Cursus miniaturen VII

01/08/2009

Derde en laatste cursusdag.
Ben mijn mobiele telefoon vergeten.
iPod: Cracked Actor van David Bowie van het album David Live.
Zit op een bank bij het busstation in Breda.
Vandaag is de A27 afgesloten.
Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.









Volgens de e-mail die ik ontving van Veolia zelfde vertrektijd en reistijd.
Ik ben benieuwd!



De website http://www.oudeschildertechnieken.nl
bevat een paar artikelen van mijn docent.
Ik lees die in de bus en als het interessant genoeg is
vind je hier een korte samenvatting.

Eitempera: Rechtdoen aan karakteristieken
Artikel van Lukas M. Stofferis.

– verwijzing naar Cennini (Il libro dell’ arte),
zijn definitie van tempera:
een emulsieverf waarvan het bindmiddel op zijn minst
de dooier van een kippenei bevat.

– recept (heel algemeen):een eidooier ontdaan van elk spoor van eiwit,
met een gelijke hoeveelheid water gemengd,
en een paar druppeltjes azijn.

– schilderen met tempera komt er,
ondanks alle ingredixc3xabnten en de geheimzinnigheid er om heen,
op het zorgvuldig opbouwen van een gelaagdheid aan,
waarvan de toeschouwer eigenlijk
alleen maar de laatste laag van te zien krijgt.

– eigenschappen tempera:
= extreme kleurintensiteit
= minder kleurverzadiging dan bij olieverf
= bijzonder korte droogtijd
= gelaagd te verwerken
= aanbrengen van details relatief eenvoudiger dan grote vlakken

Van de website: http://www.kunstbus.nl

Kleur
Eigenschap van een visuele waarneming, ontstaan door de spectrale samenstelling van stralen afkomstig van een lichtbron. De drie primaire kleuren zijn: geel, blauw en rood.
Vervolgens ontstaan:
Oranje uit menging van rood en geel,
Groen uit menging van geel en blauw,
Violet uit menging van blauw en rood.

Tint, helderheid en verzadiging – de drie eigenschappen van kleur – kunnen worden gezien als een eenheid. Kleur wordt door deze drie termen plus de term contrast beschreven.

Tint
Tint is de eigenschap die geassocieerd wordt met de elementaire kleurnamen. Aan de hand van de kleurtint kunnen bonte kleuren worden onderscheiden van niet-bonte kleuren. Bonte kleuren zijn bijv. geel, rood, blauw en groen; niet-bonte kleuren zijn wit, grijs en zwart. Andere bonte kleuren werden genoemd naar bekende materialen zoals turkoois (zoals de edelsteen) of oranje (zoals de sinaasappel).
De tint kan het best beschreven worden als de voornaamste primaire kleur die in een mengkleur aanwezig is. De tint van vleeskleur is bijvoorbeeld rood, de tint van de lucht is blauw. Maar de tint van roze, paars of bruin is ook rood. Natuurkundig uitgedrukt is de tint de overheersende golflengte van een van de drie primaire kleuren die in de mengkleur aanwezig is.

Kleurverzadiging (puurheid ten opzicht van grijsheid)
Kleurverzadiging is bepalend voor de hevigheid van een kleurtint, de mate waarin de tint puur is. Wanneer er minder verzadiging is, is de kleur gemengd met wit. Verzadiging is de mate van kleur intensiteit in samenhang met het perceptuele verschil tussen die kleur en een wit, zwart of grijs van gelijke helderheid. Een bepaalde kleurtint kan sprankelend en levendig zijn, maar ook onopvallend grijzig. Het zal duidelijk zijn dat de verzadiging heel veel met de helderheid te maken heeft. Natuurkundig gesproken bevat een verzadigde kleur heel veel straling van een van de drie primaire kleuren en heel weinig straling van de twee overige primaire kleuren.

Kleurintensiteit (helderheid, hoeveelheid opvallend licht)
Helderheid (licht-donker) komt overeen met de hoeveelheid licht die lijkt te worden gereflecteerd van een oppervlak in relatie tot de reflectie van de ernaast liggende oppervlakken. Helderheid is net als tint een waarnemingseigenschap die niet slechts fysiek kan worden gemeten. Het is het belangrijkste attribuut in het effectief maken van contrast. De helderheid kan het best omschreven worden als de donkerte van een bepaalde kleur. Licht groen heeft een grotere helderheid dan donker groen, hoewel in beide gevallen de primaire kleur groen overheersend is. Natuurkundig bekeken kan helderheid worden uitgedrukt als de intensiteit van de overheersende golflengte in de mengkleur.

Contrast
Contrast is een mate van verandering van de helderheid van een plaatje. Hoog contrast geeft bijv aan dat zowel donkere partijen als witte partijen voorkomen. Het sterkste contrast ontstaat wanneer een kleur tegen zijn complementaire kleur wordt aangeboden. Twee kleuren zijn complementair wanneer ze gemengd de kleur grijs opleveren.



Weer terug naar het artikel:

– Optische werking van de kleurlagen:
= tempera is erg transparant
= door meerdere kleurlagen aan te brengen ontstaan
(semi) opake kleureffecten (bijvoorbeeld het doorschijnen van onderkleuren)
= het vermogen op te lichten (opalescentie)

– schilderen (volgorde)
=zeer dun om te beginnen
= liefst zonder wit in het begin
= werk in het begin van licht naar donker
= gebruik steeds dikkere verf
= heb je meer ervaring: probeer nat op nat
= let op onderkleuren, bijvoorbeeld gebrande omber bij rood en blauw.



Terug in de bus
De reistijd zou ongewijzigd zijn.
Het is nu 11:14 uur en we zijn in Den Bosch (?!)
en doen een poging om op de A2 te komen.
11:44 uur afslag Utrecht (op de A2)
12:01 uur Jaarbeurs, 50 minuten te laat !









Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.





Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.

Ice baby, Ice

Nick Cobbing is een Engelse fotojournalist.
Hij maakt dus foto’s en heeft een voorliefde voor ijs en ijslandschappen.
Twee series zijn van zijn hand te zien op het internet:
Surface Tensions (oppervlaktespanningen)
en Noorderlicht.
De laatste serie heeft betrekking op een reis die hij gemaakt heeft
met een Nederlandse schipper/boot.
Geniet van deze prachtige foto’s.





Nick Cobbing, Surface Tensions.






Nick Cobbing, Surface Tensions.






Nick Cobbing, Surface Tensions.






Nick Cobbing, Noorderlicht.






Nick Cobbing, Noorderlicht.






Nick Cobbing, Noorderlicht.






Nick Cobbing, Noorderlicht.






Nick Cobbing, Noorderlicht.






Nick Cobbing, Noorderlicht.






Nick Cobbing, Noorderlicht.






Nick Cobbing, Noorderlicht.





Kunstvaria

Een heel mooie serie kunst en cultuur.
Met in de hoofdrol, onder andere, een reeks afbeeldingen
uit manuscripten.





Ansel Adams, Merced River, Cliffs of cathedral rocks, autumn, 1939.


Portfolio III, Yosemite Valley.
Leuk dat op de dag van de Nationale feestdag van de Verenigde Staten
een Amerikaan het spits mag afbijten.





Ernie en Bert, 2007.


Okay, geen kunst, maar wel cultuur.
En leuk!





Claude Monet, Route de Giverny en hiver, 1885.






Cy Twombly, By the Ionian Sea, Naples, 1988.






Danny Rolph, Gladstone, 2009.


Deze afbeelding heb ik opgenomen in deze serie omdat je
deze vorm van kunst: grote beschilderde muren, steeds vaker ziet.





Edward Hopper, Rooms by the sea, 1951.


Een van de mooiste werken die ik in lange tijd heb gezien.
Het is geen abstract werk maar als je ogen een beetje sluit
en je kijkt door je oogharen dan lijkt het wel een abstract schilderij.





Francisco de Zurbarxc3xa1n, Virgin of the misericordia, 1634.






Francisco Josxc3xa9 de Goya y Lucientes, An equestrian portrait of Manuel Godoy, duque de La Alcudia, 1794.






Franco dei Russi, initial: E, David lifting up his soul to God, Italy, Ferrara, 1455 – 1463.


In de hoofdletter E is Koning David te zien die zijn
ziel verheft naar God. Italiaans.


Master of the Dresden prayer book, David and Goliath, Bruges, 1480 – 1485.


De maker is onbekend van deze schildering.
Daarom worden werken van deze maker aangeduid
met ‘Meester van het gebedenboek van Dresden’,
het bekendste werk van deze Middeleeuwse kunstenaar.
De voorstelling geeft de kleine David en enorm sterke Goliath weer.
Het boek is waarschijnlijk in Brugge in Belgie gemaakt.


Master of the Ingeborg psalter, Initial: D, David pointing to his mouth, French, 1205.


De meester van het psalmenboek van Ingeborg.
In de hoofdletter D is koning David te zien die naar zijn mond wijst.
Koning David werd in de Middeleeuwen gezien als de schrijver
van de Bijbelse psalmen.
Hier wordt hij in verband gebracht met de tekst:
Psalm 38: ‘Ik had mij voorgehouden:
Ik moet mij beheersen en mijn tong voor zonde behoeden.’


Unknown, David bringing the Ark of the covenant to Jerusalem, 15th Century.


Onbekende maker,
De afbeelding toont Koning David die de Ark van het verbond
naar Jeruzalem brengt, 15e eeuw.


Unknown, Initial: D, A monk with his finger to his lips, Italian, 1420.


Onbekende, Italiaanse maker.
In de hoofdletter D is een monnik te zien die zijn vinger
naar zijn mond brengt. In overpeinzing.


Detail met draak in de letter D.



Detail met een haas bij het bos..






Frank Buchser, Kleines Mxc3xa4dchen vor einer steintreppe in Segni, 1874.






Henri Matisse, Odalisque with a Turkish chair, 1927 – 1928.






Joaquxc3xadn Sorolla, Nixc3xb1a entrando en el baxc3xb1o.


Nog maar kort geleden voor het eerst te zien
in de kunstvaria.





Larry Rivers, Dutch Masters I, 1963.






Lucio Fontana, Concetto spaziale, natura, 1959 – 1960.


Ik heb heel wat werken van Fontana gezien.
Heel vaak zijn het witte doeken.
Dit prachtige rood geeft een schitterend effect.





Lxc3xa1szlxc3xb3 Moholy-Nagy, Composition A19, 1927.






Martin Schongauer, Saint Anthony tormented by demons, circa 1470 – 1475.


De heilige Antonius wordt gekweld door duivels.
Dit werk diende als inspiratie en voorbeeld
voor de 12/13 jarige Michelangelo om het volgende schilderij te maken.


Michelangelo, The torment of Saint Anthony, circa 1487 – 1488.



Michelangelo, detail.






Oscar Kokoschka, London, Chelsea reach, 1957.


A view from Lindsay House looking towards Battersea.





Robert Sperry, Shell, 1974.


Makers van aardewerk zien we niet vaak bij Kunstvaria.





Whistler, Weary, 1863.


Weary = vermoeid.




Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondie

Ik heb de vier inleidende studies gelezen van de catalogus
behorende bij de tentoonstelling
Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondië.
Ik wil in deze log even stil staan bij die vier studies en mijn reactie
op die stukken geven.
Natuurlijk heb ik geprobeerd mijn reactie te voorzien
van een paar mooie afbeeldingen.



Catalogus: Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondië.


De namen van de studies staan in het Engels omdat
ik de Nederlandse titels niet ken.
De Nederlandse catalogi waren uitverkocht toen ik
in Brugge was.

Reasonable foly: Charles the Bold,
Duke of Burgundy (1433 – 1477)

Werner Paravicini.

  Volgens deze introductie/samenvatting van de tentoonstelling was Karel de Stoute een…just, hardworking, bureaucratic, absolute, rigorous, moral, thrifty, ostentatious, ceremonious, ambitious, proud, impatient, cruel and feared ruler.In het Nederlands een rechtvaardige, hardwerkende, bureaucratische, absolute, rigoreuze, moreel, gedreven, opzichtige, ceremoniële, trotse, ongeduldige, wrede en gevreesde heerser.
De schrijver probeert te bewijzen dat Karel de Stoute een van de eerste, moderne, politiek bewuste leiders in Europa was.
Een claim die niet helemaal stand houdt door het onnodig wreed en uiteindelijk niet succesvol optreden.
Daardoor vraag je je af of zijn tegenstanders dan wel zo ouderwets waren.

Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448.Philips de Goede staat hier afgebeeld met de jonge Karel de Stoute.Koninklijke Bibliotheek van België, MS. 9242 f.1r.


Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448 (detail).


Rogier van der Weyden, Chroniques de Hainaut, Opdrachtpagina, 1448 (detail).Philips de Goede met Karel de Stoute.Leuke schoenen!


Palaces and tent filled with art:
the court culture of Charles the Bold.

Birgit Franke en Barbara Welzel.
Op overtuigende wijze beargumenteren de schrijfsters
dat de luxe waarmee de Bourgondische vorsten zich omringden,
meer functies had dan een platte pronkzucht alleen.
De hofcultuur was een van de vele middelen die ingezet werden
in de strijd en consolidatie van de macht.


 photo PeterPaulRubensKarelDeStouteC1618GG.jpg

Peter Paul Rubens, Karel de Stoute, omstreeks 1618.



The vestments of the Order of the Golden Fleese.
A major work of Burgundian court art.

Katia Schnitz-von Ledebur
Korte maar grondige inleiding op de visuele aspecten
van de religieuze gewaden die deel uitmaakten
van de inventaris van de Orde van het Gulden Vlies.
De analyse toont aan hoe doordacht deze geborduurde
kunstwerken zijn ontwikkeld.


Kazuifel, Transfiguratie van Christus, Bourgondische religieuze gewaden, 1425 – 1440.

Op de inventaris van de Orde van het Gulden Vlies
komen een aantal liturgische gewaden en voorwerpen voor.
Onderdeel van die voorwerpen zijn een aantal kazuifels en koorkappen.
Deze zijn bijzonder mooi geborduurd.
Hier ziet u een afbeelding van God de Vader.


Kazuifel, Transfiguratie van Christus, 1425 – 1440.

De afbeelding van God de Vader bevindt zich op het kasuifel
in het midden aan de top.
De transfiguratie van Christus wordt weergegeven in het midden
van de kazuifel. Daar is in een kruisvorm afgebeeld hoe Christus
ten hemel vaart. Beneden Petrus, de plaatsvervanger van Christus (de Paus)
Boven God de Vader.
Dit is de achterzijde van het kazuifel.
Dit is de kant die de mensen zagen tijdens de eucharistieviering.
Links en rechts van het kruis zijn heiligen te zien.
Links de vrouwen, rechts de mannen.


Transfiguratie van Christus, 1425 – 1440.

Dit is de voorzijde van hetzelfde kazuifel als hierboven getoond.
In het midden is onderaan de doop van Christus te zien.
Daarboven de duif als symbool voor De Heilige Geest
en God de Vader bovenaan.


Het lezen van dit stuk of aanverwante stukken is misschien voor sommige
moeilijk zonder toelichting op de gebruikte begrippen.
Daarom hier een woordenlijst.

Albe   Veelal wit onderkleed te dragen onder een kazuifel
Amict Rechthoekige doek met twee linten die onder religieuze gewaden wordt gedragen ter bescherming van die gewaden.
Antipendium   Afneembare versiering/front van de altaartafel.
Bursa  Opbergplaats/houder van de corporale
Cingel   Koord dat gebruikt wordt om de albe op maat te maken en de stola vast te houden
Ciborie Kelk in de katholieke kerk waarin geconsacreerde hosties worden bewaard.
Corporale   Wit linnen doek, vierkant. Wordt op het altaar gelegd waarna de kelk en dergelijke er op worden geplaatst.
Dalmatiek  Gewaad voor de diaken.
Kazuifel Liturgisch gewaad dat een priester draagt tijdens de eucharistie. Uitgevoerd in de liturgische kleuren en op verschillende manieren versierd.
Kelkdoekje Doekje dat gebruikt wordt om de kelk schoon te maken na gebruik.
Koorkap  Liturgische mantel gebruikt in processies en andere gelegenheden. Niet tijdens de dienst.
Manipel   Op de linker onderarm gedragen smalle doek. Verbeeld de zweetdoek van Christus.
Monstrans  Hostiehouder die gebruikt wordt om de hostie te tonen. Gebruikt in processies.
Palla   Met witte stof overtrokken karton dat gebruikt wordt om tijdens de dienst de kelk af te dekken.
Paramenten   Verzamelnaam voor de textiele voorwerpen die in Christelijke diensten worden gebruikt.
Pateen Plat schaaltje van edelmetaal dat gebruikt wordt  om tijdens de eucharistie de hostie op te leggen.
Superplie Een wijd, wit linnen hemd, dat reikt tot aan de knieën en gedragen wordt over een toog.
Toog Lang en wijd gewaad voor bijvoorbeeld misdienaars.
Velum Doek die gebruikt wordt om bijvoorbeeld een monstrans of ciborie te dragen zonder die voorwerpen met blote hand aan te raken.

The image of Charles the Bold.
Till-Holger Borchert.
Interessant stuk over de afbeeldingen van Karel de Stoute.
Ook over hoe speculatief “wetenschap” soms is.
Van alle portretten waarvan we zeggen dat Karel de Stoute
er op staat afgebeeld, is er maar 1 die waarschijnlijk
van de levende Karel is gemaakt:
het portret gemaakt (?) door Rogier van der Weyden
rond 1460 van de dan nog jonge erfgenaam.
Alle andere portretten zijn geschilderd naar andere,
inmiddels verloren gegane werken.
Het onthoudt ons er echter niet van om op schilderijen
van Van der Weyden en Memling,
Karel te herkennen in een van de Wijzen bij de Kerststal
en in een apostel bij het Laatste Oordeel!


Rogier van der Weyden, Karel de Stoute, circa 1460.


Schetsen

Een deel van mijn tijd op het internet
breng ik door met het zoeken naar nieuwe dingen.
Meestal nieuwe kunstenaars of nieuwe kunstwerken.
Zo kwam ik bij een groep sites uit van mensen die zich
allemaal bezig houden met schetsen.
Ze hebben altijd, nou ja vaak dan, een boekje bij zich,
een potlood en/of een water-verfdoos.
Dat leidt tot erg mooie resultaten en heel verschillende invullingen
van het begrip schetsen.
Hieronder twee voorbeelden.
Een eindproduct van iemand die tekent als beroep
en een waterverf schildering van een amateur (?).
De beroepsmatige tekenaar is uit Nederland,
de schetser uit de Verenigde Staten.





Arne van der Ree, De sloot.






Dimitry Samarov, Books.


Boeken.




Oude beroepen

Ik kreeg via, via een PowerPoint slide show met daarin
een aantal foto’s van oude beroepen.
Sommige beroepen kende ik alleen van horen zeggen.
Die laat ik niet zien.
Maar de beroepen die mij bekend voorkomen laat ik hier wel zien.
Mooie foto’s trouwens.
Ik weet niet wie de maker van de foto’s of de PowerPoint show is.


Hoorspelacteurs.

Tegenwoordig is weer meer vraag naar deze mensen.
Nu noemen we het luisterboeken of hoorcolleges.
Soms heb je dan 1 voorlezer maar onlangs heb ik nog
een soort hoorspel op CD beluisterd.
Erg leuk.
De populaire serie podcasts Bommel van de NPS is eigenlijk precies hetzelfde.
Alleen kan ik luisteren naar mijn iTunes wanneer ik wil.


Huisvrouw.


Letterzetter.


Melkboer.

De melkboer die bij ons langs kwam had geen handkar meer
maar een soort klein electrisch vrachtautootje.
Volgens mij zal dat snel weer heel modern zijn.


Marcel Marceau

Wikipedia:
Marcel Marceau, pseudoniem van Marcel Mangel,
(Straatsburg, 22 maart 1923 – Cahors, 22 september 2007)
was een Frans mimespeler die een grote rol heeft gespeeld
bij de verspreiding van dit toneelgenre.

Tijdens mijn zoektocht naar onderwerpen voor Kunstvaria
kwam ik op de veiling terecht van voormalige bezittingen
van Marcel Marceau.
Zijn bekendste personage was meneer Bip.
Hier een paar voorbeelden van voorwerpen
die op de veiling werden aangeboden en verkocht.


Carillonfiguur, 19e eeuw.

Automate Carillonneur d’orgue limonaire en bois sculpte
polychrome figurant une femme
en habit de saltimbanque, Fin du XIXe siecle.

Op de veiling waren veel maskers en karakteristieke
afbeeldingen te zien van mensen.
Veel uit de wereld van het theater en het circus.


Jezusbeeld, Zuid Italie, 18e eeuw.

Enfant Jesus en bois polychrome, Italie du sud, XVIIIe siecle.


Indira Gandhi avec Marcel Marceau.

India, daar heb ik een zwak voor.
Maar het bovenste fotootje is interessant.
Dat is een ontmoeting waar ik wel bij had willen zijn.
Westers en Aziatisch toneel ontmoet elkaar.
Jammer dat het zwart-wit foto’s zijn.


Japans masker van een vrouwelijke duivel.


Bip.


Portraits du mime Marceau.


Marcel Marceau op een Picasso-tentoonstelling in Avignon.


Stan Laurel en Bip in gesprek, 1951.

De mime-speler van de film ontmoet de mime-speler van het theater.


 

Het uur van de wolf: Rijksmuseum

Eind 2003 gaat het hoofdgebouw van het Amsterdamse Rijksmuseum
dicht om, in de woorden van directeur Ronald de Leeuw,
‘het mooist denkbare kunstmuseum’ te worden.
De Spaanse architecten Cruz en Ortiz
tekenen voor een groots ontwerp:
een gemoderniseerd gebouw met een baanbrekend museaal concept,
dat in 2008 zijn deuren opent.

In de documentaire volgt Oeke Hoogendijk de eerste vier jaar
van Nederlands grootste culturele operatie
en leidt ons onder andere langs verbrokkelde muren,
ontluisterde architecten, boze fietsers, een genadeloze kunstselectie
in het depot en de liefdevolle restauratie
van een zestiende-eeuws schuttersstuk.
Een documentaire over liefde voor kunst,
groot en klein denken en een ontluisterende inkijk
in Nederlandse besluitvormingsprocedures.



Hierboven de officiele aankondiging van deze documentaire.
Het verhaal lijkt eenvoudig: we gaan een museum verbouwen.
Het drama is niet te overzien.

Arrogantie, graaien, onbekwaamheid, vakmanschap,
liefde voor een gebouw, domheid, smakeloosheid,
torenhoge budgetoverschijdingen en actie om de actie.

De Arrogantie van de directeur en zijn personeel
en niet te vergeten Medy van der Laan (staatssecretaris);
Het Graaien van de directeur met prive chauffeur
en een appartement in Wenen en een huis in Italie
en van de bouwonderneming;
De Onbekwaamheid van de architecten in hun
werk (studiecentrum) en het omgaan met de vele belangengroepen
bij een dergelijk project;
Het Vakmanschap van de restaurateurs van het prachtige schuttersstuk;
De Liefde voor het gebouw van de huismeester;
De Domheid van de medewerkers van het museum in de procedures
rond de bouwverordeningen en in de samenwerking
met gemeentelijke instellingen;
De Smakeloosheid van de ontwerpen voor het studiecentrum;
De Torenhoge budgetoverschijdingen van een aannemer die nog
meer wil graaien dan de directeur.
En Actie om de actie door de fietsrijdersbond (Nederland op zijn smalst).

En dat allemaal prachtig verfilm door Oeke Hoogendijk, als een drama
waar Shakespeare jaloers op kan zijn.

Gisteravond zag ik deze documentaire voor de tweede maal,
hij blijft boeien.