The Mukden Incident, 18-19 september 1931





Japanse invasie van Mantsjoerije, 1931. Bron foto: Een Chinese blog




Nederlandse vertaling/samenvatting van deel 3:

Tussen de vele binnenlandse Japanse militaire en politieke ontwikkelingen
die aan het licht kwamen tijdens het Tokyo proces
was ook de ontstaansgeschiedenis van het Mukden Incident van 1931.
Het was zoals de Chinezen hadden beweerd volledig in elkaar gezet
door het Japanse leger,
of liever gezegd door een aantal leden van het Japanse leger,
met name de xe2x80x9cjonge officierenxe2x80x9d-kliek van het Kwantung leger.
In maart 1931 had een burger, een propagandist
(nu zouden we zeggen een pr-medewerker),
een medewerker van de South Manchuria Railway, Dr. Shumei Okawa,
samen met bepaalde legerofficieren in het ministerie van oorlog
en de generale staf, een samenzwering tegen de Japanse overheid opgezet.
Ondanks dat het plan door de toenmalige minister van oorlog,
Generaal Kazushige Ugaki, na enige aarzeling werd gestopt,
ging Okawa door met de agitatie en samenzweringen
en tegen de herfst had hij een nieuw complot in het leven geroepen.
Op een dag in augustus had hij te sake veel gedronken
en vertelde hij een vriend dat hij samen met drie legerkolonels
een incident aan het voorbereiden was dat in Mukden zou plaatsvinden.
Of hij ook de geestelijk vader achter het Mukden Incident is,
is niet helemaal zeker, want het incident
schijnt door Kolonel Seishiro Itagaki zelfstandig te zijn bedacht.
Een aantal officieren hielpen hem en Kolonel Kenji Doihara
(later bekend als de Lawrence of Manchuria)
en Luitenant Kolonel Kanji Ishihara waren enkele van de officieren.
Seishiro Itagaki zou in 1932 generaal major worden
en een glansrijke carrixc3xa8re doormaken in het Japanse leger
dat pas werd bexc3xabindigd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
Hij werd door het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten
ter dood veroordeeld en in 1948 werd die straf uitgevoerd.
Nadat hij in 1934 een onderscheiding ontving voor zijn diensten
in Mantsjoerije, diende Itagaki als minister van oorlog
tijdens het Konoye kabinet en bezette daarna posten
in Singapore en andere plaatsen.
In 1931 zou zijn doel zijn geweest om vrede en rust te brengen
in Mantsjoerije en om de inwoners van Mantsjoerije
vertrouwd te maken met Kodo, de xe2x80x9cKeizerlijke wegxe2x80x9d
en misschien om tegelijkertijd in Japan
een geestelijke herbronning te laten plaatsvinden, de Showa restoration.
Zou hij alleen harmonieuze relaties tussen zijn land
en China hebben nagestreefd, een veel pragmatischere wens dan Kodo,
dan zou hij gestopt zijn met de samenzweringen.
In 1931 lagen immers vreedzame oplossingen
voor de meest verstorende aspecten van het Mantsjoerijeprobleem,
voor het grijpen.
De Japanse ambassadeur voor China, Mamoru Shigemitsu,
en de Chinese minister voor financixc3xabn, T. V. Soong,
waren beide van plan om op 20 september af te reizen naar Mukden
om te overleggen met Maarschalk Chang Hsueh-liang (Zhang Xuelin,
de zoon van Zhang Zuolin) en de president-directeur
van de South Manchuria Railway, Graaf Yasuya Uchida.
In de middgag van 18 september waren de onderhandelingen
over het aanpassen en oplossen van de Nakamura-zaak
in volle gang in Mukden.
Het Japanse consulaat en de vertegenwoordigers van Chang Hsueh-liang
(Zhang Xuelin) waren er bij betrokken.
Een bijeenkomst in het consulaat werd opgeschort rond 8 uur die avond
en een derde sessie stond gepland voor diezelfde avond
in de aanwezigheid van Kolonel Itagaki en zijn assistent Majoor Tadashi Hanaya.
Maar toen de Japanse consul, Morito Morishima,
de kolonel en de majoor wilde opzoeken om het overleg voort te zetten
kon hij geen van beide vinden.
Hij was ongerust omdat Baron Kijuro Shidehara,
de minister voor buitenlandse zaken van Japan,
twee of drie dagen eerder een telegram had ontvangen
van de consul-generaal in Mukden (Kyujiro Hayashi)
met de mededeling dat de commandant van een eenheid in Fushun
had medegedeeld dat er binnen een week een groot incident zou plaatsvinden.





Herdenkingsbijeenkomst Mukden Incident met Japanners, 1931. Bron foto: Wikipedia






Robbert H. Ferrell.






Japanse bezetting van de stad Shenyang, 1931. Bron foto: Xinhua




Among the many Japanese military and political maneuverings uncovered by the Tokyo trial was the origin of the Mukden Incident of 1931; the incident was, as the Chinese had claimed, a complete fabrication of the Japanese army xe2x80x93 or, rather, certain members of the army, notably the xe2x80x9cyoung officerxe2x80x9d-clique of the Kwantung army. In Japan itself in March 1931 a civilian propagandist employed by the South Manchuria Railway, Dr. Shumei Okawa, together with certain army officers in the war ministry and general staff, had engaged in an abortive plot against the government. Although the then minister of war, General Kazushige Ugaki, after some hesitation, vetoed the scheme, Okawa continued to agitate and conspire, and by autumn he was arranging a new plot. One day in August he drank too much sake and told a friend that, together with three army colonels, he was going to bring about an incident in Mukden. Whether his was the mind behind the Mukden Incident, however, is not quite certain, for that incident seems to have been the independent affair of Colonel Seishiro Itagaki, of the headquarters staff of the Kwantung army, assisted by certain other officers, among them Colonel Kenji Doihara (later known as the xe2x80x9cLawrence of Manchuriaxe2x80x9d) and Lieutenant Colonel Kanji Ishihara.
Seishiro Itagaki was destined to become a major general in 1932 and to enjoy a brilliant career in the Japanese army, which closed only when, after the end of the second World War, the International Military Tribunal for the Far Earst sentenced him to death by hanging and carried out the sentence in 1948. After being decorated in 1934 for services rendered in Manchuria, Itagaki served as war minister in the first Konoye cabinet and afterward held posts at Singapore and other places. In 1931 his goal seems to have been to introduce peace and order in Manchuria, to acquaint the Manchurian Chinese with Kodo, the xe2x80x9cImperial Wayxe2x80x9d, and possibly to produce thereby in Japan a spiritual regeneration, The Showa restoration. Had he merely desired harmonious relations between his country and China xe2x80x93 undoubtedly a more prosaic wish than Kodo xe2x80x93 he should have ceased his plotting; for in September 1931 a peaceful solution to some of the most troublous aspects of the Manchurian problem lay at hand. The Japanese minister to China, Mamoru Shigemitsu, and the Chinese finance minister, T. V. Soong, were both planning to leave for Mukden on September 20, there to confer with Marshal Chang Hsueh-liang (the son of Chang Tso-lin) and the president of the South Manchuria Railway, Count Yasuya Uchida.
On the afternoon of September 18 negotiations for adjustment and settlement of the Nakamura case were in progress in Mu
kden between the Japanese consulate and representatives of Chang Hsueh-liang. A meeting in the consulate adjourned about eight oxe2x80x99clock that evening, and a third session was to meet later the same night, with added presence of Colonel Itagaki and the colonelxe2x80x99s assistance, Major Tadashi Hanaya. But when the Japanese consul, Morito Morishima, sought to locate the colonel and the major he could find neither. He was worried, because two or three days earlier the foreign minister in Tokyo, Baron Kijuro Shidehara, had received a cable from the consul-general in Mukden, Kyujiro Hayashi, reporting that a company commander of a patrol unit in Fushun had said that within a week a big incident would break out.
</blockquot





Japanse gepantserde voertuigen trekken Shenyang binnen, 19/09/1931. Bron foto: Xinhua





In het Journal of Modern History, een Amerikaans tijdschrift
dat een keer per kwartaal verschijnt,
schreef in de uitgave van maart 1955
de Amerikaanse historicus Robert H. Ferrell
een artikel over het Mukden-incident.
In deze logs neem ik het artikel integraal over
samen met een vertaling en een serie foto’s die
ik op verschillende plaatsen op het web heb gevonden.
Dit is het derde deel van de tekst waaraan een
inleidende log vooraf ging om de diverse partijen
te introduceren.

Woord van de dag

Niet van vandaag maar eigenlijk het woord van gisteren.
Gisteravond zag ik een heel klein stukje (in de pauze van een programma
op een andere zender) van de wedstrijd Barcelona – Arsenal.
Barcelona zou uiteindelijk winnen maar rond half tien
waren er plotseling wel erg veel overtredingen.
Daarbij deed zich het volgende voor: een….





Contactblessure.





Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat het is.
Waarschijnlijk weer zo’n woord om de voetbal interessant te houden.
Zou je een blessure kunnen oplopen zonder contact te maken
met iets of iemand?

Of is het een variant op contactgestoord?

Overigens zijn er veel meer voetballers die een contractblessure oplopen,
net als Louis van Gaal deze week.

The Most Mysterious Manuscript in the World / Het meest mysterieuze manuscript ter wereld

Het Voynich manuscript wordt het ‘meest mysterieuze manuscript
ter wereld’ genoemd.
De schrijver is onzeker, de datering ook.
Het is een boek geschreven op perkament en bestaat uit 20 delen.

De delen worden quire genoemd.
In de tijd dat men boeken van perkament maakten was men voor de afmeting
en de opbouw van het boek helemaal afhankelijk van de fysieke mogelijkheden
van het basismateriaal: kalfshuid.
Een boek werd gemaakt door een beperkt aantal
bewerkte huiden in elkaar te schuiven.
Zo’n set heet een quire.
Een boek werd vervolgens uit verschillende ‘sets’ samengesteld,
die op elkaar werden ‘gestapeld’ en aan elkaar genaaid en ingebonden.

Mij trekt minder de vraag wie het geschreven heeft, wat er in staat
en waarom het zolang duurt voordat we het kunnen lezen.
Interessant, zeker.
Maar in de tussentijd is het ook een mooi boek.

Het mooie is dat je er naar kunt kijken
zoals je naar abstracte schilderijen kijkt.
Niets (of weinig) geeft aanleiding tot herkenning.
Al helemaal niet tot begrip.
Een prachtig en zeer zorgvuldig uitgevoerd abstract werk!





Pagina 46 v (verso= linkerpagina of de achterkant van een blad): eagle.






Het centrum van pagina 67 r (recto= rechterpagina of de voorkant).






Pagina 63 v.






Castle rose / Kasteelrozet.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70. Deze pagina is een uitklapbaar vel.






Deel 14, pagina 85.






Deel 14, pagina 85.






Deel 19, pagina 99.






Zelfde pagina. Op het web zijn uitstekende foto’s te vinden waar je helemaal tot op het materiaal kunt inzoemen.






Deel 6, pagina 42 r.






Deel 9, pagina 67 r.





Hier kun je het manuscript tot in alle details zien:
Voynich manuscript





Als voorbeeld voor de mogelijke detailering op het internet zie je hier een hele pagina, pagina 2 r.






Dit is van dezelfde pagina, de meest rechtse bloem.




een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.

Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.
Vandaag het laatste deel.
Hier vallen alle stukjes op zijn plaats.
Ik kwam een verhaal tegen over St. Franciscus dat ik niet eerder gehoord of gelezen had: De maan in het water.

De maan in het water.
Franciscus was met een broeder onderweg naar een kluizenarij.
Hij was niet vrolijk en sjokte maar wat voort.
Hij had zorgen om zijn broederschap, maar ook om zijn eigen leven.
Volgde hij de weg van zijn Heer?
Het begon donker te worden, maar de kluizenarij was nog ver.
Gelukkig was het volle maan en konden zij verder gaan.
Ze komen langs een put.
Franciscus blijft staan, buigt zich voorover en kijkt in het stille water.
Hij wordt stil.
De maan weerspiegelt zich in het donkere water.
Hij klaart op, ze vervolgen hun weg; dan begint hij te zingen.
Hij jubelt het uit.
De broeder vraagt waarom hij plotseling zo vrolijk is.
Franciscus zegt: “Zag je dan niet wat ik zag in de diepe put?”
“Ik vermoed dat u de maan zag”, antwoordde de broeder.
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.
“Clara, de lichtende, herinnert hem aan de bron van het levende water.
En Franciscus bruist weer van levenslust.

Herkomst onbekend

Ik vond dit verhaal op de volgende sites:Hans Sevenhoven, Duiven, Nederland
en hier Hans Sevenhoven, Franciscusverhalen
Ik denk niet dat iedereen gelijk zal warmlopen van de redenering:
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.”
Daarvoor moet je wat meer van St. Franciscus en zijn geschiedenis weten.
Nu wil het toeval dat ik in 2007 in Milaan was (daarom
zijn alle foto’s in deze serie foto’s uit Milaan)
waar we een wandeling maakten.
Daar zagen we een fontein die ik pas nu echt kan plaatsen
nadat ik bovenstaand verhaal las.


Hier zie je Franciscus die zich tussen en over de bloemen heen naar de fontein buigt.


De maan heb ik in de fontein niet gezien maar wellicht moet ik deze plaats nog eens op een avond bezoeken. Wel zijn er nog een aantal duiven van de partij


Dit verhaal is de laatste van een korte serie onder de titel:
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt
De vorige delen zijn hier te vinden:
Deel 1: 6 september 2010
Deel 2: 22 september 2010
Deel 3: 3 oktober 2010
Deel 4: 30 oktober 2010

Kunstvaria

Vandaag relatief veel beeldhouwwerk.
Twee schilderijen van Rembrandt en nog veel meer moois.
Vincent is vandaag ook weer de uitsmijter.
Veel plezier!





Attributed to Taddeo di Bartolo, The Virgin annunciate, Siena, circa 1362 – 1422.


Van Taddeo di Bartolo zijn niet heel veel werken bekend
maar hij wordt door Vasari genoemd in zijn ‘Le Vite delle pixc3xb9 eccellenti Pittori,
scultori, ed. architettori (de Levens van de voortreffelijkste schilders,
beeldhouwers en architecten).
Hier gaat het om een vermoedelijke toeschrijving.





Fernand Lxc3xa9ger, Smoke, 1912.


Een van mijn ‘Favorite things’.
Lxc3xa9ger: Rook.





Hans Hoffmann, An affenpinscher, 1580, watercolor and gouache on vellum.


‘Affenpinscher’ is een Duits hondenras.





Jan Brughel the Elder, Village landscape with figures and cows, 1568 – 1625, oil on copper.


Wat een bijzobdere blauwe lucht.





Jun Kaneko, Untitled-Dango, 2009, geglazuurd keramiek.


Dat glazuren is geen eenvoudige opdracht geweest.
Ik vermoed dat het in meerdere lagen heeft plaatsgevonden.
Jun Kaneka is een van oorspong Japanse kunstenaar.
Het woord Dango staat voor ‘ronde vorm’.
De vorm wordt als het ware gebruikt als een doek.
Daarop doet de kunstenaar met het glazuur zijn werk.





Leon Underwood, The liar, 1953, bronze.


De leugenaar. Mooi hoe de kleine armen het gezicht doen vervormen.
In een plooi proberen te houden.





Lucas Cranach the Elder, Portrait of a young woman holding grapes and apples, 1528 oil on panel transferred to canvas.






Tell Halaf.


In 1899 ontdekt Max Freiherr von Oppenheim de resten van een paleis
in wat nu Noordoost Syrie is (Tell Halaf).
De vondsten gingen natuurlijk naar Duitsland en werden in 1930
tentoongesteld in een fabrieksgebouw.
Dit prive museum werd tijdens de tweede wereldoorlog gebombardeerd.
De afgelopen jaren zijn met/uit de 27000 fragmenten
een aantal beelden gereconstrueerd.
Het beeld dat hierboven getoond wordt is er een van.





Pierre-Auguste Renoir, Venice, the Doge Palace, 1881, oil on canvas.






Rachel Perry Welty, Orange tee shirt, 24/07/2009.






Ray Caesar, Homecoming, editions 1 xe2x80x94 5, 2010, digital media on panel (Ultra chrome print on Epson luster paper, mounted on dibond.






Rembrandt Harmensz. van Rijn, David et Jonathan, 1642, huile sur bois, parquetage).



Rembrandt Harmensz. van Rijn, Portrait of a man with arms akimbo, 1658, oil on canvas.






Robert Polidori, Unit 4 control room Chernobyl, 2001.






Susan Schwalb, Toccata I, 2010.






Tony Cragg, Red figure, bois.


Het Louvre toont dit werk van Tony Cragg ter vergelijking
met een tentoonstelling van werken van Messerschmidt
die er tegelijkertijd te zien zijn.





Vincent van Gogh, The wheat field behind St. Paul’s Hospital in St. Rxc3xa9my, 1889.





De eigen beeldtaal van Rivelino

Een serie van 10 grote bonze beelden,
gemaakt door de Mexicaanse kunstenaar Rivelino,
trekt al een aantal jaren door de wereld.
Vorig jaar deed de beeldengroep Brussel aan.
Onderstaande foto’s zijn van die installatie.
De beelden zijn groot: 3,5 bij 2,3 bij 1,1 meter.
Al de beelden zijn verschillend en voorzien van de
kalligrafie die bij Rivelino steeds voorkomt.

Ze zijn gemaakt met de ‘verloren was’-techniek.
Dat wil zeggen dat je in was (smelt bij hoge temperaturen) een beeld maakt,
dat je het beeld vervolgens omwikkeld met een materiaal
zoals bijvoorbeeld klei (bestand tegen hoge temperaturen).
Door verwarming laat je de was weglopen en de holte
die dan ontstaat vul je met bijvoorbeeld brons.
Dit is een heel erg oude techniek.
De techniek wordt vaak toegepast op kleine voorwerpen.
Dat is hier duidelijk niet het geval.
De beelden zijn vervolgens voorzien van een witte en oker patina.
De patina is een laagje op beelden dat natuurlijk kan ontstaan (oxidatie)
of dat met een kleur kan worden aangebracht.

De naam van de beeldengroep is Nuestros Silencios (Onze stiltes).
Het dwingt de toeschouwer na te denken over stilte en in het bijzonder
de vrijheid van meningsuiting.
De beeldengroep is door de kunstenaar gemaakt in het kader
van het tweehonderdjarig bestaan van de staat Mexico.






















Soep van de dag

Je kunt me midden in de nacht wakker maken voor een kom soep.
Zeker als mijn moeder die gemaakt heeft.
Zoals vandaag een champignonsoep. Heerlijk!





Met mooie stukken champignon die niet te gaar zijn.






Vol verwachting….






Dat heeft geen toelichting nodig.





Sinds ik actiever Twitter…..

Sinds ik wat actiever Twitter heb ik 4 nieuwe volgers.
@Argusvlinder is dus geen tophit maar dat maakt niet uit.
Interessant is door wie je dan gevolgd wordt:

Formule 1 @f1_tweet
Alan

@AlansArtGallery

THE TOPICxe2x84xa2

@THETOPIC_RUSSIA

Brittany Gutierez

@BrittanyGutiere



Na het bekijken van hun Twitter accounts kom ik tot het volgende:

“Formule 1” is iemand uit Nederland die schrijft over de Formule 1 sport.
Prima niets mis mee.
Waarschijnlijk heeft hij ook andere interesses want ik schrijf niet
of nauwelijks over formule 1 en/of auto’s.

“THE TOPICxe2x84xa2” is iemand uit Rusland.
Zijn Tweets gaan over entertainment en vaak over hedendaagse popmuziek.

“Alan” is volgens zijn website een Engelsman op leeftijd.
Geinteresseerd in kunst en zelf een designer.

“Brittany Gutierez “, van haar weet ik niet veel.
Haar account bestaat al niet meer op Twitter.
Daar zal wel een reden voor zijn.
Ziet er alles bij elkaar niet erg betrouwbaar uit.

Gezien het beperkte aantal berichten dat sommige accounts bevatten
(The Topic en Brittany), terwijl ze zelf wel veel volgelingen hebben,
lijkt me hier iets aan de hand.
Ik weet alleen niet wat.

New Zealand

Toevallig?
Toeval bestaat niet.

Gisteravond kregen we onze Loney Planet terug van Nieuw Zeeland.
Dit is de editie uit 1996.





Lonely Planet, New Zealand.





Eigenlijk waren alle vakanties die we gedaan hebben erg leuk.
Er is een uitzondering: Nieuw Zeeland.
Iedereen roemt de natuur maar ik voelde me een beetje in Madurodam.
Het is er allemaal: duinen, fjorden, bergen, heuvels, stranden, steden,
grotten, rivieren, vulkanische verschijnselen, bos.
Maar allemaal klein.

Het ademde de sfeer uit van de jaren 50 en 60.
We verbleven in een hotel in dezelfde kamer waar
koniging Elisabeth van Engeland ook eens geslapen had.
Een kleine groezelige kamer aan de voorkant van het hotel.
De voorzieningen in de kamer waren minimaal.

Veel schapen, weinig mensen.
Het was er niet warm (17 graden, midden in de zomer).
Het eten was er matig (Engels).

Misschien hadden we niet zo kort na onze eerste reis naar India
naar Nieuw Zeeland moeten gaan.

De enige uitzondering was een bezoek aan de Milford Sound.
Een 22 kilometer lange fjord.
Een prachtige gebied waar we met een boot gevaren hebben.
Het regende, was koud, het waaide hard, en bijna iedereen ging benedendeks.
Op dek vond ik het heerlijk.

Het beeld van de kaft past goed bij een
van mijn andere herinneringen van deze reis.
We waren Christchurch waar het erg duur was.
Daar waren heel veel Aziatische toeristen.
Zoveel dat in de winkels in de stad Japanse meisjes de toeristen hielpen
die voornamelijk uit Japan kwamen.

Vanuit Christchurch gingen we naar een plaats waar je met een hangglider
de heuvel af kon gaan. Net als op de omslagfoto.
Voor toeristen is Christchurch niet echt aantrekkelijk.
De opbouw/herbouw van de stad na de beving van afgelopen maand
zal nog niet meevallen.

Blue Hotel

Het was geloof ik Chris Isaak die het nummer Blue Hotel zong.
Het was een wereldhit jaren geleden.
Afgelopen week was ik een paar dagen in het noorden van Nederland.
Daar verbleef ik in een hotel dat Chris Isaak misschien ook leuk zou vinden.
De kamers in dit hotel zijn namelijk allemaal (?) anders.
De kamer waar ik mocht verblijven was ‘Alkmaar’.
De kleuren van de stad zijn rood en wit, dus dat was mijn kamer ook.
Kijk maar mee:







Kom binnen……






….in mijn kamer.
























Voorwerpen in de badkamer.












De kop van het artikel kan geen toeval zijn met een dergelijke vloerbedekking.












Auto-ongeluk

Vrijdag was ik bij een aanrijding betrokken.
Op de A58, terwijl ik naar huis reed (Eindhoven in de richting van Tilburg).
Die weg is sinds enige tijd drie baans tot aan Oirschot
Daar versmalt de weg weer naar twee banen en is daar bijna altijd filevorming.
Vrijdagavond rond 18:00 was er niet veel file maar ik moest wel afremmen.
De auto achter me zag dat te laat en klapte achter op de auto.
Met de moderne techniek van tegenwoordig
heb ik met mijn nieuwe telefoon een foto gemaakt van het kenteken
van de auto die op me reed.
Geen slechte kwaliteit foto overigens.





Voor de gelegenheid heb ik de foto geanonimiseerd. De foto is om 18:06 uur gemaakt.





Interieur Grote Kerk Breda: Sara Bisschop

In de veiling van de nalatenschap van Juliana komt een lot voor
dat ondertekend is met ‘Sara Bisschop’.
Waarschijnlijk gaat het om een afbeelding van het interieur
van de Grote Kerk in Breda.
Toen ik wat vragen stelde aan het veilinghuis Sotheby’s
ontving ik direct een afbeelding.
Die plaats ik hieronder want het is een mooie prent.
De ondertekening is ook duidelijk.

Eens kijken hoe dat gaat op zo’n veiling.





Sara Bisschop (1894 – 1992), waarschijnlijk gaat het hier om het Interieur van de Grote of Onze-Lieve-Vrouwe-Kerk in Breda.






Ondertekend met Sara Bisschop.





The Mukden Incident, 18-19 september 1931

Deel twee vandaag van het artikel van Robert H. Ferrell.

Een aantal van de foto’s bij deze serie artikelen
zijn afkomstig van Xinhua. Dat is zeker geen onpartijdig medium.
Dat is niet erg maar je moet het wel even weten.
Veel van de onderschriften op de Chinese sites zijn onduidelijk.
Ze geven geen bron aan, vertellen net wie de maker is,
op welke precieze plaats de foto is gemaakt en wanneer.
Te veel foto’s verwijzen naar 18 of 19 september.
Terwijl een aantal foto’s zeker later zijn gemaakt.
Het gevolg daarvan is dat de foto-onderschriften
bij dit artikel niet meer zijn dan goed bedoelde pogingen.

Wikipedia

Xinhua of Xinhua News Agency is de officixc3xable staatspers van de Volksrepubliek China (VRC) en het grootste centrum in het land dat informatie verzameld voor persconferenties. Xinhua is xc3xa9xc3xa9n van de twee staatspersagentschappen, de andere is China News Service.







Japanse troepen trekken Shenyang binnen na het Mukden incident, 18 september 1931. Bron: Engelstalig artikel op Wikipedia over de Japanse invasie van Mantsjoerije











In het Journal of Modern History, een Amerikaans tijdschrift
dat een keer per kwartaal verschijnt,
schreef in de uitgave van maart 1955
de Amerikaanse historicus Robert H. Ferrell
een artikel over het Mukden-incident.
In deze logs neem ik het artikel integraal over.





Remake van een fax zoals die werd gemaakt door het Japanse Kwantung leger. Bron: Huanqiu.com





Younger officers of the army, many of whom came from poor country districts, were full of discontent and desire to purify the government and restore Japanese prestige in Manchuria. Conditions in both Japan and Manchuria hence were ready for an explosion, but not for years after September 18-19, 1931 did the truly conspiratorial nature of the Mukden Incident become known.
When the Lytton Commission, sent out by the League of Nations, investigated the incident in 1932, it could only repeat the Japanese description of a broken rail and fleeing Chinese soldiers, several of whom were shot and killed on the spot by a near-by Japanese patrol. The commission referred delicately in its report the xe2x80x9cthe eventsxe2x80x9d of the night of September 18 and xe2x80x9cthe so-called incidentxe2x80x9d, choosing to do no more than state the Japanese case with no comment as to its truth or untruth. One of the commissionxe2x80x99s American employees, Mr. Ben Dorfman, in 1934 wrote an article for Harperxe2x80x99s, pointing out the unlikely nature of the incident xe2x80x93 there was nothing really proved by the bodies of a few dead Chinese soldiers which the Japanese showed to foreigners visiting the scene of the explosion on and after September 23, and it was patently impossible for the Mukden express to have passed without accident over a 31-inch gap in the rail, as the Japanese claimed it did.
The express had indeed arrived and was standing safely in Mukden by 10:30 pm, which, according to the Japanese, was the precise moment when the explosion occurred. Writing about the Mukden Incident in 1936, Henry L. Stimson, who had been the American secretary of state at that time, ventured the comment that, in the light of what the Japanese did afterward, the incident itself so dwindled in importance as to suggest the probability that it never occurred in the first place. There the incidentxe2x80x99s historicity rested uncertainly until after the second World War and the Tokyo war crimes trial.
The great international trial in Tokyo, which began on May 3, 1946 and ended November 12, 1948, unfortunately received little attention in the Western press. Unlike the well-publicized trials at Nuremberg, neither the Tokyo proceedings nor exhibits have ever been printed by the participating governments. Almost any library of respectable proportions in the United States today boasts a set of the Nuremberg volumes, innumerable thick books covering altogether too much shelf space to please harassed librarians. The Tokyo material is available in only small number of mimeographed sets, scattered somewhat indiscriminately in the larger libraries across the country: the Library of Congress has a complete set, and I know of sets of varying completeness at Harvard, Yale, the University of Michigan, the University of California at Berkeley, the Hoover Library, and the Chicago Midwest Inter-Library Center. Each set, if complete, should contain 48.288 pages, and the exhibits should contain about an additional 30.000 pages. The material is not indexed, and, though the trial itself proceeded by xe2x80x9cphasesxe2x80x9d of a supposed conspiracy dating from 1928 to 1941, the phases were heard in court in such an overlapping fashion that they offer no key to getting at the material. The only certain method is to start from the beginning and leaf through, page by page. In 818 court sessions, 419 witnesses testified orally, and affidavits and depositions were taken from 779 other witnesses. There is an enormous amount of historical chaff in all this, but the student of American-Japanese relations in the years from the assassination in 1928 of the xe2x80x9cOld Marchalxe2x80x9d of Manchuria, Chang Tso-lin, to the attack on Pearl Harbor in 1941 will find the material of the highest value. The Japanese nation at the moment of the trial was probably at its lowest emotional level since the Meiji restoration, and it is safe to assume that, with the inaugural of a new Japanese government, there will not for a long time again be available such a quantity of frank Japanese confession.







De aangeklaagden in het International Militairy Tribunal for the Far East in de Ichigaya rechtzaal. In de bank van de oorlogsmisdadigers, eerste rij van links naar rechts: Generaal Kenji Doihara; Veldmaarschalk Shunroku Hata; Koki Hirota, voormalig premier van Japan; Generaal Jiro Minami; Generaal Hideki Tojo, voormalig premier van Japan; Takasumi Oka; Generaal Yoshijiro Umezu; Generaal Sadao Araki; Generaal Akira Muto; Naoki Hoshino; Okinori Kaga; Markies Koichi Kido.
Op de achterbank: Kolonel Kingiro Hashimoto; Generaal Kuniaki Koiso; Admiraal Osami Nagano; Generaal Hiroshi Oshima; Generaal Iwane Matsui; Shumei Okawa; Baron Kiichiro Hiranuma; Shigenori Togo; Yosuke Matsuoka; Mamoru Shigemitsu; Generaal Kenryo Sato; Admiraal Shigetaro Shimada; Toshio Shiratori; Teiichi Suzuki.
Bron: Engelstalig artikel over het IMTF





Nederlandse vertaling/samenvatting:
Jongere legerofficieren, vaak afkomstig uit armere districten,
waren ontevreden en wilde de regering zuiveren
en het prestige van Japan in Mantsjoerije herstellen.
De omstandigheden zowel in Japan als China, waren dus gereed
voor een explosie maar het zou nog jaren duren
voordat de samenzwering van 18-19 september 1931 bekend werd.
Toen in 1932 de Lytton commissie, uitgestuurd door de Volkerenbond,
het incident onderzocht, kon het alleen de Japan
se beschrijving
van de kapotte rails en vluchtende Chinese soldaten herhalen.
Een aantal van hen zouden door een Japanse patrouille
die ter plaatse was zijn doodgeschoten.
De commissie verwees in hun rapport delicaat
naar xe2x80x98de gebeurtenissenxe2x80x99 van de nacht van 18 september en
xe2x80x98het zogenaamde incidentxe2x80x99.
Daarmee herhaalde de commissie de Japanse versie van de gebeurtenissen
zonder opmerkingen over of dit de waarheid was of niet.
Een van de Amerikaanse medewerkers van de commissie,
Dhr. Ben Dorfman, schreef in 1934 een artikel in Harperxe2x80x99s,
waarin hij de onwaarschijnlijkheid van het verhaal
over het incident toelichtte xe2x80x93
er werd niets bewezen met een paar dode lichamen
van Chinese soldaten die Japan toonden bij bezoeken van buitenlanders
aan de plaats van de explosie na 23 september
en het was onmogelijk dat de Mukden Express
zonder ongeluk de plek gepasseerd kan zijn
waar een gat van 80 centimeter (31 inch = 78.74 centimeter)
in de rails was geslagen zoals de Japanners beweerden.
De Express was inderdaad veilig gearriveerd in Mukden
rond half elf xe2x80x99s avonds, wat het precieze moment was
volgens de Japanners waarop de explosie plaatsvond.
In 1936 schreef Henry L. Stimson,
Amerikaans minister van buitenlandse zaken in 1931,
over het Mukden Incident en gaf aan dat in het licht
van de activiteiten van de Japanners sinds het incident
die gebeurtenissen feitelijk onbelangrijk geworden waren
en suggereerde daarmee dat het misschien wel helemaal
nooit had plaatsgevonden.
Over de feitelijke gebeurtenissen bleef onzekerheid bestaan
tot na het einde van de tweede wereldoorlog en het Tokyo oorlogstribunaal.
Het grote internationale oorlogstribunaal in Tokyo,
dat begon op 3 mei 1946 en eindigde op 12 november 1948,
kreeg spijtig genoeg weinig aandacht in de westerse media.
In tegenstelling tot het tribunaal in Neurenberg
waarover uitgebreid werd geschreven,
werden er geen rechtbankverslagen of bewijsstukken uitgegeven
door de deelnemende regeringen (Argusvlinder: inclusief Nederland).
Bijna iedere zich zelf respecterende bibliotheek van enige omvang
in de Verenigde Staten is trots op zijn exemplaar van de Neurenberg verslagen,
ontelbare dikke boeken die meer ruimte in de boekenkasten innemen
dan het de bibliothecarissen lief is.
Het materiaal dat betrekking heeft op het tribunaal van Tokyo
is alleen in kleine aantallen beschikbaar gemaakt
door stencilmachines.
Het is beschikbaar in willekeurige, grotere bibliotheken in het land
zoals de Library of Congress.
Indien compleet omvat het 48.288 paginaxe2x80x99s
en het bewijsmateriaal omvat nog eens 30.000 paginaxe2x80x99s.
Het materiaal is niet gexc3xafndexeerd en hoewel het proces in stadia verliep
vanaf de veronderstelde samenzwering van 1928 tot 1941,
overlapten de stadia op het proces elkaar zoveel
dat de stadia geen leidraad geeft om het materiaal te bestuderen.
De enige manier is om het pagina voor pagina door te nemen.
In 818 zittingen, getuigden 419 ooggetuigen
en zijn er van 799 andere getuigen verklaringen afgenomen.
Voor iemand die de Amerikaans-Japanse relaties wil bestuderen
ligt er heel wat historisch kaf dat van het koren moet worden gescheiden.
Van de moordaanslag in 1928 op xe2x80x98de oude maarschalkxe2x80x99 van Mantsjoerije,
Chang Tso-lin (Zhang Zuolin) tot de aanval op Pearl Harbor in 1941
is er heel veel waardevol materiaal.
De Japanse natie was op het moment van het oorlogstribunaal
op het laagste emotionele niveau sinds de Meiji restauratie
en je kunt veilig stellen dat met de introductie
van de nieuwe Japanse regering, het nog lang zal duren
eer er weer zoxe2x80x99n aantal eerlijke Japanse bekentenissen zullen worden gedaan.





De aanslag op Zhang Zuolin op 4 juni 1928. Maar ik kan nu de bron van de foto niet achterhalen. Nog even navraag doen.









Het opgeblazen treinstel waar Zhang Zuolin in 1928 omkwam. Bron: Engelstalige Wikipedia-pagina over Zhang Zuolin




Kunstvaria

Een beeld van de wind,
een schilderij van wolken,
drie schilderijen van de mysterieuze Rene Magritte,
twee van de wispelturige Pablo Picasso,
drie schilderijen van Marc Chagall met zijn eigen beeldtaal.
In totaal 38 kunstwerken in waarschijnlijk de langste Kunstvaria
tot nog toe.
Vooral te danken aan een aantal zeer bijzondere veilingen
die eerder dit jaar plaatsvonden.


Agostino Brunias, Free women of color with their children and servants in a landscape, circa 1764 – 1796, oil on canvas.

Agostino Brunias is een Italiaans schilder die via Engeland
onder andere werkzaam was in de ‘West Indies’ (het Caribisch gebied).
Vrije, gekleurde vrouwen met hun kinderen en bedienden in een landschap.


Alberto Giacometti, Annette or Portrait d’Annette au pullover rouge, 1961, oil on canvas.

De portretten van Giacometti. Ik kan er geen genoeg van krijgen.
Zo intrigerend.


Alexander Calder, L’acrobate, 1928, wire sculpture on wooden base.

Calder kennen we vooral van zijn abstracte werken.
Hier een acrobaat, draadsculptuur op een houten voetstuk.
Leuk detail is dat hij het werk ‘gesigneerd’ heeft met draad.
Aan de voet van dit beeld is zijn naam te lezen, uitgevoerd met draad.


Blue glazed flask-form vase, Qianlong seal mark underglaze, 1736 – 1795.

Kijk eens naar de prachtig afgewerkt oortjes van deze vaas.


Carlos Luna, Catalina or La modista, 2010, oil on canvas.

Tweemaal Carlos Luna. Voor mij onbekend.
Olieverf op doek maar het lijkt wel grafitti.
De kleermaakster.

Carlos Luna, Horoscopo las estrellas, 2010, oil on canvas.


Carole Bayer Sager, Lavender blue, 2010, oil on linen.

Deze mevrouw schijnt een bekend schrijfster te zijn van muziek(teksten).
Vanhaar hand zijn onder andere “A Groovy Kind of Love”,
“That’s What Friends Are For”,”You Are My Life”.
Ik vind het gewoon mooi.


Chinese bronze ritual vessel, early Western Zhou dynasty, 11 century BC, Freer Gallery: F1938.20.


Christian Vincent, Waterfall, 2010, oil on canvas.


Eduardo Chillida, Peine del viento II, Wind comb II, 1959, iron.Windkam.


Edward Weston, Charis Wilson, Nude, 1936.


Eric Ravilious, Caravans circa 1930s, watercolor.


Eric Tillinghast, Water series #69, 2005, water, fabricated steel.

Op de grens van kunst en onderzoek.
Het is meer het idee dan dat er werkelijk iets plaatsvind (denk ik).
Zouden ze die plaatsen met water op het staal iedere dag bijgieten?
Maar water op een plaat van staal, al is hij nog zo dik,
op den duur heeft dit effect.
Dat wordt hier prachtig onderzocht.


Friedensreich Hundertwasser, Five men standing, 1951, watercolour, chalk and glue on paper.

Friedensreich Hundertwasser is niet de echte naamvan deze kunstenaar en architect uit Oostenrijk.


Georges Roualt, Paysage Biblique, circa 1953, oil on paper.

Je ziet niet zoveel werk van Georges Roualt.
Maar ik vind het steeds opniew geslaagd.
Een bijbels landschap.


Gunther Uecker, Mutation.

Werken van Uecker zijn altijd een plezier om in het echt te zien.
Door het spel met licht en vormen en de beweging van de toeschouwer
is het altijd spannend.


Hans Baldung Grien, Portrait of a young man, 1509.

Gestreng.


Hans Hartung, T1961-35, 1961, acrylic and pastel on canvas.


Jean Fautrier, Dark clouds, 1962, mixed media on paper laid down on canvas.

Een schilderij van wolken.
Heel bijzonder.
In de Nederlandse landschappen zie je veel wolken.
We zijn dus wel wat gewend.
Heel af en toe lijkt het op de Hollandse landschappen dat de wolken
de voornaamste rol spelen op een dergelijk schilderij.
Maar zo openlijk. Zo duidelijk als hier.


Julio Gonzalez, Masque ombre et lumiere, circa 1930, iron.

Dit is misschien wel de grootste vondst in deze kunstvaria.
Zo schijnbaar eenvoudig.
Zo effectief.


Kader Attia, Untitled, 2010.

Kijk maar eens goed naar deze muurschildering.


Karel Appel, Birds over the Red Sea.

Dit schilderij is de avatar van mijn Twitter-account @Kunstvaria
en de achtergrond van de berichten.


Marc Chagall, Bethsabee, 1965, oil on canvas.

Marc Chagall, David, 1961 – 1963, oil and ink on canvas.

Marc Chagall, La musique, 1967, oil on canvas.


Marlene Dumas, Equality.


M. F. Husain, Battle of Ganga and Jamuna: Mahabharata 12, 1971, oil on canvas.

Kunst uit India.


Milton Avery, City harbor, circa 1930, gouache on black paper.


Moctezuma Headdress.

We kennen hem wellicht beter onder de naam Montezuma.
Het is de Azteekse leider van de Amerikaanse inlanders
die als eerste in contact kwam met de Spanjaarden.


Pablo Picasso, Fontainebleau, 1921, oil on canvas.

Pablo Picasso, Portrait D’ Olga, 1923, oil on canvas.


Paul Gauguin, Crouching Tahitian woman, 1901 – 1902, traced monotype print.


Rembrandt Harmensz. van Rijn, Rembrandt laughing, 1627 – 1628, oil on copper.

Ik weet niet zeker wie hier het hardst lacht.
Rembrandt (maker?), Sotheby (veilinghuis), Noortman (Kunsthandelaar),
of de eigenaar…….Maar goedgekeurd door het Rembrandtproject.


Rene Magritte, La Joconde, 1960, oil on canvas.

La Joconde (Frans) kennen we ook als La Gioconda (Italisaans)
of de Mona Lisa.
Op het web vond ik nog het volgende gedicht van Mark Young:

Vrij vertaald:
Da Vinci zou blij zijn dat Magritte er in is geslaagd
de geheimzinnige glimlach zo goed vast te leggen.

Rene Magritte, Le maitre d’ecole, 1955, gouache on paper.

Rene Magritte, Les tambours de la mort, 1965, gouache on paper.

Seated Buddha Mathura, Uttar Pradesh, India, Kushan dynasty, circa 150 – 175 CE, red sandstone.

Mathura is de streek waarvan dit beeld komt.
Samen met beelden uit Gandhara vormen dit de eerste
volledige ‘vrijstaande’ beelden van Buddha in India.


Suzuki Harunobu, Daruma and a young woman in the rain, 1765.

Daruma is een Boedistische leermeester.


@Kunstvaria en @Argusvlinder

Sinds vanochtend zijn er twee Twitter-accounts actief
ter ondersteunnig (?) van deze blog.
De een is @Argusvlinder. Daarmee zal ik een aantal
van mijn ‘reguliere’ blogs mee delen.
Daarnaast @Kunstvaria.
Daarmee zal ik de Kunstvaria logs delen.
Neem maar eens een kijkje.

Doortwitteren – Retweet

Omdat ik nu ook zo’n uitgebreide telefoon heb,
van mijn werkgever, waarmee je ook kunt Twitteren enzo,
volg ik natuurlijk een aantal belangrijke Amerikaanse
musea en dat is bijna een dagtaak.
De berichten vliegen je om je oren en overdag heb ik geen tijd
om die berichten te bekijken.
In de avond loop ik dan een aantal van die berichten door
die allemaal door dezelfde Amerikaanse markteer zijn gemaakt.
Alles is prachtig, uitdagend, wonderful, unique enzovoort.
En daar zit natuurlijk een probleem met Twitter.
140 karakters is te beperkt voor een inhoudelijk bericht.
De meeste berichten die ik zie zijn dan ook alleen verwijzingen
naar sites waar wel een (uitgebreid) verhaal staat.
Maar al de Retweets zorgen alleen voor meer ruis op de lijn.
Meer berichten, weinig inhoud, niet altijd interessant.





De leeuw valt de stier aan, een hyena kijkt toe. Symboliek te over: Attributed to Sultan Muhammad, Lion attacks the bull and a hyena watches, Iran, Tabriz, Safavid period, circa 1525, opaque watercolor, ink and gold on paper (F1996-2).





Soms zitten er echt pareltjes tussen.
Die ‘retweet’ ik dan.
Maar daar heb je als volger van mijn weblog weer niets aan.
Bovndien houdt het mij af van het schrijven van een log.





Degene die de troon bedreigt,ordt op het hoofd geslagen: Shahnama or The Book of Kings, attributed to Sultan Muhammad.





Daarom dat ik nu op mijn weblog je wil verwijzen naar
de website van de New York Times en de Freer / Sackler Gallery.
De Sackler Gallery heeft een tentoonstelling met Iraanse miniaturen.
Niet zo bekend in het Westen maar niet minder mooi.
Helaas kan ik er geen volledige afbeeldingen van krijgen.
Je zult dus zelf moeten gaan kijken naar de site.
De zogenaamde Shahnama is een boek of eigenlijk een tekst
die door de jaren heen steeds weer opnieuw
in een al dan niet geillustreerde vorm, wordt uitgegeven.
Steeds handwerk, de boekdrukkunst bestaat nog niet.
Er bestaan slechts een beperkt aantal van deze boeken.





Elegante toeschouwers: Shahnama or The Book of Kings, attributed to Sultan Muhammad.





New York Times artikel

Freer and Sackler Galleries

Geschiedenis van de kunst

Nog een andere manier om de geschiedenis van de kunst
weer te geven.
Paul Giovanopoulos heeft heel veel van zijn werk er aan gewijd.
Je kunt twisten over de kwaliteit van zijn werk maar
onderstaand beeld levert wel een quiz op.


Paul Giovanopoulos, Mona Lisa A, Mona Lisa B, 2004, detail, acrylic on canvas, One of two panels.


Ik heb een eerste poging gedaan. Wie heeft betere of aanvullende suggesties?


 

The Estate of Queen Juliana of the Netherlands

Niet alle stukken op de aankomende veiling van de erfenis van Juliana
zijn topwerken. Waarom doe je ze anders weg.
Maar dat wil niet zeggen dat een groot aantal voorwerpen
niet heel erg de moeite waard zijn om te bekijken.
Dat heb ik dan alvast gedaan via het web
en ik laat hieronder een aantal bijzondere of opmerkelijke stukken zien.


Ik heb een zwak voor kamerschermen. Op de veiling zijn er heel wat te koop. Dit is een bijzonder scherm door het aardewerk dat in het scherm is opgenomen. A Dutch marquetry, rosewood and porcelain, four leaf screen, Grand Bazar Royal, The Hague, circa 1886.

Marquetry is de term voor het versieren van voorwerpen met
fineer (dunne laagjes hout).


Andreas Schelfhout, 1787 – 1870, Sailing vessels in choppy waters, watercolour and brown ink over black chalk on paper.

Sotheby’s heeft er voor gekozen om bij de voorwerpen niet
het jaartal te vermelden.
Waarschijnlijk omdat dit van veel voorwerpen niet bekend is.
Dit schilderij heb ik hier opgenomen omdat Andreas Schelfhout
een bekende Nederlandse schilder is en het in dit geval
ook nog eens een typisch ‘Nederlands’ tafereel betreft.
De term ‘Choppy’ staat voor ruw water.


Antonie Lodewijk Koster, 1859 – 1937, Peasants at work on a bulb field, oil on canvas.

Wederom een typisch Nederlands tafereel.
Ik ben benieuwd wat de overwegingen bij de selectie van de voorwerpen
precies geweest zijn.
Ik heb nog niet vaak bollenvelden gezien op schilderijen.
En dit schilderij is nog eens mooi ook.


A Sevres-style porcelain, blue ground, amorous tete-a-tete, late 19 th centrury.

De veiling omvat heel, heel veel serviesgoed.
Dit is zomaar een willekeurige selectie.
Naast serviezen zie je ook heel veel oude stoelen, klokken,
zilver (bestek en anders), glas, tafels, kasten enz.

Sevres-style porcelein is afkomstig van een fabriek in Frankrijk.
Hier betreft het een imitatie.
Een serviesje met afbeeldingen van verliefde stelletjes.


A silver miniature horse and carriage, possibly 18 th century.

Ik vond het een grappig gezicht.
Al krijg ik de indruk dat het kwalitatief niet zo hoogstaand is.
Maar de veiling heeft hele series miniaturen.
Leuk voor verzamelaars.


Al kreeg ik het cadeau. Sommige voorwerpen zijn werkelijk kitsch. A small Austrian bronze horseshoe shaped desk timepiece, circa 1880, Gebr. Robeck Wien.

Gebr. Robeck, Wien….. ik kom ze niet tegen op het internet.
Ik vermoed dat er niet heel diepgaand onderzoek is gedaan naar de voorwerpen.
Tenslotte is de opbrengst voor goede doelen
en ik denk dat men de kosten heeft willen beperken.


Barend Cornelis Koekkoek, The reapers, 1847, watercolour and brown and grey wash over pencil on paper.

Er zijn ten minste twee werken van Koekkoek aanwezig op de veiling.
De maaiers (met de zeis).


Charles Chaplin, niet de komisch acteur maar de Franse schilder, A lady with a guitar, 1825 – 1891, watercolour and chalk heihtened with white on paper.


Over kitsch gesproken: Charles Landelle, 1821 – 1908, A portrait of a gypsy woman, oil on canvas.

Charles Landelle staat bekend om zijn ‘portretten’ van vrouwen
in verleidelijke poses.


George Edward Horton, 1859 – 1950, The ministers house Rotterdam, watercolour on paper.

Horton is een redelijk bekende Engelse schilder die zowel in Engeland
als in Nederland regelmatig schilderde.
Jammer genoeg is het hier een waterverfschilderij.
Die worden over het algemeen lager gewaardeerd op veilingen.
Mooi werk.


Hendrik Savrij, 1823 – 1907, A peasant with cattle on a sunlit meadow, oil on canvas.


Hendrik Willem Mesdag, 1831 – 1915, A sailing vessel on ice flows, watercolour on paper.

Ook een waterverfschildering.
Deze keer van Mesdag.
Een schip maar vanuit een interessant perspectief.
Best een mooi werk alleen, en je kunt dit zien
bij meer werken, aan de randen verkleurd.
Waarschijnlijk is dit het gevolg van het feit
dat het werk in een lijst heeft gezeten.
Ik vraag me af of je dat nog kunt herstellen?


Gewoon grappig: Jan Bonket, A Dutch miniature baby walker, Amsterdam 1774.

Regelmatig stuitte ik op voorwerpen waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde.
Een zilveren baby rollator.
Jan Bonket is een bekende Nederlandse zilversmid
en gespecialiseerd in miniatuurvoorwerpen.
Werk van hem is te zien in het Rijksmuseum.


Johannes Anthonie Balthasar Stroebel, 1821 – 1905, The Petition, oil on canvas.

Stroebel is maker van een groot aantal Hollandse interieurs.
Mooi werk.


Mari Ten Kate, 1831 – 1910, A Javanese girl tending to her dog, oil on canvas.

Ik heb dit werk en het volgende speciaal gekozen omdat het me opviel
dat zo weinig werken van of over de kolonieen op de veiling te koop zijn.
Dat geldt zowel voor Indonesie maar zeker voor Suriname.
Naast deze twee werken hier en daar een meubelstuk.

Mari Ten Kate, 1831 – 1910, A Javanese household, watercolour and pencil heightened with white on paper.


Pair of Chinese Famille Rose porcelain, baluster vases with cover, Qing Dynasty, 19th century.


Pieter Alardus Haaxman, 1814 – 1887, Kenau Simonsdochter Hasselaer on the city walls of Haarlem, oil on canvas.

‘Vaderlandse geschiedenis’, ook dat is niet sterk vertegenwoordigd.

Dit is een van de uitzonderingen.

Wikipedia

Kenau Simonsdochter Hasselaer (1526-1588/1589) was een scheepsbouwer en houthandelaar die vooral bekend is geworden door haar felle verzet bij de verdediging van Haarlem tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Toen Kenau geboren werd, was haar vader, Simon Gerritszoon Brouwer, burgemeester van Haarlem. Haar zwager was Hadrianus Junius, de lijfarts van Willem van Oranje. Tijdens het ‘Beleg van Haarlem’ leverde ze scheepshout voor schepen die via het Haarlemmermeer in verbinding stonden met de Prins.

Volgens sommige ooggetuigenverslagen van Duitse huursoldaten vocht ze zelf actief mee tegen de Spanjaarden. Zo zou ze aan het hoofd staan van 300 vrouwen die met kokend water, brandend stro en gesmolten pek vanaf de stadsmuren de vijand van zich afhield. Hooft schijnt soortgelijke verhalen hierover gebaseerd te hebben op gesprekken met haar neef, Pieter Dirksz. Hasselaer. Volgens Hooft was ze niet bang om met spies, geweer en degen tegen de vijand te strijden. De vrouwen vochten volgens hem actief mee omdat ze wisten hoe de Spanjaarden waren omgegaan met de vrouwen in andere veroverde steden. Hierdoor is de mythe om haar persoon ontstaan. Volgens sommige historici is echter niet vast te stellen dat ze daadwerkelijk meevocht. In een in 1586 geschreven verzoekschrift aan de burgemeesters, schepenen en vroedschappen van Haarlem zinspeelde Kenau hier zelf niet op, hoewel ze wel aangaf dat ze als een goede patriot had meegeholpen aan de verdediging van de stad.


Salomon Leonardus Verveer, Figures in a Dutch fishing town, 1851, watercolour, chalk and wash, heightened with white on paper.


Dit is een detail van de linker bovenhoek van het werk van Salomon Verveer. Dat lijkt me niet echt de bedoeling.


Samual Klinkenberg, An oak figure of an uhu, circa 1920.