Cleopatra, Mark Anthony

Nieuws over opgravingen in Egypte hebben in het verleden
tot zulke hypes geleid, dat veel mensen daar nog steeds
gebruik van willen maken.
Niet in de laatste plaats is het nieuws van Zahi Hawass
per definitie verdacht.

Aan Cleopatra toegeschreven portret.

De archeologische projecten in Egypte zijn vandaag de dag
altijd een combinatie van Egyptische interesse en buitenlands geld.
Ook nu weer.
Hawass, de man die bepaalt wie waar mag graven in Egypte
tegen welke kost, werkt hier samen met een archeologisch team
uit, hou je vast, de Dominicaanse Republiek.
Niets te na van de mensen die in dat team hard werken om
een opgraving te realiseren, maar dit is niet het land
met de meeste kennis, historie, evaring, expertise enz
op het gebied van archeologisch onderzoek in Egypte.


Bronzen munten met een afbeelding van Cleopatra.

Dan is al dit nieuws gebaseerd op een paar radarbeelden
en en paar vondsten die nog niet definitief geidentificeerd zijn.
De munten waarschijnlijk uitgezonderd.
Maar van het albasten portret hierboven wordt alleen door de
archeologen ter plaatse gezegd dat het om Cleopatra gaat.


Assumed funerary mask of Marc Antony.

De grote archeoloog Hawass spreekt in zijn verklaring
dan ook alleen maar over hoe knap Cleopatra toch wel niet moet zijn geweest.
Dit in tegenstelling tot recent wetenschappelijk onderzoek

Naar mijn mening lijkt de vrouw in albast helemaal niet
op de vrouw op de munt.
Ik vind dat net de Venus van Milo.
Maar het blijft een mooi verhaal.
Prachtige film ook met Elizabeth Taylor en Richard Burton.
Ik bekijk hem nog regelmatig.


Lees verder

Grote Kerk Breda

Vanmiddag had ik natuurlijk ook
de gelegenheid weer wat foto’s te maken in de Grote Kerk.
Je kunt hier meegenieten (of niet).



Epitaaf Dirk van Assdelft en Adriana van Nassau.






Grafmomument Jan I van Polanen en zijn vrouwen Oda van Hoorne en Machteld van Rotselaar.






Pasfoto’s.






Grafmomument Jan II van Polanen .
















Justinus van Nassau en Spinola

Justinus van Nassau:
het enige buitenechtelijke kind van Willem van Oranje.
Willem heeft Justinus officieel erkend en opgevoed.
Justinus studeerde in 1576 te Leiden.
Van 1601 tot 1625 was hij gouverneur van Breda.
In 1625 gaf Breda zich over aan Spinola.

Ambrogio Spinola:
de Italiaan Ambrogio Spinola was opperbevelhebber
van de Spaanse troepen in de Zuidelijke Nederlanden.
Hij was de grote, zeer gerespecteerde tegenstander van stadhouder Maurits

Justinus links, rechts Spinola.

Detail.

Kopie naar ‘De overgave van Breda’ van Diego Rodrxc3xadguez de Silva y Velxc3xa1zquez.

De Bas en Oranje

Ik heb beweerd dat F. De Bas bevooroordeeld was
als het ging om de familie Van Oranje.
Uit een paar stukken teksr wordt dat wel heel duidelijk:

Zoo wuft is soms de volksgunst!
In plaats van te denken aan menschelijke dwalingen
ook bij vorsten, of aan misleiding,
waaraan zij, meer dan alle andere kinderen Gods,
inzonderheid in tijden van beroering zijn blootgesteld,
deed de verontwaardiging over hetgeen voorviel in het Zuiden,
aan Noord Nederland vergeten,
dat Oranje’s helder inzicht in krijgszaken,
door zijn persoonlijken moed geschraagd,
te Quatre Bras de overwinning van Waterloo had voorbereid,
tot redding niet alleen van Nederland,
maar van gansch Europa.
Men vergat de aandoening, welke den gewonden Oranje-telg
in 1815 had gemaakt tot het troetelkind der geheele natie,
de lof betuigingen en het eerbetoon der vertegenwoordigers
van het gezag in kerk en staat.


Of wat te denken van het volgende citaat:

Met het terugzien naast Willem I van den vederbos,
welke het schoonste tijdvak van zestien vervlogen jaren
voor den geest riep, steeg de geestdrift ten top.
De oude liefde voor Oranje doortintelde
met onweerstaanbare macht de jonge krijgers;
bij hetgeen de toekomst beloofde, bleef er geen plaats
voor gedachten aan het verleden;
zelfs het hart van de meest overleggenden smolt,
zonder dat zij ontstelden.


Breda in de Gids

De Gids is een Nederlands maandblad.
Het bestaat al erg lang en op het web
zijn ook de oudere jaargangen te vinden.
Zo vond ik er een artikel dat interessant is in relatie tot Constant Huijsmans.

Allereerst, wat is de Gids:

De Gids is het oudste literaire en algemeen culturele tijdschrift van Nederland
en een van de langstbestaande tijdschriften van deze soort ter wereld.

De Gids besteedt aandacht aan literatuur, filosofie, sociologie, beeldende kunst,
politiek, wetenschap, geschiedenis; kortom aan alles wat interessant is,
mits er goed over geschreven wordt.
Het tijdschrift verschijnt maandelijks…

De Gids werd in 1837 opgericht door E.J. Potgieter en C.P.E. Robidé van der Aa.
In de loop van meer dan anderhalve eeuw hebben verscheidene uitgevers
zich over de uitgave van het tijdschrift ontfermd.
Van 1837 tot 1840 werd het uitgegeven door de Amsterdamse uitgever
en boekverkoper G.J.A. Beijerinck.
Vanaf 1840 werd De Gids vier generaties lang uitgegeven
door de eveneens Amsterdamse uitgever Van Kampen.
In 1962 nam uitgeverij J. M. Meulenhoff de zorg voor De Gids over.
Na driexc3xabnveertig jaar is de uitgave van De Gids door de redactie overgedragen
aan uitgeverij Balans.

Deze informatie is afkomstig van de website van de hedendaagse uitvoering
van de gids: De Gids Online

Er is ook een site waar Nederlanse literatuur digitaal wordt ontsloten.
De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren.
Een enorme schat aan oude literatuur.
Ook oude jaargangen van de Gids.

De site is hier te vinden: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Ik kwam hier op uit omdat ik op zoek was naar de tem ‘Hoofdwacht’.
Constant Huijsmans heeft in een van zijn schetsboeken een schets gemaakt
met als omschrijving ‘Hoofdwacht, 20 maart 1831’.
1831 is ook het jaartal waarin de 10-daagse veldtocht plaatsvond.
Belgie wordt dan zelfstandig.
Als grote legerplaats in het zuiden van het huidige Nederland
was dit een plaats waar veel activiteiten plaatsvonden.
Breda had immers een groot aantal kazernes.
Het verhaal wat ik las, en waarvan ik hier stukjes zal tonen,
is geschreven in 1881.
50 jaar na dato.

Constant Huijsmans, Afd IV-22, blad 15, Hoofdwacht, 20 Maart 1831.

De schetsboeken van Constant Huijsmans worden in deze tijd gemaakt.
Namelijk in 1831, 1852 en van het derde boekje is de datum onbekend.
Tussen 1837 en 1865 werkte hij aan de KMA
en zat dus midden in de militaire sfeer.
Dat blijkt uit vele tekeningen, onder andere aan al zijn schetsen
voor versieringen ter gelegenheid van 25-jarig jubileum
van Generaal Van Overstraten, de gouverneur van de KMA.

Constant Huijsmans, Afd. IV-23, blad 10, Militaire versierselen.

Maar wat is nu de ‘Hoofdwacht’?

Dhr. H.M.F. Landolt schreef een boekwerk getiteld: ‘Militair woordenboek’.
Landolt, geboren te Breda in 1828, werd in 1844 cadet
aan de Koninklijke Militaire Academie,
in 1848 tweede luitenant bij het 2de Regiment Infanterie,
in 1854 eerste luitenant en in 1861 kapitein het 7de Regiment Infanterie.
Hij overleed in 1871 te Bad Wildungen.
Zijn Militair woordenboek verscheen in 1861
en zegt het volgende over de ‘Hoofdwacht’:

Hoofdwacht.
1e. De voornaamste wacht van een garnizoen,
gewoonlijk door een officier gekommandeerd.
Aan de Hoofdwacht komen alle rapporten van de overige wachten in,
daarheen worden de arrestanten gebragt, enz.,
van daar ook worden meestal de overige wachten gevisiteerd.
2e. Het gebouw waarin zich de wacht bevindt.

Mijn indruk is dat een dergelijke organisatie (1) ook werd toegepast op steden.
De stad was ommuurd en had een aantal toegangspoorten.
’s Nachts gingen die min of meer dicht.
Dat wil niet zeggen dat je ’s nachts de stad niet meer in kon
maar een bezoek diende wel aangekondigd te zijn
of je werd wat diepgaander onderzocht.
In het geval van het verhaal uit de Gids ging het er om
dat er nog exctra postwagens werden verwacht,
in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1831.
Op 2 augustus zou de 10-daagse veldtocht beginnen.

Hier volgt het stukje tekst uit ‘Twee wapenschouwingen in 1831′,
geschreven door F. de Bas, ’s Gravenhage, 23 Juli 1881.

‘Het middernachtelijk uur van Zondag 31 Juli (Maandag 1 Augustus)
was reeds lang verstreken; de wachter op den x91langen Janx92
had al dikwerf zijn lang gerekt hoorngeschal herhaald,
en Breda verkeerde in diepe rust.
De inrijpoort vxf3xf3r het groote hoofdkwartier
was echter nog niet gesloten; en in den x91Prins Kardinaalx92,
het logement op den hoek van de markt
en het Kasteelplein, werden blijkbaar nog gasten verwacht,
hoewel de diligence van Oosterhout
reeds een uur geleden aan,
de hoofdwacht was gevisiteerd.
Inderdaad had de wachtcommandant aan de Boschpoort
mededeeling ontvangen, dat er gedurende den nacht
extra postwagens zouden aankomen.’

Uit deze tekst maak ik op dat de Hoofdwacht bij de Boschpoort was.

Breda, Boschpoort, Maker en datum van foto onbekend. OF-01158.

Wie was nu De Bas?
Ik weet het niet zeker maar ik denk dat de volgende beschrijving
bij de hiervoor aangehaalde auteur past:

Franxe7ois de Bas, krijgshistoricus
(‘s-Graven-hage 10-9-1840 – ‘s-Gravenhage 22-2-1931).
Nog geen zestien jaar oud deed De Bas
op 4 september 1856 zijn intrede
als cadet der cavalerie op de Koninklijke Akademie
voor de Zee- en Landmagt te Breda.
De benoeming tot 2e luitenant op 1 juli 1860
bij het 3e Regiment Dragonders
sloot zijn opleiding
bij de Koninklijke Militaire Academie af.
In het voorjaar van 1868 was hij
xe9xe9n van de vier leerlingen
die werden toegelaten tot de toen in het leven geroepen
‘school tot voorlopige opleiding van stafofficieren’,
de voorloper van de sedert 1 november 1875 geheten
‘krijgsschool voor officieren’ te Breda.
De Bas volgde tot 1872 gedurende de wintermaanden
en het voorjaar
de lessen aan de school, terwijl hij in de zomermaanden
werd gedetacheerd bij verschillende legeronderdelen,
Twee van de vier officieren
die in 1868 de cursus waren begonnen
slaagden in 1872 voor het eindexamen, onder wie De Bas, …

Bovenstaande tekst is afkomstig van de website van
Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.

Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis

Terug naar de tekst.
Er waren twee stukken die ik wilde laten lezen.
1. een beschrijving van Breda en zijn inwoners
en hun binding met Oranje;
2. een beschrijving van versieringen
van een kampement (de link naar Huijsmans).

Twee wapenschouwingen in 1831.

De oude stad van Noord Brabant,
die haar naam ontleent
aan de verbreeding van de Aa
door het stroompje den Bijloop
alvorens samen te vloeien met de Mark,
legde sinds kort het krijgshaftige keurslijf af,
hetwelk vijf eeuwen lang haar leest had omkneld.
Beletten de hooge borstweringen, door kalk en steen
en de wortels van breedgetakte olmen
tot een vaste massa te zamen gegroeid,
de uitbreiding van de stad,
tevens bedekten zij als een sluier
de rimpels op het voorhoofd der nog altijd behaagzieke
en strijdlustige matrone.
Maar toen de bolwerken vielen
en de bemuurde ravelijnen waren geslecht,
kwamen eensklaps
al de gebreken van den ouderdom te voorschijn.
Naarmate echter de vervallen buitenwijken worden herbouwd,
breede straten van lachende villa’s
en bekoorlijke wandelingen
verrijzen uit de weleer doodsche grachten,
gaat de knorrige bui over en toont de grijze vrijvrouwe,
nu zij wel een verjongingskuur schijnt te ondergaan,
weer een vriendelijk gelaat.
Alleen de exercitiebatterij
van de Koninklijke Militaire Akademie
en de dicht met beukenhagen
en meidoorns beplante omwalling
van den hof van Valkenberg herinneren nog
aan de vroegere beteekenis van Breda,
laatstelijk voor 50 jaar het hart en de polsslag
der militaire beweging in Noord Nederland.
Omtrent den ouderdom van de stad
en de baronie van Breda
verkeert men sinds den brand van het stadhuis in 1534
eenigszins in onzekerheid.
De ‘Lex Seala’ der Pranken in de 5de eeuw
spreekt het eerst van de landstreek, alwaar in 888 Breda
tot een stad werd verheven en met wallen omgraven
door Witger IV, den zevenden graaf van Strijen.
Hare bevolking was meerendeels samengesteld
uit eenvoudige visschers,
die in de rivieren langs deze vruchtbare landouwen
ruimschoots hun brood vonden.
Niet lang nadat het gedeelte van de stad,
hetwelk thans nog
door de oude vest wordt begrensd,
tot vesting was ingericht, bracht Johanna van Polanen,
Jonkvrouwe van de Leck en Breda,
in 1404 door haar huwelijk met graaf Engelbert,
stadhouder van Brabant, de heerlijkheden van haar vader
over in het doorluchtige huis van Nassau.
De Groote Zwijger was de eerste,
die dezen vorstentitel vereenigde
met den in Nederland zoo geliefden naam
der prinsen van Oranje,
wier lotwisselingen Breda
immer deelde met beproefde trouw
en onwrikbare aankleve.

Ik vermoed dat er een fout staat in bovenstaande tekst.
In plaats van ‘Lex Seala der Pranken’ wordt hier
waarschijnlijk de Salische Wet bedoeld
(in het Latijn Lex Salica).
Een typefout vermoed ik.

Laten we eerst maar vaststellen dat deze geschiedschrijving
niet helemaal objectief is.
Het hele verhaal (het stuk hierboven is er slechts een klein deel van)
is heel erg gericht op het steunen van de Koning en Prins
van Oranje.
Nederland is vervolgens goed en Belgie niet.
Nederland houdt zich aan de afspraken:
het zijn de andere grote mogendheden (Frankrijk en Engeland)
die zich niet houden aan de afspraak Belgie te zien als onderdeel
van het Nederlandse koninkrijk.
Door deze constructie zou de veiligheid en vrede
in Europa worden gerealiseerd.
De 10-daagse veldtocht is dan ook geen verloren oorlog maar
een eervol gewonnen conflict zonder gebiedsbehoud.
Tegenwoordig kijken we er iets anders tegen aan:

De site van het Legermuseum verwoordt het als volgt:

De Tiendaagse Veldtocht, Belgische troebelen 1830-1839
In 1815 waren het huidige Nederland en Belgie
verenigd in een staat.
Onder invloed van overal opkomend nationaal besef,
kwamen de Belgen hiertegen in 1830 in opstand.
Dat betekende dat het oude leger
in feite in tweeen werd gesplitst.
In het noorden leidde de opstand tot een opleving
van nationalistische en militaristische gevoelens.
Vrijwilligers eenheden schoten aan beide kanten
van de nieuwe grens als paddenstoelen uit de grond.
Deze bepaalden veelal hun eigen uniformering,
wat tot bonte en kleurrijke uitdossingen leidde.
In het begin werd er veel gevochten.
In 1830 waren er straatgevechten in Brussel;
in 1831 openlijke veldslagen tijdens
de Tiendaagse Veldtocht
in 1832 werd een Nederlands garnizoen belegerd
in de citadel van Antwerpen.
Franse interventie ten gunste van de Belgen
leidde echter tot een status quo.
Koning Wilem I hield tot 1839 zijn leger gemobiliseerd
om zijn onderhandelingspositie
kracht bij te kunnen zetten.

Legermuseum

Het tweeede stuk tekst is een klein deel van de beschrijving
van een groot kampement dat de koning bezoekt.

‘Op de uitgestrekte vlakte
ongeveer halverwege Breda en Tilburg,
tusschen Haansbergen en de Vijf Eiken
nabij het tegenwoordige station Gilze-Rijen,
verhief zich een stad van linnen tenten,
door fluweelachtig mos, paarsche heidebloemen
en wilde hraamstruiken bevloerd,
hier en daar aanleunende tegen ruischende zeeen
van rijpend graan en aan de zuidzijde begrensd
door den graszoom met statige beuken langs den straatweg.
De langwerpige ruimte, 1600 meter lang
en 300 meter diep, was verdeeld in twaalf wijken
voor evenveel bataljons,
elke met twee dubbele rijen van acht tenten,
evenwijdig aan de frontlijn van het kamp,
en door een breede compagnies-straat gescheiden.
Het voorfront werd gedekt
door de in rotten staande geweren,
als een heg van hout en staal aan weerszijden
van de keurig versierde vaandelstoelen,
met de oranje-kleur boven stapels
van koperen trommen en horens:
Om die stoelen waren van zand,
roode en witte kiezelsteenen perken gestrooid
met allerlei figuren, meestal koninklijke kronen,
W’s en F’s als mozaik ingelegd.

Constant Huijsmans, AfdIV-23, blad 34, Schets voor versiering. Rechts de letter ‘W’.

Voor de officiers- en de hoofdofflcierstenten,
aan de overzijde van de veldkeukens
met hare glinsterende randen pan blikken eetketeltjes,
vertolkte eigenaardig de omvang
der achter naaldhout verscholen zodenbanken
den hoogeren of lageren rang van de bewoners.
Boven de blauwe kappen der langwerpige tenten
van het hoofdkwartier,
hetwelk door groen en bloemen
tot een schoon park was ingericht,
en voor het paviljoen van den hertog van Saksen-Weimar
wapperde vroolijk en fier de driekleur hoog in de lucht.

Constant Huijsmans, Afd. IV-23, blad 24, Schets voor vlaggestok.

Een vijftig meter breede ruimte,
tot publieken weg bestemd,
scheidde het eigenlijke kamp van de lijn der cantines,
houten loodsen, winkels en opstallen
van allerlei grootte en soort.
De tot societeit en gemeenschappelijke tafel dienende
officiers-cantines waren smaakvol met vlaggedoek
en banieren gedrapeerd
en van een gezellige voorgalerij voorzien.

Constant Huijsmans, Afd. IV-23, blad 11, Ingekleurde schets.

De loodsen voor onderofficieren en minderen
hadden nevens den groenen krans, bont beschilderde borden,
portretten van het koninklijke huis,
chassinetten en dergelijken uitgehangen.
Zelfs poffertjeskramen stalden in het kamp
hare pracht uit van koperen suiker- en meelvaten,
waarbij het knetterende houtvuur
en de gloeiende pan bewezen,
dat een soldatenmaag zich des noods ook
met kindergebak tevreden stelt.
Daarnaast stonden een goocheltent van Bamberg,
kijkkasten en beschilderde zeilen
met allerlei koddige toespelingen
op de Belgische staatslieden
van die dagen en op de pretendenten der kroon.
Bijzonder was het daarbij gemunt op De Potter,
de Celles, Mxc3xa9rode, Beauharnais, den graaf van Nemours,
bovenal op den Regent Surlet de Chokier,
een ‘gentilhomme campagnard;,
die thans te Brussel
tot een belangrijke politieke rol was geroepen.’

Overigens, een chassinet is een houten lijst
met daarin een (verwisselbare) afbeelding.
De afbeelding werd op papier geschilderd,
dat met lijnolie doorzichtig werd gemaakt.
Een of meer kaarsen erachter en de voorstelling kwam tot leven.

Regent Surlet de Chokier was regent van Belgie
en werd het eerste staatshoofd
tot het aantreden van Koning Leopold I van Saksen Coburg-Gotha.

Het laatste stuk tekst schetst, erg optimistisch,
de sfeer in het leger en rond het koningshuis.
Dat is de sfeer, vermoed ik, waarin Constant Huijsmans
zijn schetsen maakt.
De sfeer waarin het belang van tekenonderwijs,
als een militair strategisch instrument werd gewaardeerd.
Heel bepalend voor zijn carriere.

Legende van de kristallen schedels

Vervolg van het verhaal van Jane MacLaren Walsh.Twee andere voorbeelden werden in 1867 tentoongesteldop de Wereldtentoonstelling in Parijs als onderdeel van de collectievan Eugxc3xa8ne Boban.Hij is wellicht de meest mysterieuze figuur in de geschiedenisvan de kristallen schedels.Een Fransman die fungeerde als de officixc3xable archeoloogvan de Mexicaanse regering van Maximiliaan.Boban was ook lid van de Franse wetenschappelijke commissie in Mexico.De Parijse tentoonstelling was ideaal om zijn werkin de schijnwerpers te zetten.In de Engelstalige tekst wordt gesproken van de ‘Exposition Universelle’en volgens Wikipedia werd die gehouden in 1900. Dat is toch watanders denk ik dan 1867.De tentoonstelling was niet helemaal succesvolin het tentoonstellen van Louis Napoleons regeringomdat de opening van de tentoonstelling samenviel metde executie van Maximiliaan door de troepenvan de Mexicaanse president Benito Juxc3xa1rez.In 1886 kocht het Smithsonian een kristallen schedel aandie een bewerkte, pre-Columbiaanse kraal kan zijn geweest diein de 19e eeuw opnieuw was bewerkt.Deze afbeelding uit een catalogus laat het object zien,dat bijna levensgroot was en waarin een vertikaal boorgat zitdat midden door het centrum gaat.Een kleine kristallen schedel werd in 1874 gekocht voor 28 pesoxe2x80x99s door hetNationaal Museum in Mexico Stad van een Mexicaanse verzamelaargenaamd Luis Costantino en een andere voor 30 pesoxe2x80x99s in 1880.In 1886 kocht het Smthsonian een kleine kristallen schedel vande collectie van Augustin Fisher, de voormaligesecretaris van keizer Maximiliaan in Mexico.Deze verdween echter op mysterieuze wijze in 1973 uit de collectie.Het was te zien op een tentoonstelling van archeologische vervalsingennadat William Foshag, een mineraloog van het Smithsonian,ontdekt had dat het was gemaakt met modern gereedschap.Deze kleine voorwerpen vormen ‘de eerste generatie kristallen schedels’ en hebben allemaal een boorgat van boven tot onder. De boorgaten kunnen uit de pre-Columbiaanse tijd zijn en deze schedels kunnen eenvoudige Meso-Amerikaanse, kristallen kralen zijn geweest die later opnieuw bewerkt zijn voor de Europese markt om dienst te doen als herinnering aan overledenen of om de eigenaar te herinneren aan de eigen sterfelijkheid. Lees verder

Prokudin-Gorskij



Sergej Michailovich Prokudin-Gorskij is een pionier van de kleurenfotografie.
Hij is in 1863 geboren in Murom (300 kilometer ten oosten van Moskou)
en was van adelijke komaf.
Vanaf 1909 (Wolga regio) en 1915 maakte een aantal expedities.
De reizen die hij maakt en de foto’s die hij neemt maakt hij in opdracht
van onder andere de Tsaar Nicolaas II.
In 1943 sterft Prokudin in Parijs.
Zijn familie verkoopt de 2000 platen aan The Library of Congress
in Washington.

Een aantal van de foto’s zijn nu te zien in Amsterdam.
Tweeendertig op precies te zijn.
Gelijkertijd is er een boekje verschenen over zijn werk met
veel meer foto’s.
Daarvan het ik mijn persoonlijke top 10 gekozen.
Die volgen nu hier.



Een prachtige foto van een muurschildering.
Hier zie je de foto’s zoals ze in het boek zijn opgenomen.
De randen vertonen vele kleuren.
Dit heeft waarschijnlijk met het procede
trichromatische kleurenfotografie te maken.
Bij de volgende foto’s heb ik de gekleurde randen weggelaten.
Ze halen de aandacht wat weg van het onderwerp.
Misschien is dat wel heiligschennis maar ik vind de foto’s nu mooier.

Entree van de Heilige Johannes de Voorloperkerk, Jaroslavl.

Kijk eens naar de details.



Deze foto heb ik gekozen omdat we zelf in Karelia (Noord Rusland)
een aantal oude, houten kerken gezien hebben.
Deze foto is uit een andere streek maar hij ziet er zo fantastisch uit.



Maria Tenhemelopneming kerk in Deviatiny.



De compositie van deze foto is prachtig.
Je vergeet dat dit een kleurenfoto is van ongeveer 100 jaar geleden.

Arbeiders oogsten thee.



Deze foto is ook op de tentoonstelling.

Mullahs in moskee Azizija, Batum.



Deze foto heb ik gekozen omdat er geen mensen, dieren of gebouwen
op staan (nou ja, alleen in de verte). Dit is alleen maar het landschap.

Dagestan, Nizhnij Gunib.



Geweldig portret, met dat mooie kleed.

Georgische vrouw.



Deze foto heb ik gekozen omdat ik in Rusland in de openluchtmusea
ook dergelijke wachtpoorten, kerken en pallisaden (omheiningen) gezien heb.

Kerk in Koldakhvary, acht werst van Gagra.



Dergelijke gebouwen/tenten kennen we niet in west-Europa.

Turkmeense of Kirgizische vrouw.



Hier lijkt me iedere verdere toelichting overbodig.

Mozaieken op de muren van een huis in Sart, Samarkand.



Alle bevolkingsgroepen kregen een plaats op de foto’s.

Groep van Joodse kinderen met een leraar, Samarkand.

Prokudin-Gorskij



Wanneer er wereldwijd gezocht wordt naar een oplossing
voor een bepaald probleem,
bijvoorbeeld: ‘Hoe maak ik het best kleurenfoto’s?’
worden er steevast meerdere methoden ontwikkeld.
Niet iedere methode zal ook een commercieel succes worden.
Zo was het ook met de kleurenfotografie.
Prokudin-Gorskij was een Rus die veel interesse had in fotografie.
Hij ontwikkeld uiteindelijk een methode voor de kleurenfotografie die
overvleugeld wordt door Kodac met Kodachrome.
Maar naast zijn pionieersrol in de ontwikkeling van de fotografie
is hij ook bekend geworden om zijn foto’s.
De Library of Congress heeft zo’n 2000 platen van hem.
In Amsterdam is nu een tentoonstelling met 32 portretten.
Hier nu een kort eerste verslag.











Kijk naar de details van deze foto dan zie je dat grafitti ook al in Rusland bestond.



Legende van de kristallen schedels

Vervolg van het verhaal van Jane MacLaren Walsh.De schrijver en Scott Whittaker, directeur van deSmithsonian Scanning Electron Microscope fasciliteit (SEM), onderzoeken de xe2x80x9cMitchell-Hedges schedelxe2x80x9d. Siliconen afgietsels van de schedelxe2x80x99s uitgehakte vormen worden door SEM geanalyseerd om bewijs te vinden van markeringen die het gevolg zijn van het gebruikte gereedschap.Zo kan vastgesteld worden welk gereedschap gebruikt is.De exotische voorwerpen worden meestal toegewezenaan pre-Columbiaanse Middenamerikaanse culturenmaar geen van de kristallen schedels uit de museum collectieszijn afkomstig van een gedocumenteerde opgravingen er is weinig stilistische of technische overeenkomstmet echte pre-Columbiaanse afbeeldingen van schedelswelke een belangrijk motief zijn in de Middenamerikaanse iconografie.Ze zijn erg geliefd bij een grote schare ouder wordende hippiesen aanhangers van New Age theorieenmaar wat is de waarheid achter de schedels.Waar komen ze vandaan en waarom werden ze gemaakt?In de tweede helft van de negentiende eeuw begonnen museumskristallen schedels te verzamelen.Op dat moment waren er geen wetenschappelijke archeologische opgravingenin Mexico, noch was er veel kennis van echte pre-Columbiaanse vondsten.Het was ook de tijd waarin een groeiende industrie ontstondin het vervaardigen van namaak pre-Columbiaanse voorwerpen.Toen de Smithsonian archeoloog W. H. Holmes in 1884 in Mexico aankwamzag hij op iedere straathoek ‘antiek’winkeltjesmet namaak keramisch vaatwerk, fluiten en beeldjes.Twee jaar later waarschuwden W.H. Holmes in een artikel,getiteld xe2x80x9cDe handel in vervalste Mexicaanse antiquiteitenxe2x80x9d,in het Journal for Sciencevoor de overvloed aan vervalsingen in museumcollecties.Op de foto de Franse antiquair Eugxc3xa8ne Bobanmet zijn collectie Middenamerikaanse voorwerpenop een tentoonstelling in Parijs in 1867.Tussen de voorwerpen in de uitstalling bevinden zich ooktwee kristallen schedels.Bij zijn voeten een pot en een strijdbijl die volgens Bobanvan Azteekse afkomst zijn. Beide zijn vervalsingen.De eerste Mexicaanse kristallen schedels doken op net voorde Franse bemoeienissen met Mexico in 1863.Het leger van Louis Napoleon drong toen het land binnenen installeerden Maximiliaan von Hapsburg van Oostenrijk als keizer.Meestal waren ze klein, niet groter dan 4 centimeter.(1.5 inch = 3,81 centimeter)Het eerste exemplaar schijnt die van het British Museum te zijn. Een kristallen schedel van bijna 3 centimeter hoog.(1 inch = 2,54 centimeter)Waarschijnlijk is deze aangekocht in 1856 door de Britse bankierHenry Christy.Wanneer je vandaag op de web site van het British Museum op zoek gaatnaar de schedels kom je onder andere de volgende foto’s tegen:Deze schedel is 15 centimeter hoog en gekocht in 1897 van Tiffany in New York.Tiffany heeft deze schedel in 1886 gekocht van Eugene Boban.Het materiaal is waarschijnlijk afkomstig uit Brazilie of Madagascar.De schedel is gemaakt met snijmachines met een draaiplateau.Dergelijke technieken waren voor de komst van de Spanjaardenin Mexico in 1521 onbekend in Midden Amerika.Een ander voorbeeld van een dergelijke schedel is te vinden in hetMusxc3xa9e du Quai Branly in Parijs.De schedel is veel kleiner:De schedel van het Smithsonian Institute is groter en melkwit: Lees verder

Legende van de kristallen schedels

Samen met supersterren als Harrison Ford, Cate Blanchett, en Shia LaBeoufde nieuwste Indiana Jones film belooft een van de meest raadselachtigegroepen archeologische voorwerpen te presenteren:de kristallen schedels doken voor het eerst op in de 19e eeuwen specialisten droegen ze toe aan verschillendeantieke Middenamerikaanse culturen.In dit verhaal deelt Jane MacLaren Walsh,antropoloog bij het Smithsonian Institute,haar eigen avonturen waarin ze de voorwerpen analyseerdendie de inspiratie vormen voor Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull.Ze vertelt in detail over haar inspanningen om de mysterieuze”verkrijger van antiquiteiten” te vinden (“obtainer of rare antiquities” isde naam die Indiana vaak heeft in de films).Deze persoon heeft de sleutel tot de oorsprong van deze exotische voorwerpen.In 1992 werd deze holle kristallen schedel anoniem bezorgd bij het Smithsonian.De brief die bij het voorwerp zat suggereerde dat het een Azteekse oorsprong had.Het voorwerp was 13,6 kilo zwaar en meet 25,4 centimeter.Zestien jaar geleden werd een zwaar pakket afgeleverd bij hetNationaal museum van Amerikaanse geschiedenis.Het adres op het pakkket vermelde een niet bestaand adres:’Aan de curator van het Middenamerikaans museum in Washington’. De brief die het pakket begeleidde was niet ondertekend.In de brief stond onder andere:”Deze Azteekse kristallen schedel, waarvan wordt beweerd dat het onderdeel isvan de verzameling van Porfirio Diaz,is in Mexico gekocht in 1960….Ik bied deze aan het Smithsonian aan zonder voorwaarden”.

Wikipedia:Josxc3xa9 de la Cruz Porfirio Dxc3xadaz Mori (Oaxaca, 15 september 1830 xe2x80x93 Parijs, 2 juli 1915)was een Mexicaanse militair en politicus.Hij regeerde Mexico als een dictator van 1876 tot 1911. De periode van Diaz’ regering wordt het Porfiriaat genoemd.

Op dat moment is Richard Ahlborn de curator van deSpaans-Amerikaanse collecties.Hij kende mijn kennis van de Mexicaanse archeologie.Hij belde mij (Jane MacLaren Walsh) en vroeg me of ik iets wistvan dit object, een angstaanjagend, melkwitte, kristallen schedel,aanmerkelijk groter dan een menselijk hoofd.Ik vertelde hem dat ik de kristallen schedel kende die door hetBritish museum wordt tentoongesteld.Die is net zo groot als een menselijke schedel.Daarnaast had ik een kleinere versie gezien in het Smithsoniandie het tentoonstelde als een vervalsing.Nadat we een aantal minuten hadden gesproken over de betekenis en het belang van dit vreemde object, vroeg hij me of de afdeling antropologiehet voorwerp zou willen accepteren voor de nationale collectie.Zonder te aarzelen zei ik ja.Als de schedel werkelijk een pre-colombiaans Middenamerikaans object isdan moet dit zeker onderdeel worden van de nationale collectie.Ik had me op dat moment niet kunnen voorstellen dat deze ongevraagde gifteen hele nieuwe onderzoeksrichting zou openen voor mij.In de jaren nadat het pakket arriveerdeeidde het onderzoek naar deze schedel tothet onderzoeken van de geschiedenis van pre-Columbiaanse verzamelingenin musua over de hele wereld, heb ik samengewerktmet een brede reeks, internationale onderzoekers en curatorenwiens pad gekruisd was of werd door de kristallen schedels.Het bestuderen van deze objecten leidde tot nieuwe onderzoeksvormenmet name het onderzoek naar de antieke bewerkingstechniekenvan hard gesteente zoals jade en quartz.De kristallen schedels zijn onderwerp geweest van serieuswetenschappelijk onderzoek maar spreken ook tot de populaire verbeeldingomdat ze zo mysterieus lijken.Er zijn veel theorieen over hun oorsprong.Sommigen geloven dat de schedels het handwerk zijnvan de Maya’s of Azteken.Maar ze worden ook besproken op occulte web sites.Anderen beweren dat ze afkomstig zijn van verdwenen continentenof dat ze afkomstig zijn uit de ruimte.Nu worden ze archeologische supersterren door de filmarcheoloogIndiana Jones die ze zal gaan onderzoeken in Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull.Details over het filmscript worden streng geheim gehouden doorde producenten van de film maar volgens de geruchten op het internetzijn de schedels door ruimtewezens gemaakt. Lees verder

Vakantiegeld

Het is inderdaad die tijd van het jaar maar
daar gaat het niet echt over.
Het gaat over geld dat mensen mee terug gebracht hebben
van hun vakantie.
Vorige week zagen we al Forinten uit Hongarije.
Vandaag nog meer:




De Namibische dollar.





De Forint uit Hongarije, beide kanten.



Belgische Frank.
Met Boudewijn en Albert.



Hier ben ik het minst zeker van.
Hier moet de muntendoker maar eens goed naar kijken. Jersey.

Mooie foto's gevonden

Op zoek op het internet naar de Haagpoort,
kwam ik deze mooie foto’s tegen.
Die moest ik natuurlijk ook op mijn weblog plaatsen.



Haagsche of Antwerpse poort, buitenzijde, van ver af.



Poort met wachthuisje.



Poort, buitenaanzicht met brug.



Haagsche poort, binnenzijde, met wachthuisjes.

Waarom er iedere keer “wachthuisjes” staat weet ik niet.
Zo klein lijken ze me niet.

Romeinse pasfoto?

Deze week een klein berichtje in de meeste kranten.
Er was niet veel nieuws dus ook de radio pikte het op.
De vondst van een beeld van iemand die wel eens Julius Caesar
zou kunnen zijn is belangrijk nieuws.
De vondst was eigenlijk al wel 7 maanden oud.
En wat doet die Neptunus erbij die van een heel andere tijd is ?
Beetje vreemd.
Maar het beeld (Heeft u al een afbeelding gezien ?)
is wel fascinerend.
Ik heb er een plaatje van gevonden en dat wat vergroot.
Als het beeld echt is, is het eigenlijk een soort pasfoto.
Maar dan van heel lang geleden.



Shoah

Negeneneenhalf uur duurde Shoah,
Claude Lanzmanns definitieve documentaire over de Holocaust.
Negeneneenhalf uur zonder een seconde archiefmateriaal.
Lanzmann liet overlevenden aan het woord,
zocht daders en getuigen op,
en liet ze praten over toen.
Negeneneenhalf uur pratende hoofden,
doorsneden met beelden van de kampen zoals die er toen,
ten tijde van de interviews, bijlagen.

http://www.cinema.nl/21898317