Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




De Vlucht

Vanochtend liep ik vanuit het centrum in Breda
door het Valkenberg naar het station.
Tegenwoordig staat het beeld “De Vlucht” in dit park.
Vroeger stond het een beetje weggedrukt op een verwaarloosde
parkeerplaats voor het politiebureau aan de Markendaalseweg.
Een mooie plaats nu, waar het normaal gesproken erg druk is.
Vanochtend was het rustig en tussen de regenbuien door
maakte ik de volgende twee foto’s.
Het beeld verwijst naar de vlucht die veel Bredanaars meemaakten
in mei 1940. Men ging op de vlucht voor de Duitse bezetter.
Het is een prachtig beeld.
Eenvoudig, goed getroffen, toont het de angst in deze verwarrende tijden.
















Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.





Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.

Kunstvaria

Deze keer een behoorlijke Nederlandse inbreng,
maar het heet niet voor niets kunstvaria.
Uit alle windstreken zijn in deze verzameling weer werken te zien.





Anton Corbijn, David Bowie, Chicago, 1980.






Cornelis Cornelisz van Haarlem, Triptiek van de kruisiging, circa 1600.






Jeannette Klute, Grape leaves.


Deze Amerikaanse fotograaf is een pionier op het gebied
van kleurenfotografie.
De foto concentreert zich hier op de druiven en het blad
terwijl de achtergrond vervaagd.
Dit is een van de kenmerken van haar werk.
Ze is geboren in 1918.





Joan Mirxc3xb3, The diamond smiles at twilight, 1947 – 1948.






Marcel aan Eeden, The Zurich trial, part 1, Witness for the prosecution, 2008 – 2009.






Margarita Cabrera, Vocho (Yellow), 2004.






Master B. F., Adoration of the Magi, Gradual in Latin, Italy, Milan, circa 1500.


Als van een miniatuur niet onomstreden vaststaat wie de maker is
wordt er een schuilnaam toegewezen.
Vaak verwijst de schuilnaam naar het belangrijkste werk
of naar een bekende collectie waar werken deel van uit maken.
In dit geval gaat het om miniaturen die wel ondertekend zijn.
De initialen B en F staan onder het werk.
Vermoed wordt (aldus aswers.com) dat het hier gaat
om de Milaneese ambachtsman Francesco Binasco.
Hij lijkt een volgeling van Leonardo da Vinci en staat bekend
als illustrator aan het hof van Francesco Maria Sforza, hertog van Milaan.
Binasco staat ook te boek als goudsmid en graveur en werkte
in 1513 in dienst van Massimiliano Sforza.





Per Kirkeby, The siege of Constantinople, 1995.






Peter Paul Rubens, Allegory of war, circa 1628.






Seated figure, Tada, late 13th-14th century CE.


Beeld uit Lagos, gemaakt met de verloren was techniek.
Ik vind de datering onwaarschijnlijk maar de datering
is van het Metropolitan Museum of Art.





Hoofd van Boeddha, Chinees, Yuan, 14e eeuw.






Yan Pei-Ming, Portrait de Giacometti, 2007.





Alan Bean, astronaut en kunstenaar

Wikipedia over Alan Bean:

Alan LaVern Bean (Wheeler (Texas), 15 maart 1932) is een voormalig Amerikaanse astronaut en de vierde man die op de maan liep.
Bean werd geboren in Wheeler in Texas en opgeleid tot luchtvaartkundige aan de Universiteit van Texas. Hij diende 4 jaar als gevechtspiloot en werd vervolgens testpiloot bij de Amerikaanse marine.
De National Aeronautics and Space Administration selecteerde hem in 1963 en verkoos hem tot piloot van de maanlander voor de reis van Apollo 12. Op 19 november 1969 landde de maanlander van de Apollo 12 op Mare Cognitum, een gebied dat eerder was bezocht door de onbemande robots Loenik 5, Ranger 7 en Surveyor 3. Een half uur na Charles Conrad betrad Bean de maan. Tijdens deze expeditie werden de resten van Surveyor 3 meegenomen om op aarde te bestuderen. Op de maan werd, behalve het eerste maanwagentje en een paar verloren filmrolletjes, ook de vlag van Beans middelbare school achtergelaten.
Na zijn maanavontuur was de belangrijkste opdracht van Bean het commando van Skylab 3 in 1973.
Na zijn pensioen in 1981 ging hij schilderen, vooral mannetjes op de maan. Bean verwerkt echt maanstof en maansteentjes in zijn oeuvre.

Wat in het verhaal van Wikipedia natuurlijk niet staat,
is dat ik hem een keer ontmoet heb.
In de software industrie is het de gewoonte, jaarlijks,
een evenement te organiseren voor het verkooponderdeel van de organisatie.
Bij Amerikaanse ondernemingen gaat dat dan gepaard
met het uitreiken van awards en het houden van pep talks.
Een van de keren dat ik hiervoor in Amerika was,
hield Alan Bean de speech die iedereen weer op het juiste pad
moest zetten voor het volgende jaar.
En wie is daartoe beter in staat als een voormalige astronaut?
Zo heb ik hem ontmoet en heb zijn handtekening gekregen.



Alan Bean, Dave Scott: hammer and feather, 1986.

Dit was een experiment om te bewijzen dat in gewichtsloosheid
alle voorwerpen met gelijke snelheid vallen:
ook een zware hamer en een lichte veer.



Alan Bean, First Men – Buzz Aldrin, 2007.

Waarschijnlijk is het voor de kleine groep mannen,
die getraind werden om de Apollo-vluchten uit te voeren,
altijd moeilijk te verwerken dat zij niet de eerste waren op de maan.
Buzz Aldrin was wel een van hen.



Alan Bean, Headed to the last parking lot, 1982.

Onderweg naar de laatste parkeerplaats


Alan Bean, Is anyone out there, 2006.



Alan Bean, Mountains on the moon, 1993.



Alan Bean, Planting our colors on Apollo 11, 2007.



Alan Bean, Storing rock samples, 1984.



Alan Bean, handtekening, detail van Planting our colors on Apollo 11.


 

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.

Kunstvaria

Een heel mooie serie kunst en cultuur.
Met in de hoofdrol, onder andere, een reeks afbeeldingen
uit manuscripten.





Ansel Adams, Merced River, Cliffs of cathedral rocks, autumn, 1939.


Portfolio III, Yosemite Valley.
Leuk dat op de dag van de Nationale feestdag van de Verenigde Staten
een Amerikaan het spits mag afbijten.





Ernie en Bert, 2007.


Okay, geen kunst, maar wel cultuur.
En leuk!





Claude Monet, Route de Giverny en hiver, 1885.






Cy Twombly, By the Ionian Sea, Naples, 1988.






Danny Rolph, Gladstone, 2009.


Deze afbeelding heb ik opgenomen in deze serie omdat je
deze vorm van kunst: grote beschilderde muren, steeds vaker ziet.





Edward Hopper, Rooms by the sea, 1951.


Een van de mooiste werken die ik in lange tijd heb gezien.
Het is geen abstract werk maar als je ogen een beetje sluit
en je kijkt door je oogharen dan lijkt het wel een abstract schilderij.





Francisco de Zurbarxc3xa1n, Virgin of the misericordia, 1634.






Francisco Josxc3xa9 de Goya y Lucientes, An equestrian portrait of Manuel Godoy, duque de La Alcudia, 1794.






Franco dei Russi, initial: E, David lifting up his soul to God, Italy, Ferrara, 1455 – 1463.


In de hoofdletter E is Koning David te zien die zijn
ziel verheft naar God. Italiaans.


Master of the Dresden prayer book, David and Goliath, Bruges, 1480 – 1485.


De maker is onbekend van deze schildering.
Daarom worden werken van deze maker aangeduid
met ‘Meester van het gebedenboek van Dresden’,
het bekendste werk van deze Middeleeuwse kunstenaar.
De voorstelling geeft de kleine David en enorm sterke Goliath weer.
Het boek is waarschijnlijk in Brugge in Belgie gemaakt.


Master of the Ingeborg psalter, Initial: D, David pointing to his mouth, French, 1205.


De meester van het psalmenboek van Ingeborg.
In de hoofdletter D is koning David te zien die naar zijn mond wijst.
Koning David werd in de Middeleeuwen gezien als de schrijver
van de Bijbelse psalmen.
Hier wordt hij in verband gebracht met de tekst:
Psalm 38: ‘Ik had mij voorgehouden:
Ik moet mij beheersen en mijn tong voor zonde behoeden.’


Unknown, David bringing the Ark of the covenant to Jerusalem, 15th Century.


Onbekende maker,
De afbeelding toont Koning David die de Ark van het verbond
naar Jeruzalem brengt, 15e eeuw.


Unknown, Initial: D, A monk with his finger to his lips, Italian, 1420.


Onbekende, Italiaanse maker.
In de hoofdletter D is een monnik te zien die zijn vinger
naar zijn mond brengt. In overpeinzing.


Detail met draak in de letter D.



Detail met een haas bij het bos..






Frank Buchser, Kleines Mxc3xa4dchen vor einer steintreppe in Segni, 1874.






Henri Matisse, Odalisque with a Turkish chair, 1927 – 1928.






Joaquxc3xadn Sorolla, Nixc3xb1a entrando en el baxc3xb1o.


Nog maar kort geleden voor het eerst te zien
in de kunstvaria.





Larry Rivers, Dutch Masters I, 1963.






Lucio Fontana, Concetto spaziale, natura, 1959 – 1960.


Ik heb heel wat werken van Fontana gezien.
Heel vaak zijn het witte doeken.
Dit prachtige rood geeft een schitterend effect.





Lxc3xa1szlxc3xb3 Moholy-Nagy, Composition A19, 1927.






Martin Schongauer, Saint Anthony tormented by demons, circa 1470 – 1475.


De heilige Antonius wordt gekweld door duivels.
Dit werk diende als inspiratie en voorbeeld
voor de 12/13 jarige Michelangelo om het volgende schilderij te maken.


Michelangelo, The torment of Saint Anthony, circa 1487 – 1488.



Michelangelo, detail.






Oscar Kokoschka, London, Chelsea reach, 1957.


A view from Lindsay House looking towards Battersea.





Robert Sperry, Shell, 1974.


Makers van aardewerk zien we niet vaak bij Kunstvaria.





Whistler, Weary, 1863.


Weary = vermoeid.




Jan van Scorel: gemiste kans

Afgelopen week was er weer een uitslag van een onderzoek
met betrekking tot het openbaar vervoer te horen:
de reizigers zijn steeds meer tevreden.
Toch gaan de mensen niet uit de auto.
Ik ben afgelopen zaterdag naar Utrecht geweest.
Niet met de auto maar met het openbaar vervoer: de bus.
Van Breda kun je naar Utrecht in ruim 1 uur.
Van station naar station met de Brabantliner.


Twee dagkaarten ?


Eerlijk is eerlijk, het is niet duur. 6 Euro.
Daar kun je niet voor parkeren met je auto in Utrecht.
Alleen dat ik twee (?) dagkaarten moet kopen
om naar Utrecht en daarna weer naar Breda te gaan,
de logica ontgaat me.


Plaats voor je benen.


Nog al zo’n bevinding van het onderzoek:
je hebt zoveel ruimte voor je benen.
Ik ben gemiddeld van lengte dus daar kan het niet aan liggen
maar veel beenruimte heb ik niet gezien.
Die onderzoeken worden waarschijnlijk gehouden onder mensen
die alleen maar met de trein of bus reizen
en die nooit, maar dan ook nooit in een auto zitten.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben voor meer gebruik
van het openbaar vervoer.
Maar dan moet het wel beter zijn dan nu.
Interview de volgende keer eens automobilisten
die je gevraagd hebt met de trein of bus te reizen.
Kijk dan eens naar de uitslag.
Kun je misschien ook uitleggen waarom de bus 20 minuten te laat
in Utrecht aankwam. Op een zaterdag!
En ik had sterk de indruk dat het nog veel langer had geduurd als
de reizigers de chauffeur niet de weg hadden gewezen.


De Dom in Utrecht.


Gracht in Utrecht.


Admiraal Willem Joseph van Gendt.

Wikipedia:
Willem Joseph baron van Ghent tot Drakenburgh (Slot Gendt, 16 mei 1626 – Slag bij Solebay, 7 juni 1672) was een Nederlands admiraal uit de 17e eeuw. Zijn achternaam wordt ook gegeven als Gendt of Gent.

 




Kruisgang Domkerk.


Helaas is er van de tentoonstelling Scorels Roem geen catalogus.
Alleen een klein boekje met de teksten die je normaal tegen de muur
zou verwachten. Geen afbeeldingen.
Heel jammer.

Scorel’s Roem, geen catalogus.


Jan van Scorel, Portret van Agatha van Schoonhoven, 1529.

Meer plaatjes dan je op het internet al kunt vinden
kan ik dus helaas niet bieden.

Tentoonstellingsboekje bij:
Scorels Roem.
Hoe een Utrechtse schilder de Renaissance naar het Noorden bracht.

Scorel werd in 1528 benoemd tot kanunnik van het kapittel van Sint Marie. Hoewel het hem als geestelijke verboden was te trouwen, leefde hij samen met een vrouw. Zijn geliefde was Agatha van Schoonhoven. Zij woonden samen in een apart huis binnen het immuniteitsgebied van de kerk en kregen zes kinderen. Scorel portretteerde haar in 1529, toen hij zelf 34 was. Van Agatha zijn geen geboorte- en sterfdata bekend.

 


12 leden van het Jeruzalemsgenootschap, rond 1528.


Detail, zelfportret van Van Scorel.


Jan van Scorel, De doop van Christus in de Jordaan, circa 1530.


Jan van Scorel, Drieluik: Vinding van het Ware Kruis, 1542.

Dit schilderij hangt normaal gesproken in de Grote of
Onze Lieve Vrouwe Kerk in Breda. In de Prinsenkapel.


Jan van Scorel, Maria Magdalena, 1530.


Jan van Scorel, Portret van een man, 1529.

Het verhaal bij dit schildeij is dat de man erg serious naar de toeschouwer kijkt.
De ondertekening geeft aan dat hij in dat stadium nog lachtte.
Waarschijnlijk is dat ‘gecorrigeerd’ door de onbekende opdrachtgever zelf.


Toegangskaart Centraal Museum.


 

Petrus van Schendel

Inmiddels is er een schilderij gevonden
dat in Amsterdam bij Christie’s is geveild in 1989.
Dat schilderij vertoont gelijkenissen met het schilderij
waarover ik eerder een bericht schreef.
Ik heb er ook een afbeelding van alleen is die zwart/wit.





Petrus van Schendel, Slapend dienstmeisje.



Zoals te zien gaat het hier ook om een dienstmeisje dat in slaap is gevallen.
De houding is bijna hetzelfde.
Haar hoofd rust op haar linkerhand die op zijn beurt
ligt op haar rechterarm.
Haar rechterarm steunt op een opgevouwen kussen.
Ze draagt een hoofddoek die ze ook om haar hals heeft geslagen.
Ze ligt naast een opengeslagen boek.
De kaars staat voor haar zodat het licht vrij kan schijnen op het boek.
Rechts is het einde van het tafelblad zichtbaar.
De tafel is wel anders. Hier lopen de naden
tussen de planken die het tafelblad vormen,
naar de toeschouwer toe.
Dat is op het eerdere schilderij niet het geval.

De omgeving is anders:
geen dood gevogelte maar een kom op de voorgrond.
Verder is een kan en wat groente te zien (links).
Zeker voor een vegetarische opdrachtgeven ?

Dit paneel is 30,5 x 36,5 cm.
Dit schilderij is geveild op 31 oktober 1989 en is gekocht
voor 26.000 gulden (lot 319).
Verder is dit paneel gesigneerd.





Misschien ook van Petrus van Schendel.




Kunstvaria

Ik begin stiekum weer achter te lopen met de Kunstvaria.
Drukke tijden zullen we maar zeggen.
Bewogen tijden mag je ook zeggen.

Deze reeks berichten maak ik vooral om kunstwerken te tonen.
Onlangs vond ik de volgende tekst en die is erg van toepassing.
Het is een soort motto voor de Kunstvaria reeks:

Throughout his career, Balthus rejected the usual conventions of the art world. He insisted that his paintings should be seen and not read about, and he resisted any attempts made to build a biographical profile. A telegram send to the Tate Gallery as it prepared for its 1968 retrospective of his works read:
“NO BIOGRAPHICAL DETAILS.
BEGIN: BALTHUS IS A PAINTER OF WHOM NOTHING IS KNOWN.
NOW LET US LOOK AT THE PICTURES. REGARDS. B.”



De bron van het citaat is mij niet helemaal duidelijk, vertaald:

Gedurende zijn cariierre wees Balthus de conventies van de kunstwereld af.
Hij stond erop dat zijn schilderijen zouden worden bekeken
en niet dat er over gelezen zou worden.
Hij was er dan ook op tegen dat er een biografisch profiel van hem werd gemaakt.
Toen de Tate Gallery zich aan het voorbereiden was voor de retrospective
van zijn werk in 1968 en hem om bibliografische gegevens vroeg,
stuurde hij een telegram met de volgende tekst:

GEEN BIBLIOGRAFISCHE GEGEVENS.
BALTHUS IS EEN SCHILDER VAN WIE NIETS BEKEND IS
DUS LATEN WE NAAR DE SCHILDERIJEN KIJKEN


Met vriendelijke groeten, B.





A battle scene, book of the Maccabees, Universiteitsbibliotheek Leiden, Codex Perizoni, circa 850 – 925.


Een scene van een veldslag.
Uit het bijbelboek de Maccabeexc3xabn.





Alex Janvier, Young leafs, 2008.


Dit waterverfschilderij zou goed kunnen aansluiten
bij de middeleeuwse boekillustraties en miniaturen.
Ware het niet dat de maker een Amerikaan is van Indiaanse afkomst.
Deze ‘Jonge bladeren’ staan dus in een heel andere traditie.





Byron Kim, Synecdoche, 1991.






Claude Monet, The Seine at Lavacourt, 1880.






Dorothea Lange, Thirteen million unemployed fill the cities in the early thirties, 1934.






Emmanouil Bitsakis, Singing and playing music, Uigur, 2008.


Schets van zingende en muziek makende Oeigoeren,
een minderheid in China.





Gerhard Richter, Overpainted, 2008.



Gerhard Richter, Schatten 6, 1968.


Vooral het tweede werk is een voorbeeld
van waarom ik Gerhard Richter zo interessant vind.





Glenn Murcutt.


De architect Glenn Murcutt schijnt in Australie al verantwoordelijk te zijn
voor 500 gebouwen.
Ik weet niet welk gebouw hier op de foto staat of wie de foto gemaakt heeft,
maar de foto is schitterend.





Jackson Pollock, Ocean greyness, 1953.

Bij het overlijden van Michael Jackson, eerder deze week,
zag ik weer heel wat van zijn muziek voorbij komen.
Een van de video’s die ik zag, is die hij samen gemaakt heeft met Janet Jackson.
De video speelt zich af in een ruimteschip.
Michael en Janet zijn een soort ruimtewezens, aliens.
Maar ze bekijken ook kunst in de video.
Kijk maar eens bij de volgende clip.
Ergens rond 1 minuut 50 en de 2 minuten komen Rene Magritte,
Andy Warhol en Jackson Pollock voorbij.
Althans zo heb ik de beelden geinterpreteerd.
Als je nog meer werken herkent of als ik het verkeerd gezien heb
hoor ik dat graag.

De Pollock kan ik niet herkennen maar zijn voornaam is natuurlijk hetzelfde
als de achternaam van Michael.
Warhol heeft een schilderij gemaakt van Michael Jackson dus misschien
is dit een soort wederdienst.
De Magritte is ‘De grote oorlog’ (1964) misschien wel zijn bekendste werk.






James Abbott McNeill Whistler, Symphony in grey and green: the ocean, 1866.


Symfonie in grijs en groen: de oceaan.
De titel voor een abstract schilderij,
maar het is helemaal niet abstract.





Jan van Goyen, An estuary with row and sail boats, laat 1640-er jaren.


Wat een lucht!





Jennifer Presant, Sunburst, 2009.


Hier gaat meer over volgen.





Katharina Fritsch, St. Katharina, 2007.



Katharina Fritsch, The cook, 2008.


Om er voor te waken niet te veel logs te moeten maken
deze keer dan toch maar meer dan 1 werk van een kunstenaar.
De kok vind ik humor.





Pieter Brueghel the younger, The preaching of Saint John the Baptist in the wilderness.


Van dit schilderij schijnen 13 uitvoeringen te bestaan.
Deze is gemaakt door Pieter Breughel de jongere,
gebaseerd op een werk van zijn vader, Pier Breughel de oudere.
Datering niet bekend.
Deze versie schijnt een topuitvoering te zijn.
Niet alle versies zijn van Pieter Breughel, een aantal komen
uit zijn omgeving of zijn van leerlingen van zijn school.
De prediking van Johannes de Doper in de wildernis (woestijn?).





Richard Misrach, Desert fire # 1, 1983.






Robert Alexander Darrah Miller, Rooftops New Hope, circa 1931.






Robe
rt Clark Indiana, Art, 1972 – 2001.







Wim Delvoye, Torre, 2009.


Alweer een Belgische kunstenaar.





Womanxe2x80x99s formal long-sleeved kimono (uchikake), early Showa period, 1930’s.


Formele kimono voor vrouwen, met lange mouwen.




Petrus van Schendel ?

Naar aanleiding van mijn berichten over Petrus van Schendel,
ontving ik een e-mail met daarbij een afbeelding van een schilderij.
De afzender geeft aan dat het om een Van Schendel gaat.
Hieronder is het werk te zien.
De voorstelling sluit zeker aan bij het werk van Van Schendel.
Zijn specialiteit was immers het schilderen van voorstellingen
met een lichtbron zoals een kaars of de maan.

Hier zie je een slapende vrouw bij kaarslicht.
Ze is waarschijnlijk in slaap gevallen tijdens het lezen.
Op de tafel ligt naast haar boek een dode vogel.

Een Fazant?
Heeft ze een bril in haar hand?
Rust haar hoofd op een kussen of is het een opgevouwen deken of doek?

Nog heel wat vragen dus.
Als u een antwoord heeft hoor ik dat graag.










Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondie

Ik heb de vier inleidende studies gelezen van de catalogus
behorende bij de tentoonstelling
Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondië.
Ik wil in deze log even stil staan bij die vier studies en mijn reactie
op die stukken geven.
Natuurlijk heb ik geprobeerd mijn reactie te voorzien
van een paar mooie afbeeldingen.



Catalogus: Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondië.


De namen van de studies staan in het Engels omdat
ik de Nederlandse titels niet ken.
De Nederlandse catalogi waren uitverkocht toen ik
in Brugge was.

Reasonable foly: Charles the Bold,
Duke of Burgundy (1433 – 1477)

Werner Paravicini.

  Volgens deze introductie/samenvatting van de tentoonstelling was Karel de Stoute een…just, hardworking, bureaucratic, absolute, rigorous, moral, thrifty, ostentatious, ceremonious, ambitious, proud, impatient, cruel and feared ruler.In het Nederlands een rechtvaardige, hardwerkende, bureaucratische, absolute, rigoreuze, moreel, gedreven, opzichtige, ceremoniële, trotse, ongeduldige, wrede en gevreesde heerser.
De schrijver probeert te bewijzen dat Karel de Stoute een van de eerste, moderne, politiek bewuste leiders in Europa was.
Een claim die niet helemaal stand houdt door het onnodig wreed en uiteindelijk niet succesvol optreden.
Daardoor vraag je je af of zijn tegenstanders dan wel zo ouderwets waren.

Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448.Philips de Goede staat hier afgebeeld met de jonge Karel de Stoute.Koninklijke Bibliotheek van België, MS. 9242 f.1r.


Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448 (detail).


Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448 (detail).Philips de Goede met Karel de Stoute.Leuke schoenen!


Palaces and tent filled with art:
the court culture of Charles the Bold.

Birgit Franke en Barbara Welzel.
Op overtuigende wijze beargumenteren de schrijfsters
dat de luxe waarmee de Bourgondische vorsten zich omringden,
meer functies had dan een platte pronkzucht alleen.
De hofcultuur was een van de vele middelen die ingezet werden
in de strijd en consolidatie van de macht.


 photo PeterPaulRubensKarelDeStouteC1618GG.jpg

Peter Paul Rubens, Karel de Stoute, omstreeks 1618.



The vestments of the Order of the Golden Fleese.
A major work of Burgundian court art.

Katia Schnitz-von Ledebur
Korte maar grondige inleiding op de visuele aspecten
van de religieuze gewaden die deel uitmaakten
van de inventaris van de Orde van het Gulden Vlies.
De analyse toont aan hoe doordacht deze geborduurde
kunstwerken zijn ontwikkeld.


Kazuifel, Transfiguratie van Christus, Bourgondische religieuze gewaden, 1425 – 1440.

Op de inventaris van de Orde van het Gulden Vlies
komen een aantal liturgische gewaden en voorwerpen voor.
Onderdeel van die voorwerpen zijn een aantal kazuifels en koorkappen.
Deze zijn bijzonder mooi geborduurd.
Hier ziet u een afbeelding van God de Vader.


Kazuifel, Transfiguratie van Christus, 1425 – 1440.

De afbeelding van God de Vader bevindt zich op het kasuifel
in het midden aan de top.
De transfiguratie van Christus wordt weergegeven in het midden
van de kazuifel. Daar is in een kruisvorm afgebeeld hoe Christus
ten hemel vaart. Beneden Petrus, de plaatsvervanger van Christus (de Paus)
Boven God de Vader.
Dit is de achterzijde van het kazuifel.
Dit is de kant die de mensen zagen tijdens de eucharistieviering.
Links en rechts van het kruis zijn heiligen te zien.
Links de vrouwen, rechts de mannen.


Transfiguratie van Christus, 1425 – 1440.

Dit is de voorzijde van hetzelfde kazuifel als hierboven getoond.
In het midden is onderaan de doop van Christus te zien.
Daarboven de duif als symbool voor De Heilige Geest
en God de Vader bovenaan.


Het lezen van dit stuk of aanverwante stukken is misschien voor sommige
moeilijk zonder toelichting op de gebruikte begrippen.
Daarom hier een woordenlijst.

Albe   Veelal wit onderkleed te dragen onder een kazuifel
Amict Rechthoekige doek met twee linten die onder religieuze gewaden wordt gedragen ter bescherming van die gewaden.
Antipendium   Afneembare versiering/front van de altaartafel.
Bursa  Opbergplaats/houder van de corporale
Cingel   Koord dat gebruikt wordt om de albe op maat te maken en de stola vast te houden
Ciborie Kelk in de katholieke kerk waarin geconsacreerde hosties worden bewaard.
Corporale   Wit linnen doek, vierkant. Wordt op het altaar gelegd waarna de kelk en dergelijke er op worden geplaatst.
Dalmatiek  Gewaad voor de diaken.
Kazuifel Liturgisch gewaad dat een priester draagt tijdens de eucharistie. Uitgevoerd in de liturgische kleuren en op verschillende manieren versierd.
Kelkdoekje Doekje dat gebruikt wordt om de kelk schoon te maken na gebruik.
Koorkap  Liturgische mantel gebruikt in processies en andere gelegenheden. Niet tijdens de dienst.
Manipel   Op de linker onderarm gedragen smalle doek. Verbeeld de zweetdoek van Christus.
Monstrans  Hostiehouder die gebruikt wordt om de hostie te tonen. Gebruikt in processies.
Palla   Met witte stof overtrokken karton dat gebruikt wordt om tijdens de dienst de kelk af te dekken.
Paramenten   Verzamelnaam voor de textiele voorwerpen die in Christelijke diensten worden gebruikt.
Pateen Plat schaaltje van edelmetaal dat gebruikt wordt  om tijdens de eucharistie de hostie op te leggen.
Superplie Een wijd, wit linnen hemd, dat reikt tot aan de knieën en gedragen wordt over een toog.
Toog Lang en wijd gewaad voor bijvoorbeeld misdienaars.
Velum Doek die gebruikt wordt om bijvoorbeeld een monstrans of ciborie te dragen zonder die voorwerpen met blote hand aan te raken.

The image of Charles the Bold.
Till-Holger Borchert.
Interessant stuk over de afbeeldingen van Karel de Stoute.
Ook over hoe speculatief “wetenschap” soms is.
Van alle portretten waarvan we zeggen dat Karel de Stoute
er op staat afgebeeld, is er maar 1 die waarschijnlijk
van de levende Karel is gemaakt:
het portret gemaakt (?) door Rogier van der Weyden
rond 1460 van de dan nog jonge erfgenaam.
Alle andere portretten zijn geschilderd naar andere,
inmiddels verloren gegane werken.
Het onthoudt ons er echter niet van om op schilderijen
van Van der Weyden en Memling,
Karel te herkennen in een van de Wijzen bij de Kerststal
en in een apostel bij het Laatste Oordeel!


Rogier van der Weyden, Karel de Stoute, circa 1460.


Petrus van Schendel: Belg?

Deze week kocht mijn vader een catalogus van een veiling
bij een tweede hands boekenkraam op de markt in Breda.
Het betrof de catalogus van een veiling 19e eeuwse Europese schilderijen.
Het veilinghuis was Sotheby’s
en de veiling werd 24 maart 2007 in Amsterdam gehouden.





Omslag van de catalogus.




Vanmiddag liet hij me de catalogus zien.
Het eerste wat ik wilde doen was in de inhoudsopgave
zoeken naar Petrus van Schendel.
Sinds de aandacht voor deze schilder door het Breda’s Museum
houd ik dat een beetje (mee) in de gaten.
Maar een inhoudsopgave per werk stond er niet in.
Tot nog toe heb ik de catalogus dus alleen nog maar doorgebladerd.
Ik vond er twee werken van Van Schendel.
Een ervan kende ik nog niet.
Als extra verrassing stond er een toelichting bij door Dr. J. M.M. de Meere.
Petrus van Schendel-kenner.
Ik moet de catalogus nog eens rustig doornemen
maar de volgende twee werken wilde ik
de bezoekers van mijn weblog niet onthouden.





Petrus van Schendel, Een dienstmeid bij kaarslicht, 1863.






Petrus van Schendel, De vismarkt op de Groenmarkt, Den Haag.





Korte introductie op Petrus van Schendel (Breda’s Museum):

Petrus van Schendel (1806-1870)
Petrus van Schendel is in 1806 geboren in Terheijden. Hij groeide op in Breda. In 1822 ging hij naar de academie in Antwerpen waar hij les kreeg van de historieschilder Matthijs van Bree. Daarna keerde hij terug naar Breda en woonde afwisselend hier en in Amsterdam. Na 1830 werkte hij in Rotterdam en Den Haag. Hij vestigde zich in 1845 voorgoed in Brussel. Van Schendel overleed in 1870. Hij verwierf grote faam als schilder van markt- en kaarslichttaferelen. Dit genre was in zijn tijd heel populair. Zijn werk verkocht goed, ook op de internationale markt.



Voor degene die zich afvragen of dit een goede veiling was voor Sotheby.
Ik denk het wel. Zeker voor wat deze twee schilderijen betreft:





Veilingresultaat ‘Een dienstmeid bij kaarslicht, 1863’.






Veilingresultaat ‘De vismarkt op de Groenmarkt, Den Haag’.




De catalogus geeft aan dat Van Schendel een Belg is.
Nu is hij wel in Brussel overleden maar hij is geboren in Terheijden.
Sinds 1830 ligt Brussel in Belgie dus zeker de eerste 24 jaar
woonde hij in Nederland en was hij Nederlander.
Flauw, inderdaad een beetje flauw van mij.

Schetsen

Een deel van mijn tijd op het internet
breng ik door met het zoeken naar nieuwe dingen.
Meestal nieuwe kunstenaars of nieuwe kunstwerken.
Zo kwam ik bij een groep sites uit van mensen die zich
allemaal bezig houden met schetsen.
Ze hebben altijd, nou ja vaak dan, een boekje bij zich,
een potlood en/of een water-verfdoos.
Dat leidt tot erg mooie resultaten en heel verschillende invullingen
van het begrip schetsen.
Hieronder twee voorbeelden.
Een eindproduct van iemand die tekent als beroep
en een waterverf schildering van een amateur (?).
De beroepsmatige tekenaar is uit Nederland,
de schetser uit de Verenigde Staten.





Arne van der Ree, De sloot.






Dimitry Samarov, Books.


Boeken.




Times top 200 kunstenaars (51-100 vervolg)

Ik had beloofd om over de kunstenaars van nummer 75 tot 100
ook nog een web log te schrijven.
Bij deze.
Hoe lager op de lijst hoe meer onbekende of zijdelings bekende
kunstenaars voorbij komen.
De ‘giganten’ met werkelijke vernieuwende ideeen,
met een ingrijpend oeuvre, met beinvloeders;
die zijn wel voorbij.
En als die al niet op de lijst stonden, dan staan ze te laag.
In dit deel van de lijst veel Engelse kunstenaars met
een hoog Saatchi-gehalte.Maar ook mooie ontdekkingen.
Enfin, oordeel zelf.

Vandaag gaat het om de volgende groep mensen:
Francis Picabia, Jenny Saville, Dan Flavin, Matthew Barney, George Grosz,
Bernd And Hilla Becher, Brice Marden, Maurizio Cattelan, Chuck Close,
Bridget Riley, Anthony Caro, Richard Hamilton, Clyfford Still en Luc Tuymans.

= Plaatsen 78, Francis Picabia.

Wikipedia:

Francis Picabia (Parijs, 22 januari 1879 – aldaar, 30 november 1953) was een Frans kunstschilder. Hij wordt gezien als een der bedrijvigste wegbereiders naar de moderne kunst toe, sinds het Impressionisme, in het begin van de 20e eeuw.


Francis Picabia, Dances at the spring I, 1912.


Francis Picabia, Fantasy (in 291), 1915.


Francis Picabia, Procession in Seville, 1912.

Mijn persoonlijke voorkeur heeft dit werk.


Francis Picabia, Self-Portrait, 1923.


Francis Picabia, Sunlight on the banks of the Loing river, Moret, 1905.

Hij begon impressionistisch.


Francis Picabia, The laundresses/Les lavandieres, 1934.

De wasvrouwen.


= Plaats 79, Jenny Saville.

Kunstbus.nl:

Jenny Saville, geboren Cambridge 1970, Engels schilder en een van de Young British Artists. Jenny Saville is een schilder wiens werk een donkere afspiegeling is van de hedendaagse mode, waarbij lichamen worden afgebeeld die buiten de standaard grenzen van aantrekkelijkheid staan. Haar feministische kijk op de vrouwelijke lichaamsvormen bieden een waardevol contrast met de presentatie van de massamedia van de perfectie van de menselijke vorm.


Jenny Saville, Propped, 1992.


Jenny Saville, Reverse 2002 – 2003.


Jenny Saville, Rosetta 2, 2005 – 2006.


Jenny Saville, Torso 2, 2004.


= Plaats 80, Dan Flavin.

Wikipedia:

Dan Flavin (Jamaica (New York), 1 april 1933 – Riverhead (New York), 29 november 1996) was een Amerikaans kunstenaar die ruimtelijke objecten maakte met behulp van commercieel verkrijgbare tl-verlichting.

Het werk van Flavin is misschien nu niet meer opzienbarend.
Zeker niet voor ons, vanuit 2009 terug kijkend.
Maar de kleurstelling van de verlichting en de omgeving
vind ik prachtig.


Dan Flavin.


Dan Flavin, Monument, 1967.


Dan Flavin Site-specific installation, 1996.


Dan Flavin, Untitled, 1975.


= Plaatsen 81 en 91, Alfred Stieglitz en Edward Weston.
Ik kan niet vergelijken met andere jaren.
Ik weet dus niet of deze fotografen ook op eerdere lijsten voorkwamen.
Voor mij als fotoliefhebber staan ze te laag.

= Plaats 83, Matthew Barney.

Wikipedia:

Matthew Barney (San Francisco, 25 maart 1967) is een hedendaags Amerikaans mediakunstenaar. Zijn werk is een synthese tussen de klassieke tekenkunst, de beeldhouwkunst en een installatie. Een sculpturaal environment met aanwending van nieuwe media, zoals film, video en de fotografie.


Matthew Barney, Cremator 4.

Dit werk had een eigen website.
‘Cremator’, een echt multimediaspectacel, inclusief het web.
Heel apart.


= Plaats 84, George Grosz.

Wikipedia:

George Grosz (Berlijn, 26 juli 1893 – Berlijn, 6 juli 1959), geboren als Georg Gross, was een Duitse schilder en graficus.


George Grosz, Cain or Hitler in hell, 1944.


George Grosz, Explosion, 1917.


George Grosz, Self-Portrait, warning, 1927.


George Grosz, The agitator, 1928.


George Grosz, The pillars of society, 1926.

Mooi werk, vooruitziende blik.
Is meer een columnist met grafische technieken dan een kunstenaar.


= Plaats 85, Bernd en Hilla Becher.

Wikipedia:

Bernd en Hilla Becher (Bernd, Siegen, 20 augustus 1931 – Rostock, 22 juni 2007; Hilla, geboren Wobeser, Potsdam, 2 september 1934) vormden een kunstenaarspaar als fotografen. Zij stonden internationaal bekend voor hun zwart-witfotografie van vakwerkhuizen en vooral van industriele installaties zoals watertorens, koeltorens, gashouders en hijskranen en lifttorens van mijnen.

Dit duo verwart me een beetje.
Ik lees over hun invloed op fotograven maar vind hun werk niet bijzonder.
Er is veel werk van hen op het web te vinden
maar vaak veel van hetzelfde. Vaak letterlijk dezelfde foto’s
die je bij artikelen over hen terug vindt.
De meest interessante foto’s die ik vond waren foto’s van hedendaagse
kunstenaars die hun foto’s als uitgangspunt hadden genomen.
Het verbaasd me dat ze op deze lijst voor komen.


Titels van de werken waren moeilijk of niet te vinden.


Bernd and Hilla Becher, Study of concrete cooling towers, 1972.

Studie van betonnen koeltorens.



= Plaats 86, Sigmar Polke.

Ik kende de naam maar had nooit naar het werk gekeken.
Dat gaan we dus hier even rechtzetten.

Wikipedia:

Sigmar Polke (Olenica, 13 februari 1941) is een Duitse kunstschilder en fotograaf. Polke behoort internationaal tot de meestgevraagde hedendaagse kunstenaars. Zijn werk wordt gezien als een Europese variant van de Pop art.


Sigmar Polke, Ohne titel (Medizin), 1963.


Sigmar Polke, Ohne titel (Punkte und Streifenformen), 1965.


Sigmar Polke, Ohne titel, Serie hohere Wesen befehlen, 1967.


Sigmar Polke, Portrat Frieder Burda, 1996.


= Plaats 87, Brice Marden.

Wikipedia:

Brice Marden, Amerikaanse minimalistische kunstenaar, geboren 1938 in Bronxville, woont in New York. Hoewel het werk van Brice Marden vaak tot de Minimal Art wordt gerekend, is het schilderij voor hem niet uitsluitend een object. Typerend in dit verband is zijn uitspraak: x98De rechthoek, het vlak, de structuur, het schilderij, zijn slechts klankborden voor de geestx99. Naast een intuitief, subtiel kleurgebruik toont Marden een groot respect voor de traditie van de schilderkunst.


Brice Marden, Epitaph painting 5, 2001.


Brice Marden, For Pear l, 1970.


= Plaats 88, Mauricio Cattelan.

Kunstbus.nl:

Maurizio Cattelan. Geboren in Padua, Italixc3xab, in 1960. Woont en werkt in Milaan, Londen en New York. Maakt vooral installaties. Cattelans werk is humoristisch of sarcastisch, subversief en steeds briljant.

De opmerking over brillant is voor rekening van de redactie van kunstbus.
Vol humor is het werk van Cattelan zeker.


Maurizio Cattelan, Love Lasts Forever, 1997.


Maurizio Cattelan, Love Saves Life, 1995.


Maurizio Cattelan, Untitled, 2002.


Maurizio Cattelan, Untitled (Cow), 1998.


= Plaats 89, Sol LeWitt.

Tussen al deze mensen staat Sol LeWitt zeker veel en veel te laag.

= Plaats 90, Chuck Close.

Wikipedia:

Chuck Close, geboren: 1940 Monroe Washington, Amerikaans exponent van het hyperrealisme. Chuck Close behoort eerst tot het late abstract-expressionisme, maar stapt algauw over naar het fotorealisme ( hyperrealisme). Hij is exc3xa9n van de voornaamste hyperrealisten, vooral van sterk vergrote portretten waarbij alle details (rimpels, porien) haarfijn zijn weergegeven.

Zeer de moeite waard om te bekijken.
Heel veel ontwikkeling zit er voor zover ik het kan zien,
niet in zijn werk.
Minister Plasterk besprak zijn werk vorig jaar
in een uitzending van Zomergasten.


Chuck Close, Self portrait, 1997.


= Plaats 92, Joseph Cornell.

Leerde ik kennen door de muziek van De Nits.
Hun lied ‘Soap Bubble Box’ gaat over het werk van Cornell.
Staat op het album ‘Ting’.

= Plaats 93, Karel Appel.

Mooie plaats.

= Plaats 94, Bridget Riley.

Wikipedia:

Bridget Riley (Londen, 24 april 1931) is een Engelse optical schilderes.


Bridget Riley, Arrest 1, 1965.


Bridget Riley, Blaze 1, 1962.


Bridget Riley, Cataract 3, 1967.


Bridget Riley, Movement in squares, 1961.


= Plaats 96, Anthony Caro.

Wikipedia:

Anthony Caro (New Malden (Surrey), 8 maart 1924) is een Britse beeldhouwer, die grote invloed heeft gehad op het ontstaan en de ontwikkeling van de moderne, abstracte beeldhouwkunst. Zijn werk wordt gekenmerkt door zijn hergebruik van metaal (voornamelijk ijzer en staal) veelal afkomstig van de schroothoop.


Anthony Caro, Dream city, 1996.


Anthony Caro, The Barbarians – Golom (2000 – 2002).


= Plaats 97, Richard Hamilton.

Wikipedia:

Richard Hamilton (24 februari 1922) is een Brits kunstenaar en werd bekend in 1956 toen hij begon met pop-art maken. In 1956 maakte hij als eerste een collage met de naam: “Just What Is It That Makes Today’s Homes So Different, So Appealing?”.


Richard Hamilton, Chromatic spiral, 1950.


Richard Hamilton, Just what is it that makes todays home so different, so appealing? 1956.


= Plaats 98, Clyfford Still.

Wikipedia:

Clyfford Still (Grandin, North Dakota, 30 november 1904 – Baltimore, Maryland, 23 juni 1980) was een Amerikaans kunstschilder en een van de voormannen van het abstract expressionisme. Still stond bekend als een moeilijke, compromisloze persoonlijkheid, en hij leefde op gespannen voet met de kunstwereld van New York, die hij regelmatig beschuldigde van machtspolitiek en machtsmisbruik. Voor Still gold zijn autonomie als kunstenaar en mens en zijn geestelijke vrijheid als hoogste goed.


Clyfford Still, 1957-D No. 1, 1957.


Clyfford Still, PH 77, 1937.


Clyfford Still, Untitled, 1974.


= Plaats 99, Luc Tuymans.

Wikipedia:

Luc Tuymans (Mortsel, 1958) is een Belgische schilder. De kunstenaar die woont en werkt in Antwerpen wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke hedendaagse Belgische kunstschilders.


Luc Tuymans, Auschwitz, 1978.


Luc Tuymans, Fingers, 1995.


Luc Tuymans, Mwana Kitoko, 2000.


Luc Tuymans, Petrus & Paulus, 1998.


Luc Tuymans, Portrait, 1994.


Luc Tuymans, The secretary of state, 2005.


Times top 200 kunstenaars (51-100)




51 Jeff Koons  76 Frank Stella 
52 Tracey Emin  77 Georg Baselitz 
53 Damien Hirst  78 Francis Picabia 
54 Yves Klein  79 Jenny Saville 
55 Henri Rousseau  80 Dan Flavin 
56 Chaim Soutine  81 Alfred Stieglitz 
57 Arshile Gorky  82 Anselm Kiefer 
58 Amedeo Modigliani  83 Matthew Barney 
59 Umberto Boccioni  84 George Grosz 
60 Jean Dubuffet  85 Bernd And Hilla Becher 
61 Eva Hesse  86 Sigmar Polke 
62 Edouard Vuillard  87 Brice Marden 
63 Carl Andre  88 Maurizio Cattelan 
64 Juan Gris  89 Sol LeWitt 
65 Lucio Fontana  90 Chuck Close 
66 Franz Kline  91 Edward Weston 
67 David Smith  92 Joseph Cornell 
68 Joseph Beuys  93 Karel Appel 
69 Alexander Calder  94 Bridget Riley 
70 Louise Bourgeois  95 Alexander Archipenko 
71 Marc Chagall  96 Anthony Caro 
72 Gerhard Richter  97 Richard Hamilton 
73 Balthus  98 Clyfford Still 
74 Joan Miro  99 Luc Tuymans 
75 Ernst Ludwig Kirchner  100 Claes Oldenburg 




= Plaatsen 51, 53, Jeff Koons en Damien Hirst, ze mogen er van mij uit.
Deze celebrity-kunstenaars zijn alleen maar uit op effect.
Effect in de media en op hun bankrekening.
Dat kun je ze niet kwalijk nemen maar
daarom horen ze niet op deze lijst.

=Tracey Emin op plaats 52.
Hoort bij die Engelse kunstenaarskliek die maar 1 doel heeft:
geld, geld, geld.
Toch is haar werk veel interessanter dan dat van de andere
die ik hier noemde.
Haar werk is veel persoonlijker en daardoor sterker.





Tracey Emin, Everyone I have ever slept with 1963xe2x80x931995, 1995.






Tracey Emin, I can feel your smile, 2006.






Tracey Emin, I promise to love you, 2008.






Tracey Emin, Mum, Paul + Me (from Family Suite), 1994.






Tracey Emin, My bed, 1999.






Tracey Emin, Sex 21, 25-11-07.





=Chaim Soutine op plaats 56.
Ik kan natuurlijk zeggen: “Dat is verrassend.”
Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik hem niet ken
en dan is het natuurlijk altijd een verrassing.

Wikipedia:

Chaxc3xafm Soutine (eigenlijk Chaxc3xafm Soutin) (Smilowitchi, Wit-Rusland, 1893 – Parijs, 9 augustus 1943) was een Joods-Franse kunstschilder die vooral bekend is geworden om zijn hevige persoonlijke expressie en zijn invloed op naoorlogse abstracte kunstenaars.
Soutine was afkomstig uit Wit-Rusland maar vertrok reeds voor de Eerste Wereldoorlog naar Frankrijk.






Chaim Soutine, Carcass of beef, 1925.


Mooi werk. Denk aan Freud en Bacon.





Chaim Soutine, La jeune Anglaise, 1934.






Chaim Soutine, Landscape at Ceret, 1920 – 1921.






Chaim Soutine, Rabbit with forks, 1924.






Chaim Soutine, Self portrait, 1916.





=Arshile Gorky op plaats 57.

Wikipedia:

Arshile Gorky, geboren als Vosdanik Adoian (Khorkom (in de toenmalige Armeense provincie Van, 15 april 1904(?) – Sherman (Connecticut), 21 juli 1948, zelfmoord) was een Armeens-Amerikaans kunstenaar (schilder/tekenaar) die betrokken was bij het ontstaan, in de jaren veertig van de 20e eeuw, van het abstract expressionisme.







Arshile Gorky, Agony, 1947.






Arshile Gorky, Khorkom, 1938.






Arshile Gorky, The artist and his mother, circa 1926 -1936.






Arshile Gorky, Water of the flowery mill, 1944.




=Umberto Boccioni op plaats 59.

Wikipedia:

Umberto Boccioni (Reggio Calabria, 19 oktober 1882 – Verona, 16 augustus 1916) was een Italiaanse schilder en beeldhouwer. Hij was een belangrijke exponent van het Futurisme.







Umberto Boccioni, Forme uniche della continuitxc3xa0 nello spazio, 1913.


Unique forms of continuity in space.
Unieke vormen van continuiteit in ruimte.





Umberto Boccioni, Self portret, 1906.




=Eva Hesse op plaats 61.
Voor mij onbekend maar zeer interessant werk.

Wikipedia:

Eva Hesse, Duits beeldend kunstenares, Hamburg 11 januari 1936 xe2x80x93 New York 29 mei 1970.Hesse werkte sinds de jaren xe2x80x9860 in New York en onderging veel invloed van de minimal art. Haar rasters en de rechte lijnen waarin ze met materialen als kunststof, latex, rubber en fiberglas werkte, kregen een almaar losser aanzien.







Eva Hesse, Aught, 1968.






EvaHesse, Contingent, november 1968 – december 1969.






Eva Hesse, Hang Up, 1965-1966.






Eva Hesse, Metronomic irregularity I, 1966.






Eva Hesse, No title, circa 1962.






Eva Hesse, Repetition nineteen III, 1968.






Eva Hesse, Right after, 1969.




=Carl Andre op plaats 63.

Wikipedia:

Carl Andre (Quincy (Massachusetts), 16 september 1935) is een Amerikaanse minimalistische beeldhouwer.







Carl Andre, Fireworks No. 25, 1983.






Carl Andre, Steel, aluminum plain, 1969.




=Franz Kline op plaats 66.

Wikipedia:

Franz Kline (Wilkes-Barre, Pennsylvania, 23 mei 1910 – New York City, 13 mei 1962) was een Amerikaans abstract expressionistisch kunstschilder. Hij studeerde van 1931 tot ’35 aan de Boston-universiteit, en in 1937 een jaar aan de Heatherly’s School in Londen. Vanaf 1952 studeerde hij met enkele andere kunstenaars van de New York School aan het Black Mountain College (North Carolina) en in 1954 aan de Philadelphia Museum School of Art. Hij raakte hecht bevriend met Willem de Kooning.







Franz Kline, Chief, 1950.






Franz Kline, Painting No. 7, 1952.






Franz Kline, Street scene, 1949.




=David Smith op plaats 67.

Wikipedia:

David Smith (Decatur (Indiana), 9 maart 1906 – Bennington (Vermont), 23 mei 1965) was een Amerikaanse abstract expressionistische beeldhouwer, bekend geworden om zijn grote stalen abstracte, geometrische sculpturen.







David Smith, Cubi XVII, 1961 – 1965.






David Smith, Personage from Stove City, 1946.






David Smith, Untitled, 1949.






David Smith, Untitled, Hudson River landscape, Bolton landing, 1951.




=Veel te laag.
Op de plaatsen 68, 70 en 71 staan Joseph Beuys,
Louise Bourgeois en Marc Chagall. Veel te laag naar mijn idee.

=Balthus op plaats 73.
Kende ik wel van naam, maar nauwelijks van zijn werk.
Daarom hier wat werken van hem.

Wikipedia:

Balthus (Parijs, 29 februari 1908 – Rossinixc3xa8re, 18 februari 2001), geboren als graaf Balthasar Kxc5x82ossowski de Rola, was een Franse kunstschilder.






Balthus, The street, 1935.






Balthus, La toilette de Cathy, 1933.





Met zoveel, voor mij, onbekende kunstenaars
is 50 in een log een beetje te veel.
Binnenkort volgt hier dan ook werk van:
Francis Picabia, Jenny Saville, Dan Flavin, Matthew Barney, George Grosz,
Bernd And Hilla Becher, Brice Marden, Maurizio Cattelan, Chuck Close,
Bridget Riley, Anthony Caro, Richard Hamilton, Clyfford Still en Luc Tuymans.

Times top 200 kunstenaars (20 tot 50)




21 Paul Klee
22 Egon Schiele 
23 Donald Judd 
24 Bruce Nauman 
25 Alberto Giacometti 
26 Salvador Dalí 
27 Auguste Rodin 
28 Mark Rothko 
29 Edward Hopper 
30 Lucian Freud 
31 Richard Serra 
32 Rene Magritte 
33 David Hockney 
34 Philip Guston 
35 Henri Cartier-Bresson 
36 Pierre Bonnard 
37 Jean-Michel Basquiat 
38 Max Ernst 
39 Diane Arbus 
40 Georgia O'Keeffe 
41 Cy Twombly 
42 Max Beckmann 
43 Barnett Newman 
44 Giorgio De Chirico 
45 Roy Lichtenstein 
46 Edvard Munch 
47 Pierre Auguste Renoir 
48 Man Ray 
49 Henry Moore 
50 Cindy Sherman 




= Donald Judd op plaats 23.
Ik ken maar weinig van hem.

Wikipedia:

Donald Judd of Donald Clarence Judd (Excelsior Springs (Missouri), 3 juni 1928 xe2x80x93 Manhattan, New York, 12 februari 1994) was een Amerikaans minimalistisch schilder en beeldhouwer.







Donald Judd, Untitled, 1973.






Donald Judd, Untitled, 1984.






Donald Judd, Untitled, 1990.




= Bruce Nauman op plaats 24.
Bekend maar niet heel erg.





Bruce Nauman, Human need desire, 1983.






Bruce Nauman, None Sing, Neon Sign, 1970.





= Philip Guston op plaats 34.
Ook geen bekende van mij.

Wikipedia:

Philip Guston (Montreal (Canada), 27 juni 1913 – Woodstock (New York), 7 juni 1980) was een Amerikaans kunstenaar (schilder, tekenaar) die in de jaren vijftig van de 20e eeuw furore maakte als abstract expressionist. In 1966 brak hij radicaal met het abstract expressionisme. Hij begon sardonisch, cartoon-achtig werk te maken, op basis waarvan hij wordt beschouwd als een van de stamvaders van het neo-expressionisme.







Philip Guston, Pitt, 1976.






Philip Guston, White Painting, 1951.






Philip Guston, For M., 1955.






Philip Guston, The Street, 1977.




= Cy Twombly op plaats 41.
Voor mij onbekend.
Heeft al wel eens op mijn web log gestaan.

Wikipedia:

Cy Twombly (Lexington (Virginia), 25 april 1928) is een Amerikaanse schilder, beeldhouwer en fotograaf. Hij is een belangrijk vertegenwoordiger van het abstract-expressionisme.







Cy Twombly, Ohne Titel (Roma), 1969.






Cy Twombly, Quatro Stagioni Autunno, 1993 – 1995.






Cy Twombly, The Italians, 1961.






Cy Twombly, The Rose IV, 2008.






Cy Twombly, The Rose installation view.





= Cindy Sherman op plaats 50.
Volledig onbekend bij mij.

Wikipedia:

Cindy Sherman (1954) is een Amerikaans kunstenares. Zij groeide op in Long Island, New York. Aanvankelijk studeerde ze schilderkunst aan de State University College in Buffalo. Al gauw zal ze de schilderkunst echter voor bekeken houden en zich toeleggen op de fotografie.






Cindi Sherman, Lucille Ball, 1975 – 2001.






Cindy Sherman, Untitled as Marlyn Monroe, 1982.






Cingi Sherman, Untitled # 213.





Nu ik haar foto’s heb gezien ben ik er volledig van overtuigd
dat ze in deze lijst helemaal niet thuis ho
ort.
Haar foto’s zijn aardig maar de ideeen zijn nou ook weer niet
zo opzienbarend en diepgaand dat we daar nog generaties plezier
van zullen hebben.
Ze is kunstenaar en model.
Goed gemaakt, aardig als serie maar niet in deze lijst.