Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Het vervolg van de samenvatting van hoofdstuk 3.
Na Tolstoj bespreekt Sheppard twee mensen Croce en Collingwood.
Daar nemen we de draad weer mee op:

Croce en Collingwood.

Bij het lezen van dit deel was het voor mij niet altijd duidelijk
vanuit welk oogpunt het verhaal geschreven werd:
dat van de kunstenaar of van de toeschouwer.
blijkt verder op dat de theorie beide gezichtspunten
probeert te verduidelijken.

Volgens de samenvatting van Sheppard ga je door drie fases heen
bij het tot uitdrukking brengen van emotie in kunst:

1. ontvangst van de ruwe gegevens

De eerste indruk en de spontane, onbewuste reactie.

2. verbeelding / intuitie

De imaginatieve expressie kan plaatsvinden.
Ben ik in fase 1 gelukkig en fase 2 maak je een liefdesgedicht
of een schilderij.
Dit eist de actieve verbeelding van de toeschouwer.
Met die verbeelding kan de toeschouwer dan de ervaring
van de kunstenaar herscheppen.

3. mentale activiteit

Begrippen worden geformuleerd, begrijpen.

De inhoud van fase 3 wordt me in het boek van Sheppard niet duidelijk.
Ik ben dan ook op zoek gegaan naar meer (beschrijvingen van) werk
van Croce en Collingwood.
Ik heb twee artikelen gevonden en zal die in een latere blog bespreken.

Een conclusie van de theorieen van Croce en Collingwood zou kunnen zijn
dat het kunstwerk eigenlijk alleen in het hoofd van de kunstenaar bestaat.

En dat brengt Sheppard bij een aantal kritiekpunten:

= de meeste toeschouwers/toehoorders zijn niet in staat
het ‘ware kunstwerk’ in het hoofd van de kunstenaar herscheppen.
Bovendien ervaren toeschouwers zaken die de kunstenaar
en niet in gelegd heeft.
Daarnast zijn er verschillende manieren om emoties op te wekken:
snel en oppervlakkig en ingewikkeld en diepgaand (afstandelijk esthetisch).
Snel en oppervlakkig is niet waar men in de kunst naar op zoek is.

= Er zijn heel veel, zeer verschillende reacties op een en hetzelfde werk.

= Er wordt in deze theorieen geen acht geslagen op de verschillen
tussen de verschillende kunstvormen.


Giovanni Bragolin, Huilend jongetje: snel en oppervlakkig?.

Wikipedia:

Bruno Amadio (1911-1981), popularly known as Bragolin, and also known as Franchot Seville, Giovanni Bragolin, and J. Bragolin, was the creator of the group of paintings known as Crying Boys. The paintings feature a variety of tearful children looking morosely straight ahead. They are sometimes called “Gypsy boys” although there is nothing specifically linking them to the Romani people.He was an academically trained painter, working in post-war Venice, producing the Crying Boy pictures for tourists. 27 such paintings were made under the name Bragolin, reproductions of which were sold worldwide. In the 1970s he was found to be alive and well-to-do and still painting in Padua.

 


Positieve kanttekeningen zijn:

= Er wordt een verschil gemaakt tussen kunst en de conceptuele gedachte.

= Het maken van een kunstwerk is niet perse een intelectuele
activiteit.

= esthetische waardering is ongelijk aan verstandelijk begrijpen
(maar hoeft dat niet te zijn).

Door deze theorieen doemen er twee vragen op:
1. Zijn er hoedanigheden die objectief te beschrijven zijn
in termen van emotie om alle kunst te beschrijven?
2. Wat bedoelen we als we zeggen dat we ons voorstellen
hoe het is om bijvoorbeeld verdrietig te zijn
op een speciale, afstandelijke esthetische manier?

Interessant is dat duidelijk wordt dat er zich hier taalkundige
problemen voordoen.
Voor emotie kunnen we eigenlijk geen sluitende definitie geven
die door alle culturen onderschreven kan worden.

Wat we wel kunnen is:

1. objecten van emotie vaststellen.

Op wie of wat is de emotie van toepassing.

2. formuleren van conventies.

Droevige mensen bewegen langzaam en spreken zacht.
Dat is een soort spelregel die we kunnen afspreken
onafhankelijk van de vraag of dit in de werkelijkheid
ook echt zo is.

3. onze eigen gevoelens proberen te beschrijven.


Rogier van der Weyden, De Kruisafneming, Tranen (detail).


“Expressie = emotie in vorm”
staat in potlood onder de titel van hoofdstuk 3 geschreven.
Emotie is naast verstand een drijvende kracht
achter het creatieve proces en speelt een belangrijke rol
in de communicatie tussen het de toeschouwer.
Emotie appeleert.
Soms is emotie zelfs het doel van de communicatie.
Ja, “Expressie = emotie in vorm”.

Maar wat is emotie en hoe vindt de vertaalslag van de emotie
van de kunstenaar naar het werk en vervolgens naar de toeschouwer plaats?
Wat is nog mis in het model van gezichtspunten zoals dat hier eerder
getoond is, zijn invloeden zoals het oeuvre van een kunstenaar,
de school, de leermeester, de stroming en de tijd waarin
die verschillende actoren zich bevinden.

Tot zover even de samenvatting van hoofdstuk 3.

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Hoofdstuk 3: Expressie.

Met potlood is er in het boek als een soort ondertitel
geschreven: “Emotie in vorm”.
Ik ben benieuwd.


Edvard Much, The screem, 1910.


Terug naar de tweede filosofische stroming volgens Sheppard: Expressie.

In dit hoofdstuk zal Sheppard aantonen dat de kunstenaar emotie uitdrukt
in en via een kunstwerk en dat de expressie een van de stuwende krachten is
om te komen tot kunst en de waardering voor kunst.

Als iemand aan een kunstwerk bezig is gebeurt er iets tussen
de kunstenaar en het kunstwerk (namelijk een overdracht van emoties)
maar ook later tussen het kunstwerk en het publiek (namelijk
het opwekken van emotie).
De stroming die er van uitgaat dat kunst een expressie van emotie is,
bestaat al vanaf de klassieke oudheid mar komt tot volle bloei
door de 18e en 19e eeuwse romantici.

Sheppard behandelt een paar mensen die in de ontwikkeling
van deze stroming een rol spelen:

Tolstoj.

Wikipedia:

Lev (Leo) Nikolajevitsj Tolstoj (landgoed Jasnaja Poljana, 9 september 1828 xe2x80x93 Astapowo, 20 november 1910) was een Russisch schrijver die veel invloed heeft gehad op de Russische literatuur en politiek. Hij maakte als graaf deel uit van de Russische adel.

In 1897 schrijft hij een werk met de titel ‘Wat is kunst?’.
Sheppard noemt Tolstoj en het werk ‘Wat is kunst?’
in hoofdstuk negen van haar boek.
Terug naar Sheppard:
In het kort verwoord Sheppard de visie van Tolstoj als volgt:
1. Kunst is het besmetten van het gevoel.
2. Kunst is een communicatiemiddel
3. In de waardering van kunst staan kennis en intelect niet voorop.
Tolstoj koppelt echter aan bepaalde emoties een negatief waardeoordeel
waardoor werken die deze emoties in zich hebben volgens Tolstoj
geen kunst zijn.


Dit is de foto gemaakt door Sergej Prokudin-Gorskij, een pionier van de kleurenfotografie (trichromatische fotografie) van Leo Tolstoj in mei 1908.


 

“Art is a human activity consisting in this, that one man consciously by means of external signs, hands on to others feelings he has lived through, and that others are infected by these feelings and also experience them.”x9d (Leo Tolstoi, What is Art?)

Tijdens onze eerste reis door Rusland in 1992
hebben we het landgoed Jasnaja Poljana bezocht.
De geboorteplaats, ouderlijk huis, familielandgoed
en begraafplaats van Leo Tolstoj.
In 1992 maakte ik nog dia’s.
Ik heb een paar dia’s en 1 foto gemaakt door L.
teruggevonden en gedigitaliseerd.
We hebben dat jaar, toen de Sovjetunie nog bestond,
een reis gemaakt van Leningrad (St. Petersburg) via onder andere
Moskou, Tver, Jasnaja Poljana en Kiev naar Jalta.
Het was onze eerste vakantie buiten het vrije westen
en gingen dat jaar dan ook met een groepsreis.


Dit is de foto die L. maakte. Wat altijd is bijgebleven is dat je in Rusland in paleizen en musea gevraagd werd je schoenen te verwisselen voor sloffen. Dit om de vloeren te beschermen en vuil buiten te houden.


Dit is de eerste dia, Over de kwaliteit ben ik niet zo tevreden. Het is met mijn scanner nog niet zo eenvoudig om dia’s in te scannen. Jammer genoeg zijn de digitale copieen niet zo scherp en helder als de originelen. Jammer want als je ze projecteert zijn ze prachtig.


De groep bij het landgoed.


Het landgoed Jasnaja Poljana. Iedereen maakt geloof ik van ongeveer dezelfde plaat deze foto. ik zal op het web, op Wikipedia een foto van nagenoeg dezelfde positie.


De groep aan het eind van het bezoek aan het landgoed dat is ingericht als museum.


Het graf van Tolstoj.


Zomaar een Russisch huis.


Ik laat via de vertaling naar het Engels door Alymer Maude uit 1899
Leo Tolstoj nog even aan het woord over kunst:

Art begins when one person, with the object of joining another or others to himself in one and the same feeling, expresses that feeling by certain external indications. To take the simplest example: a boy, having experienced, let us say, fear on encountering a wolf, relates that encounter; and, in order to evoke in others the feeling he has experienced, describes himself, his condition before the encounter, the surroundings, the woods, his own lightheartedness, and then the wolf’s appearance, its movements, the distance between himself and the wolf, etc. All this, if only the boy, when telling the story, again experiences the feelings he had lived through and infects the hearers and compels them to feel what the narrator had experienced is art. If even the boy had not seen a wolf but had frequently been afraid of one, and if, wishing to evoke in others the fear he had felt, he invented an encounter with a wolf and recounted it so as to make his hearers share the feelings he experienced when he feared the world, that also would be art. And just in the same way it is art if a man, having experienced either the fear of suffering or the attraction of enjoyment (whether in reality or in imagination) expresses these feelings on canvas or in marble so that others are infected by them. And it is also art if a man feels or imagines to himself feelings of delight, gladness, sorrow, despair, courage, or despondency and the transition from one to another of these feelings, and expresses these feelings by sounds so that the hearers are infected by them and experience them as they were experienced by the composer.

De volgende personen die Sheppard behandelt zijn Croce
en Collingwood. Maar dat bewaar ik voor een volgende log.

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard

Ik ben met dit boek begonnen omdat dit boek een pocket is
met een harde kaft die ik dus ook gewoon in bad kan lezen.
Niet alle boeken lenen zich daartoe.
Deze inleiding op de esthetica begint met een inleiding en
duikt dan met hoofdstuk 2: Nabootsing, in de materie.

Een korte samenvatting van hoofdstuk 1.

De titel van hoofdstuk 1 is:
Waarom zouden we ons met kunst bezighouden?

Dit eerste hoofdstuk geeft geen antwoord op deze vraag maar
een hele serie antwoorden.
Als die antwoorden hebben uiteindelijk, volgens Anne Sheppard,
een filosofief probleem als grondslag.

Die problemen kunnen globaal op twee manieren benaderd worden:
1. ga er van uit dat alle kunstwerken iets gemeen hebben.

In de loop van de geschiedenis komen er drie stromingen
in de filosofie voor die dat gemeenschappelijke proberen te definieren:
Nabootsing, Expressie en Vorm.

2. beschouw niet de kunstwerken zoals bij 1
maar neem onze belangstelling eens onder de loep.

Een korte samenvatting van hoofdstuk 2.

Het tweede hoofdstuk heeft als onderwerp : Nabootsing.
Dat is het Nederlandse begrip voor mimesis.
Het is een eerste van drie stromingen in de kunstfilosofie.
Die drie stromingen zijn: nabootsing, expressie en vorm.

Nabootsing staat voor de stroming die er van uit gaat dat een kunstenaar
met zijn kunst het onderwerp van zijn kunstwerk zo behandelt
dat het de verschijningsvorm van het onderwerp in de werkelijkheid
zo precies mogelijk probeert weer te geven.
Kortom het kunstwerk lijkt op de werkelijkheid.

De opvatting dat kunst gaat om nabootsing stamt al uit de tijd van Plato.

Het probleem met deze opvatting is dat als je dit consequent doorvoert
de ultieme vorm van kunst ‘trompe-l’oeil’ is.

Wikipedia:

Trompe-l’oeil is een schildertechniek die bedrieglijk realistisch aandoet. Het woord trompe-l’oeil is Frans en betekent letterlijk bedrieg het oog, of gezichtsbedrog.



Pere Borrell del Caso, Fuggendo dalla critica, 1874.

Op de vlucht voor de critici.
Trompe l’oeuil


De opvatting is ook nog wel toe te passen op de beeldende kunsten
als schilderen en beeldhouwen, maar hoe zit dat met muziek.
Het aantal muziekstukken dat je als kunst kunt aanmerken en dat volledig
uit nabootsing bestaat is beperkt.

Binnen de opvattingenstroming Nabootsing zijn twee uitersten
te onderscheiden: aan de ene kant mensen die met hun kunst naar
illusie streven (het zo natuurgetrouw weergeven van het onderwerp)
en aan de andere kant mensen die met hun kunst zo correct mogelijk de
conventies op het gebied van kunst toepassen.

Dus aan de ene kant mensen die zo dicht mogelijk
naar een foto proberen te neigen.
Het kunstwerk lijkt zo goed dat het haast niet van echt is te onderscheiden.

Met aan de andere kant mensen die aangeven te begrijpen dat hoe goed
je ook je best doet, je nooit verder komt dan verschillende kleuren verf
op een linnen ondergrond.
Je kunt met een kunstwerk niet werkelijkheid creeeren.
Je poogt op een plat vlak diepte te suggereren.
En de afspraken gaan verder.
Een afbeelding van een mens met een gouden schaal achter zijn hoofd
begrijpen we in het Westen allemaal als een afbeelding van een heilige.
Dat is een afspraak, in de werkelijkheid lopen er geen mensen rond
met gouden schalen achter hun hoofd.



Cimabue (1240 – 1302), Franciscus van Assisi.


Het interessante is dat beide, uiterste denkrichtingen,
voor de meeste mensen elementen in zich hebben
waar men zich in kan vinden.
Tegelijk zijn beide te beperkt om alles wat kunst is of kan zijn
te beschrijven of te definieren.

Overigens zijn conventies heel erg sterk in de muziek.
Daar spelen zaken als het metrum (het ritme), de tonaliteit,
de te gebruiken muziekinstrumenten in een orkest
of de opbouw van een symfonie bijvoorbeeld een heel grote rol.
Terwijl dat een kunstvorm is waar Nabootsing in de zin van
‘lijkt het’ nauwelijks een rol speelt.

Dan stelt Anne Sheppard nog een interessante vraag:
Waar komt onze waardering voor representatieve kunst (lijkt het?)
nu eigenlijk vandaan?
Wittgenstein introduceert in dit verband het concept van ‘zien als’
of ‘zien in’.
De waardering komt zowel van de herkenning van de gelijkenis (lijkt het)
als van de herkenning van de bewust toegepaste conventies (snap ik het).
Hierbij is ‘zien’ een soort passief registreren en ‘zien als/in’
een soort actief waarnemen waarbij er een beroep wordt gedaan
op onze verbeelding om bewust aangebrachte conventies te herkennen.

Er worden nog twee belangrijke concepten besproken: object en context.
Deze twee begrippen worden als een soort bruggetje
naar het volgende hoofdstuk geintroduceerd.
Als iemand in een abstract schilderij (dus niet-representatief) meent
een emotie waar te nemen dan ontbreken er vaak twee elementen
die we in de werkelijke wereld vaak wel kunnen waarnemen:
Object: waar ben je boos op / verdrietig om, en,
Context: waarom ben je boos / verdrietig / blij enz.

Bij al die moderne werken met als enig extra stukje informatie
‘Untitled’ moet er dus meer aan de hand zijn dan het zomaar
weergeven van emoties.





Howard Fonda, Untitled, 2009.





Vervolgens is er ook nog een klein deel van hoofdstuk twee
gewijd aan Plato.
Plato schijnt uit te gaan van iets dat je kunt omschrijven als
de Ideale Vorm. Bijvoorbeeld de goddelijke rechtvaardigheid.
In de voor ons waarneembare wereld zie je daar kopieen van,
in particuliere objecten: een rechtvaardig mens.
Vervolgens kun je als kunstenaar een schilderij maken
dat op zijn beurt weer een kopie is van het particuliere object.
Het begrip spiegel wordt hier vaak gebruikt naast het begrip kopie.
Kopie betekent hier steeds dat het om een mindere uiting gaat,
minder kwaliteit, minder waardering.
Een spiegel is ook een erg passief begrip.
Blijkbaar spiegelt een kunstenaar alleen maar,
voegt niets toe.
Overigens zal na Plato de kunst op een hoger niveau komen.
Niet de laagste trede van drie maar ten minste op de tweede plaats
door aan te nemen dat kunst niet afgeleid is van de particuliere vorm
maar van de Ideale vorm.
Vooral tijdens de renaissance wordt deze visie door de kunstenaar
aangehangen: ideale maten, lineair perspectief, zeer gedetailleerd in
bijvoorbeeld kleding, stoffen, sierraden, haar, huid enz.





Leonardo da Vinci, Dame met de hermelijn (Portret van Cecilia Gallerani), circa 1490.





Beelden in Breda: Speelhuislaan

Zondag zag ik dit beeld in de Speelhuislaan in Breda.
Er staat geen bordje bij met de naam van dit sculptuur
of de naam van de maker.
Op het internet vind ik een berichtje dat het zou gaan
om een sculptuur genaamd de ‘speelhuisvrouw’ van Sylvia Thijssen.
Het zou op zaterdag 29 januari om 15.00 uur onthuld zijn.





De Speelhuisvrouw op de rug gezien. Speelhuislaan, Breda.





Volgens het persbericht van de gemeente:

Symbool voor gemoedelijkheid

Zij schenkt het kunstwerk aan de buurt en wil met de Speelhuisvrouw een steentje bijdragen aan de opwaardering van de Speelhuislaan: “De Speelhuislaan is een prachtige laan met bomen en een grasveldje ertussen waardoor een spoorlijntje loopt dat industrieel erfgoed is. Aan weerskanten staan woningen, waaronder mooie authentieke panden. Veel bewoners zijn actief betrokken bij hun laan. De Speelhuisvrouw kan een symbool worden voor de gemoedelijkheid en het fijne wonen in deze buurt. De zittende Speelhuisvrouw vouwt haar handen ineen boven haar hoofd. Met dit gebaar geeft ze aan dat vanaf hier de Speelhuislaan een woongebied in mensenmaat is. In tegenstelling tot het nieuwe, zakelijk en grootsteedse uitstraling van de toekomstige Spoorzone. De sculptuur vormt hiermee een soort overgang tussen de grootsteedse toekomst en het oudere woongedeelte”



Graphic Design Festival Breda

Net als in andere steden in Nederland zie je veel grote posters in de stad.
Die tref je overal aan, maar heel vaak op electriciteitshuisjes.
Deze nutsvoorzieningen worden legaal en illegaal beplakt met posters.
Deze keer, in het kader van het Graphic Design Festival Breda, legaal.
Gisteren ben ik de route langsgegaan en heb een serie foto’s
gemaakt van deelnemende en spontane posters
en andere uitingen van grafisch ontwerpers.





Elsstraat, electriciteitshuisje.


Hier begon mijn tocht. Al is dit niet het enige electriciteitshuisje
in Breda dat reclame maakt voor ‘Decoding’,
het thema van de poster tentoonstelling.





De tentoonstellingsposter. Overigens niet een van de sterkste posters als je het mij vraagt.






Het electriciteitshuisje op de hoek van de Speelhuislaan – Minister Kanstraat.






Een van de posters heeft een voorpagina van de Donald Duck gedecodeerd.












De superheld Robin (van Batman en Robin) gedecodeerd.






Officiele en spontane posters op een oud en recent electriciteitshuisje.






Dit vond ik gewoon een mooie foto.






Inmiddels verderop in de Speelhuislaan, achter het station aangekomen, een vorm van spontaan grafisch ontwerp.






Een gedicht met een erg moderne strekking op een reflecterende, spiegelende achtergrond, Ingmar Heytze & Autobahn.


Gevaarlijk gedicht

Dit is een link gedicht. Het grijnst je toe
Met valse zwarte letters. Op de stoep
maakt het zich breed als je er langs wilt

Dit gedicht staat met een kleine scherpe
schroevendraaier naast je auto. Aait de lak
en fluit een toonloos liedje. Dit gedicht.

Wrijft zich naar binnen als een krijtwit
nabeeld op je netvlies. Het mompelt dingen
achterin je hoofd: mooie hersenspinsels

Het zou jammer zijn als daar iets mee
gebeurde. Het heeft nagetrokken wie je
kent en bent: je surfgedrag, je downloaden

De geheimen op je harde schijf. Dit gedicht
weet waar je zusje woont en waar haar
foto’s staan. Het wil maar xc3xa9xc3xa9n ding

Leer nu van buiten. Blijf voor altijd bij me.


Ik heb de interpunctie niet helemaal precies overgenomen.
Het origineel staat helemaal in hoofdletters.





Speelhuislaan, achter het station.






Formeel en informeel grafische ontwerpen.






Een wat ouder grafisch ontwerp: De Faam, voormalige naam van een snoepfabriek in Breda.






Een grafisch ontwerp zonder merknaam.






Een grafisch ontwerp zonder merknaam: waarschijnlijk niet van een heel duur reclamebureau.






Een heel formeel ontwerp want van de gemeente. Ik snap het begrip maar vind het geen sterke poster.






Voor dit electriciteitshuisje moet je wat meer zoeken. Het staat midden op de parkeerplaats van een supermarkt langs de Belcrumweg.






Ongeschikt. Lijkt iets te veel op een reclame van de Koninklijke Landmacht. Dat is jammer want hij is wel leuk.






Een decodering van de openbare ruimte. Leuk bedacht en uitgevoerd.






Op de parkeerplaats vormt het electriciteitshuisjes met de glasbakken een hele verzameling grafisch ontwerp in de openbare ruimte.






Beetje onduidelijk…..tot je de kleine letters raadpleegt.






Een soort inlogscherm van een website.






Een groter electriciteitshuisje aan de Tramsingel.






Aan twee kanten hangt het vol posters.






Decoding.


Een soort ontrafeling van het proces van het maken van een poster.
Bij de dunne sierlijke lijnen buiten de tekst DECODING
staan cijfers die de volgorde aangeven en een korte beschrijving geven
van de 8 stappen in het ontwerpproces:

D Design brief; zeg maar opdrachtomschrijving
E Evolve the brief; uitwerken van de omschrijving
C Concept; ontwikkelen van het concept
O Organizing the conditions; implicaties overzien
D final Design; finaal ontwerp
I Insecurity; de onzekerheid slaat toe, zal het werken?
N point of No return; er is geen weg meer terug
G Graphic output; het grafische resultaat.





Gewoon mooi.


Maar ook leuk. De titel is wallpaper, behang in het Nederlands.
In het Engels bestaat dit begrip uit twee woorden:
wall (muur) en paper (papier).
Onderaan eindigt de afbeelding met stene
n die een muur (wall) vormen.
De poster is natuurlijk om op te plakken als behang.
Daar zou dit ontwerp ook goed voor kunnen dienen.
Begint de afbeelding bovenaan nu met vogels of met bladen papier?





Deze vind ik erg bij deze tijd passen. De kleuren, de afbeeldingen, de tekst. Sterk.Rogerio Lira.


Het maakt onderdeel uit van een project dat de informatie overload
van onze tijd probeert te onderzoeken.











Het laatste huisje dat ik bezocht is aan de Nieuwe Prinsenkade.






Gewoon mooi. Helder, sterk.






Deze is grappig. Met vreemde materialen staat hier het woord PRETTY tegen een witgekalkte stenen muur. Het woord ‘pretty’ betekent ‘knap’. En dat is niet je eerste associatie als je naar de materialen op de poster kijkt.






Heel sterk. Mag van mij de festival poster zijn.






Grafisch ontwerp van de echte wereld.






En dat is ook het geval met deze borden.






Don’t know how to say I love ( )you.






Ook hier werd je gevraagd de nummers te volgen alleen werd de hoofdletter A mij niet helemaal duidelijk.






Rond het huisje is een ‘steiger’ aangelegd zodat het huisje van de waterkant ook te bezoeken is.











Kunstvaria

Een mooie afwisselende selectie kunstvoorwerpen.
Twee prachtige werken van Picasso zijn speciaal het vermelden waard.





Bruno Cattani, Eros 3, 2000 – 2004.


Een foto uit een serie foto’s met als thema Eros.





Claude Monet, Rock needle seen through the Porte d’Aval, xc3x89tretat, 1886.






Franz Marc, Piggies.


Ik had dit werk nog nooit gezien van Franz Marc.
Ik vind het prachtig maar vreemd genoeg
kom je heel veel informatie tegen op het web over een
hele reeks schilderijen van verschillende dieren.
Maar van dit schilderij kan ik niet eens een jaartal vinden.
Beetje verdacht.
Wel mooi.





Guercino, Christ and the woman of Samaria, circa 1619 xe2x80x93 1620.


Chirstus en de Samaritaanse vrouw.





Jackson Pollock, Number 12 A, 1948.


Pollock staat de laatste weken weer midden in de aandacht van de media.
Niets mis mee maar het is toch opmerkelijk om de golfbewegingen in
de kunstmedia te zien.





Joan Mitchell, Two sunflowers, 1980.


Twee zonnebloemen.
Heel anders dan de manier waarop Van Gogh zonnebloemen schilderde.





Liu Bolin, Hiding in the city No 83, 2009.


Als je goed kijkt zie je dat dit werk een aantal rekken toont in een supermarkt
en dat op een bepaald punt een persoon voor die rekken staat die zich
zo (heeft laten?) verven dat hij of zij helemaal niet meer opvalt.
Deze kunstenaar heeft dit middel vaker beproefd tegen de achtergrond
van bekende Chinese gebouwen.
Zijn boodschap heeft betrekking op het wegcijferen en vooral het
weggecijferd worden van het individu door de Chinese dictatuur.





Mark Rothko, Untitled, 1961.






Michael Challenger, Untitled, 1971.






Pablo Picasso, Femme xc3xa0 la robe rose, 1917.






Pablo Picasso, Femme et fillettes, 20 april 1961.






Peter Randall-Page, Walking the dog I, II and III, 2010.


De hond uitlaten.





Vincent van Gogh, The sower, 1888.


Bij wijze van uitzondering Van Gogh een keer niet als laatste kunstenaar in de rij.
Dit werk was hier vast al een keer eerder te zien maar De Zaaier blijft mooi.





Wu Jide, Chatting over tea, 1984.





Kunstfilosofie

Ja, kunst is niet alleen maar plaatjes kijken.
Ik heb de laatste tijd wat minder blogs.
Dat is onder andere omdat ik een aantal boeken en artikelen
aan het lezen ben over kunstfilosofie.
Ik heb even de boeken ingescand en een van de artikelen.


Anne Sheppard, Van den Braembussche, Machiel Keestra.


Dat is overigens geen eenvoudige stof.
De boeken die ik probeer te lezen zijn:

Filosofie van de kunst, Anne Sheppard
Oorspronkelijke titel: Aesthetics, an introduction to the philosophy of art
1987

Denken over kunst, A.A. Van den Braembussche
Een inleiding in de kunstfilosofie.
Vierde druk, 2007

Tien westerse filosofen, redactie Machiel Keestra.
Publicatie van de Universiteit van Amsterdam.
2000

Een van de artikelen is:van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan.
Reflecties op schilderkunst

Van oude meesters…..

Een tijd terug las ik “Van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan”.
Reflecties op schilderkunst.
Dit is een essay dat ik op een website aantrof.





Rembrandt van Rijn, het Joodse Bruidje, 1667.




De volgende tekst sprak me aan:

Een foto representeert niet hetzelfde als een schilderij:
een persoonlijke afdaling in de zichtbare wereld,
een reis naar de wortels van het beeld.
Een schilderij is eigenlijk een persoonlijk verslag
van deze afdaling in de zichtbare wereld
in de vorm van een reconstructie
met behulp van de (schilderkunstige) illusie.



De komst van de fotografie wordt door veel mensen die schrijven over kunst
aangegrepen als de reden waarom zich zo’n grote verandering in de kunst
heeft voorgedaan in de vorige eeuw.
Maar volgens mij heeft de fotografie er niets mee van doen.
Je kunt nog steeds mooie, goede realistische kunst maken,
zelfs portretten en al voor de fotografie in zwang kwam
werden er schilderijen gemaakt waarbij het niet meer
om het realisme alleen ging.





Rembrandt van Rijn, het Joodse Bruidje (detail), 1667.




Hier schildert Rembrandt geen foto.
Het is een bijbelse voorstelling maar op zich hoef je dat niet te weten.
Misschien hebben mensen voor dit doek geposeerd maar de compositie
kan even goed volledig bedacht zijn.
Het is de emotie die Rembrandt hier oproept die dit werk zo prachtig maakt.
En ga maar eens kijken.
Geen fijne penseelstreken maar dikke verf, opgezet met een mes.
Niet glad en effen maar ruw en vol expressie.
Dit schilderij is al meer dan 300 jaar oud.

Kunstvaria

De lente mag dan ver weg lijken vandaag,
we beginnen de serie van vandaag met een heel zomers beeld.





Andre Derain, Arbres a Collioure (detail), 1905l.






Andries van Eertvelt, The battle of Lepanto, 1640.


Aanmerkelijk minder optimistisch beeld.
De slag bij Lepanto.

Wikipedia:

De Slag bij Lepanto op 7 oktober 1571 was een van de grootste zeeslagen uit de wereldgeschiedenis. Hij vond plaats in de buurt van Lepanto (dit is de vroegere Italiaanse naam van de Griekse havenstad Nxc3xa1vpaktos) aan de nauwe ingang van de Golf van Korinthe.
De Osmaanse vloot onder leiding van Uluxc3xa7 Ali Pasha moest het opnemen tegen de verenigde vloten van Paus Pius V en die van Spanje, Venetixc3xab, Malta en Genua, onder het opperbevel van Don Juan van Oostenrijk (ook Geronimo genoemd), de halfbroer van Filips II. Zijn vlaggenschip was de Real.

De christenen, met 84.500 man, 208 galeien, zes grote Venetiaanse galjassen en 102 hulpzeilvaartuigen, overwonnen de grotere vloot van de islamitische Osmanen (88.000 man, 210 galeien, 44 galjoten en 20 fusten na een slag van ongeveer vier uur. De bemanning van de Real wist de Turkse opperbevelhebber te doden. Zijn hoofd werd op een spies gezet om de vijand te demoraliseren.

De Ottomanen verloren 200 vaartuigen, 24.000 man, onder wie hun aanvoerder Ali Pasha en ruim 15.000 christelijke galeislaven. De christenen slechts 15 galeien en 7500 man.







Ansel Adams, Leaf (Glacier Bay National Monument, Alaska), ca 1948.






Bill Owens, Suburbia, ca 1970.


Het leven in de Amerikaanse buitenwijken in California
begin jaren ’70 zoals vastgelegd door Bill Owens.





Cizhou painted meiping, Yuan dynasty, 1279 – 1368.


Een meiping is een type Chinese vaas met de vorm zoals hier te zien.
Cizhou is de plaatsnaam waar voorwerpen werden gemaakt met glazuur
van deze bijzondere kleur.
De afbeelding toont een kraanvogel.





Daniel Heyman, From the time of morning prayers, 2008.


Deze kunstenaar maakte een tocht vanuit Turkije naar landen in de regio
om te praten met mensen die geleden hebben onder politie of militair geweld.
Dat leverde werken op met een mengeling aan afbeeldingen en teksten.





Joaquxc3xadn Sorolla, The baptism, 1900.






Lin Fengmian, Lady holding a flower, 1963 – 1965.






Luba Shankadi mask, Zaire, 1950 – 2000.


De Luba is een volk in Afrika.





Max Liebermann, Blumenstauden am gxc3xa4rtnerhxc3xa4uschen nach norden, 1922.






Paul Nash, The bay, 1923.


Houtsnede, de baai.





Terry Frost, Halzephron plate D, 2001.






Tim Bavington, Bold as love, 2010.





Volkskrantkunst


Gustav Klimt, detail van De Kus, 1907 – 1908.


De Volkskrant had afgelopen zaterdag een bijzondere bijlage.
Een boek van uitgeverij Taschen over de Weense kunstenaar Gustav Klimt.
Je kunt iedere veertien dagen of alle boeken in keer kopen
uit de serie Moderne Meesters die de Volkskrant
samen met de uitgever heeft samengesteld.

Het boek over Klimt is een mooi boekje.
Klein van formaat met veel mooie afbeeldingen.
Mooi papier, 96 pagina’s.
Het is een bestaande serie boeken die je via het net
kunt kopen voor 8 Euro per stuk.
Nu bij de Volkskrant voor alle 20 delen 100 Euro.

Niets mis mee.
Wat ik jammer vind is dat er geen verantwoording wordt afgelegd
of verklaring gegeven wordt waarom deze 20 kunstenaars
als Meester worden aangeduid.
Sterker nog als de 20 grootste moderne kunstenaars.

Klimt
Warhol ???
Matisse
M.C. Escher ???
Rothko
Hopper ???
Kandinsky
Van Gogh
Chagall ???
Schiele ???
Kahlo ???
Mondriaan
Botero ???
Freud
Munch ???
Klee
Malevich ???
Bacon
Magritte ???
Lichtenstein

Warhol doet het wel goed op de kunstmarkt
maar daar is dan wel alles mee gezegd.
Je dient als een van de 20 grootste moderne kunstenaars
wel een bepaald oeuvre te hebben opgebouwd.
M.C. Escher.. Schiele.. Kahlo..
en een ontwikkeling hebben doorgemaakt
waardoor je opvalt.
Hopper..Chagall.. Botero..
Munch.. Malevich..Magritte..

Geen Picasso, Kiefer of Monet.
Geen Cezanne, Pollock of Braque?

Kunstvaria

Mijn week was te druk om aan mijn blog te kunnen werken.
Hopelijk is dat volgende week niet het geval.
Dus maar snel de draad weer opppakken.





Bob Chilton, Boathouse reflection, 2009.






Dan Flavin, An artificial barrier of blue, red and blue fluorescent light, 1968.






Edgar Degas, At the races in the countryside, 1869.






Edward Ruscha, Ghost writer, 1978.






Lee Bontecou, Untitled, 1961.






Magdalena Abakanowicz, Armament, 2009.






Maimonides, Mishneh Torah, 1457 – 1465.






Shane Guffogg, At the still point #4, 2009.






Venetia Dearden, Carrie and Justin at Glastonbury Festival, 2004 – 2009.




Kunstvaria



Andrew Moore, Rouge, Detroit, 2008 – 2009.


Prachtige kleuren, vast in scene gezet maar daardoor niet minder mooi.





Onbekende maker, Aztec, Eagle worrier, 1440 – 1469, Museo del Templo Mayor, Mexico City, Mexico.


Het anti-griep vaccin dat Mexico ons dit jaar toedient heet kunst.
Steeds opnieuw, week na week, soms een paar maal per week
verschijnen er aankondigingen van restauraties, vondsten, tentoonstellingen, enz
allemaal vanuit Mexico (inmiddels griepvrij zullen we maar denken).
Maar ze hebben dan ook prachtige stukken te tonen.
Azteeks, Adelaarstrijder.





Brice Marden, Cold Mountain 6 (Bridge), 1989 – 1991.






Cesar Boxc3xabtius van Everdingen, Girl with a large hat, 1645 – 1650.


Als ik over het aankoopbeleid van het Rijksmuseum ging
weet ik niet of ik dit schilderij gekocht zou hebben.
Maar gelukkig ga ik daar niet over.
Heel verrassend heet het schilderij: Vrouw met grote hoed.





Claude Monet, Effet de printemps xc3xa0 Giverny, 1890.


Zoals afgelopen zondag zal ik maar zeggen.





Pablo Picasso, Quatre femmes uues et txc3xaate sculptxc3xa9e [Femmes entre alles avec voyeur sculptxc3xa9], 1934.






Pair of imperial Beijing enamel facetted vases, Yongzheng, Four-character marks within double-squares, 1723 – 1735.


Met een markering met vier karakters in dubbele vierkanten.
Ik kon er op het web niet zo gauw een foto van vinden.
van zo’n merkteken.
Moet wel bijzonder zijn anders wordt dat niet apart vermeld.





Roy Liechtenstein, Water lillies with Japanese Bridge, 1992.


Een hommage aan Monet.





Unknown, Pair of Famille Rose Peony Bowls, Yongzheng, Six-character marks within double circles.


Hier bestaat het merkteken uit zes karakters in dubbele circels.
Hiervan heb ik wel een voorbeeld gevonden op het internet:

Yongzheng six-character marks in underglaze blue within double circles and of the period (1723 – 1735).





Victor Pesce, Turn of the shoe, 2009.






Xu Beihong, Three galloping horses, 1894 – 1953.


Kunst uit Azie krijgt op dit moment wereldwijd heel erg veel aandacht.
Op veiligen of met tentoonstellingen.
Ook in deze Kunstvaria zijn weer verschillende stukken te zien uit China.




Lokaal01: Pleasure Ground II

Lokaal01 is geen museum. Het is meer een platform of een werkplaats.
Of zoals ze het zelf noemen:
“Lokaal 01 : onderzoeks- en presentatieruimte voor beeldende kunst”.
Het huidige project heet Pleasure Ground.
Een serie van activiteiten van toneel, performance, een steeds wisselende
tentoonstelling en een introductie van een theoretisch essay.









Ik ben gewoon gaan kijken.
“Pleasure Ground, de gedroomde teugelloze speeltuin
voor 17 lokale, nationale en internationale kunstenaars.
Deze kunstenaars krijgen de absolute, volledige en onvoorwaardelijke
vrijheid aangeboden om dit bijzondere tentoonstellingsproject
naar hun hand te zetten.”

Heel bijzonder vond ik het werk van Chisato Tamabayashi.
Maar daarover later meer.
Nu even de foto’s die ik gisteren maakte.





Willem Claassen, Wheelbarrow cemetary.



Willem Claassen, Wheelbarrow cemetary.






Warre Mulder.






Lotte Geeven, Eye-blink Foxtrot.


Heel mooi.





Drie van de vijf ogenschijnlijk zelfde schilderijen van Nele Tas.






Een landschap van Sanne van Gent.



Kijk je van op zij dan zie je de vele lagen: Sanne van Gent.






Benjamin Greber.


Heel mooi werk. Niet van metaal maar van hout.
Minitieus nagemaakt.





Politiek, actueel maar ik vrees met een hoge mate van voorspellende waarheid: de komende tijd zal cultuur lijden onder de bezuinigingen van welk kabinet dan ook. Maar ik laat me verrassen.





KOP



What’s the point of giving you any more artworks? Wat is het nut om je nog meer kunstwerken te geven?





Als je een reeds bestaand object in een andere context plaatst, is het dan een kunstwerk? In 1917 introduceerde Marcel Duchamp met zijn kunstwerk xe2x80x98Fountain de ready-made; een bestaand object als kunstwerk.

In WHATxe2x80x99S THE POINT OF GIVING YOU ANY MORE ARTWORKS? laten kunstenaars werk zien waarin ze op eigen wijze omgaan met het begrip ready-made. Maar dit gaat verder dan het object. Ook een op internet gevonden afbeelding, een situatie of zelfs een gemoedstoestand kan de aanleiding vormen voor een kunstwerk. Alles is bruikbaar.



Dat is wel een interessant gegeven.
Waarom nog meer kunst.
Er is al zo veel.
Zelfs alledaagse voorwerpen zijn al gepresenteerd al kunst.
Alles is al gedaan?

Dat laatste is overigens niet helemaal waar.
Ik verbaas me steeds weer.
Ook vandaag weer.
Heb ik op de tentoonstelling van KOP het antwoord gekregen?
Nee, maar wat niet is kan nog komen!
KOP op!





Wolfgang Plxc3xb6ger, Me in front, 2003.


Vanmiddag stond ik dan ook voor die tafel.
Een tafel met drie boeken.


Wolfgang Plxc3xb6ger, Me in front, 2003.


De boeken staan vol met afbeeldingen die afkomstig zijn van Google.
Op iedere foto die ik heb gezien bij het doorbladeren,
staat er iemand ergens voor.
Meestal staan een of meer personen voor een ‘bekend’ gebouw.
Veel vakantiefoto’s, veel jonge mensen.
Ik doe dat ook een beetje op mijn weblog, in die zin
dat ik mensen kunstwerken voorhou.
Of althans afbeeldingen van dingen die ik kunstwerken vind.
De meeste afbeeldingen komen in mijn geval ook van het internet.
Soms via Google gevonden.
Het maakt mij overigens geen kunstenaar.
Mensen op de afbeelding probeer ik te vermijden.
Maar daar gaat het denk ik niet om.

Foto’s van mensen die poseren voor een gebouw zijn er veel,
erg veel te vinden.
De foto’s zijn op zich objets trouvxc3xa9, gevonden voorwerpen,
direct gereed als kunstwerk.
Plxc3xb6ger heeft bewust een selectie gemaakt in wat hij ‘vond’.
Hij heeft op Google ‘Me in front of’ ingetikt als zoekargument.
Interessante vraag is natuurlijk waarom willen al die mensen
op een foto vastgelegd worden met iets bepaalds in de achtergrond?
Vervolgens confronteert Wolfgang Plxc3xb6ger zijn publiek ermee.





Pierre Ardouvin, Tout l’univers, 2004.


Een kanarie in een kooi.
Een goudvis in een kom.
Een plant in een pot.
Deze voorwerpen staan op een wit tafelkleed
dat op een draaiende tafel ligt.
Het hele universum?





Pierre Ardouvin, Tout l’univers, 2004.





Kunstvaria

Het lijkt wel of de Kunstvaria een beetje aan het veranderen is.
Vandaag een hele vreemde eend (eigenlijk paard) in de bijt.
Maar ga daar maar even naar op zoek.
Er zijn een paar veilingen geweest en sommige zijn aangekondigd
met heel bijzondere werken.
Zo ook een heel bijzondere tentoonstelling met voorwerpen van ivoor.
Ik moet hier noemen, de veiling op 4 mei bij Christies in New York:
Property from the Collection of Mrs. Sidney F. Brody.
Dit schijnt een Amerikaanse vastgoedhandelaar te zijn geweest (oei!).
Met een bijzondere neus voor kunst want de catalogus alleen al
maakt je jaloers.
Een paar van de werken die geveild gaan worden zijn hier te zien.





Anouk Kruithof, Enclosed content chatting away in the colour invisibility, 2009.


Een stapel gekleurde boeken.
De titel zegt zoiets als:
De inhoud kletst zich weg door de kleuronzichtbaarheid.





Die Heilung des Besessenen von Gerasa, von den sog. Magdeburger Elfenbeintafeln, Mailand, 962 – 973.


Ivoren voorwerpen. Gelukkig mogen ze niet meer gemaakt worden.
Maar in deze kunstvaria zijn er twee of drie te zien.
Middeleeuws en erg mooi.
Bekijk bijvoorbeeld eens naar het volgende detail.
Bij de bezeten man die door Jezus wordt genezen,
ontsnapt via de mond een duivels figuur.
Terwijl we helemaal rechts recht in het gezicht aangekeken worden
door iemand die zich tussen het publiek wurmt.
Dat allemaal tegen een mooi rechthoekige achtergrond,
een soort schaakbordmotief.
Let ook op de varkens rechtsonder en lees dan de tekst hieronder eens.





Die Heilung des Besessenen von Gerasa, detail, Mailand, 962 – 973.


In de Bijbel in de Statenvertaling staat de volgende tekst:

Markus 5:1-20

Genezing van den bezetene van Gadara
En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen.
En zo Hij uit het schip gegaan was, terstond ontmoette Hem, uit de graven, een mens met een onreinen geest;
Dewelke zijn woning in de graven had, en niemand kon hem binden, ook zelfs niet met ketenen.
Want hij was menigmaal met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren van hem in stukken getrokken, en de boeien verbrijzeld, en niemand was machtig om hem te temmen.
En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en slaande zichzelven met stenen.
Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.
En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!
(Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)
En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.
En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.
En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende.
En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.
En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.
En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was.
En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.
En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen.
En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.
En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.
Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.
En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.






Horsehead Nebula, foto gemaakt door het European Southern Observatory.






Fernand Leger, Les Constructeurs, 1955.






Fernand Leger, Les Oiseaux, Biot, 1953.


Lxc3xa9ger was niet alleen een tekenaar maar ook een keramist.
Hier een voorbeeld van een serie tegels door hem gemaakt
in 1953: de vogels.





Gregory Euclide, What softened clippers making left the plain barren and white, 2010.


Verschillende (gevonden) materialen worden samengebracht
en beschilderd door deze kunstenaar.
Levert mooie combinaties op.
Aan de titel waag ik me niet.





Imperial pearl court necklace, Qing dynasty, 18th century, China.


Deze keizerlijke halsketting is onlangs geveild.
Er zijn wereldwijd 5 van deze kettingen bekend in het bezit
van het Palace Museum in Beijing.
Er zijn geruchten dat ook in Shenyang een dergelijke ketting
wordt bewaard.
Dit is het enige exemplaar in prive-bezit voor zover bekend.
Dergelijke parelkettingen mochten alleen door de belangrijkste leden
van de Chinese Keizerlijke familie gedragen worden.





Jean Metzinger, Femme au chapeau, 1906 – 1907.


Van Jean Metzinger had ik eerder nog niet veel gehoord.
Maar wat een prachtige techniek.
Bekijk de detail foto maar eens.


Jean Metzinger, Femme au chapeau, detail.


Wikipedia:

Jean Metzinger (Nantes, 24 juni 1883 – Parijs, 3 november 1956) was een Franse kunstschilder die aanvankelijk in de stijl van het neo-impressionisme werkte maar na zijn ontmoeting met Pablo Picasso, George Braque en Juan Gris in 1906 zich vanaf 1908 aansloot bij het kubisme.






Kxc3xa4the Kollwitz, Selbstbildnis mit der Hand an der Stirn, 1910.






Marc Chagall, Paradis, 1960.






Matt Mignamelli, Untitled (Red).


Een
nieuwe ster in de kunstwereld?
Ik vermoed van niet maar sommige werken zijn de moeite waard.





Nativity, Toros Roslin Gospels, Armenia, 1262.


Armeens miniatuur en tekst van het kerstverhaal.
Toros Roslin was een illustrator van teksten, een miniaturist.

Wikipedia:

Toros Roslin circa 1210xe2x80x931270) was the most prominent Armenian manuscript illuminator in the High Middle Ages. Roslin introduced a wider range of narrative in his iconography based on his knowledge of western European art while continuing the conventions established by his predecessors.






Olafur Eliasson, Your atmospheric colour atlas, 2009.






Pablo Picasso, Flower vase on table, 1968.






Pablo Picasso, L’Espagnole, 1962.






Pablo Picasso, Nude, green leaves and bust, 8 March 1932.


Dit is een Picasso uit de collectie van Sidney F. Brody.
Prachtig werk.





Qi Baishi, Flowers and insects.


Hieronder volgen een drietal details van de waaier.

Qi Baishi, Detail midden.


Qi Baishi, Detail links.


Qi Baishi, Detail rechts.





Robert Davidson, Rock Scallop, 1989.






Schachfigur, Eines Laufers, Norddeutschland, 1400.


Je zou zo verslingerd raken aan het schaakspel.
Een loper.





Tony Bevan, Self-Portrait after Messerschmidt, 2009.


Ik vermoeddat de Messerschmidt die hier genoemd wordt,
de volgende beeldhouwer is:

Wikipedia:

Franz Xaver Messerschmidt (February 6, 1736 xe2x80x93 August 19, 1783) was a German-Austrian sculptor most famous for his “character heads”, a collection of busts of faces contorted in extreme facial expressions.




Voorbeeld van een karakterkop van Franz Xaver Messerschmidt.





Verurteilung Jesu, von den sog. Magdeburger Elfenbeintafeln, Mailand 962 – 973.


Gemaakt in Milaan tussen 962 en 973.
De veroordeling van Jezus met links de geseling
en rechts Pilatus die zijn handen in onschuld wast.
Zie ook detail hieronder.
Ik vind het woord Elfenbein zo mooi.
In het Nederlands ivoor.
Ik weet niet waar elfenbein vandaan komt (het is natuurlijk Duits)
maar met mijn beperkte kennis van het Duits denk ik dan al gauw
aan het been van een elf.
Maar dat zal wel fout zijn.


Pilatus wast zijn handen in onschuld, Magdeburger Elfenbeintafeln, Mailand 962 – 973.






Yun Shouping, Chrysanthemum and Rock, 1680.





Kunstvaria

Zoals heel vaak zie je in deze kunstvaria
zowel heel klassieke kunst als moderne.
Zowel uit ‘onze’ Westerse cultuur als uit andere, grote en kleine culturen.
(Groot en klein in de zin van hun geografische verspreiding
en de huidige bekendheid bij de schrijver van dit log.)
Het essay ‘Reflecties op schilderkunst’ gaat ook in op het verschil
tussen Klassiek en Modern:

Er is een groot verschil tussen klassieke en moderne kunst. Klassieke kunst is een reflectie op de natuur terwijl moderne kunst een reflectie op de reflectie is. De klassieke kunst zoekt naar eenvoud en enkelvoudigheid. De moderne kunst vindt complexiteit en meervoudigheid.



Voorlopig kan ik me nog wel vinden in deze omschrijving.
Maar waarom komen kunstenaars (of hun management
dan met andere mensen volledig onduidelijke,
niet te doorgronden omschrijvingen van het werk.
Ik geef een voorbeeld.
Een van de werken in de kunstvaria van vandaag
wordt door de kunstenaar als volgt omschreven:

Non-representational in style, the surfaces of the canvases articulate a dramatic and varied physical topography. Areas of richly colored, densely applied paints are expertly counterbalanced by the enveloping strokes of blended, more muted hues; the relationships between the resultant forms produce an animated buoyancy that presages the stirring of something new. The arresting addition of silver enamel serves to further anchor and enhance his compositional structures. The visceral experiences elicited by these dynamic yet meditative compositions will undoubtedly remain with viewers long after they stop looking.



Ik probeer dit niet eens te vertalen, geen beginnen aan.

Ik nodig iedereen uit te achterhalen bij welk werk deze tekst hoort.





Cuauhxicalli Eagle, Aztec, Mexico, Templo Mayor, circa 1500.






Cuny Janssen, Bartlesville OK USA, 2008.






Fine stained elephant ivory and carnelian mounted ruyi scepter, China, 18th – 19th century.


Ruyiscepter uit China gemaakt van ivoor.





Hai Bo, Four seasons, winter, 2003.


Een van een set van vier foto’s; de vier seizoenen.
Hier de winter.
De andere drie foto’s zijn op dezelfde plaats,
vanuit dezelfde positie gemaakt.
Vaker toegepast concept van fotograferen
maar eigenlijk iedere keer weer succesvol.





Henri Matisse, Bouquet pour le 14 juillet 1919, 1919.


Vandaag weer tweemaal een Matisse.
Er is op dit moment in de hele wereld veel aandacht
voor deze fantastische schilder.
Hierboven nummer 1 en hieronder nummer 2.
De Dans is iop dit moment in Amsterdam in het Hermitage te zien.
Normaal hangt dit werk in St. Petersburg.





Henri Matisse, De Dans, 1910.






J.M.W. Turner, Modern Rome – Campo Vaccino, 1839.






Joan Mitchell, Untitled, 1957.






John di Paolo, Equinox hanging garden.






Karl Kluth, Kxc3xbcste in Nordschleswig, 1931.






Maya Lin, Storm King Wavefield, 2007 – 2008.


Storm King Art Center, Mountainville, New York.
Photograph Jerry L Thompson
Landschapskunst, je ziet het zelden.





Norbert Prangenberg, Diamond (30.06.09), 2009.






Pablo Picasso, Minotauromacy, 1935.






Pablo Picasso, Picador, 1959.






Paul Gauguin, Teha’amana has many parents, 1893.






Raden Sarief Bustaman Saleh, Javanese landscape with tigers listening to the sound of a travelling group, 1849.


Raden Sarief Bustaman Saleh was the first Javanese artist to have followed his calling to Europe and to paint in the Western style. Born an aristocrat, he was the cousin of the Regent of Semarang in Indonesia and was recognised for his artistic gift at an early age, learning under the tutelage of the government landscape painter Antoine Payen. When Payen returned to Europe in 1826, the young Javanese artist joined him three years later to learn under his tutelage. Raden Saleh lived in The Hague under the protection of the Dutch government until he took a long educational tour to Germany and France, spending most of his time in Dresden and Coburg and Paris, travelling extensively to other places such as Scotland, England and Switzerland. In particular, his life-long friendship with Ernest II (1818-1893), Duke of Saxe-Coburg and Gotha, brother-in-law to Queen Victoria, was crucial to his career where this highly educated and distinguished Javanese aristocrat was introduced to members of the European courts and prominent intellectuals and artists of the time. Known for his wonderful versatility and talent, he was best known as one of the greatest orientalist painters in his days, famed for his paintings of wild and ferocious animals.

“Javanese Landscape, with Tigers Listening to the Sound of a Travelling Group” was completed by Raden Saleh in Dresden, the cultural centre of Saxony, and presented to his patron and friend His Highness Ernest II, Duke of Saxe- Coburg and Gotha, in 1849. The painting was in the family for many years as it was inherited by the second son, grandson and great-grandson of Queen Victoria and Prince Albert.



Nederlandse vertaling en samenvatting.

Raden Sajeh is de eerste Javaanse kunstenaar die om zijn kunst in Europese stijl te kunnen beoefenen naar Europa ging. Hij was van adellijke komaf. Hij was de neef van de Regent van Semarang. Al jong werden zijn artistieke kwaliteiten onderkent en kreeg hij les v
an de landschapsschilder Antoine Payen. Toen die naar Europa terug ging sloot de jonge Javaanse kunstenaar zich bij hem aan. Raden Saleh verbleef tijdens zijn training in Den Haag en ging voor zijn verdere ontwikkeling op tournee door Duitsland en Frankrijk maar ook Schotland, Engeland en Zwitserland werden aangedaan. Zijn levenslange vriendschap met Ernest II, Hertog van Saxen-Coburg en Gotha, was erg belangrijk. Deze zwager van Koningin Victoria van Engeland introduceerde hem bij de juiste mensen aan de hoven in Europa, intellectuelen en kunstenaars.
Het schilderij dat hier te zien is was in het bezit van Ernest II en is geschilderd in Dresden.







Rhinoceros horn pouring cessel, China, Kangxi period, 1662 – 1722.


Schenkkan gemaakt van de hoorn van een neushoorn.
Gelukkig mag dat niet meer (hoop ik) maar het resultaat is bijzonder.





Samual John Peploe, Tulips, 1912.






Sarah Morris, Double coil (Knots), 2010.






The Florentine Codex, 1575 – 1577.






Tim Wood, Bude III, 2009.






Xochipilli, Aztec, Mexico, Tialmanalco, 1450 – 1521.


Er is een tentoonstelling in de Getty Villa in de Verenigde Staten
met werk vanuit Mexico.
Daar hebben ze een prachtige web site.
De figuur hierboven, Xochipilli, is de centrale figuur.
Dit prachtige beeld toont de god in tranche en zingend,
terwijl hij zichzelf begeleidde op een instrument
dat nu geen deel meer uitmaakt van het beeld.
In tranche is hij wellicht door de bedwelmende bloemen en planten
die op zijn lichaam staan afgebeeld.
De volgende afbeelding geeft je een idee.





Xochipilli.





Kunstvaria

Twee maal twee werken van een kunstenaar.
Dat komt niet vaak voor.

Wat vind je van het volgende idee dat ik las
in het essay “van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan”,
met als ondertitel: “reflecties op schilderkunst”.
Overigens vermoed ik dat de schrijver van het essay
Henk v. d. Heuvel is.
Ik weet het niet zeker maar hij presenteert zich
op zijn web site “Woest en vredig” als de auteur/eigenaar van de logs.

Er is een groot verschil tussen klassieke en moderne kunst. Klassieke kunst is een reflectie op de natuur terwijl moderne kunst een reflectie op de reflectie is. De klassieke kunst zoekt naar eenvoud en enkelvoudigheid. De moderne kunst vindt complexiteit en meervoudigheid.






Adriaen van de Venne, Allegory of poverty, 1630s.


Voor een Oude Meester is dit een behoorlijk complex werk.
Deze allegorie (verbeelding van een abstract begrip) toont een man
die twee andere figuren op zijn rug draagt.
Op de tekstbalk bij zijn benen staat:
xe2x80x99t Sijn ellendige beenen die Armoe moeten draegen.
We zien hier een blinde man die een hond bij zich heeft.
Op zijn rug draagt hij een oude vrouw met in haar hand
een melaatse klepper en een bak voor de aalmoezen.
Op haar beurt draagt ze een kind op haar rug.
De kleding van de figuren zijn meer vodden dan iets anders.
De stro in de klompen is ook niet van de luxe.
Bij die klompen liggen een soort handvatten die invaliden
gebruikten om zich voort te bewegen.
Kommer en de kwel alom.
Er is een schilderij dat samen met dit werk een eenheid vormt.
De allegorie op welvaart.
Je kunt je wel indenken wat dat zoal laat zien.





Anni Albers, Second movement I, 1978.






Bada Shanren, Two mynas on a rock, 1692.


De Myna is een vogel die in Azie voorkomt.
Het is een zangvogel uit de famillie der spreeuwachtigen.
Ze blijven een leven lang bij dezelfde partner,
bouwen hun nest in een hol in bomen of muren.
De nesten worden van allerlei materialen gemaakt zoals bladeren,
gras, veren en allerlei afvalmateriaal.
Normaal gesproken worden dan zo’n vier tot zes eieren gelegd.





Een tentoonstelling met Polaroids trok mijn aandacht. Twee voorbeelden komen in deze kunstvaria voor. Deze eerste is van Edward Mitchell, 1983.






Emil Nolde, Nature morte aux danseuses, 1914.






Gerhard Mantz, Allgemeine xc3x9cbereinstimmung, 2009.


Tekenen op linnen.





Gerhard Mantz, Bemerkenswerter Zusammenhang, 2009.






Guercino (Giovanni Francesco Barbieri), David mit dem kopf Goliaths, 1617.






Gold Kesi, One hunderd birds jacket, 19th century.


Kesi is een weeftechniek ontwikkeld in Azie.
Of er werkelijk honderd vogels op staan weet ik niet.
‘Honderd’ kan ook staan voor ‘veel’.





Ilse Bing, The elevated and me, 1936.






Jean-Francois Rauzier, Evolution.


Ik vind de titel heel grappig. Hoezo evolutie en ontwikkeling?





Kristen Kobke, View of Osterbro from Dosseringen, 1838.


Meerdere schrijfwijzes kom ik tegen op het web: Christen Kxc3xb8bke
is een schilder uit Denemarken.





Marc Chagall, Le bouquet de Paris, 1982.






Tweede poleroid: Monica Nestler, 1980.






Pablo Picasso, Le couple, 23 oktober 1969.






Paul Klee, Portrait in the garden, 1930.






Philip de Lxc3xa1szlxc3xb3, Queen Elizabeth (Queen mother), 1925.


Familiekiekje uit de collectie van het Britse koninklijk huis.
Koningin Elizabeth, de koninginmoeder.





Rare Eskimo polychrome wood mask, Yupxe2x80x99ik or Anvik.


Yupxe2x80x99ik en Anvik zijn twee namen voor Eskimogroepen.





Rene Magritte, Golconda, 1953.






The Cauchon hours, Middle of the 15th century, owned by a noble couple from Rheims.


Het Cauchon getijdeboek.
Midden 15e eeuw,
eigendom van een adelijk echtpaar uit Rheims.





Tomas Saraceno, Untitled.


Als je dan spreekt van ‘complexiteit en meervoudigheid’ dan geldt dat zeker
voor dit werk dat ook nog eens geen titel heeft dat je in een richting
kan duwen om de betekenis of bedoeling te achterhalen.
Mooi vind ik het wel.





Zhao Bo, Rainbow City, 2009.


Jammer dat dit werk zo breed is. Gezien de beperkte ruimte op mijn log
blijft er dan niet veel van over.





Zhao Bo, Sweet Embrace, 2008.


Ik ben er nog
niet van overtuigd dat we dit
over 10 jaar nog wel zo bijzonder vinden.




Henri Matisse

Er is grote aandacht, al jaren, voor het werk van Henri Matisse.
En terrecht.
In de Verenigde Staten is een grote tentoonstelling
(The Art Institute of Chicago) maar ook
in bijvoorbeeld het Hermitage in Amsterdam
is er nu aandacht voor zijn werk.
In het essay “van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan”,
met als ondertitel: “reflecties op schilderkunst”,
las ik het volgende bijpassende thema voor deze log:

Een schilderij nodigt ons uit
de aandacht van de schilder over te nemen.


Laten we dat hier doen.





Van deze Amerikaanse collectie vind ik dit werk het mooist. Die ronde lijnen die de voorstelling ondersteunen zijn prachtig. Je ziet dan op een geheel eigen manier ook terug in bijvoorbeeld het werk van Alberto Giacometti. Henri Matisse, Portrait of Yvonne Landsberg, 1914.






Henri Matisse, Bathers with a turtle, 1907xe2x80x931908.






Henri Matisse, Flowers and ceramic plate, 1913.






Henri Matisse, Greta Prozor, 1916.


Greta Prozor was de echtgenote van de Noorse kunsthandelaar Walter Halvorsen.





Henri Matisse, Shaft of sunlight; The woods of Trivaux, 1917.


Het zonlicht dat door de bomen schiet.





Henri Matisse, The blue window, 1913.






Henri Matisse, The piano lesson, 1916.






Henri Matisse, The studio Quai Saint Michel, 1917.




Het overnemen van de aandacht kan alleen maar goed
als je het schilderij zelf, in levende lijve, kunt zien.
Maar dat kan helaas niet altijd.

van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan

Op een website heb ik een essay gevonden
met de titel “van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan”.
Natuurlijk een titel vrij naar Louis Couperus – Van oude menschen,
de dingen die voorbij gaan xe2x80xa6
De ondertitel van deze verhandeling luidt:
“reflecties op schilderkunst”.

Het is een vrij persoonlijk verhaal, geen poging een visie of
filosofie voor alle kunstuitingen op papier te krijgen.

Een aantal delen uit de tekst spreken me aan of zetten me tot denken.
Hopelijk ook de lezer, toeschouwer van mijn web log.

Overigens is het essay op de volgende wb site te vinden:
Woest en vredig – de kluizenaar – mimesis





van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan.





De titel vind ik prachtig.
Natuurlijk wel een titel met een grote weemoed.
Niet echt een titel die je zou kiezen als je een verhaal
wilt schrijven over moderne kunst.
Maar daar gaat het ook niet over.

Het eerste ‘hoofdstuk’ heet “Volg de meester!

De schilder is de oer-beschouwer van het schilderij.


Deze eerste zin is natuurlijk correct.
Het geldt eigenlijk voor ieder kunstwerk.
De kunstenaar zelf is de eerste persoon die het werk ‘ziet’.
‘Ziet’ in alle betekenissen van het woord.
Het is de persoon die de bedoeling kent, eventueel het model kent,
de schets maakt en dus als eerste ziet,
de verschillende stadia in het wordingsproces, de eenheid doorgrondt,
het resultaat evalueert en bijschaaft daar waar nodig,
en de reactie van het publiek (over zich heen krijgt).

Het schilderij is het proces en het resultaat van zijn waarneming en dat geeft hij door aan mij.


Een schilderij zoals wij toeschouwers dat zien is het eindresultaat
van een proces waarbij, zeker bij oude meesters, het precies zien centraal staat.
De schilder heeft het onderwerp van het schilderij waargenomen,
of hij nu meerdere waarnemingen samenbrengt of niet,
en geeft dat door aan ons, de toeschouwers.
Het proces kan zijn dat verschillende waargenomen elementen
worden samengebracht in een compositie die voor de schilder optimaal is.
De wolkenpartij van 17 februari 1623 boven Amsterdam met
de boerderij van zijn jeugd met de koeien van de achterbuurman.
Om maar wat te noemen.
Er kan ook van een (1) werkelijkheid vertrokken worden.
Dat meisje met de pareloorbel in het atelier.
Maar dat is pas het begin van het proces.
Het materiaal moet gekozen worden, hoe zal de lichtval zijn,
in welke traditie werk ik, waar ben ik sterk in,
wat wil ik deze keer uitproberen, welk gereedschap gebruikt ik …

Wie zijn de Oude Meesters? Meestal denken we dan aan schilders die leefden tussen 1450 en 1700. Ambachtslieden die hun vak verstonden en invloed hebben op iedereen die het vak beoefent. Lichamelijk dood, leeft de Oude Meester anders dan ik; hij leeft in de geest en onderricht mij in de visuele waarneming. Dat maakt hem tot een levende meester die in de taal van de verf tot mij spreekt.


Mij trekt niet zozeer het feit of de kunstenaar nog leeft of niet.
Dat aspect kun je weglaten maar dan blijft staan:
“en onderricht mij in de visuele waarneming”
Een kunstenaar leert je kijken en reageren op wat je ziet; denken zo je wil.

Wat betekent het als ik de Oude Meesters bestudeer? Dat betekent dat ik door hun ogen leer kijken. De Oude Meester leert mij te zien door mij te laten kijken door zijn schilderij, door zijn ogen.


En voor mij moet dat niet alleen gelden voor Oude Meesters,
maar is dit waar voor iedere goede kunstenaar.
Daarbij is het kijken, het oog, een van de zintuigen die een kunstenaar
kan aanspreken; maar er zijn er meer…