Faces of the Frontiers

De ‘National Portrait Gallery’, onderdeel van het ‘Smithsonian Institution’
houdt een tentoonstelling met de naam Faces of the Frontiers.
Zeg maar: Gezichten van het Wilde Westen
of Gezichten van pioniers.
Na de ontdekking van Amerika in 1492 was natuurlijk niet op 1 dag
heel Amerika bekend en verkend.
Dat duurde heel wat jaren en ging gepaard met een grote
strijd tegen de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika: de indianen.
Al die termen zijn misschien niet politiek correct maar
dan begrijpt u meteen waarover ik het heb.
Dat veroveren van Amerika op de indianen kennen wij
in een zeer geromantiseerde vorm uit de Westerns. De films.
Deze tentoonstelling laat foto’s zien, meest portretten,
van een aantal hoofdpersonen uit die tijd.
Er is een prachtige (Engelstalige) website met een groot aantal foto’s.
Die kunt u hier vinden.
Hieronder een paar voorbeelden van de foto’s en hun verhaal.





Charles DeForest Fredericks, Christopher xe2x80x9cKitxe2x80x9d Carson, circa 1863.


Kit Carson is een figuur die ook in boeken en films te vinden is.
Hij is een toonbeeld van een ‘trapper’,
een rondtrekkende Amerikaan die van het land leefde.
Actief in de oorlogen tegen de indianen.
Wordt in de blanke pers omschreven als een gentlemen
maar door de indianen als iemand die veel (onnodige) slachtoffers
maakte onder de indianen.





David F. Barry, Rain-in-the-Face, albumen silver print, 1888.


In de jaren na de ‘Battle of the Little Bighorn’ werd deze indiaan gezien
als de man die George A. Custer,
de bekende aanvoerder van de Zevende Cavalery, doodde.
Later spreekt Rain-in-the-Face dat zelf tegen.
Deze krijger wordt bekend door een gedicht van Henry Wadsworth Longfellow
genaamd: xe2x80x9cThe Revenge of Rain-in-the-Face.xe2x80x9d





Eadweard Muybridge, self portrait, 1872.


Op dit zelfportret van Eadweard Muybridge zit hij
tegen de stam van een beroemde boom.
De boom heet xe2x80x9cGeneral Grantxe2x80x9d en is een sequoia.
Muybridge is een pionier of het gebied van de fotografie
en maakte veel foto’s in bijvoorbeeld Yosemite Valley.
Daarmee was hij een concurrent van Carleton Watkins.
Het fotograferen van dieren in beweging (foto’s werden in het begin vooral
van stilstaande mensen of voorwerpen gemaakt)
fascineerde hem en hij ging er uitvoerig mee experimenteren.





George W. Potter, Calamity Jane, printing-out paper print, circa 1896.


Geboren als Martha Cannary.
Wij kennen haar waarschijnlijk het best uit de strip Lucky Luke
of de film met Doris Day.


Calamity Jane in Lucky Luke.


Doris Day in Calamity Jane.

Ze werd bekend door haar ‘ruziezoekend gedrag, onvrouwelijke kleding
en haar drankgebruik’.
Ze had een relatie met Wild Bill Hickok (bekende sheriff en gunman).
Ze werkte als verkenner voor George Armstrong Custer
en droeg sinds die tijd een uniform.
Werkte een tijd voor de Pony Express.
Later ging ze op tournee met wild-west shows (onder meer met Buffalo Bill).





James McClees and Julian Vannerson, Sam Houston, salted paper print, circa 1859.


Sam Houston was een aanvoerder van het Texaans leger
tijdens de Texaanse Revolutie in 1835 xe2x80x93 1836.
Zijn troepen zorgden er voor dat Texas onafhankelijk werd van Mexico
en hij werd de eerste president van de Republiek Texas.
Na de aansluiting bij de Verenigde Staten werd hij senator.
In 1859 werd hij gouverneur van Texas.





Thomas Easterly, Keokuk, 1847.


Deze foto van Keokuk is een van de eerste, nog bekende,
foto’s van een oorsponkelijke bewoner van Amerika.
Deze indianenhoofdman stond bekend als ‘Watchful Fox’.





Unidentified photographer, Andrxc3xa9s Pico, quarter plate daguerreotype, circa 1850.


Foto van een onbekende fotograaf.
Gemaakt rond 1850.
Prachtig kostuum.
Andrxc3xa9s Pico was de commandant van het koloniale leger
gedurende de Mexicaanse Oorlog.
In 1860 werd hij senator.




Bloemencorso Zundert 2009

Het was wel erg druk in Breda, afgelopen weekend.
= Braderie in het Ginneken;
= Roodharigendag;
= Koopzondag;
= Hippique;
= een wielerkoers in Breda;
en het Bloemencorso in Zundert.

Daarom ben ik maar nergens naar toe gegaan en ben ik gisteravond,
de dag na het bloemencorso, gaan kijken naar de wagens
op het feestterrein in Zundert.

Wat schreef de plaatselijke pers zoal?
BN/De Stem:








Voorpagina: Boeienkoning Lucas Gazpar van Buurtschap Laer-Akker-Molen.









Oehoe, Wernhout.









Rhino, Buurtschap Veldstraat.





Natuurlijk heb ik wat foto’s gemaakt.
De foto’s vind je hieronder.
Veel kijkplezier.





Koppig, Amarant.


















Haast abstracte kunst.












Het verhaal van de tovenaar van OZ.






Het verhaal van de tovenaar van OZ, detail.






Het verhaal van de tovenaar van OZ, de blikken man.






Het verhaal van de tovenaar van OZ, de tovenaar.








































































Zeeduivel van ’t Kapelleke.


Persoonlijk vond ik dit de mooiste wagen.
Deze monsterachtige vis bewoog prachtig
en ging daarbij bijna helemaal open.
Je kon daardoor goed zien hoe de makers van de wagen
de verschillende delen (vinnen, kieuwen, kop) in beweging brachten.
Met de fantastische geluiden een genot.
Doordat de wagen laag op de weg ligt is het fotograferen
met veel mensen er om heen niet goed mogelijk.
Doordat het een los/vaste constructie is geven delen van de vis
op een detailfoto geen goed beeld.
En nu staan de mensen voor de lens.
Dus de foto is niet fantastisch maar de wagen was dat zeker!






























































































En dan waren er nog heel veel nevenactiviteiten in Zundert.
Kermis en jaarmarkt.
De restanten daarvan zie je hieronder.















Als afsluiter: mijn toegangspolsbandje.









Verfmolen De Kat

In een lokale hobby winkel,
ze noemen zich zelf een kunstmaterialen winkel,
vond ik dit boekje van Verfmolen De Kat.
Ik was op zoek naar pigmenten om zelf verf te maken.
Ze hebben een groot assortiment pigmenten en
aanverwante producten zoals krijt of lijmstoffen.
Op de website van deze verfmolen
staan de recepten overigens ook
maar het boekje kost slechts 1,50 Euro.
Het boekje staat vol recepten die ik leuk vond om te lezen.
Het idee zelf zegellak te maken in de kleur die ik zelf mooi vind,
is wel erg uitdagend.





Recepten van Verfmolen De Kat.





Ei-tempera

Benodigdheden:

pigment
1 eierdooier
1 eierdopje gekookt water
4 druppels spijkolie
glasplaat 30 x 30cm
v.c.a. schoonmaakmiddel en keukenrol voor het schoonmaken
van gereedschap en penselen.
glazen verfwrijver (loper)
2 plamuurmessen
2 pipetten
garde
theezeefje
theelepel

Werkwijze:

Neem de eierdooier en meng deze met behulp van een garde met het water.
Zeef het mengsel en conserveer het met 4 druppels spijkolie. Het mengsel is nu klaar voor gebruik.
Schep een eetlepel pigment op de glasplaat en bevochtig het met water.
Meng het pigment en het water met het plamuurmes tot een dikke pasta.
Voeg met de pipet het ei/water mengsel toe aan de pigmentpasta en spatel het door elkaar met het plamuurmes.
Neem de verfwrijver en wrijf de pasta, met stevig ronddraaiende bewegingen uit over de gehele plaat.
Spatel de verf bijeen met een plamuurmes, en voeg weer wat ei/water mengsel toe. Herhaal deze handeling totdat er een smeuxc3xafge verf ontstaat.
De verf is klaar en dient direct gebruikt te worden. De verf kan eventueel worden verdund met gekookt water.

Tips en kenmerken:

Breng de schildering aan in lagen en laat deze in de zon drogen.
Als de verf direct gebruikt wordt is conserveren niet nodig.
Geconserveerde verf in een goed afgesloten pot. Bewaar deze in de koelkast.
Gebruik altijd verse eieren.



Kunst van de natuur, Ernst Haeckel

Toen ik een tijd terug op een website kwam die mij wel interessant leek
kwam ik een link tegen naar Ernst Haeckel.
Een Duitse wetenschapper die onder andere de leer van Darwin in Duitsland
bekend gemaakt heeft maar die ook zelf
veel wetenschappelijk onderzoek heeft gedaan.
Zijn opvattingen zijn niet altijd overal met open armen ontvangen
maar zijn kwaliteiten als tekenaar/illustrator
kunnen niet worden onderschat.

Een van zijn werken beschrijft de kunst van de natuur.
Door naar dit werk te kijken realiseer je meteen weer
waarom kunstenaars generaties lang gepoogd hebben de natuur
te evenaren (en gelijk ook waarom dat nauwelijks kan).
Het verklaart misschien ook wel ten dele waarom
kunstenaars zich soms afzetten tegen de natuur.
De volgende afbeeldingen van Plankton en Kolibries
laten zijn kunstenaarstalenten zien en tegelijkertijd
de onmogelijkheid de natuur te evenaren.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, plaat 31.

Volgens de summiere informatie op het internet die ik kan begrijpen,
gaat het hier om planktonachtige wezens uit de pre-historie.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, Alacorys Bismarckii, 200 x vergroot.


ErnstHaeckel, Cyrtoidea, Clathrocanium Reginae, 600 x vergroot.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, Dictyocodon Annasethe, 400 x vergroot.


Ernst Haeckel, Cyrtoidea, Pterocanium Trilobum, 300 x vergroot.

Ik vind ze prachtig.
Het lijken afbeeldingen die je vaak van een computerkunstenaar
ziet die Gothic-afbeeldingen maakt.


Ernst Haeckel, Afbeelding 99, Hummingbird.


Ernst Haeckel, Afbeelding 99, Steganura Underwoodi.


Ocreatus Underwoodii.

Blijkbaar veranderen de wetenschappelijke namen toch wel een beetje in de tijd.
Ik denk namelijk dat deze twee kolibries hetzelfde diersoort zijn.


 

Steeds weer verbaasd: Rent collection courtyard

In juni 1965 werd een groep van beeldhouwers
(onder leiding van beeldhouwer Ye Yushan)
door het provinciaal bestuur van Sichuan aan het werk gezet.
Ze produceerden 114 levensgrote kleifiguren
die het proces verbeelden van boeren
die hun pacht komen afdragen aan de landeigenaar.
De stroming waarbinnen deze beelden werden gemaakt
wordt socialistisch-realisme genoemd en kennen we ook van
bijvoorbeeld beelden uit de voormalige Sovjetunie.

Deze beeldengroep wordt de Rent collection courtyard genoemd.
Rent collection staat voor het inzamelen van pacht.
Courtyard is het Engelse woord voor binnenplaats of tuin.
De beelsen werden in 1965 opgesteld
op de binnenplaats van een voormalige landeigenaarswoning.

Dit propaganda werkstuk heeft de uitbuiting van de plattelandsbevolking
en de overwinning van het Volk als thema.

De beeklden zijn gegroepeerd in 6 ‘hoofdstukken’:
– de pacht brengen in de vorm van graan;
– de pacht onderzoeken op kwaliteit;
– de hoeveelheid graan vaststellen;
– het verrekenen van openstaande rekeningen;
– de betaling afdwingen;
– de opstand.

De beeldengroep was direct een succes (niet op de laatste plaats
door de ‘medewerking’ van Mao en de leiding van de communistische partij).
De propagandawaarde was enorm, zeker tijdens de ‘Culturele Revolutie’.
De Schirn Kunsthalle in Frankfurt
stelt een latere versie (1974-1978) ten toon
waarvan hieronder een paar afbeeldingen te zien zijn.

Tot mijn verbazing had ik van deze beeldengroep nog nooit gehoord.
Zo vind je iedere dag weer nieuwe zaken op het vlak van kunst
of in dit geval op het vlak van Kitch (?)


De betaling afdwingen.


De betaling afdwingen (detail).


Hoeveelheid graan vaststellen.


Deze foto werd in 1965 gebruikt als een van de voorbeelden van ‘de pacht onderzoeken op kwaliteit’.


Het verrekenen van openstaande rekeningen (detail).


Het verrekenen van openstaande rekeningen (detail).


Sculptuur van schade en schande
Beeldhouwkunst van de Chinese avant-garde in museum Beelden aan Zee
Dick van Broekhuizen

Dick van Broekhuizen is werkzaam als wetenschappelijk medewerker van het Sculptuur Instituut. Dit is een twee jaar geleden opgericht onderzoeksinstituut dat onderzoek faciliteert, verricht en entameert op het gebied van de moderne en hedendaagse, internationale beeldhouwkunst. Het Instituut is gehuisvest in museum Beelden aan Zee te Scheveningen.In museum Beelden aan Zee is van 19 juni tot en met 11 december van 2005 Xianfeng! beeldhouwkunst van de Chinese avant-garde te zien, de eerste tentoonstelling in Nederland van hedendaagse Chinese beeldhouwkunst.Met het uitroepen van de Volksrepubliek China in 1949 werd meer ruimte geschapen voor beeldhouwkunst, mits in dienst van de staat. Die beeldhouwkunst is nog steeds Frans van aard maar onderhorig aan de didactische functies van kunst zoals Mao die had vastgesteld in zijn Yanean-toespraken in 1942. Later nemen de beeldhouwers de communistische monumenten in het Europese Oostblok en in de Sovjet Unie als voorbeeld. Onder het regime van Mao wordt de beeldhouwkunst geheel bepaald door dit socialistisch-realisme. De Rent Collection Courtyard (1965) is hiervan de exponent. Achttien amateurs, geleid door de beeldhouwer Ye Yushan maakten zes beeldengroepen die de uitbuiting van de landarbeider aan de kaak moesten stellen. In het landhuis van Liu Wencai, een (volgens het regime tyrannieke) landeigenaar uit Sichuan, werden de beelden in de Rent Collection Courtyard, de binnenplaats waar de huur van het land werd gexc3xafnd, opgesteld. De onderdrukking door de feodale heer en de positie van de arme boeren wordt in deze beeldengroep zeer pathetisch uitgedrukt. Er was in de jaren zestig nauwelijks vrije beeldhouwkunst.

Eerste test met eigen verf

In de loop van afgelopen week
heb ik hier en daar materialen en gereedschap gekocht
en nadat ik zondag het geklaard eiwit heb gemaakt
met mijn ouders was is gisteren zo ver mijn eigen verf te maken
en een eerste proefstukje te verven.
Kijk maar eens.





Het begin: Chinese karakters.






Nog wat gereedschappen gekocht.






Eerste taak: rode bolus omzetten in poeder.


Ik gebruik rode bolus als onderschildering voor goudblad.
Ik wil straks gouden letters maken.
Met een rode onderschildering krijg je een warmer effect.
Eerst de verf en mijn gereedschap eens uittesten.
De karakters komen te staan op een oppervlak
van 5 bij 5 centimeter per letter.
Dat is dus redelijk klein en ik wil zien of dat met deze kwast (nummer 2) lukt.
De rode bolus die ik kocht, zijn brokken rode aarde.
In het voorbeeld zie je twee karakters op een oppervlakte
van 4,5 bij 4,5 centimeter.





Ik kan eenvoudig gruis van de rode bolus afschrapen met een hobbymesje.






Mijn voorraad.






Nog een beetje meer.


De afgeschraapte deeltjes plet ik nog eens fijn met een schildersmes.
Goed draaien en aandrukken zodat alle deeltjes even fijn zijn.
Gaat allemaal heel eenvoudig.





Dan het pigment samenvoegen met het geklaarde eiwit.






Zo ontstaat deze verf.


Ik heb maar hele kleine hoeveelheden nodig.
Je maakt erg snel veel te veel.
De houdbaarheid is maar beperkt.





Mijn eerste proefstukje.


De verschillende lijnen van de karakters lopen van dik naar dun.
Dik is daar waar de schrijver begint met het plaatsen van zijn pen of kwast.
Dun is waar de schrijver zijn pen of kwast weer van het papier afhaalt.
Chinese karakters schrijf je van boven naar beneden.
Van links naar rechts




Geklaard eiwit

Gistermiddag ben ik nog naar de supermarkt op het station geweest.
Ik had eieren nodig of beter gezegd 1 ei.
Ik wil namelijk het medium maken voor temperaverf.
Verf bestaat uit twee delen: de pigment of kleurstof en het bindmiddel.
Dat bindmiddel (medium) bestaat uit een paar componenten.
Voor temperaverf is dat bijvoorbeeld het eiwit van een ei
gemeng met water en een beetje azijn,
dat je vervolgens goed door elkaar mengt (geklaard eiwit).
Er zijn overigens nog andere combinaties.
Een boek over het schilderen van iconen geeft het volgende ‘recept’.
(Merk op dat men hier juist het eigeel gebruikt)





Het recept.






De benodigdheden, nog zonder water en azijn.






Ei voorzichtig openen.






Het eiwit laten weglopen.






Eigeel van dop naar dop gieten terwijl het eiwit kan ontsnappen.






Daarna water en azijn toevoegen.






Roeren.






En dat moet het dan zijn.




Het mengsel laten rusten zodat het schuim weer vloeibaar wordt.
En het bindmiddel is gereed.
Hier valt dus nog heel wat uit te proberen.
Wat als je eigeel gebruikt?
Kun je eigeel en eiwit door elkaar gebruiken.
Wiite wijn, bier.
Verhoudingen.

Kunstveiling

Mijn vader kocht onlangs, in een marktkraam met 2de hands boeken,
de veilingcatalogus van de veiling van 24 april 2007
van het veilinghuis Sotheby in Amsterdam.
Het gaat om 19 eeuwse Europse schilderijen.
Heel erg leuk om eens door te nemen.

Natuurlijk veel schilderijen met bijvoorbeeld poezen (Henriette Ronner-Knip!)
gezinstaferelen, zeegezichten, wintergezichten (Andreas Schelfhout!), honden,
ezels en paarden (Wouterus Verschuur!).

Behalve de twee schilderijen van Petrus van Schendel,
die hier al eerder te zien waren, koos ik vandaag de volgende 9:


Omslag van de catalogus: Cornelis Springer, Gezicht achter het stadhuis van Bolsward.

De financiele waarde van de kunstwerken interesseert me niet zo.
Maar met veilingen heb ik nooit van doen.
In dit geval betreft het een veiling en ben ik toch nieuwsgiering.

Lot 209: GEZICHT ACHTER HET STADHUIS TE BOLSWARD
(A VIEW OF BOLSWARD WITH THE TOWNHALL IN THE DISTANCE).
Een beetje vreemde vertaling daarom mijn poging:
Gezicht op Bolsward met het stadhuis op de achtergrond.
Opbrengst: 456.000 Euro


Albertus Verhoesen, lot 46 en 47.

Lot 46: Poultry in a summer landscape: Ducks in a summer landscape (a pair).
Eenden in een zomers landschap (een paar)
Opbrengst: 6.000 Euro

Lot 47: Poultry in a landscape: A hen and her chicks in a landscape (a pair).
Een kip en haar kuikens in een landschap (een paar)
Opbrengst: 5.400 Euro


Petrus Paulus Schiedgens, Sailing vessels at sea, lot 79.

Lot 79: Zeilboten op zee.
Opbrengst: 3.000 Euro


Eduard Leon Cortes, Boulevard de la Madeleine, lot 100.

Opbrengst: 48.000 Euro


Philip Lodewijk Jacob Frederik Sadee, Awaiting the return, lot 132.

Lot 132: Wachten op de thuiskomst.
Opbrengst: 74.400 Euro.

De compositie van dit schilderij is heel erg geslaagd.
Vergelijk dit schilderij maar eens met dat van Schiedgens.
Daarvan vond ik de avondlucht zo prachtig.
Maar er gebeurt verder niet veel op dat schilderij terwijl
het werk van Sadee, door de compositie,
mij geen enkel moment kan vervelen. Integendeel.


Hendrik Willem Mesdag, Ships at full sea, lot 152.

Lot 152: Schepen op volle zee.
Opbrengst: 36.000 Euro
De dynamiek van dit werk is prachtig.


Henriette Ronner-Knip, Hondenmaal, 1865, lot 227.


Dit is een voorbeeld van de vele dierenschilderijen die er in het boek
te zien zijn. Niet bepaald mijn favoriete genre.
Maar bij dit schilderij vond ik de mussen zo leuk.
We zien er tegenwoordig nog maar zo weinig.

Henriette Ronner-Knip, Detail met mussen.

Henriette Ronner-Knip, Detail met mus.

Opbrengst: 24.000 Euro


Georgius Jacobus Johannes van Os, A Still life of flowers, lot 231.

Dit schilderij werd ongetwijfeld gezien als een van de topstukken van de avond.
Het werd echter niet verkocht (althans ik kan op de website
van Sotheby geen prijs vinden terwijl je die bij alle andere werken wel vindt.
Het schilderij werd paginagroot afgebeeld in de catalogus en
voorzien van een doorzichtig inlegvel dat, gelegd op de afbeelding,
je helpt om te achterhalen welke bloemen je nu precies ziet.

Lot 231: Stilleven met bloemen.

Inlegvel.

Lijst met bloemen en dier.

Georgius Jacobus Johannes van Os, A Still life of flowers, detail.

Hier zie je een mier, namelijk de Yellow meadow ant
(Gele weidemier/Lasius flavus).
Een beschrijving van dit dier kan men hier vinden.

Ik vermoed dat de bloem een witte roos is
(nummer 8, white rose/Rosa x alba subplena)
Ik heb met het inlegvel twee problemen:
Naast de mier (a op het inlegvel) staat een 0 of O.
Maar in de lijst vind ik geen verwijzing.
Hetzelfde geldt voor de bloem met nummer 23.
Daar lijkt het wel alsof er een 1 of een 7 voorstaat.
De bloemen en de mier zijn geidentificeerd door Dr. Sam Segal.
Even zoeken op internet wijst uit dat deze kenner bij
een groot aantal schilderijen de bloemen identificeert.
Heeft ook een boek op zijn naam staan over 4 eeuwen
bloemen in de Nederlandse schilderkunst.


George Hendrik Breitner, Figuren op de Dam bij avond, lot 248.

Opbrengst: 96.000 Euro


Cursus miniaturen X

Vandaag nog wat meer gesleuteld aan mijn miniatuur.
Het moet een keer afgerond worden.
Vandaag letterlijk de laatste puntjes op de i gezet.





De tekst afgeschreven.


Het probleem hiermee was dat ik eerder een verfvlek
heb weggekrast met een mes.
Dit vegeratisch perkament laat dat wel toe maar
schrijf je er met inkt overheen,
dan vloeit de inkt gelijk uit in alle groefjes.
Dus nu moet ik een aantal inktvlekken verbloemen.





Vlekken.






Verfpotjes leeggespoeld en schoongemaakt.


Met rood heb ik de eerste regel en alle initialen in de tekst
die niet met goud zijn uitgevoerd, aangezet.
Ik moest hierbij erg letten dat de inkt niet gaat uitlopen.

Daarnaast heb ik de inkt weggekrast.
En over die plek eerst wit geschilderd met daarop een fantasiebloem.





Kleurkopie van het origineel en mijn resultaat.






Het resultaat.






De verfpotjes staan te drogen.




De oplettende lezer zal zien dat er 1 spelfout in zit.
Dat is met Latijn natuurlijk altijd een mogelijkheid.
Op mijn resultaat heb ik dat inmiddels,
op mijn manier, gecorrigeerd.

Cursus miniaturen IX

De cursus is afgelopen maar mijn miniatuur is nog niet af.
Vandaag is er nog heel wat aan geknutseld.
Eerst heb ik deze week een kalligrafeerset gekocht.
De ganzeveer was me vorige week niet zo goed bevallen.
Bovendien is kalligrafie voor een linkshandige niet evident.
Je moet je hand zo vreemd houden dat dit zonder pijn
haast onmogelijk is.
Waarschijnlijk moet je ook eerst veel, heel veel oefenen.
Kalligrafie draait namelijk om gelijkvormigheid:
alle letters dienen van het zelfde formaat te zijn,
alle letters moeten met dezelfde hoek (schuinte) geschreven worden.
Allemaal niet eenvoudig als je dat voor de eerste keer gaat doen.
Bovendien is mijn ondergrond zo gebobbeld als een kiezelstrand.
Ik heb besloten dan ook geen Gotische Textura te gaan schrijven
(dat is het lettertype dat waarschijnlijk op het origineel wordt gebruikt).
Ik gebruik het lettertype ‘Argusvlinder’.





Kalligrafeerset gekocht.






Lijntjes trekken.






Even oefenen.






Zo de eerste regel staat er op. Beter leesbaar dan het origineel trouwens.






Het penwerk op de bladspiegel op beide pagina’s afgemaakt.






De eerste strofe.






Kris en krasschrift. Let op de bijzondere A (tweede regel). Morgen de potloodlijntjes uitgummen.





Cursus miniaturen VIII

De bedoeling van de laatste cursus was om
1. verf te maken;
2. de afbeelding op de linkerpagina te schilderen;
3. het goud te omlijnen en de bloemen op de bladspiegel
te voorzien van stelen en te omlijnen;
4. de tekst te schrijven in twee kleuren met een ganzeveer.

Daar was veel en veel te weinig tijd voor.
Bovendien waren het te veel nieuwe technieken
om in drie uur onder de knie te krijgen.

Laten we eerst maar eens verf maken.
Voor de hele groep moesten we de volgende 10 kleuren maken:

Ultramarijn
Zeg maar blauw, het is een alternatief voor Lapis Lazuli
dat in het voorbeeld miniatuur gebruikt wordt.
De mantel van Petrus is in deze blauwe kleur uitgevoerd.
Al in de oudheid kende men deze halfedelsteen die in gemalen vorm
een pigment vormt.
Ultramarijn is ook beschikbaar in paarse en roze varianten.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Alizerine rood
Wit
Titaan, loodwit dat waarschijnlijk
in het origineel werd gebruikt, is erg giftig.
Komt niet puur voor op de afbeelding.
Wordt gebruikt om de kleuren te mengen.

Gele oker
Dit is een zogenaamd aardepigment, het is kleisoort.
Lampenzwart
Werd gemaakt van het roet van olielampen.
Een alternatief is wijnstokzwart. Een kleurstof die gemaakt wordt
van verbrande wijnstokken.

Vermiljoen
Vroeger gebruikte men daarvoor Cinnaber.
Nu zijn er vervangende rode kleurstoffen voorhanden.
In ons miniatuur is de overjas van Christus in
vermiljoen uitgevoerd.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Violet
Dat is de kleur waar ik de verf voor gemaakt heb.
Je ziet die hieronder op de foto’s.

Omber
Ook weer een aardepigment.
In zijn rauwe versie is het een groenachtig, bruine kleur.
De gebrande versie is roder van kleur.
Heeft het meest weg van chocoladebruin.

Groene aarde
Natuurlijk ook een aardepigment.
Een kleur die erg populair was in de 18e eeuw.

Kalkgeel
Niet gemaakt van kalk maar kleurecht ook bij gebruik op kalk (fresco’s).
Orpiment.


Die kleuren zien er in een potje, recht uit de koelkast (koud, geen licht)
als volgt uit:





allerlei kleuren temperaverf.




Eerst de verf maar eens maken.
Temperaverf bestaat uit een pigment(pasta) en een bindmiddel (geklaard eiwit).





Pigment: violet.






Mengen met geklaard eiwit.






Dat gaat niet bij alle pigmenten even eenvoudig.






Verf met loper.




Vervolgens kan het schilderen beginnen.
Daarbij neem je het best de volgende regels in acht:

Werkvolgorde:
1. de onderkleur
zet de kleur recht toe recht aan op de afbeelding.
Vlakjes vullen zoals op de kleuterschool geleerd.

2. de donkere schaduwpartijen
Neem dezelfde kleur als de onderkleur en meng die
zodat je een donkere variant krijgt.
Gebruik die om de donkere partijen, bijvoorbeeld de plooien
in de kleding te schilderen.





De schaduw en oplichtende delen van de kleding.


En de soms wat bizarre anatomie die de Middeleeuwer
schildert in de miniaturen. Draai je hoofd maar eens
zoals Malchus hier doet of de duim van Petrus.



3. de oplichtende delen (naast de schaduwen)
Neem de onderkleur opnieuw en meng die
zodat een lichtere variant ontstaat.

4. verf de gezichten als laatste.





Het gras en de bloemen.




Speciale aandacht gaat uit naar het gras.
Ga als volgt te werk:
1. gebruik een mengsel van omber en groene aarde als onderkleur.
2. gebruik voor de lichtere delen groen aarde
3. de sprieten worden gemaakt door een mengsel te maken
van groene aarde, wit en gele oker.
4. breng de bloempjes aan (zie ‘kaasprikkers’ op de afbeelding).





Ik kreeg de onderkleur niet eens af.




Dan de inkt.Behalve het handvat van de lamp wordt er in de schildering geen inkt gebruikt.
De inkt wordt gebruikt voor de afkadering van het goud,
de stelen van de bloemen en de bloemen zelf in de bladspiegel.
En natuurlijk voor de tekst.





De inkt met een veer aanbrengen.




Er worden twee kleuren inkt gebruikt.
De rode inkt heet minium, met woord miniatuur is hiervan afgeleid.





De tekst in twee kleuren.




En dat alles leidde tot het volgende eindresultaat.
Ik moet op zoek naar iemand die een kalligrafeerpen heeft.
De tekst wil ik nog proberen af te maken.





Het voolopige eindresultaat na drie lessen.




Cursus miniaturen VII

01/08/2009

Derde en laatste cursusdag.
Ben mijn mobiele telefoon vergeten.
iPod: Cracked Actor van David Bowie van het album David Live.
Zit op een bank bij het busstation in Breda.
Vandaag is de A27 afgesloten.
Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.









Volgens de e-mail die ik ontving van Veolia zelfde vertrektijd en reistijd.
Ik ben benieuwd!



De website http://www.oudeschildertechnieken.nl
bevat een paar artikelen van mijn docent.
Ik lees die in de bus en als het interessant genoeg is
vind je hier een korte samenvatting.

Eitempera: Rechtdoen aan karakteristieken
Artikel van Lukas M. Stofferis.

– verwijzing naar Cennini (Il libro dell’ arte),
zijn definitie van tempera:
een emulsieverf waarvan het bindmiddel op zijn minst
de dooier van een kippenei bevat.

– recept (heel algemeen):een eidooier ontdaan van elk spoor van eiwit,
met een gelijke hoeveelheid water gemengd,
en een paar druppeltjes azijn.

– schilderen met tempera komt er,
ondanks alle ingredixc3xabnten en de geheimzinnigheid er om heen,
op het zorgvuldig opbouwen van een gelaagdheid aan,
waarvan de toeschouwer eigenlijk
alleen maar de laatste laag van te zien krijgt.

– eigenschappen tempera:
= extreme kleurintensiteit
= minder kleurverzadiging dan bij olieverf
= bijzonder korte droogtijd
= gelaagd te verwerken
= aanbrengen van details relatief eenvoudiger dan grote vlakken

Van de website: http://www.kunstbus.nl

Kleur
Eigenschap van een visuele waarneming, ontstaan door de spectrale samenstelling van stralen afkomstig van een lichtbron. De drie primaire kleuren zijn: geel, blauw en rood.
Vervolgens ontstaan:
Oranje uit menging van rood en geel,
Groen uit menging van geel en blauw,
Violet uit menging van blauw en rood.

Tint, helderheid en verzadiging – de drie eigenschappen van kleur – kunnen worden gezien als een eenheid. Kleur wordt door deze drie termen plus de term contrast beschreven.

Tint
Tint is de eigenschap die geassocieerd wordt met de elementaire kleurnamen. Aan de hand van de kleurtint kunnen bonte kleuren worden onderscheiden van niet-bonte kleuren. Bonte kleuren zijn bijv. geel, rood, blauw en groen; niet-bonte kleuren zijn wit, grijs en zwart. Andere bonte kleuren werden genoemd naar bekende materialen zoals turkoois (zoals de edelsteen) of oranje (zoals de sinaasappel).
De tint kan het best beschreven worden als de voornaamste primaire kleur die in een mengkleur aanwezig is. De tint van vleeskleur is bijvoorbeeld rood, de tint van de lucht is blauw. Maar de tint van roze, paars of bruin is ook rood. Natuurkundig uitgedrukt is de tint de overheersende golflengte van een van de drie primaire kleuren die in de mengkleur aanwezig is.

Kleurverzadiging (puurheid ten opzicht van grijsheid)
Kleurverzadiging is bepalend voor de hevigheid van een kleurtint, de mate waarin de tint puur is. Wanneer er minder verzadiging is, is de kleur gemengd met wit. Verzadiging is de mate van kleur intensiteit in samenhang met het perceptuele verschil tussen die kleur en een wit, zwart of grijs van gelijke helderheid. Een bepaalde kleurtint kan sprankelend en levendig zijn, maar ook onopvallend grijzig. Het zal duidelijk zijn dat de verzadiging heel veel met de helderheid te maken heeft. Natuurkundig gesproken bevat een verzadigde kleur heel veel straling van een van de drie primaire kleuren en heel weinig straling van de twee overige primaire kleuren.

Kleurintensiteit (helderheid, hoeveelheid opvallend licht)
Helderheid (licht-donker) komt overeen met de hoeveelheid licht die lijkt te worden gereflecteerd van een oppervlak in relatie tot de reflectie van de ernaast liggende oppervlakken. Helderheid is net als tint een waarnemingseigenschap die niet slechts fysiek kan worden gemeten. Het is het belangrijkste attribuut in het effectief maken van contrast. De helderheid kan het best omschreven worden als de donkerte van een bepaalde kleur. Licht groen heeft een grotere helderheid dan donker groen, hoewel in beide gevallen de primaire kleur groen overheersend is. Natuurkundig bekeken kan helderheid worden uitgedrukt als de intensiteit van de overheersende golflengte in de mengkleur.

Contrast
Contrast is een mate van verandering van de helderheid van een plaatje. Hoog contrast geeft bijv aan dat zowel donkere partijen als witte partijen voorkomen. Het sterkste contrast ontstaat wanneer een kleur tegen zijn complementaire kleur wordt aangeboden. Twee kleuren zijn complementair wanneer ze gemengd de kleur grijs opleveren.



Weer terug naar het artikel:

– Optische werking van de kleurlagen:
= tempera is erg transparant
= door meerdere kleurlagen aan te brengen ontstaan
(semi) opake kleureffecten (bijvoorbeeld het doorschijnen van onderkleuren)
= het vermogen op te lichten (opalescentie)

– schilderen (volgorde)
=zeer dun om te beginnen
= liefst zonder wit in het begin
= werk in het begin van licht naar donker
= gebruik steeds dikkere verf
= heb je meer ervaring: probeer nat op nat
= let op onderkleuren, bijvoorbeeld gebrande omber bij rood en blauw.



Terug in de bus
De reistijd zou ongewijzigd zijn.
Het is nu 11:14 uur en we zijn in Den Bosch (?!)
en doen een poging om op de A2 te komen.
11:44 uur afslag Utrecht (op de A2)
12:01 uur Jaarbeurs, 50 minuten te laat !









Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.





Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.