De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.
De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.
Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).
Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).

Bladzijde 16 en 17.
De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:
Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.
De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.
Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.

De hoofdletter D.

Het miniatuur.
De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:
Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…
Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.

De lat ligt dus hoog!
De basismaterialen.
Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.
Wikipedia:
Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).
Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.
Wikipedia:
Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.
De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.
Wikipedia:
Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.
Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.
Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.
We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.

Ingesmeerde copie en het perkament.
Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.

Copie op het vegatarisch perkament.

Overtrekken.
Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.

Het resultaat.
De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.

De letter D, de initiaal of kapitaal.

De kleurenkopie: de letter D.

Het begin is gemaakt.
Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.




Anton Corbijn, David Bowie, Chicago, 1980.
Cornelis Cornelisz van Haarlem, Triptiek van de kruisiging, circa 1600.
Jeannette Klute, Grape leaves.Deze Amerikaanse fotograaf is een pionier op het gebiedvan kleurenfotografie.De foto concentreert zich hier op de druiven en het blad terwijl de achtergrond vervaagd.Dit is een van de kenmerken van haar werk.Ze is geboren in 1918.
Joan Mirxc3xb3, The diamond smiles at twilight, 1947 – 1948.
Marcel aan Eeden, The Zurich trial, part 1, Witness for the prosecution, 2008 – 2009.
Margarita Cabrera, Vocho (Yellow), 2004.
Master B. F., Adoration of the Magi, Gradual in Latin, Italy, Milan, circa 1500.Als van een miniatuur niet onomstreden vaststaat wie de maker iswordt er een schuilnaam toegewezen.Vaak verwijst de schuilnaam naar het belangrijkste werkof naar een bekende collectie waar werken deel van uit maken.In dit geval gaat het om miniaturen die wel ondertekend zijn.De initialen B en F staan onder het werk.Vermoed wordt (aldus aswers.com) dat het hier gaatom de Milaneese ambachtsman Francesco Binasco.Hij lijkt een volgeling van Leonardo da Vinci en staat bekendals illustrator aan het hof van Francesco Maria Sforza, hertog van Milaan.Binasco staat ook te boek als goudsmid en graveur en werktein 1513 in dienst van Massimiliano Sforza.
Per Kirkeby, The siege of Constantinople, 1995.
Peter Paul Rubens, Allegory of war, circa 1628.
Seated figure, Tada, late 13th-14th century CE.Beeld uit Lagos, gemaakt met de verloren was techniek.Ik vind de datering onwaarschijnlijk maar de dateringis van het Metropolitan Museum of Art.
Hoofd van Boeddha, Chinees, Yuan, 14e eeuw.
Yan Pei-Ming, Portrait de Giacometti, 2007.


Alan Bean, Is anyone out there, 2006.



Brugge, Gentpoort.
Mooi pandje.


Kruiswegstatie Heilige Magdalenakerk, F. de Vriendt, 1871.
De maker: F. de Vriendt, 1871.
Tweede voorbeeld.
De folder.
In het schip een groot verhoog met daarin een vijver: Mark Swysen.Snap je: water in het schip.
Boven het hoofdaltaar: Mark Swysen.
Prieel in het park.
Half steen, half hout.
Ick heb gebowt datVlaemsche huysvoor d’eenen slechtvoor d’andren pluyswat deeren woordensuer of soetdat eenen andrenbeter doet.
Heiligenbeeld in de muur, zomaar onderweg.
Het betreft de Heilige Macharius.
Een van de twee grote toegangen tot het begijnhof.
Er is een heel groot hof met bomen.

Op sommige plaatsen is er nog een afgesloten tuin.
Stilte en geen voeten op het gras.
Vanuit een klein tuintje met poort op het grote hof.
Religieuzen wonen er vandaag de dag nog.
Na de ochtendmis naar huis.
De huizen hebben heel verschillende bouwstijlen.
Buiten een drinkplaats voor de paarden.
Detail.
De brug naar de poort van het begijnhof.
Prachtig gelegen, ’s ochtends nog in rust.
Gisteravond arriveerden de eerste auto’s.
Vanochtend vroeg al compleet.
Aan het eind van de middag is de eerste voorstelling al gegeven.
Magic Circus in Westerpark.
Jan van Eyckplein en Spiegelrei.

De bloemenzee op vrijdagavond (1 dag te vroeg!).
Uiteenlopende organisaties, soms zeer bedenkelijke, doen mee aan de bloemenhulde.
Jan Breydel en Pieter de Coninck.
De Markt: Provinciaal Hof.
De Markt: de Halletoren of Belfort.
Brugge: Sint-Salvatorskathedraal.
De CSM in verval.
Beide silo’s.
Detail.
Detail van detail.













Nick Cobbing, Surface Tensions.
Nick Cobbing, Surface Tensions.
Nick Cobbing, Surface Tensions.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Nick Cobbing, Noorderlicht.
Joel Grey, Reflection, 2009.
Joel Grey, Entangled, 2009.
Joel Grey, Stop, 2009.
Joel Grey, Sunlight, 2009.
Zomer boulevard.Ik begrijp dat je niet grote aantallen toeschouwers wilt hebbenop de nieuwe Hoge Brug.Maar deze blauwe afscheidingswand geeft het geen gezellige aanblik.Volgens mij kan dan anders.
Deel twee van de nieuwe haven.Rechts achteraan was vroeger het politiebureau.Achteraan (niet op de foto te zien) was vroeger de Raad van Arbeid.
Menashe Kadishman, het offer van Isaac, 1986.
Een paar bloemen uit de kruidentuin van het Begijnhof.
Stokroos met lieveheersbeestje.
Klaproos.
Ansel Adams, Merced River, Cliffs of cathedral rocks, autumn, 1939.Portfolio III, Yosemite Valley.Leuk dat op de dag van de Nationale feestdag van de Verenigde Stateneen Amerikaan het spits mag afbijten.
Ernie en Bert, 2007.Okay, geen kunst, maar wel cultuur.En leuk!
Claude Monet, Route de Giverny en hiver, 1885.
Cy Twombly, By the Ionian Sea, Naples, 1988.
Danny Rolph, Gladstone, 2009.Deze afbeelding heb ik opgenomen in deze serie omdat jedeze vorm van kunst: grote beschilderde muren, steeds vaker ziet.
Edward Hopper, Rooms by the sea, 1951.Een van de mooiste werken die ik in lange tijd heb gezien.Het is geen abstract werk maar als je ogen een beetje sluiten je kijkt door je oogharen dan lijkt het wel een abstract schilderij.
Francisco de Zurbarxc3xa1n, Virgin of the misericordia, 1634.
Francisco Josxc3xa9 de Goya y Lucientes, An equestrian portrait of Manuel Godoy, duque de La Alcudia, 1794.
Franco dei Russi, initial: E, David lifting up his soul to God, Italy, Ferrara, 1455 – 1463.In de hoofdletter E is Koning David te zien die zijnziel verheft naar God. Italiaans.
Master of the Dresden prayer book, David and Goliath, Bruges, 1480 – 1485.De maker is onbekend van deze schildering.Daarom worden werken van deze maker aangeduidmet ‘Meester van het gebedenboek van Dresden’,het bekendste werk van deze Middeleeuwse kunstenaar.De voorstelling geeft de kleine David en enorm sterke Goliath weer.Het boek is waarschijnlijk in Brugge in Belgie gemaakt.
Master of the Ingeborg psalter, Initial: D, David pointing to his mouth, French, 1205.De meester van het psalmenboek van Ingeborg.In de hoofdletter D is koning David te zien die naar zijn mond wijst.Koning David werd in de Middeleeuwen gezien als de schrijvervan de Bijbelse psalmen.Hier wordt hij in verband gebracht met de tekst:Psalm 38: ‘Ik had mij voorgehouden:Ik moet mij beheersen en mijn tong voor zonde behoeden.’
Unknown, David bringing the Ark of the covenant to Jerusalem, 15th Century.Onbekende maker,De afbeelding toont Koning David die de Ark van het verbondnaar Jeruzalem brengt, 15e eeuw.
Unknown, Initial: D, A monk with his finger to his lips, Italian, 1420.Onbekende, Italiaanse maker.In de hoofdletter D is een monnik te zien die zijn vingernaar zijn mond brengt. In overpeinzing.
Detail met draak in de letter D.
Detail met een haas bij het bos..
Frank Buchser, Kleines Mxc3xa4dchen vor einer steintreppe in Segni, 1874.
Henri Matisse, Odalisque with a Turkish chair, 1927 – 1928.
Joaquxc3xadn Sorolla, Nixc3xb1a entrando en el baxc3xb1o.Nog maar kort geleden voor het eerst te zienin de kunstvaria.
Larry Rivers, Dutch Masters I, 1963.
Lucio Fontana, Concetto spaziale, natura, 1959 – 1960.Ik heb heel wat werken van Fontana gezien.Heel vaak zijn het witte doeken.Dit prachtige rood geeft een schitterend effect.
Lxc3xa1szlxc3xb3 Moholy-Nagy, Composition A19, 1927.
Martin Schongauer, Saint Anthony tormented by demons, circa 1470 – 1475.De heilige Antonius wordt gekweld door duivels.Dit werk diende als inspiratie en voorbeeldvoor de 12/13 jarige Michelangelo om het volgende schilderij te maken.
Michelangelo, The torment of Saint Anthony, circa 1487 – 1488.
Michelangelo, detail.
Oscar Kokoschka, London, Chelsea reach, 1957.A view from Lindsay House looking towards Battersea.
Robert Sperry, Shell, 1974.Makers van aardewerk zien we niet vaak bij Kunstvaria.
Whistler, Weary, 1863.Weary = vermoeid.
Cecil Beaton, Audrey Hepburn, 1960.
Cecil Beaton, Francis Bacon, 1951.
Cecil Beaton, Jackie Kennedy – Onassis, 1951.
Cecil Beaton, The official coronation portret of Queen Elizabeth II.De officixc3xable foto ter gelegenheid vande kroning van koningin Elisabeth II.
Breda, Havermarkt, al heel lang Cafe de Vrachtwagen.
Breda, Hoek Grote Markt en Reigerstraat.
Breda, Oude Mannenhuis, ook De Beyerd genaamd, nu Graphic Design Museum in de Boschstraat .
Breda, Spanjaardsgat.
Breda, Vleeshal. lang Stedelijk en Bisschoppelijk Museum, nu cafe.
Breda, Vogelstruys, lang garage Otten, ook antiekzaak, nu cafe.
Bloem met bij.

















Petrus van Schendel, Slapend dienstmeisje.
Misschien ook van Petrus van Schendel.