Open vragen

– over drie werken die samen een stille, maar indringende lijn vormen door het oeuvre van Käthe Kollwitz –

Käthe Kollwitz (1867–1945) was een van de meest indringende stemmen
van het sociaal‑realistische kunstidioom in Duitsland.
Haar werk richt zich op het gewone leven van arbeiders, moeders en kinderen,
maar met een intensiteit die het alledaagse verheft
tot universeel menselijk drama.

Ze werkte vooral in grafiek en tekeningen,
waarin ze met sobere lijnen en donkere tonen
een bijna sculpturale expressie bereikte.
In haar realisme gaat het niet om uiterlijke gelijkenis, maar om innerlijke waarheid.
De figuren zijn zwaar, tastbaar, soms gebogen onder verdriet
— maar altijd menselijk, nooit anekdotisch.
Kollwitz observeerde niet van buitenaf; ze leefde mee met haar onderwerpen.
Haar realisme is daardoor een vorm van empathie:
een kunst die getuigt van solidariteit en mededogen in tijden van armoede en oorlog.

Realisme en mededogen

In het Kunstmuseum Basel waren drie werken van Käthe Kollwitz te zien:
Schwangere Mutter mit zwei Kindern, Tod und Kinder en Mutter.

Samen vormen ze een compacte maar indringende blik op haar oeuvre.
Kollwitz’ realisme is nooit afstandelijk; het is een kunst van nabijheid.
Ze tekent niet om te beschrijven, maar om te getuigen
— van zorg, angst, verlies en de stille kracht van vrouwen
in tijden van oorlog en armoede.

IMG_7733BazelKunstmuseumBaselKätheKollwitzSchwangereMutterMitZweiKindernUndatedKohleInv1987-15
Bazel, Kunstmuseum Basel, Käthe Kollwitz, Schwangere mutter mit zwei kindern, undated, kohle. Inv 1987.15.
IMG_7735BazelKunstmuseumBaselKätheKollwitzTodUndKinder1923StudyForTheCrayonLithographDeathSeizesTheChildrenKohleAufHellgrauemPapierInv1942-29
Käthe Kollwitz, Tod und Kinder, 1923, study for the crayon lithograph ‘Death seizes the children’, kohle auf hellgrauem papier. Inv 1942.29.
IMG_7737BazelKunstmuseumBaselKätheKollwitzMutter1919RejectedSecondVersionOfSheet6OfTheCycleWarKreidelithografieUmdruckAufVergéInv1942-30
Käthe Kollwitz, Mutter, 1919, rejected second version of sheet six of the cycle ‘War’, kreidelithografie (umdruck) auf Vergé. Inv. 1942.30.

In Schwangere Mutter mit zwei Kindern ligt de nadruk
op de kwetsbaarheid van het lichaam en de bescherming die het biedt.
In Tod und Kinder wordt de greep van de dood voelbaar
— of kijken we naar de tederheid van een moederfiguur
die haar kinderen nog probeert te omvatten?
De titel suggereert dat we met de dood te maken hebben,
maar het beeld zelf laat die grens open.
En in Mutter wordt die omhelzing tot symbool van overleven:
een compacte groep lichamen, samengeperst door angst en liefde tegelijk.

Kollwitz’ lijnen zijn zwaar en tastbaar, haar schaduwpartijen diep en menselijk.
Ze maakt van het realisme geen observatie, maar een gewetensdaad
— een vorm van kunst die niet wegkijkt, maar meeleeft.

Tentoonstelling

De werken werden er getoond in het kader van een kleine restitutie-tentoonstelling.
Op de website van Kunstmuseum Basel is hierover
de volgende tekst te lezen (voor de blog vertaald):

Het Kunstmuseum Basel compenseert de erfgenamen van Julius Freund
voor zeven tekeningen en een lithografie uit de 19e en vroege 20e eeuw.
De beslissing tot deze compensatiebetaling is een bevestiging
van de Washington Principles
en van de eigen strategie voor provenance‑onderzoek.
Het Kunstmuseum is verheugd de werken voor de collectie te kunnen behouden.
De gevonden oplossing is ook in het belang van de erfgenamen.

Julius Freund (1869–1941), een Duits‑Joodse textielfabrikant uit Berlijn,
verzamelde gedurende meer dan 25 jaar meer dan 700 schilderijen
en werken op papier uit de Duitse romantiek en het realisme,
aangevuld met geselecteerde werken uit de vroege 20e eeuw.
Werken van kunstenaars zoals
Carl Blechen, Adolph von Menzel, Caspar David Friedrich,
Käthe Kollwitz en Hans Baluschek
maakten daar deel van uit.
De hoge kwaliteit van de collectie was in heel Duitsland bekend.
Tot op vandaag geldt de op veel van zijn werken
aangebrachte verzamelstempel “JF” als een keurmerk.

Na het opgeven van zijn bedrijf verhuisde Freund in 1931
met zijn vrouw Clara (1878–1946) voor drie jaar naar Italië.
Zijn kunstcollectie wilde hij in die periode aan een museum toevertrouwen
— een voornemen dat echter pas in 1933 slaagde,
toen hij 385 werken kon onderbrengen in het Kunstmuseum Winterthur,
waar ze negen jaar bleven.
In 1934 en 1936 kwamen daar nog 106 werken bij.
In Zwitserland genoot de collectie Freund grote populariteit.
Niet alleen in Winterthur, maar ook in de kunstmusea
van Luzern, Bern en Basel werden tentoonstellingen met deze werken georganiseerd.

De situatie van de familie in Duitsland veranderde drastisch
na de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933.
Zoon Hans moest de Universiteit Leipzig verlaten;
na zijn promotie in 1934 in Basel emigreerde hij naar Londen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij als vijandelijke buitenlander
geïnterneerd op het Isle of Man.
Dochter Gisela, die later als fotografe Gisèle Freund beroemd zou worden,
vluchtte in 1933 naar Parijs.
Julius en Clara Freund keerden in 1934 naar Berlijn terug
en werden gedwongen hoge discriminerende belastingen te betalen.
In 1939 emigreerden zij naar Engeland,
waar Julius Freund in 1941 in een armenziekenhuis in Wigton overleed.

Op 21 maart 1942 liet Gisèle Freund de in Zwitserland aanwezige kunstwerken
uit de collectie van haar vader veilen via het veilinghuis Theodor Fischer in Luzern.
De ouders hadden de werken in december 1933
formeel aan hun dochter overgedragen,
die zich toen al in Parijs bevond, om ze vooruitziend te beschermen
tegen directe confiscatie door de nationaalsocialisten.
Het besluit tot verkoop nam zij samen met haar familie.
Volgens haar eigen verklaring lag de armoede van haar moeder
aan deze beslissing ten grondslag.
De opbrengst van de veiling kwam volledig ten goede aan Gisèle,
die inmiddels in Buenos Aires woonde.
Zij kocht er een huis van, waarvan de huurinkomsten
voortaan het levensonderhoud van haar moeder verzekerden.
Het Kunstmuseum Basel verwierf uit deze veiling vijf tekeningen
en een lithografie voor het Kupferstichkabinett.
Twee andere werken met dezelfde herkomst kwamen als schenking binnen.

In 2005 restitueerde de Bondsrepubliek Duitsland
vier werken die Adolf Hitlers “Sonderbeauftragter für das Führermuseum”,
Hans Posse, op dezelfde veiling had gekocht,
aan de erfgenamen van Julius Freund.
De teruggave werd gemotiveerd met het argument
dat de economische nood van Clara Freund in ballingschap moest worden gezien
als gevolg van haar vervolging door het nazi‑regime.
Verder kan voor de restitutie een rol hebben gespeeld
dat de kunst door een vertegenwoordiger van het Duitse Rijk was verworven.
Daarna volgden andere teruggaven door Duitse musea
en overeenkomsten met particulieren.

Het Kunstmuseum Basel heeft uit eigen beweging
contact opgenomen met de juridische vertegenwoordiger van de erfgenamen
van Julius Freund en het bezit van de acht werken gemeld.
Na uitwisseling van de verschillende standpunten
vonden beide partijen een minnelijke oplossing:
de erfgenamen van Julius Freund ontvangen een compensatiebetaling
en de kunstwerken blijven in het Kunstmuseum Basel.
Over de hoogte van het bedrag is stilzwijgen overeengekomen.


Marek Sindelka: Anna in kaart gebracht

Op de omslag van ‘Anna in kaart gebracht’
staat de volgende aanbeveling voor het boek:

Deze fabelachtige mozaiekvertelling, die de moderne tijd op intelligente wijze ontleedt, is een kleinood vol verborgen parels.
Een meerdimensionale plattegrond, waarin de puzzelstukjes met elk perspectief meer op hun plaats vallen.
Anna in kaart gebracht is een bestseller in Tsjechie, waar Marek Sindelka als een van de grootste schrijvers van zijn generatie wordt beschouwd.

Nou dat lijkt me allemaal wat overdreven.

 photo MarekSindelkaAnnaInKaartGebracht.jpg

Marek Sindelka, Anna in kaart gebracht. Vertaald door Edgar de Bruin.


Laten we eens zien hoe ‘de moderne tijd op intelligente wijze (wordt) ontleedt’.

‘Hoe heet je eigenlijk,’ bubbelde ik in de slagroom, even gebeurde er niets, even dacht ik nergens aan en daar was ik helemaal ondersteboven van, daarom had ik het vast gevraagd, anders kan ik het niet verklaren.
De vrouw zei: ‘Anna.’

Nou tot zover niet bijzonders op pagina 46.
Eens kijken wat je van het vervolg vindt?

‘Een mooie naam – aan het begin en het eind zijn rozen waarschijnlijk hetzelfde, droeg ik voor en Anna bloosde en sloeg een oog neer op de holte van het doodskistje en ik zag voor het eerst dat ze beeldschoon was, maar toen ging net mijn telefoon over, mijn goede vriend, de makelaar, belde, hoi Makelaar, zei ik, prima, zei ik, we komen, zei ik, vertel iets over jezelf, zei ik daarna tegen Anna.
‘Er valt niet veel te vertellen,’ zei ze zedig.
‘Niet jokken!’Ik sloeg met mijn vuist op tafel, het porselein rammelde ervan. Anna kreeg tranen in haar ogen en barstte in lachen uit.

Lange zinnen. Zal niet eenvoudig zijn geweest om te vertalen
maar ze zeggen niet veel.
En toen?

Ik raakte een beetje geirriteerd: het is precies andersom, Anna, het is te veel! Het is veel te veel!
Kijk me aan, je bent net YouTube, je zit vol andermans spullen en herinneringen, je bent een reservoir van tijd, stom kind, je bent het lont en de explosie, je bent Duizend-en-een-nacht tot de tweede macht, je bent de evolutie en de schepping, je bent een knoop in het net, je bent zelf het net, je hebt ruim driehonderd vrienden, dat is niet verkeerd, je hebt ze nog nooit gezien maar je kent ze door en door, onvermoeibaar schrijven ze je nachten- en dagenlang wat ze zonet hebben gegeten, gedronken, welke film, gejat van internet, ze hebben gezien, wat ze vinden van de oorlog in Mali, in Georgie, of in een ander land dat al volkomen uit de duim gezogen is ten behoeve van het tv-journaal.
Je hebt een bankrekening, waarop je niet-bestaand geld vergaart, waarmee je niet-bestaande schulden aflost, waarvoor je machinaal versleten spijkerbroeken koopt, naar niet-bestaande landen reist waar je door kogelvrij glas, door de mistige sluiers van je dure inentingen, de compassie in jezelf bevredigt door de aanblik van armoede.

Volgens mij is dit een voorbeeld van wat Ian Bostridge beschrijft
in een boek waar ik pas over schreef:

Bostridge schrijft daarover:

Uiteraard doet de discontinuiteit van de verhaallijn in Schuberts Winterreise enorm hedendaags aan – modern,, of is het postmodern?
In zijn boek Reality Hunger, een collage van niet nader omschreven citaten (en zelfcitaten) over het feit dat de traditionele literaire vormen niet toereikend zijn om de confrontatie aan te gaan met een moderne gefragmenteerde werkelijkheid, laat de Amerikaanse schrijver David Shields ons weten dat ‘de afwezigheid van een plot de lezer de ruimte laat om over andere dingen na te denken’.
‘De stuwende kracht,’ stelt hij, ‘komt niet voort uit een vertelling, maar uit de subtiele opbouw van thematische resonanties.’
Van de lappendeken aan literaire fragmenten die hij hier bijeenbrengt zouden er vele prima dienst kunnen doen als moto van Winterreise of van een boek over of omtrent Winterreise:

 

Ik heb iets te vertellen, maar het zal je niet meevallen om te ontdekken wat het is.

De plot wordt gesloopt, als een steigerwerk, en dat wat daarvan de plaats inneemt is de zaak zelf.

 

Hoeveel kun je weglaten en toch nog zorgen dat de compositie begrijpelijk is? Dit inzicht, of het gebrek eraan, maakt het verschil uit tussen degenen die kunnen schrijven en degenen die werkelijk kunnen schrijven.
Tsjechov rekende af met de plot. Pinter, die daarop doorging, rekende af met het verhaal, de vertelling, en Becket met de karaktertekening. We horen het hoe dan ook. Weglaten is een vorm van scheppen.

Schuberts Winterreise, pagina 46.

Nog een stukje van Anna in kaart gebracht. Nu van pagina 52:

‘Lance Armstrong is net een vampier – een soort Ouroboros – die in zichzelf vastgebeten jarenlang zijn eigen bloed opslurpte, wat een schandaal, beste mensen, men is tot verbazingwekkende dingen in staat,’ zegt de Entertainer met zijn hoofd knikkend,…..

Nog een ‘modern’ citaat, pagina 55:

‘Elke historische persoonlijkheid verandert in een merk, in een zielig symbool bestaand uit twee, drie wikicitaten. In iets wat je met smaak kunt consumeren, wat gemakkelijk, snel en goed verteerbaar is.’

 

‘Ik kwam thuis, parkeerde de auto, model Picasso, en omdat ik me down voelde, maak ik een fles Napoleon-cognac soldaat en daarna nog een halve fles Amundsen-wodka, in de ijskast kon ik niets anders vinden dan Mozartkugels, Karel IV-kaas die over de datum was, een Rembrandt-donut waar een hap uit was en een zak Matisse-kattenkorrels.
Op mijn tandvlees hakte ik in de keukenmachine van het merk Bosch ijs in stukken voor een Hemingway-cocktail en ten slotte (omdat het echt een rottijd was) heb ik ook nog Dali-aftershave achterover gekieperd, ben ik op de bank in elkaar gekropen en uitgeput van het hele Europa onder het ruisen van mijn oude aftandse Tesla-tv in slaap gevallen.

Na de beschrijving van Ian Bostridge van moderne literatuur
kan ik een dergelijk verhaal nog maar moeilijk lezen.
Geen plot, een puzzelwerk. Lees het boek meerdere keren.
De schrijver is zeker belezen. Lukraak (?) worden voorgangers en
kunstenaars met de haren bij het verhaal gesleept.
Met natuurlijk weer Caspar David Friedrich en twee raven.