCHIVARIA

…vervolg.

Het ontstaan van een Havenxe2x80xa6

Breda was vanuit Holland bezien de toegangspoort tot het
noordwestelijk deel van het Hertogdom Brabant.
Stilaan ontwikkelde Breda zich tot een bescheiden handelsstad.
Scheepvaartverkeer kon de stad bereiken en aanleggen,
hoogstwaarschijnlijk op de plek van de latere Haven.
Zeker is, dat in 1552 begonnen werd met de bouw
van een gemetselde kade van blauwe Naamse steen.
Volgens de achttiende-eeuwse geschiedschrijver Thomas Ernst van Goor
was de Haven

xe2x80x9cvan eene aanmerkeleyke lengte en breedte,
aan beide zyden verciert zynde van eene schoone kade
met lindeboomen beplantxe2x80x9d


Slechts de stadszijde had een kademuur.
Aan de overzijde, de latere Prinsenkade,
lag een blekerij die aan het water grensde.
In 1644 wordt de Haven aangeduid als de Havenkant.
Het waren de Franse bestuurders die in 1812 straatnaambordjes
gingen ophangen en de naam xe2x80x9cHavenxe2x80x9dgebruikten,
sindsdien de officixc3xable straatnaam.

Twee bruggenxe2x80xa6

Waar water is en transport volgt, ontstaat de noodzaak
om over het water te komen.
Een brug is dan een oplossing.
Over de haven lagen twee bruggen: de Tolbrug en de Hoge Brug.



Tolbrug.

De eerste lag ter hoogte van de Haagdijk
en was in de middeleeuwen de enige verbinding over de Mark.
De naam xe2x80x9cTolbruggexe2x80x9dkomen we al tegen in een oorkonde uit 1384,
de brug zelf bestond reeds in 1354.
De meest recente vernieuwing van de Tolbrug dateert van het jaar 1922.
De opening van deze toen moderne brug is op film vastgelegd en bewaard.
De Tolbrug werd gesloopt toen men in 1941
een deel van rivier de Mark dempte.



Tolbrug met zicht op de Tolbrugstraat.

De Hoge brug, gelegen tussen de kruising Prinsenkade-Zoutstraat
en Vismarkt, vindt zijn oorsprong omstreeks 1550.
Een in 1615 gebouwde brug op deze plek werd in 1883 vervangen
door een ijzeren draaibrug.
Ook deze brug verdween bij de demping van de haven in 1964.



Tolbrug met zicht op de Haagdijk.

…wordt vervolgd.

Jonge Belgische Schilderkunst

Deze wedstrijd/prijs (Jonge Belgische Schilderkunst) is de
“Koningin Elisabethwedstrijd” voor de beeldende kunst in Belgie.



De Jonge Belgische Schilderkunst is in 1950 ontstaan
vanuit een wil om jonge kunst te promoten,
om een groep jonge Belgische kunstenaars te ondersteunen
en tentoonstellingen op het getouw te zetten.



Cxc3xa9dric Noxc3xabl, Zobjeyxs.

57 jaar later is deze prijs levendiger dan ooit
en uitgegroeid tot een van de belangrijkste evenementen
voor de beeldende kunst in Belgixc3xab.



Pieter Vermeersch, Untitled.

De laureaten van de recente edities (zoals Hans op de Beeck,
Loreta Visic, Xavier Noiret-Thome, Christophe Terlinden, Leen Voet,
Benoit Plateus en Orla Barry) hebben ondertussen
een plaats weten te vinden in de internationale kunstwereld.



Mira Sanders, La Belgique Imaginee.

De wedstrijd staat open voor kunstenaars,
uit alle beeldende kunstdisciplines,
die van Belgische nationaliteit zijn of al minimum een jaar
in Belgixc3xab verblijven en die op 1 januari 2007 nog geen 35 jaar zijn.
Geen enkel onderwerp is opgelegd
en alle beeldende expressiemiddelen zijn toegestaan.



Sarah Vanagt, Cemetery Goma.

Voor de editie van 2007 selecteerde de jury de volgende kandidaten
uit circa 200 ingezonden dossiers:
Virginie Bailley,
Koenraad Dedobbeleer,
Gabriel Lester,
Cxc3xa9dric Noxc3xabl,
Mira Sanders,
Sarah Vanagt en
Pieter Vermeersch.

Deze kunstenaars worden uitgenodigd om een nieuw werk
te realiseren dat tentoongesteld zal worden
tussen 22 juni en 9 september
in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel.



Virginie Bailley, Troubles les loiitains.

Aan de wedstrijd zijn vier prijzen verbonden:
de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst – Crowet (xe2x82xac 25.000),
de Prijs Jonge Belgische Schilderkunst xe2x80x93 Emile en Stephy Langui (xe2x82xac 12.500) en
de Prijs Paleis voor Schone Kunsten (xe2x82xac 12.500), en
de Prijs ING (xe2x82xac 12.500).



Gabriel Lester, The clock and the clockwork.

De internationale jury van deze editie bestaat uit
Ann Demeester (directrice van De Appel in Amsterdam),
Eva Gonzalez-Sancho (directrice van FRAC Bourgogne in Dijon),
Stijn Huijts (directeur van het Stedelijk Museum Het Domein in Sittard),
Jxc3xa9rxc3xb4me Sans (Director of Programme van BALTIC in Gateshead) en
Nicolaus Schafhausen (directeur van Witte De With in Rotterdam).

En de uitslag is……..

De grote Prijs Jonge Belgische Schilderkunst 2007 wordt niet toegekend.
De jury besliste unaniem dat dit jaar niemand de prijs heeft verdiend.

Gisteravond moest een internationale jury
in het Paleis voor Schone Kunsten de vier prijzen
van de Jonge Belgische Schilderkunst uitdelen.
Ze deelde er slechts drie uit, want niemand kreeg de hoofdprijs.

De juryleden deelden wel drie kleinere prijzen uit,
die elk 12.500 euro waard zijn.
Ze werden toegekend aan Mira Sanders, Pieter Vermeersch en Cxc3xa9dric Noxc3xabl.

Water terug in de stad: ARCHIVARIA

ARCHIVARIA, periodiek van het Stadsarchief Breda.

De haven, een beknopte levensschets.

In 1997 maakte stedenbouwkundige vormgever Eloi Koreman
schetsplannen voor de aanleg van een Nieuwe Rivier
in de Bredase binnenstad.
Door Breda opnieuw een haven te geven
zou een flinke impuls gegeven worden aan de economische
en cultuurhistorische waarden van Breda.
Centraal in de plannen staat het herstel van de Mark
als een stromende rivier.
Ook een reconstructie van de Markendaalseweg als een gracht
met kaden en bomen en het terugbrengen
van een van de drie eilandjes in dit gebied
maken deel uit van de genoemde plannen.
Een stromende rivier zou ook een bijdrage leveren
aan de ontwikkeling van natuur ten noorden en zuiden van de stad.
De Haven is volop in beeld.
Reden genoeg om samen met u een duik te nemen
in de historie van de Haven en naaste omgeving.


……wordt vervolgd.

Water terug in de stad: nog drie schotten.

Vandaag is weer een mijlpaal bereikt in de haven.
De laatste scheidingswand is bijna helemaal verwijderd.
De metalen platen liggen al op een wagen opgestapeld
om weggereden te worden.



Verder heb ik de eerste (?) boot al gesignaleerd in de haven.





De laatste drie of vier schotten die nog weggehaald moeten worden.
Morgen ceremonie ?







Circus uit de tuin

De laatste auto’s staan nog op het terrein
maar het grootsste deel van het circus is inmiddels al weer weg.
Resten mij nog de foto’s die ik gisteren gemaakt heb tijdens
een rondgang rond het circus.

De sfeer van een circus roept bij mij altijd
herinneringen op aan de Italiaanse film ‘La Strada’.



De regisseur is Frederico Felline.
Het is zijn internationale doorbraak.

Hoofdrolspelers zijn Anthony Quinn en Giulietta Masina.
Masina speelt een fantastische rol.
De sfeer in die film doet me altijd aan een circus denken.
Zo zielig.

De film won een Zilveren Leeuw in Venetie in 1954 voor de regie.
In 1957 wint deze film een Oscar (Best Foreign Language Film).



























Inmiddels is het circus weg.

Paulo Post Futurum II

De uiteindelijke reden om naar het Breda’s museum te gaan
is gelegen in de tentoonstelling die afgelopen zondag is begonnen.

Met de tentoonstelling Paulo Post Futurum – een beetje na de toekomst –
viert Lokaal 01 haar vijfentwintigjarig bestaan.
Alle kunstenaars werden uitgenodigd om een werk in te leveren
waarin mondiale kwesties als oorlog en vrede, recht
en gerechtigheid in terugkomen.
Maar ook persoonlijke conflicten zoals gierigheid en spilzucht,
liefde en vriendschap, die alle onderdeel zijn
van onze levenslust en doodsangst, zijn terug te vinden
in deze exclusieve jubileumtentoonstelling.



Nu zal het de vaste lezers niet verwonderen
dat ik er wat foto’s heb gemaakt.
Het probleem is alleen dat er geen aanduidingen bij de werken stonden.
Geen naam van de kunstenaar, geen titel van het werk.
Bij moderne kunst is dat niet altijd even duidelijk.
Ik hoop dat al mijn foto’s over kunstwerken gaan.
Wat mij in het oog sprong is dat er goede videokunst was.
Er draaiden ook filmpjes die volgens mij nergens over gingen,
maar een aantal waren heel goed gemaakt.
Ik heb foto’s van enkele voorbeelden maar niet van allemaal.
De kwaliteit van die foto’s is een probleem.
Een fotocamera kan niet zomaar een televisiebeeld registreren.
Maar het gaat om het idee.





Heel mooi, zachte kleuren.





Dit is zo’n videobeeld.
Maar de opname is waardeloos.
Het filmpje toont een klein kind dat
als in een vrij val door de ruimte zweeft.
De volgende opname was te zien op het scherm
er recht tegenover.



Het beeld van een soort oude collegezaal
waar steeds pre-historische dieren op de tribune zaten
terwijl een mens in het midden wordt getoond.







Een van de glazen varkentjes van het vorige werk.
De gebruikte materialen op de tentoonstelling warenerg uiteenlopend.



Op het glas staat de tekst:
In case of fear break glass (in geval van angst het glas breken)



Dit is een, van wat mij leek, twee beelden door een kunstenaar gemaakt.
Heel mooi, verzorgd uitgevoerd.



Misschien wel het mooiste werk op de tentoonstelling.



Hier doet de camera geen recht aan het werk.
Een prachtige foto waar zoveel rust vanuit gaat.



Commentaar op reclame.
De lamp hing er vervelend voor.
Zo is niet goed te zien dat het om drie afbeeldingen gaat
van Picasso, in drie kleuren,
onder verwijzing naar een automerk.



Een soort ‘Goedemorgen juffrouw Janny’.
Wat je al niet met ordners kunt doen.
Leuk voor een keer maar daar kun je niet
tot aan je pensioen mee bezig blijven. lijkt me.





Dit was een hele mooie videopresentatie.
Je werd door de cameraman/vrouw door een soort doorzichtige,
ijswereld geleid.
Kleur ontbrak bijna volledig.
Alleen heel af en toe wat oranje.
Volledig met de computer gemaakt.
Als je de camera goed volgde raakte je bijna gedesorienteerd.



Mooi ritme, mooie vorm.

Paulo Post Futurum

De aandachtige luisteraar zal gezien hebben
dat ik het afgelopen weekend in het Breda’s museum ben geweest.
Ik ben er zelfs twee keer geweest.
Beter gezegd anderhalve keer.
Bij mijn eerste bezoek was ik van plan een tentoonstelling te bezoeken
die echter nog niet begonnen was.
Men ewas een en ander nog aan het opbouwen.
De vaste collectie kon ik wel bekijken.
Tegen half geld want slechts de helft van de ruimtes was open.

Het Breda’s museum heeft een collectie
waarbij de nadruk natuurlijk ligt bij Breda.
Voorwerpen die iets vertellen over de geschiedenis van Breda of voorwerpen
gemaakt door Bredanaars.



Van oudsher was Breda een garnizoensstad.
Daardoor zijn er in het centrum altijd nog een aantal kazernes.
En niet te vergeten de KMA.
Het Breda’s museum is gevestigd in een oude kazerne.





Het eerste voorwerp is er een met een hoge actualiteitswaarde.
Dit is de klok die vroeger bij de haven van Breda hing.
Hij werd gebruikt om mensen te waarschuwen dat er een
boot/schip in de haven was gekomen dat gelost diende te worden.
Men kon aan het werk.
Met de aanleg van de nieuwe haven en de havenfeesten in zicht
heel actueel.



Het beleg van Breda was wereldberoemd in Spanje en Nederland.
Dit is een kaart die de stellingen toont.
Na enig zoeken konden we de omgeving vinden waar we nu wonen.



Het turfschip uitgevoerd in zilver.



De hele bokaal.

Het leukste vond ik naast het vermeende roer van het turfschip,
het skelet van een varken.
Men had een skelet opgegraven en een skelet van een ‘modern’ varken.
Indrukwekkend wat moderne foktechnieken met een dierenras doen.
Haast zielig.

Water terug in de stad

Aan de haven is weer heel wat gebeurt.
Het was er druk vandaag met wandelaars en fietsers.
Iedereen wil het water in de haven zien.

















Wat hier nu weer is opgegraven weet ik niet.
Zullen we binnenkort wel iets over in de krant lezen.





Het gemeentelijk beleid ten aanzien fietsers en hun parkeergewoontes
wordt strenger, maar dit is overdreven.



Terecht maken omwonenden zich zorgen over alle bouwactiviteiten.
Of deze scheur iets te maken heeft
met de vernieuwde aanleg van de haven weet ik niet.





Voor het tweede deel van de nieuwe haven
wordt op sommige plaatsen wel erg diep gegraven.

Gelukkig kan het ook anders in Breda



Het enige wat ik hier op aan zou willen merken
is dat het jammer dat het schouwburggebouw niet wat vrijer staat
zodat de golvende vormen nog mooier uitkomen.

























De foto’s ogen wat somber want het was gisterochtend
niet zo’n geweldig weer.







Het lelijkste nieuwe gebouw van Breda

Nog een paar foto’s van dit foeilelijke gebouw:









Als je naar dit gebouw kijkt krijg je het gevoel alsof de architect
nog maar een eerste aanzet op papier heeft gezet.
Het is een eerste idee.
Het moet nog uitgewerkt worden en misschien moet het hele ontwerp
nog op de schop.
Toch is men begonnen met bouwen.