Zoals ik eind vorig jaar een week naar Zürich reisde
om Museum Rietberg te bezoeken,
zo reisde ik in februari van dit jaar naar Parijs
om de Aziatische collecties van Musée Guimet en Musée Cernuschi te zien.
Deze vooral Indiase en Chinese collecties
zijn in een reeks berichten op mijn blog aan de orde geweest.
Bijvoorbeeld in het bericht over het beeld van Shiva Nataraj:
De dansende god in Zürich.
Nu is het plan om een wandeling te maken
door de collecties van Musée Guimet.
Ik liep eerst naar de Shiva Nataraj die hier wordt tentoongesteld,
dat beeld was tenslotte mijn hoofddoel.
Maar daarna wandel ik verder door het museum.
Dat valt soms niet mee, want tijdens mijn bezoek is er ook een tentoonstelling
over manga en die trekt in die schoolvakantie veel jonge bezoekers.
Maar als ik uit de drukte blijf, kan ik tussen de voorwerpen uit India,
Myanmar, Cambodja en bijvoorbeeld Vietnam lopen.
Ik stop waar iets mijn aandacht trekt.
Ik loop verder als iets mij minder interesseert.
Mijn camera was weer mijn notitieboekje,
en daarom kan ik mijn indrukken met foto’s illustreren.
Het resultaat zal een reeks berichten zijn over Musée Guimet.
Zoals gezegd opent deze reeks met dit bericht over Shiva.
Nederlandse vertaling
Shiva, heer van de dans
Vellalagaram? (staat Tamil Nadu.
11e eeuw, Chola-periode
Brons
De god Shiva voert de dans uit die men de „verschrikkelijke, maar vreugde brengende” (ananda-tandava) noemt. Door de kracht van haar ritmen vernietigt en herschept deze dans tegelijkertijd de werelden. Op een van de lokken van Shiva’s haar is een bescheiden afbeelding van de godin Ganga (de rivier de Ganges) te zien. Dit verwijst naar de beroemde mythe van de „Nederdaling van de Ganges”. Volgens die mythe stemde Shiva ermee in de woeste watermassa’s van de destijds nog hemelse rivier in zijn haardossen op te vangen, zodat zij niet als een verwoestende waterval op de aarde zouden neerstorten.
Schenking van C.T. Loo, 1928, inventarisnummer MG 17471.
Het type beeld: een dansende man met lange lokken haar
die mooi aansluiten bij de stralenkrans om hem heen.
Staand op één been, rustend op de rug van een klein wezen.
Over dat type beeld zijn al meerdere berichten op mijn blog te vinden
en mijn uitdaging is dan ook om in dit bericht niet te veel informatie te herhalen.
Wat me meteen opviel aan het beeld in Parijs is dat de stralenkrans
minder rond is dan bij de versie in Amsterdam.
De imitaties in souvenirwinkels hebben meestal ook een ronde stralenkrans.
Eerder was me dit al opgevallen in de catalogus die ik in Zürich kocht
van hun tentoonstelling uit 2008/2009.
Daarin zie je dat de versies uit Amsterdam en New Delhi ronder zijn
dan de versies van Zürich, New York, het Victoria and Albert Museum
of die van het British Museum.
De voorstelling van de dansende god straalt dynamiek en kracht uit
terwijl er tegelijk sprake is van evenwicht en beheersing.
Of zoals de zaaltekst zegt:
Door de kracht van haar ritmen vernietigt en herschept deze dans tegelijkertijd de werelden.
Schijnbare tegenstellingen worden door het beeld in balans gebracht:
om in evenwicht te blijven bij de beweging die de danser maakt
is veel kracht nodig.
Daar zit ook een fysiek aspect aan.
Wat me bij de versie van Musée Guimet voor het eerst opviel
is dat het lichaam van Shiva vóór de stralenkrans staat.
Dat zie je vooral goed als je het beeld van opzij bekijkt.
Het lichaam van Shiva heeft van opzij de vorm van een afnemende maansikkel,
alsof het lichaam licht naar voren bolt.
Waarschijnlijk is die lichte kromming nodig
om het beeld fysiek in evenwicht te houden.

















