
Karel Appel, Kindje, Kerkje,Beestje, 1949.

Karel Appel, De Ruiter, 1957.

Karel Appel, Angry Landscape, 1967.

Karel Appel, Saarbrucken, 1978.

Karel Appel, Kindje, Kerkje,Beestje, 1949.

Karel Appel, De Ruiter, 1957.

Karel Appel, Angry Landscape, 1967.

Karel Appel, Saarbrucken, 1978.
Afgelopen week is in London op een veiling van Sotheby
een foto verkocht voor het onwaarschijnlijk hoge bedrag
van 2.928.000 Dollar.
Hieronder de informatie over de veiling van de Sotheby web site.

Dit is de tweede keer in korte tijd dat er voor een foto
meer dan 1 miljoen is betaald op een veiling.
In 1981 was het record 71.500 $ voor een foto van Ansel Adam.
Nu dus bijna drie miljoen Dollar.
De fotografie wordt een volwassen verzamelkunst.
En de foto ?
Wel het gaat om de volgende afbeelding van het opkomende zonlicht
boven een meertje in de Verenigde Staten.
De foto is gemaakt in 1904.

Toen ik bezig was met het filmpje over Leger,
kwam ik ook zijn werk La Grande Parade tegen.
De naam kwam me bekend voor al kon ik het niet meteen plaatsen.
Nu inmiddels wel.
Van 15/12/1984 tot 15/04/1985 werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam een tentoonstelling gehouden met diezelfde titel.
De tentoonstelling gaf een overzicht van de schilderkunst sinds 1940.
Samenstellers van de tentoonstelling waren Edy de Wild, Hendrik Driessen, Alexander van Grevenstein en Karel Schampers.
De tentoonstelling was toen een groot succes.
Ik heb de catalogus nog:

Het boek is nu nog een genot om door te bladeren.
Al dat moois !
Twee van mijn favourieten zijn de volgende:
Innenraum van Anselm Kiefer.
Vieil homme au chapeau assis, Pablo Picasso.
Een filmpje over Leger.
Ook dit jaar plannen we weer een weekend met kenissen in Sluis
om onze creativiteit bot te vieren.
Ik ben al druk op zoek naar inspiratiebronnen.
Een ervan is Fernand Leger.
Hier volgt zijn biografie:
Joseph Fernand Henri Lxc3xa9ger werd als zoon van de veeboer Henri-Armand
en zijn vrouw Marie-Adxc3xa8le Daunou geboren op 4 februari 1881 te Argentan (Normandixc3xab).
In 1897 na de dood van zijn vader werd hij leerling bij een architect in Caen.
In 1900 ging hij naar Parijs waar hij bij een architect werkte als bouwkundig tekenaar.
Hij bracht zijn militaire dienst door in Versailles
en bezocht daarna in 1903 d’xc3x89cole Des arts Dxc3xa9coratifs.
Deze hogeschool voor toegepaste kunst moest hij wegens geldgebrek snel verlaten
waarna hij s’avonds d’xc3x89cole Des Beaux-Arts’ en de Acadxc3xa9mie Julian in Parijs bezocht.
In 1907 sloot hij vriendschap met Robert Delaunay
en in 1908 verhuisde hij naar de kunstenaarskolonie zone bij La Ruche,
een verzamelpunt van artiesten waar Lxc3xa9ger o.a. Alexander Archipenko,
Marc Chagall, Henri Laurens, Jacques Lipchitz en Guillaume Apollinaire ontmoette.
In 1910 ontmoette hij Albert Gleizes en stelde zijn werken tentoon
op de Salon Des Indxc3xa9pendants.
Vanaf 1-10 exposeert hij ook zijn werken bij de kunsthandelaar Daniel Henry Kahnweiler,
die ook Picasso en Braque vertegenwoordigt.
Beinvloed door Cezanne, Neo Impressionisme en het Kubisme van Picasso en Braque
nam hij deel aan de tentoonstelling
van de kubisten in de ‘Salon Des Indxc3xa9pendants’ van 1911.
Ook nam hij deel aan de bijeenkomsten bij de gebroeders Duchamp
in Puteaux en de Section D’or in 1911 en 1912.
Op 2 augustus 1914 werd hij wegens de oorlogsdreiging gemobiliseerd.
Tijdens de eerste wereldoorlog was hij ingedeeld bij de genie.
Hierbij ontdekte hij volgens zijn eigen zeggen het Franse volk.
Na een gasaanval bij Verdun werd hij in 1916 afgekeurd
en hervatte hij zijn schilderwerk.
Door zijn ervaringen tijdens de oorlog ontdekt hij het hoofdmotief
van zijn schilderkunst: het technologische aangezicht van de 20ste eeuw,
hij crexc3xabert een reeks schilderijen over een verstilde, gemechaniseerde wereld
die uitsluitend door arbeiders bevolkt wordt.
Door de buisvormige aanblik van zijn gigantische figuren noemt een kunstcriticus in 1917
zijn kubistische werken spottend Tubisme.
Evenals Braque en Picasso maakte Lxc3xa9ger kostums en decors.
In 1921 en 1922 maakte hij ze voor ‘Skating Ring’ en ‘La Crxc3xa9ation du monde’
van het Ballets Suxc3xa9dois van Rolf de Marxc3xa9.
In deze perode sloot Lxc3xa9ger vriendschap met De Stijl-schilders Theo van Doesburg
en Piet Mondriaan.
Zijn vriendschap met de architect Le Corbusier inspireert hem ertoe zijn werk uit te breiden
tot monumentale muurschilderingen, mozaieken en gebrandschilderde ramen.
In deze zogenaamde Monumentale Periode beeldt hij monsterlijke, stereotypische figuren
met zwaar omlijnde ledematen uit.
In 1924 maakte hij samen met Man Ray, Dudly Murphy en Georges Antheil de film:
‘Le Ballet Mxc3xa9canique’ en ging daarna langzaam over tot het figuratieve,
waarbij vooral de eenvoudige vorm en de heldere kleur opvallen.
Hij werkte diverse keren samen met Robert Delaunay aan muurschilderingen.
Vanaf 1927 worden zijn werken steeds realistischer.
In 1931 bezocht Lxc3xa9ger voor het eerst de Verenigde Staten.
In 1932 doceerd Fernand Lxc3xa9ger aan de Academie de La Grande Chaumiere in Parijs.
Samen met Le Corbusier bezocht hij in 1935 voor de tweede keer de V.S.
Werken van Lxc3xa9ger werden tentoongesteld in het Museum of Modern Art te New York
en in het Art Instituut te Chicago.
Tijdens de 2e Wereldoorlog verbleef hij vanaf november 1940 in de V.S.,
waar hij les gaf en veel reisde.
In New York ontmoette hij een aantal goede bekenden, n.l. Zadkine, Chagall,
Mondriaan en Ozenfant.
In december 1945 keerde hij terug naar Parijs.
In 1950 betrok hij in Biot een atelier om keramiek te maken,
maar verhuisde in 1952 naar Gif-sur-Yvette.
In hetzelfde jaar maakte hij een wandschildering in het gebouw
van de Verenigde Naties in New York.
Op 17 augustus 1955 overleed hij te Gif-sur-Yvette (oise).
In de plaats Biot werd op 24 februari 1957 de eerste steen gelegd
voor het Musxc3xa9e Fernand Lxc3xa9ger.
De opening was in 1960 en in 1967 werd het een Nationaal Museum.
Ondanks zijn nauwe verwantschap met het Kubisme
richtte Lxc3xa9ger zich niet zozeer op de analytische defragmentatie van het beeldvlak,
maar eerder op de ontvouwing van de Kunst in uitbundige, pure Kleuren en ritmes,
zoals in zijn werk Vormcontrasten.
Gisteren, 18 december, zijn we op de kerstborrel geweestbij kunstenares Marianne Naerebout.Die heeft een erg mooi atelier in de Haagse Beemden.Ze was/is een van de kunstenaars die een werk heeft aangeleverdvoor Proeven van Kunst.
Ik vond de kleuren op de ezels zo mooi.Naast schilderwerk maakt ze ook mozaieken en ‘beelden’waarin verf wordt afgewisseld met glas en keramiek.Hier een voorbeeld van hoe het proces verloopt:
Een schilderstuk (een beetje bewogen foto helaas).
Ook de inrichting van het kantoor had wel iets.Kijk eens naar deze prachtige tafel.Een bezoek aan het atelier is de moeite waard !
George Catlin 1796-1872.Deze Amerikaan was advocaat en had zich zelf getraind in schilderen.Hij was met name gexc3xafnteresseerd in Indianen(‘Native Americans’ zoals je dat politiek correct dient te noemen).In 1830 ontmoette hij Generaal William Clark.Clark was in 1804 samen met Meriwether Lewisde leider van een beroemde expeditie.Clark werd zijn mentor en tussen 1830 en 1836maakte Catlin 5 tochten waarbij zo’n 50 stammen werden bezocht.In 1838 had hij zo’n 500 schilderijen en voorwerpen verzameld.Er worden vragen gezet bij een aantal van zijn beschrijvingen(te sensationeel) en bij de schilderijen (accuraat ?).De schilderijen hebben een naive stijl maar ik vind ze prachtig.De eerlijkheid gebied te zeggen dat de man ook geen wetenschapper wasdie in een laboratorium aan het werk was.Niet iedereen zal ook even blij zijn geweestmet zijn steeds kritischer houding ten opzichte van de overheidmet betrekking tot het Indianenbeleid.Zoals in die tijd gebruikelijk was ging Catlin met zijn verzameling op tournee.Deed ook Europa aan.Het werd echter steeds meer een kermisen de financiele situatie van Catlin werd er niet beter op.Hij werd gedwongen zijn verzameling te verkopen in 1852.In 1879 kon het Smithsonion Institute de verzameling kopen.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Zaterdag de tentoonstelling Charlie Chaplin bezocht in de kunsthal in Rotterdam.

Een mooie verzameling foto’s, filmfragmenten, knipselboeken, fragmenten van home video en de Oscar van Chaplin.
De moeite waard, voor volwassenen en kinderen.
De foto’s tonen de ontwikkeling van een ruw tiepetje naar de artiest van wereldformaat: de eerste megaster.

Heel erg leuk en toepasselijk is de filmmachine.
Er wordt een korte opname van je gemaakt met een web cam.
40 Beeldjes worden geprint die je uit kunt knippen en om kunt zetten in een boekje.
Er snel door bladeren geeft je het gevoel naar een bewegend beeld te kijken.
Bolhoeden, wandelstokken en snoren, zelfs Charlie-maskers zijn beschikbaar.

Wil je meer weten van de filmmachine ? 
Het boek bij de tentoonstelling is een prachtig fotoboek.
Ik heb het nog niet uit maar het is werkelijk heel mooi uitgevoerd.
Je denkt toch wel iets te weten van Chaplin maar de tentoonstelling heeft een aantal verrassingen.
De schilder Manet is eens aan een groot schilderij begonnen.
Na verloop van tijd was hij toch niet tevreden over de compositie.
Het schilderij werd in 1878 twee gedeeld.
Ieder schilderij is toen een eigen leven gaan leiden: Corner of a cafxc3xa9-concert (National Gallery) en als Au cafxc3xa9 (Oskar Reinhart Collection “Am Rxc3xb6merholz”).
Nu worden ze in Zwitserland bij elkaar gebracht voor een tenrtoonstelling.

Een reconstructie.
Bron: The Art Newspaper.com
Nederland krijgt een belangrijke tentoonstelling met tekeningen van Michelangelo Buonarotti. Van Wie ?

van de schilder van het plafond van de Sixtijnse Kapel.

van de beeldhouwer van de Pixc3xabta.

Van hem dus, zal in samenwerking met twee andere musea, en grote verzameling tekeningen te zien zijn vanaf 6 oktober 2005 in het Teylers museum in Haarlem.
Op het web vond ik de volgende site.
De site is opgezet door een paar leerkrachten die voorbeelden voor het kunstonderwijs verzamelden.
Ook de pagina’s met links in interessant.
Helaas denk ik dat de site niet zo vaak wordt bijgewerkt (laatste maal mei 2005).
Klik op de volgende afbeelding (Picasso’s versie van Manet’s ‘Le Dxc3xa9jeuner sur l’Herbe’.
Grafic novels zijn in !
Dat er zowat een nieuw stripgenre onstaat is toe te juichen.
Zo ook Kraut van Peter Pontiac.
Hij noemt het boek zelf een biografiek, een biografisch werk in grafische vorm.

Het boek is een brief aan zijn vader.
In die brief probeert de zoon op basis van het beperkte materiaal
dat tot zijn beschikking staat,
het leven van zijn vader te reconstrueren.
Vader was fout in de oorlog.
Dat het de verkeerde kant op ging was al veel eerder te zien
en ook na de oorlog was dat verleden steeds bij hen.
De vader verdwijnt uiteindelijk.
Waar, waarom, hoe ?
Dat staat centraal in het boek.
Genoeg stof dus voor een roman.
Maar dit keer is het een striptekenaar die het verhaal vertelt.
Hij heeft meegewerkt aan Nederlandse verschijningen van het werk
van Will Eisner en Art Spiegelman.
Peter Pontiac is daar door beinvloed maar geeft er in dit boek een eigen invulling aan.
Dat is dapper en valt te prijzen.
Het is naar mijn mening ook een geslaagde poging.
Toch een paar kanttekeningen:
– het boek is slecht ingebonden.
– de tekst is handgeschreven, dat maakt het moeilijker om te lezen.
– de bronnen (delen van verhalen, kindertekeningen, brieven, landkaart, proces verbaal, tijdschriften, enz) worden in het verhaal opgenomen, getekend en vaak handgeschreven.
Dat is knap maar vaak bevordert het de leesbaarheid niet.
– het opnemen van die bronnen leidt er toe dat veel informatie dubbel vermeld staat.
– de verschillende tekenstijlen maken de pagina’s druk, soms onduidelijk.
Illustratie van hoe druk een pagina kan worden: verschillende lay outs, schrijf- en tekenstijl.
Maar het eindoordeel is zonder meer positief. Een aanrader !



STOCKHOLM, SWEDEN
The most valuable of the three paintings that were stolen at an armed robbery at Nationalmuseum 22 December 2000 has been recovered in Copenhagen, one week before the opening of Nationalmuseum’s exhibition The Dutch Golden Age. Rembrandt, Frans Hals and their contemporaries.
On Rembrandt and the stolen Rembrandt painting (excerpt from the catalogue raisonnxc3xa9 Dutch and Flemish paintings II, Nationalmuseum 2005).
TECHNICAL NOTES:
Cleaning of the painting in 1991 revealed significant damage in the upper left and lower right corners.
The signature is in the damaged upper left corner and is therefore difficult to read.
It is possible to make out the letter R and the figures 163, possibly followed by a zero.
The support is a copper plate covered with a layer of white lead, subsequently entirely overlaid with gold leaf.
This portrait, purchased for the Nationalmuseum in conjunction with the Rembrandt exhibition of 1956, can be traced back to a number of auctions in Holland and to private collections in Paris.
When it was first sold in Rotterdam, it changed hands for thirty-five florins.
It was later acquired by the wealthy art collector Count Duchatel of Paris and by the painter, art writer and Ingres pupil Henri Delaborde, who became director of the Cabinet des Estampes at the Bibliothxc3xa8que Nationale.
It was in the home of Delaborde’s widow that Abraham Bredius saw the painting, which he subsequently borrowed for an exhibition in The Hague in 1903.
The portrait depicts the artist as a serious, rather gloomy young man.
He is portrayed against a greyish brown background, wearing a dark brown coat, under which we glimpse a dark red jacket, with a pleated white, Renaissance-style collar round his neck.
On his head he wears a black beret.
His face is modelled with fine, careful brush strokes.
The young man’s gaze is searching and concentrated.
Five paintings on copper by Rembrandt are known, and three of them have a gold-leaf ground: apart from the Stockholm painting, they are an Old Woman at Prayer in Salzburg and The Laughing Soldier in The Hague.
These works are similar in size and are dated to the same period.
According to Froentjes, they are probably by one and the same hand.
In earlier literature (Bode, Hofstede de Groot, Bredius, Gerson and others), this portrait was described as a work of Rembrandt.
The RRP, however, catalogued it in group B (i.e. works that cannot be regarded with certainty as executed by the master), on the basis that the technique of careful, precise brushwork was untypical of Rembrandt and the gold ground was so unusual.
In addition, the extensive retouching was seen as an obstacle to a confident assessment of the work.
After the painting had been cleaned in the Nationalmuseum’s conservation studio in readiness for the 1992 exhibition, it was easy to see the considerable similarities in terms of lighting, expression and character between this work and other early self-portraits.
In conjunction with the exhibition, moreover, the portrait was accepted as authentic by Ernst van de Weteringen and the RRP group.
The upshot of our joint discussion was that the Stockholm portrait, with its small format and special ground, required more detailed brushwork than the larger portraits on panel and canvas.
Rembrandt was presumably not averse at this time to experimenting with different techniques. Some scholars have pointed out that the execution of this small portrait is reminiscent of an etching or copperplate engraving.
During this period, Rembrandt was working on a number of self-portraits in these techniques, and therefore quite naturally had copper plate to hand.
His reason for using a gold leaf overlay could have been to give greater radiance to the colours.
The catalogue for the exhibition of Rembrandt’s self-portraits in London and The Hague in 1999 observes that the marked difference in style between the three small paintings on copper plate may perhaps have been intentional on the part of the artist.
In his didactic poem Den grondt der edel vry schilder-const (1604), the art theorist Karel van Mander (1548-1606) distinguished between “smooth” and “coarse” painting as two different techniques.
The three paintings demonstrate not only that Rembrandt had mastered both methods, but also that he was able to combine the two.
It is entirely possible, say the catalogue’s authors, that the three pieces were used in the workshop as examples for his pupils, who were thus able to acquaint themselves not only with three different techniques, but also with three different types of tronie: the old woman, the soldier and the youth.
Bron: ArtDaily
Om eerlijk te zijn weet ik niet goed wat ik me hier nij moet voorstellen.
Volgende week maar eens gaan kijken.


Ter gelegenheid van Breda Photo is in een oude fabriekshal
van metaalbedrijf Backer & Rueb een fototentoonstelling.
14 Foto’s van industriele gebouwen uit Engeland en Belgie worden vergroot tentoongesteld.
Dat levert het volgende beeld op:




Deze laatste vind ik e mooiste foto.
Meest dramatisch, mooiste van opbouw.
Maar het zijn niet alleen de foto’s die mooi zijn, ook het gebouw
leent zich uitstekend voor dit doel:



De uitslag is daar.
Erg verrassend voor mij is dat het schilderij ‘The Fighting Temeraire tugged to her Last Berth to be broken up, 1838’ van J.M.W Turner heeft gewonnen.
Maar wel leuk is te lezen waarom.
Eerst maar eens de eindstand:
1 – ‘The Fighting Temeraire tugged to her Last Berth to be broken up, 1838’ – J.M.W Turner (31.892)

2 – ‘The Hay Wain’ – John Constable (21.711)
3 – ‘A Bar at the Folies-Bergxc3xa9re’ – Edouard Manet (13.280)
4 – ‘The Arnolfini Portrait’ – Jan Van Eyck (11.298)
5 – ‘Mrs and Mrs Clark and Percy’ – David Hockney (8.890)
6 – ‘Sunflowers’ – Vincent Van Gogh (8.603)
7 – ‘Revd Robert Walker Skating on Duddingston Loch’ – Sir Henry Raeburn (8.189)
8 – ‘The Last of England’ – Ford Madox Brown (5.283)
9 – ‘The Baptism of Christ’ – Piero della Francesca (5.028)
10 – ‘The Rake’s Progress’ – William Hogarth (3.999)
Als je de stemmen bij elkaar telt blijken er 118.173 mensen gestemd te hebben. Dat is een prachtige score !
Het schilderij ‘The Fighting Temeraire tugged to her Last Berth to be broken up, 1838’ is geschilderd in 1839.
Het schip de Temeraire was een van de schepen die deel uitmaakte van de vloot die onder leiding van Nelson de veldslag bij Travelgar won.
Daar werden de Fransen op zo’n manier verslagen dat ze daarna als tegenstander op zee niets meer voorstelde.
Na de slag raakte het schip langzaam buiten gebruik en werd op een gegeven moment over de Thames versleept naar Rotherhithe.
Het schip zou gesloopt worden.
Tijdgenoten van Turner bemerkte dat niet.
Turner wel en schilderde het schip tegen een ondergaande zon, terwijl het door een stoomschip werd getrokken.
Een prachtig beeld van nationale trots en vergane glorie !
Kunst in metro-stations, daar hangt een zekere geheimzinnigheid omheen.
De metro in Moskou heet mooi te zijn.
Ben er onlangs nog geweest maar die Stalin propaganda kunst is aan mij niet besteed.
Maar kijk eens op de volgende site van de Metro in Teheran
Je ziet daar onder andere de volgende afbeeldingen:
Compound Sketches door Farhad Arabi.
Fish and Waves door Alireza Esfahani Zadeh.