Kunstvaria

Twee maal twee werken van een kunstenaar.
Dat komt niet vaak voor.

Wat vind je van het volgende idee dat ik las
in het essay “van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan”,
met als ondertitel: “reflecties op schilderkunst”.
Overigens vermoed ik dat de schrijver van het essay
Henk v. d. Heuvel is.
Ik weet het niet zeker maar hij presenteert zich
op zijn web site “Woest en vredig” als de auteur/eigenaar van de logs.

Er is een groot verschil tussen klassieke en moderne kunst. Klassieke kunst is een reflectie op de natuur terwijl moderne kunst een reflectie op de reflectie is. De klassieke kunst zoekt naar eenvoud en enkelvoudigheid. De moderne kunst vindt complexiteit en meervoudigheid.






Adriaen van de Venne, Allegory of poverty, 1630s.


Voor een Oude Meester is dit een behoorlijk complex werk.
Deze allegorie (verbeelding van een abstract begrip) toont een man
die twee andere figuren op zijn rug draagt.
Op de tekstbalk bij zijn benen staat:
xe2x80x99t Sijn ellendige beenen die Armoe moeten draegen.
We zien hier een blinde man die een hond bij zich heeft.
Op zijn rug draagt hij een oude vrouw met in haar hand
een melaatse klepper en een bak voor de aalmoezen.
Op haar beurt draagt ze een kind op haar rug.
De kleding van de figuren zijn meer vodden dan iets anders.
De stro in de klompen is ook niet van de luxe.
Bij die klompen liggen een soort handvatten die invaliden
gebruikten om zich voort te bewegen.
Kommer en de kwel alom.
Er is een schilderij dat samen met dit werk een eenheid vormt.
De allegorie op welvaart.
Je kunt je wel indenken wat dat zoal laat zien.





Anni Albers, Second movement I, 1978.






Bada Shanren, Two mynas on a rock, 1692.


De Myna is een vogel die in Azie voorkomt.
Het is een zangvogel uit de famillie der spreeuwachtigen.
Ze blijven een leven lang bij dezelfde partner,
bouwen hun nest in een hol in bomen of muren.
De nesten worden van allerlei materialen gemaakt zoals bladeren,
gras, veren en allerlei afvalmateriaal.
Normaal gesproken worden dan zo’n vier tot zes eieren gelegd.





Een tentoonstelling met Polaroids trok mijn aandacht. Twee voorbeelden komen in deze kunstvaria voor. Deze eerste is van Edward Mitchell, 1983.






Emil Nolde, Nature morte aux danseuses, 1914.






Gerhard Mantz, Allgemeine xc3x9cbereinstimmung, 2009.


Tekenen op linnen.





Gerhard Mantz, Bemerkenswerter Zusammenhang, 2009.






Guercino (Giovanni Francesco Barbieri), David mit dem kopf Goliaths, 1617.






Gold Kesi, One hunderd birds jacket, 19th century.


Kesi is een weeftechniek ontwikkeld in Azie.
Of er werkelijk honderd vogels op staan weet ik niet.
‘Honderd’ kan ook staan voor ‘veel’.





Ilse Bing, The elevated and me, 1936.






Jean-Francois Rauzier, Evolution.


Ik vind de titel heel grappig. Hoezo evolutie en ontwikkeling?





Kristen Kobke, View of Osterbro from Dosseringen, 1838.


Meerdere schrijfwijzes kom ik tegen op het web: Christen Kxc3xb8bke
is een schilder uit Denemarken.





Marc Chagall, Le bouquet de Paris, 1982.






Tweede poleroid: Monica Nestler, 1980.






Pablo Picasso, Le couple, 23 oktober 1969.






Paul Klee, Portrait in the garden, 1930.






Philip de Lxc3xa1szlxc3xb3, Queen Elizabeth (Queen mother), 1925.


Familiekiekje uit de collectie van het Britse koninklijk huis.
Koningin Elizabeth, de koninginmoeder.





Rare Eskimo polychrome wood mask, Yupxe2x80x99ik or Anvik.


Yupxe2x80x99ik en Anvik zijn twee namen voor Eskimogroepen.





Rene Magritte, Golconda, 1953.






The Cauchon hours, Middle of the 15th century, owned by a noble couple from Rheims.


Het Cauchon getijdeboek.
Midden 15e eeuw,
eigendom van een adelijk echtpaar uit Rheims.





Tomas Saraceno, Untitled.


Als je dan spreekt van ‘complexiteit en meervoudigheid’ dan geldt dat zeker
voor dit werk dat ook nog eens geen titel heeft dat je in een richting
kan duwen om de betekenis of bedoeling te achterhalen.
Mooi vind ik het wel.





Zhao Bo, Rainbow City, 2009.


Jammer dat dit werk zo breed is. Gezien de beperkte ruimte op mijn log
blijft er dan niet veel van over.





Zhao Bo, Sweet Embrace, 2008.


Ik ben er nog
niet van overtuigd dat we dit
over 10 jaar nog wel zo bijzonder vinden.




Kunstvaria

Foto’s van bekende mensen, ik heb er een haat/liefde verhouding mee.
Vaak zijn de foto’s niet bijzonder.
Ze vallen alleen maar op door de persoon op de foto.
Soms zijn ze wel apart.

Vandaag naast de foto’s portretten op schalen, op steles,
geschildert, in een collage, houtsnede en gebeiteld.

Verhoudingsgewijs veel Zuid Afrika.





Attic red-figure, stemless kylix by Douris, circa 480 BC.


Draped youth standing in an Athenian wine-shop
amongst large amphorae

Gekleede jongeling in een Atheense wijwinkel omringd
door wijnvazen.

De kwaliteit van de foto is niet zo hoog.
Het voorwerp zelf ziet er heel bijzonder uit.
Een Kylix, een Griekse drinkschaal.
De maker is Douris. Wikipedia vertelt ons daar het volgende over:

Douris was een Atheense vazenschilder en pottenbakker uit het eerste kwart van de 5e eeuw v.Chr.

Van hem zijn meer dan dertig gesigneerde (roodfigurige) vazen bewaard, waaruit de schoonheid en de sierlijkheid van zijn stijl blijken. Hij behandelt de meest uiteenlopende onderwerpen op even voortreffelijke wijze: mythische of epische thema’s, taferelen uit het dagelijks leven (worstelende efeben, feestmalen, …). Zijn langgerekte, onberispelijk getekende figuren kondigen reeds het begin van de klassieke periode aan.







Cecil Skotnes, Stations of the cross, 1980.


Cecil Skotnes is een Zuidafrikaanse kunstenaar.
Hier een statie uit de kruisweg.
Namelijk statie 5: Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen





Dumile Feni-Mhlaba, One of mine or a song for You, 1942 – 1991.


Nog een werk uit Zuid Afrika.





George Hurrel, Jean Harlow, 1934.


George Hurrel is de fotograaf en Jean Harlow de sexbom uit de jaren dertig.
Prachtige kitch foto.





Golden wreath, Greece, Fine gold oak leaves with acorns.


Gouden lauwerkrans, eikenbladeren en eikels.





Govaert Flinck, Landscape with an obelisk, 1638.






Hendrik ter Brugghen, Saint Sebastian tended by Irene, 1625.






Jean-Baptiste-Camille Corot, Jeune femme xc3xa0 la fontaine, 1860 – 1870.






Jewelry elements for a broad collar, Egypt, Amarna period, 18th dynasty, circa 1353 -1323 BC.


Losse elementen die samen een halssierraad vormen.
Gemaakt in de Amarnaperiode.
Tijd kort voor Toetanchamon.





Joaquin Sorolla, Idilio en el mar, 1908.






MF Husain, Untitled.


Moderne kunst uit India.





Marlene Dumas, Figure in a landscape, 2010.


Dumas is geboren in Zuid Afrika en ze werkt vanuit Amsterdam.





Mughal Quran, India, 1682 AD.


Indiaase Koran onderdeel van de tentoonstelling:
Treasures of the Aga Kahn Museum.





Otto Dix, Portrait of the laryngologist Dr. Mayer-Hermann, 1926.


Een ‘Laryngologist’ is een gespecialiseerde KNO-arts
die zich met de stem bezig houdt.





Otto Dix, The salon I, 1921.






Paul Hodgson, Untitled (Green and Blue), 2009.


Eerste indruk is dat het lijkt op het schilderwerk van Giacometti.
Maar het proces schijn complex te zijn.
Er worden eerst foto’s gemaakt van een model.
Dan schildert Paul Hodgson een aantal studies en een groot schilderij.
Daar worden weer foto’s van gemaakt die dan in stukken,
al dan niet weer bewerkt, terug geplaatst worden op het grote schilderij
dat in het begin is gemaakt.





Piero di Cosimo, Francesco Giamberti da Sangallo, circa 1485.


Een werk bestaande uit twee portretten.
Rijksmuseum Amsterdam.





Prehispanic mural paintings at Tetitla Palace, in Teotihuacan: Las Aguilas, 600 – 700 na Christus.


Een groot aantal van de muurschilderingen
zijn het afgelopen twee jaar gerestaureerd.





Stele with Akhenaton, his wife Nefertiti and their children, 1350 – 1333 BC.


Het Metropolitan Museum of Art heeft een grote tentoonstelling
met voorwerpen die te maken hebben met de begrafenisrite
van Toetanchamon.
Dit is er een onderdeel van.

Farao Akhenaton aanbidt samen met zijn vrouw Nefertiti
en hun kinderen de god Aten (de zon).
Akhenaton voerde als eerste een monotheistische godsdienst in.
In de kunst ontstonden voor het eerst min of meer
realistische afbeeldingen van mensen.
Daarvoor moesten afbeeldingen van farao’s voldoen
aan de dan geldende afspraken.
Deze veranderingen duren maar kort want de macht van de priesters
die meerdere goden aanhingen werd hersteld
met het aantreden van Toetanchamon.





Stela of Userhat and his wife Nefertari, he is a mortuary priest of Tutankhamun, Thebes Late 18th dynasty, circa 1327 – 1295 BC.






Yousuf Karsh, Pablo Picasso, 1954.





China reisverslag / travelogue 29

Vandaag een heuse museale verzameling uit de Forbidden City in Beijing.
Op mijn tocht was ik inmiddels bij de verzameling
muziekinstrumenten geweest.

Daarna stuitte ik op een hal met een groot aantal
prachtige voorwerpen waarvan je hier een kleine
selectie kunt zien.














Grey pottery dancing man, Xijing Dynasty, 265 – 317.






Een korte blik naar buiten.






Seated figure of Amitayus, Kangxi reign, 1662 – 1722.





Net als in veel andere culturen tref je bij veel voorwerpen
invloeden van andere culturen aan.
Jier is sprake van beinvloeding door Mongoolse beelden.
Het gaat om een bodhisattva (een verschijningsvorm van Buddha)
waarbij de nadruk ligt op het element vuur.
Typisch is verder de lotusbloem. Hier ook duidelijk te herkennen
in het plateau, de basis van het beeld.






De Verboden Stad: 04/10/2009





Seated statue of Vajradhara, Yongle reign, 1403 – 1424.









Stationeries used in the first writing ceremony, Qing Dynasty, 1644 – 1911.


Schrijfgerei: je ziet hier een kwast, een kom (een reproductie),
een inktsteen, penseellegger en inktpallet.
Te gebruiken door de keizer in ceremoniele schrijfsessies.
Op het penseel staat “Wan nian Qing” wat Evergreen of Altijd groen betekent.
De kom is van het type “Jin-ou Yonggu”.
Hij staat wel vermeld op het kaartje bij deze voorwerpen maar
volgens mij is hij op de foto niet te zien.
De Jin-ou Yonggu kom/mok is in een gouden uitvoering
een van de topstukken van het Paleis Museum.
Letterlijk betekent het ‘Gold-Made Ware Cup of Eternal Stability’,
Gouden kom van de eeuwige stabiliteit.
Het gaat dan om een gouden kom in de vorm van oud brons vaatwerk.
Staat op pootjes en is rijkelijk versierd.
Het betreffende exemplaar was van de keizer Qianlong.

Persoonlijk vind ik het zogenaamde “Brush rack”,
ik heb dat hierboven als penseellegger vertaald,
heel eg mooi.
Een kleine bergrug (Jade?) op een stukje hout.





Penseellegger.






Een topstuk naar mijn gevoel.



Yellow glaze zun, 1644 – 1911.


Een zun is een bronzen wijnvat.
De vormen van de bronzen Chinese voorwerpen zie je later terug
in het aardenwerk.
De techniek om aardewerk te vervaardigen bereikt in China een hoogtepunt.
Dit is slechts een van de vele voorbeelden van die kunst.





Muurvaas.



Detail.



Muurvaas, 1644 – 1911.


Typisch is dat veel van de voorwerpen een wel erg ruime datering hebben.
1644 – 1911 zijn de jaartallen van de Qing dynastie die ook wel Mantsjoe
dynastie wordt genoemd en die in totaal 12 keizers kende.





Kunstmatig landschap.






Ruyi-scepters.


De tekst op het kaartje helpt niet echt om deze
voor mij geheimzinnige voorwerpen
te verklaren:

Being there lucky meaning, Ruyi scepters were important adornements in the court.


Ik kan de tekst eigenlijk niet vertalen.
Grammaticaal klopt het niet.
Deze scepters waren belangrijke statussymbolen.

De volgende tekst komt van een web site van het Palace Museum.
Maar buiten deze tekst kan ik niets achterhalen over de auteur.
Daarmee blijft het allemaal een beetje vaag.

Evolution of the Ruyi Scepter

Some experts speculate that the ruyi scepter came to China along with the Buddhism from ancient India in the Eastern Han period (25-220 CE). Called Anuruddha, the ruyi scepter originally was a monk’s tool for scratching. In Buddhist classics, it is one item in a monk’s paraphernalia. The other three things are an ear pick, a tongue-scraping tool, and a walking staff with rings.

However, some materials suggest that the ruyi scepter is not a foreign import since a scratching tool existed before the Han dynasty. Recent archaeological finds provide several objects including two of the Eastern Zhou (eleventh century BCE -770 BCE) unearthed from ancient cities of the Lu Kingdom in Shandong province. One end of these objects likes palms, the fingers of which are curling. With column handles, they are thought to have been scratching tools and the earliest examples of the ruyi scepter’s traditional form. The Unauthorized Biography of Hu Zong (Hu Zong biezhuan) of the Three Kingdoms period (220-280) recorded that the ruler of the Wu kingdom Sun Quan found a white jade ruyi scepter. But no one knew its history. So the ruler asked Hu Zong who was a knowledgeable person. Hu Zong said that the ruyi scepter was embedded by the first emperor of the Qin dynasty (r. 221 BCE -210 BCE) when he was the crown prince and hoped it could bring him good fortune. Although the origin of this piece may be not accurate, this is the earliest story on the ruyi scepter, displaying that people at that time thought ruyi scepter an important thing.

The word “ruyi” was from common people. The Han dynasty emperor Gaozu (r. 206 BCE -195 BCE) named the Qi concubine’s son “As you wish” (ruyi) because he loved him, showing that at least in the Han dynasty and perhaps even earlier this was an auspicious term. In early translations of Buddhist sutras from Sanskrit, ruyi was used to represent monks’ objects. We can speculate that an object called ruyi (which existed prior to Indian monks coming to China) had the same function as the Indian scratching tool, and furth
er that Buddhism contributed to the development of the ruyi scepter because it highly influenced Chinese traditional life, culture, and ideology.
Since “ruyi” is a good word and has close relationship with Buddhism, the ruyi scepter gradually changes from a tool to a precious object, becoming the gift with best wishes between nobles.

Meaning and Function of the Ruyi Scepter

The ruyi scepter has different functions to various people. Most ones considered a piece the symbol of power or at least the authority to speak. The following examples illustrate the meaning and functions of the ruyi scepter in different periods.

In the first half of the first century, covering the Eastern Jin period to Southern era, well educated people loved to discuss philosophic issues. They usually held horsetail whisks or ruyi scepters during talking.
Meanwhile, the ruyi scepter was no longer a monk’s daily tool, but a Buddhist ritual object. An eminent monk could deliver a sermon if he holds a ruyi scepter which represents his power and high status. Because of the fashion, some Bodhisattva statues made later even held ruyi scepters in hands. Therefore, the ruyi scepter started to contain auspicious and intellectual meaning.

Once an eminent Indian monk used a ruyi scepter to wake up a sleeping tiger which was not listening to his sermon. A monk at the Yuquan Monastery held a ruyi scepter in his dying minutes. In the Northern Zhou period (557-581), the Wu Emperor conducted a public debate about abolishing Buddhism. Monks gave a ruyi scepter to Zhi Xuan who was selected as a delegate. Holding it, he gently sat down and began his statement, displaying his noble character. At such serious moment, monks still focused on the ruyi scepter. This story illustrates the meaning of “authority to speak” and reveals that it was significant for the Buddhist ritual events.

The use of ruyi in religion further raised its importance as a symbol of power. In the fifth century, ruyi scepters were held by literati and aristocrats to show their special social status. In the collection of the Nanjing Museum, a set of molded-bricks from a tomb of the Eastern Jin (317-420) portray the “Seven Worthies of Bamboo Grove” who were outstanding literati enjoying leisure life. One named Wang Rong is holding a ruyi scepter. He was not the only one who had this auspicious object because it was very popular among aristocrats.

The Tang dynasty emperor Taizong (r. 627-649) once gave a rhinoceros horn ruyi scepter to Li Xun who helped to wipe out evil eunuchs and some military commissioners (fanzhen). The emperor called that ruyi scepter “authority to speak” (tan bing) which actually was a symbol of power, and hoped that his right-hand official would enjoy good fortune.

On occasion, the ruyi scepter was a commander’s baton for controlling troops. Commander Wei Mu of the Liang kingdom (502-557) could not ride a horse on the battlefield due to physical weakness. Sitting in a wood sedan chair, he commanded the army by waving a ruyi scepter and defeated the enemy. The enemy called his troops the “Wei Tigers”.

Although the ruyi scepter had many functions, it still retained its original form of a back scratcher with its beautiful “as-you-wish” name. Following the Tang dynasty, that is from the tenth century, the ruyi scepter and the back-scratching staff gradually diverged. The back scratcher was a tool made of simple materials and kept its original form. The ruyi scepter became an artifact without practical function, made of precious materials, with beautiful designs and auspicious meaning of ten-thousand things as you wish.

Ruyi scepters were made of various materials including jade, gold, iron, silver, ox horn, and crystal. Craftsmen also used other things such as jade crystal, amber, bamboo, bamboo root, and rhinoceros horn to carve.

Formats of Ruyi Scepters

Ruyi scepters made after the second half of the first century were in the same forms with those of the Eastern Zhou era (770 BCE -221 BCE) which had palm-shaped heads. This type could be found in the traditional records and paintings. An exceptional one exists in Longmen Grottoes. In a painting, a lady holds a large ruyi scepter that is more than one meter long. The piece in this size is speculated a ritual object. The traditional images with ruyi scepters display their holding methods. People could hold a piece in one hand vertically, horizontally or sidelong. Some ruyi scepters are held in two hands or in arms. The direction of the head is not fixed, yet the fingers of the arm-shaped head primarily face the ground or opposite to the holder’s body.

The Eclipse of Ruyi Scepters after the Tang dynasty

In the late Tang dynasty, the scholar-official society went to the end. The ruyi scepter which used to be a representative of their social statue became declined. After the reorganization of the dynastic society, the production of ruyi scepter nearly stopped during about five hundred years. Meanwhile, only a few records included ruyi scepters. Although the ruyi scepter was not very popular, it still had slightly changes. Its head was designed as the top of a longevity fungus. The handle becomes more gentle and elegant, having patterns and pearl inlays.

Up to the Ming dynasty, the literati recalled the tradition and re-favored the ruyi scepter as a plaything. People loved things with good meanings and hoped everything goes well. Thus a ruyi scepter was considered an auspicious object due to its good name.

In the collection of the Palace Museum, the existent ruyi scepters of the late Ming dynasty are made of various materials. Those made of bamboo and wood recall the traditional style. Since they were praised for noble characters, the upper class loved to store them.

Ruyi Scepters in the Palaces

In the Qing dynasty, especially from the Qianlong reign to the Empress Dowager Cixi period, the ruyi scepter reached its height. The imperial family ordered the imperial studio many scepters with various materials and forms. They display the highest levels in these fields at that time. Moreover, the ruyi scepter with some auspicious patterns was no longer a tool, but just a symbol of good luck that was used in all imperial ceremonies.

Officials presented ruyi scepters in honor of the New Year’s Day and the imperial families’ birthdays. From the middle period of the Qianlong reign (1736-1795), ruyi scepters, which usually had nine pieces in one set, were on the top of the officials’ contributing lists. The emperors gave some to his officials and ambassadors as the most precious gifts. In the late Qing dynasty, ruyi scepters were used in the emperor’s wedding. Some court painting of that time also displayed ruyi scepters.

The ruyi scepter of the late Qing dynasty became a kind of jewelry as well as a symbol of wealth and power. For instance, the officials found 120 jade ruyi scepter and other 1601 pieces with jade inlays during taking He Sheen’s stock, which were far more then 242 pieces in the imperial store.

Author:Liu Yue



Vertaling/samenvatting

Ontwikkeling van de Ruyi sceptre
Volgens sommige experts komt de ruyi sceptre van het Boedisme uit India
in de Oostelijke Han periode naar China (25 xe2x80x93 220 na Christus).
Origineel was het een stokje dat monniken gebruikten om te krabben.
Ze gebruikten het ook om hun oor schoon te maken,
hun tong te schrapen of als wandelstok.
(Lijkt me onzinnig, een wandelstok om in je oor te stoppen?)
Andere experts nemen aan dat het voorwerp uit China zelf afkomstig is
en al ouder is.
Ruyi betekent xe2x80x98As you wishxe2x80x99 of xe2x80x98Zoals u wenstxe2x80x99.

Betekenis en functie van de Ruyi rcepter
Voor verschillende mensen in verschillende tijden had de Ruyi scepter
andere betekenissen.
Soms is het een symbool van macht
, het gaf voor andere
het gezag om te mogen spreken.
Af en toe werd het gebruikt als een batton voor een generaal in het leger.

De Ruyi scepters in het Paleis Museum
In de Qing dynastie, special van de Qianlong regeerperiode tot en met
de regering van Keizerin Cixi,
bereikte de ruyi scepter zijn populariteitshoogtepunt.
De keizerlijke familie kocht scepters in verschillende formaten
en van verschillend materiaal.
Men gaf elkaar aan het hof scepters met Nieuwjaar
en bij verjaardagen van de keizerlijke familie.
Sommige functionarissen en ambassadeurs ontvingen ruyi scepters
van de Keizer als kostbaar geschenk.
Nog later werd het een sierrraad en een symbool van rijkdom en macht.








Pot om krekels in te bewaren.


Het houden van krekels is een veelvoorkomende gewoonte in China.
Dit is een pot om krekels in te houden.
De bovenkant vanc de pot, zeg maar de bel-vorm,
iverbeeld bloemenranken. Deze ranken laten veel ruimte open,
te klein om de krekels er door te laten maar groot genoeg
om hen te zien en lucht door te laten.








Deksel van een doos gemaakt van de bamboepalm.



.



De doos is gemaakt om een vijf jade voorwerpen te bewaren. Die kunnen in de doos liggen op de daarvoor uitgespaarde ruimtes.


De doos is in 1778 door Chen Huizu, een minister verantwoordelijk
voor de weefindustrie in Suzhou, aan de keizer.
De doos bevatte 5 vissen, uit jade gesneden en afkomstig
uit de Han dynastie.
De Qianlong keizer waardeerde dit cadeau erg.





Carved Red-lacquer dinner box with a design of flying dragons, 1735 – 1796.


Dir is een voorbeeld van de roodlaktechniek (red-lacquer).
Een beschrijving van deze techniek met achtergond informatie trof ik aan
op de volgende web site:

De volgende ctekst is afkomstig van http://ribonet.ontwerperswinkel.nl.

Het woord lak komt van het woord “Laksha” uit het Sanskriet. Dit betekent xe2x80x98honderdduizendenxe2x80x99 en slaat op de aantallen schildluizen die in India een rood getinte lak produceren. In de loop der tijd is het woord lak synoniem geworden voor de meeste harsachtige producten die in xc3xa9xc3xa9n of andere vorm op hout wordt toegepast.
Meer dan 4000 jaar geleden werd al in China het sap van de xe2x80x98Rhus verniciferaxe2x80x99(let op de gelijkenis met het woord xe2x80x98vernisxe2x80x99) gebruikt als beschermende laag op diverse gebruiksvoorwerpen.
In de 7e eeuw voegde men er letterlijk een extra dimensie aan toe. Toen werd de techniek van roodlaksnijwerk ontwikkeld. De lak werd met vermiljoen vermengd en in vele laagjes opgebracht. Na droging van elke laag werd er de gewenste voorstelling terug gesneden en met puimsteen teruggeslepen, zodat er een driedimensionaal relixc3xabf ontstond. Als je bedenkt dat elke laag diverse dagen moest drogen en dat er op het hoogtepunt wel relixc3xabfs werden gemaakt met meer dan tweehonderd lagen geeft dat en hele nieuwe dimensie aan het begrip monnikenwerk.




Vliegende draak.






Blue and white brush holder (1723 – 1735.


From the imperial factory of Jingdezhen under
the supervision of Tang Ying.
Peenehouder, porselein gemaakt in Jingdezhen,
de beroemde keizerlijke fabriek voor aardewerk.
In deze periode stond de fabriek onder leiding
van Tang Ying.





Een kijkje naar buiten. Hall of Central Harmony.






Verboden Stad. Dit is een deel van de muur die om het binnenhof staat. Links voor de muur zie je het begin van de Office of Grand Counsil of State (Junjichu). Zeg maar de Chinese variant van het Torentje op het Haagse binnenhof.





China reisverslag / travelogue 25




De Verboden Stad: 04/10/2009

Na de tentoonstelling vervolgde ik mijn weg.
Ik wou zeggen de route maar ik volgde geen route.
Het idee was om via Gate of Glorious Harmony het meest
linkerdeel van de Verboden Stad eerst te bezoeken.
Dat is er niet van gekomen.
Ik ben naar Zhen Du Men gelopen, de poort links
van de Gate of Supreme Harmony.
Er zijn noral wat vertalingen van dezelfde Chinese naam.
Zhen Du Men wordt vertaald als:
Gate of Moral Standards (op het bord in de stad) en
Gate of Correct Conduct (op de plattegrond).
In het kader van de symmetrie staan aan beide zijde van de grote poort
een kleiner poortgebouw.
Ik bezocht een van hen en maakte er foto’s.
Wat anders?





Inner Golden Water.






Bronzen leeuw.






Hier zie je een van de twee bronzen leeuwen voor de Gate of Supreme Harmony (in de rode kring). Een manshoog beeld.






In detail.






Reliefs op de muren maar vooral op de vloer. Vaak tussen de trappen of op de basis van de gebouwen.






De vloer. Weer eens wat anders dan een mozaiek.






De blik terug op de Meridian Gate.






Het schilderwerk aan de buitenkant van het poortgebouw.












De basis van de belangrijkste gebouwen bestaan uit wit steen met beeldhouwwerk (marmer). Je ziet deze karakteristieke versiering vooral als ballustrade bij trappen of als ‘hekje’ langs de plateau’s.






Versiering in de basis van de gebouwen.






Zonwering. Dit houtsnijwerk zie je overal in de Verboden Stad.






Hoek.






Tot aan de nok versierd, nee… zelfs op de nok.






Zhen Du Men.


Zhen Du Men
Gate of Moral Standards

Opgericht in 1420 tijdens de Ming dynastie.
De originele naam van deze poort was Xi Jiao Men
(Westelijke hoek poort).
De poort kreeg zijn huidige naam in 1645.
In 1888 is de poort door een brand verwoest
maar direct in 1889 weer opgetrokken.
In de Qing dynastie woonde onder andere hier,
de keizerlijke wachters die dienst hadden.
De woorden xe2x80x98Zhen Duxe2x80x99 betekenen xe2x80x98het corrigeren van de wetxe2x80x99.





De houtconstructie van het dak.






Als je door het poortgebouw loopt, ontvouwt zich het volgende plein. Dit keer met in het midden op dat prachtig witte, marmeren plateau, de Hall of Supreme Harmony. Dat is het ceremoniele centrum van de Verboden Stad. Zie op de voorgrond links een van de vele, vele vaten/ketels die door de hele Verboden Stad te zien zijn. Hun functie was onder andere de opslag van water dat gebruikt kon worden om een brand te blussen.






Ik ga niet direct op deze centrale hal af maar loop langs de linker vleugel om zo van de ene naar de volgende museumruimte te lopen.






Schildering op een brede balk in het plafond.






Voorbeeld van de geometrische motieven die je overal terug ziet in de Verboden Stad.






Wat een schattig tuinhekje.






Op de gallerijen rondom de pleinen kun je met meerdere mensen naast elkaar lopen. Op deze zonnige dag komt daarbij dat je in de schaduw loopt. Nog meer vaten.






Hall of Supreme Harmony.






Je ziet dat ik er niet alleen loop.






Niet alleen geometrische motieven maar ook motieven die ontleend zijn aan de natuur. Voor de hoofdkleuren krijg je zo langzamerhand wel een gevoel denk ik.


Rood is de kleur dat het volk vertegenwoordigt,
groen is voor de aarde,
blauw staat voor de hemel en
geel is de kleur van de keizer; de kleur van het goud.
Maar ik moet erkennen dat ik heel veel verschillende interpretaties
lees van kleuren in relatie tot China.
Over geel zijn de bronnen unaniem: keizerlijk.



China reisverslag / travelogue 24

Kaartje gekocht, kaartje geknipt.
Klaar om de Verboden Stad in te gaan.





De eerste indrukken zijn overweldigend. De Verboden Stad heeft een enorme omvang maar tegelijk al de mooie detailelementen in de architectuur en de kunst die er te zien is.






De daken, de bouwstijl, de schilderingen. En het is nog maar het begin.






Dit prachtige plein ligt gelijk achter de Meridian Gate. Hier met zicht op de Inner Golden Water Bridges en de Gate of Supreme Harmony.






Hetzelfde plein maar vanaf een iets hoger punt.






De Gate of Glorious Harmony. Mijn plan was om na het bezoek aan de zalen in de Meridian Gate door deze poort een bezoek te brengen aan het linkerdeel van de Verboden Stad. Uiteindelijk ben ik daar niet geweest. Voor een volgende keer.







De Verboden Stad: 04/10/2009





Om de grootte van de Verboden Stad een beetje in perspectief te brengen zie je hierboven een toeristische kaart van de stad. De Meridian Gate is de grote toegangspoort. Die is helemaal onderaan de foto.






Het omkaderde deel is het deel dat op de vorige foto’s te zien was: Meridian Gate, Gate of Supreme Harmony en onder andere de Gate of Glorious Harmony. Dit is ongeveer 1 derde van de totale breedte van de Verboden Stad. Als je kijkt naar de lengte dan is dit plein ongeveer 1 zesde of 1 zevende van de Verboden Stad.






Hier zie je ze in detail: de Meridian Gate onderaan. Bovenaan de Gate of Supreme Harmony. Links de Gate of Glorious Harmony. Toeval wilde dat in de Meridian Gate een tentoonstelling was van Cartier. Daar ben ik even gaan kijken. Niet zo zeer voor de voorwerpen maar omdat ik dan ook op de eerste verdieping van zo’n enorme poort kon rondkijken.






Eenmaal thuis en werkend aan deze log vond ik op internet nog deze aankondiging van de tentoonstelling.






Dit is het uitzicht vanaf de Meridian Gate, eerste verdieping, in de richting van Tiananmen Square. Zeg maar de Verboden Stad uitkijkend. Beneden staan de mensen in de rij om hun kaartje te laten controleren. In de vorige log zag je daarvan foto’s. In de verte zie je het volgende poortgebouw. Dit is nog allemaal onderdeel van de Verboden Stad






Zo ziet zo’n ballustrade op de eerste verdieping er uit.






En dit is de beschilderde houtconstructie van het onderste dak. Deze poorten hebben twee daklagen boven elkaar. In de Verboden Stad zijn de daken van een houtconstructie met dakpannen. Die houtconstructie steunt op houten pilaren. De ruimte tussen de pilaren is opgevuld met leem, klei en dergelijke. In het geval van deze poorten is het anders. Dit zijn echt enorme muren met daar bovenop het poortgebouw.






De Verboden Stad is symmetrisch van ontwerp. Hier sta ik midden op de Meridian Gate en ervaar je die symmetrie.






Het eerste juweel.






Veel koninklijke stukken zoals deze tiara.






Een zeepaardje.






Deze slang vond ik echt fantastisch.






Eenmaal buiten nog een prachtige schildering. Veel van de constructies in de Verboden Stad zijn afkomstig uit de 17e eeuw terwijl de initiele aanleg al in de vijftiende eeuw was. Het buitenschilderwerk is dus allemaal nieuw. Het gaat er dan ook meer om de motieven en kleuren vast te houden dan de originaliteit van het buitenschilderwerk






De Meridian Gate heeft twee lange uitstulpingen richting Tiananmen Square. Hier zie je de ballustrade van een van deze twee uitstulpingen. Beide eindigen in een verdedigingstoren.





De Verboden Stad

Zeg maar hoe je het wil noemen:
de Verboden Stad, the Forbidden City, Palace Museum,….

De Verboden Stad: 04/10/2009

Ik worstel een beetje met de Verboden Stad.
Het was er geweldig, begrijp me niet verkeerd.
Maar ik heb er erg veel foto’s gemaakt.
En hoe presenteer ik die nu op mijn web log.
Het antwoord heb ik nog niet.

Ik begin in ieder geval met het heel korte
geschreven verslag dat ik op 4 oktober rond half drie in de middag,
in de Verboden Stad en later op de middag in mijn hotel heb opgeschreven.

Om 08:00 uur ben ik vertrokken vanuit mijn hotel.
Heb in de straat geld gepind en ben dan direct naar De Verboden Stad gegaan.
Om 09:15 uur koop ik een kaartje, maar dan ben ik al in het complex.
Het is nu 14:30 uur.
Ik ben nu aan de achterkant van het paleis
(bij Shenwu (Spiritual Valour) Gate).
In mijn redenering ligt de voorkant van de Verboden Stad
aan het Tiananmen Square.
Ik ben langs de linkerkant door het complex gelopen.
Nu ga ik via de rechterkant terug.
16:45 uur. Ik ben net het paleis uitgeraakt.
Ze sloten de poorten achter me dicht.
Ik schrijf steeds paleis maar het is een echte stad.
Toeval wil dat ik de East Prosperity Gate uitgelopen ben.
Daar is wel mijn hotel.
Dus daar geniet ik nu van het uitzicht op alle mensen die nog verder
naar hun hotel of huis gaan en van een glas drinken.

Van een bezoek aan de gallerie met de naam 789
is dan ook niets gekomen.
Zal moeten wachten tot een volgend bezoek.


In Beijing koop ik later een boek met veel foto’s over de Verboden Stad.
Het boek heet ‘The Palace Museum’, edited by the Palace Museum,
Uitgegeven door ‘The Forbidden City Publishing House’.
De volgende foto’s heb ik van het boek gemaakt.
Het geeft een eerste indruk van het enorme complex.

De foto’s beslaan twee pagina’s en dat kun je zien aan de foto’s.


Een van de keizerlijke tronen in de Verboden Stad. Palace of Heavenly Purity.


Er loops een rivier door de Verboden Stad en op een van de grotere pleinen zijn daar een aantal bruggen: Inner Golden River Bridges and the Gate of Supreme Harmony.


Er is veel keramiek te zien in de Verboden Stad. Niet alleen in de vorm van gebruiksvoorwerpen als borden en kommetjes maar ook in de vorm van grote tegeltableaux. Hier: Nine dragon screen het Negen-drakentableau. Liulong Bi.


Bij de kunstvoorwerpen zit ook deze uitklapfoto: Han Huang, Five Oxen (Vijf ossen). Huang leefde van 723 tot 787 tijdens de Tang dynastie.


Deze foto geeft een idee van de structuur van de Verboden Stad. De centrale as wordt gevormd door de grote officiele hallen en poorten. Aan weerszijde grote aantallen kleinere gebouwen, vaak paleizen van de keizerlijke familie met ieder een binnenplaats en een gangenstelsel dat de paleizen verbindt.


Hall of Supreme Harmony in de sneeuw.


Het bovenste boek van deze stapel is het boek waar deze foto’s uit komen.


 

China reisverslag / travelogue 18

The Ming Tombs, De Ming graven; introductie: 03/10/2009

De Minggraven liggen buiten Beijing.
Prachtig in een dal bij elkaar.
Een (1) graf is opgegraven.
Dat graf heet Dingling.
Het is het graf van drie mensen:
keizer Wan Li, keizerin Xiao Duan Xian en keizerin Xiao Jing


Keizer Wan Li.


Keizerin Xiao Duan Xian.


keizerin Xiao Jing.


Hier volgt een introductie op de Ming graven:

Minggraven

Er zijn op zo’n 40 – 50 kilometer afstand van Beijing
in de heuvels, 13 Ming graven.
Dertien graven van keizers uit de Ming dynastie (1368 – 1644).
In totaal lagen er 13 keizers, 23 keizerinnen en 1 concubine begraven.
Het Tianshoushan Hill gebied is zo’n veertig vierkante kilometer groot.
Het grootste grafcomplex is dat van Changling.
Drie complexen zijn voor het publiek open.
Een daarvan, Dingling, is ook opgegraven.
In Dingling lag keizer Zhu Yijang (1563 – 1620) begraven,
wiens keizernaam Wanli is.

De dertien graven liggen in een heuveldal
dat origineel afgesloten was met een muur en een poortgebouw.

Al voor het poortgebouw kwam men bij een herinneringsboog.
(bogencomplex is misschien een betere naam
want er zijn 5 doorgangen)
Bij het poortgebouw staat een stele die bezoekers gebiedt
van hun paard af te stappen.

Vervolgens was er de Heilige weg (Sacred Way)
met levensgrootte beelden van mensen en dieren
aan beide kanten.
De vertaling van de naam van deze weg
is moeilijk. Misschien is ‘sacrale weg’ of ‘processieweg’
een betere vertaling.
Maar ik las ook op een site de term: ‘STRAAT VAN DE GEESTEN’
en weer ergens anders ‘Pad der zielen’.

Dan volgt het zogenaamde ‘paviljoen met de stele’.
Een ‘Stele’ is de archeologische term voor een,
meestal uit een stuk steen of hout gehouwen tablet of pilaar,
met daarin een in relief gebeeldhouwde voorstelling en/of tekst.
In het geval van de Minggraven staat hierop het levensverhaal
van Keizer Zhu Di (keizer Yongle, de bouwer van zowel
de Verboden Stad als van de eerste gebouwen van dit complex).

Na de Heilige weg is er nog een herdenkingsboog (Lingxing) waarna
de individuele grafcomplexen volgen.

De individuele grafcomplexen bevatten een aantal standaard onderdelen:
– toegangspoort;
– herdenkings- of ceremoniele gebouwen;
– herdenkingsboog of bogen;
– altaar;
– Toren van de Ziel (Soul tower);
– de grafheuvel met het zogenaamde ondergrondse paleis.

Opgraving van het Dingling graf.

Het Dingling grafcomplex is een van de dertien grafcomplexen
van de Ming dynastie die bij elkaar liggen in de heuvels
ongeveer 50 kilometer buiten Beijing.
Ding Ling betekent letterlijk ‘Graf van de stabiliteit’.
Dingling is het grafcomplex van keizer Wanli.
Het is het enige complex dat is opgegraven.
Het is ook het enige keizerlijke graf
dat sinds de oprichting van de Volksrepubliek China is opgegraven.
De redenen daarvoor hebben direct te maken
met de resultaten van de opgravingen van Dingling
en de gebeurtenissen die daar mee samenhingen.

De opgravingen van Dingling begonnen in 1956
nadat een groep archeologen en wetenschappers
onder leiding van Guo Motuo en Wu Han
hadden aangegeven dat het een goed idee was
om het Changling grafcomplex te onderzoeken.
Changling is het grootste en oudste complex
van de 13 Ming graven op Tianshoushan Hill,
Changling is het grafcomplex van Keizer Yongle.
Ondanks de goedkeuring van premier Zhou Enlai
werd het idee door archeologen verworpen vanwege
het belang en het hoge publieke profiel van Changling.
In plaats daarvan werd besloten Dingling,
het derde grootste complex, op te graven als
test en voorbereiding voor een latere opgraving van Changling.
De opgraving werd afgerond in 1957 en het museum
werd geopend in 1959.

Bij de opgraving kwam een graf te voorschijn dat volledig in tact was
waarin duizenden voorwerpen werden gevonden van zijde,
textiel, hout en porselein.
En de stoffelijke resten van Keizer Wanli en zijn twee keizerinnen.
Echter men had niet de beschikking tot de technieken en middelen
om al die voorwerpen op een juiste manier te conserveren.
Na een aantal rampzalig verlopen experimenten werd
een grote hoeveelheid zijde en textiel opgeslagen
in een magazijn waarin water lekte en de wind vrij spel had.
Als een gevolg daarvan zijn de meeste van de overgebleven voorwerpen
in zeer slechte staat en worden replica’s getoond in het museum.
Bovendien werd door de politiek een grote druk op de opgraving uitgeoefend
om snel met resultaten te komen en de opgraving af te ronden.
Door die haast is de documentatie van de opgraving mager.

Het project kreeg nog met een groter probleem te maken
als politieke massabewegingen het land in zijn greep krijgt.
Dit escaleert in de Culturele Revolutie in 1966.
In de tien jaar daarna lag al het archeologisch werk stil.
Wu Han, een van de belangrijkste pleitbezorgers van het project
werd het eerste belangrijke doelwit van de Culturele Revolutie.
Zijn werk werd aan de kaak gesteld en hij stierf in 1969 in de gevangenis.
Fanatieke Rode Gardisten bestormden het Dingling museum
en sleepten de stoffelijke resten van Wanli en de keizerinnen
uit het museum, stelden hun daden postuum aan de kaak,
en verbrandden de resten.
Vele andere archeologische voorwerpen werden toen vernietigd.

Pas in 1979, na de door van Mao Zedong
en na het einde van de Culturele Revolutie,
vervolgden de archeologen serieus hun werk en werd
uiteindelijk het opgravingrapport opgesteld door
die archeologen die alle onrust overleefd hadden.

De lessen die werden getrokken uit de Dingling opgraving
leidde tot een nieuw beleid van de regering van de Volksrepubliek China.
Daarin wordt er van uit gegaan dat er geen opgravingen meer plaatsvinden
behalve dan als het om een reddingscampagne gaat.
Als een gevolg hiervan is er geen toestemming meer verstrekt
om keizerlijke graven op te graven, ook niet als men per ongeluk
op een ingang stuit zoals dit bij Qianling het geval was.
Het originele plan om na Dingling Changling op te graven
wordt niet uitgevoerd.


Alle afbeeldingen in deze log komen uit dit boek dat ik kocht bij mijn bezoek aan Dingling.


Wikipedia;

Excavation of Dingling tomb

Dingling tomb is one of the 13 Ming Dynasty Tombs.
Dingling (literally “Tomb of Stability”), one of the tombs at the Ming Dynasty Tombs site, is the tomb of the Wanli Emperor. It is the only one of the Ming Dynasty Tombs to have been excavated. It also remains the only imperial tomb to have been excavated since the founding of the People’s Republic of China, a situation that is almost a direct result of the fate that befell Dingling and its contents after the excavation.

The excavation of Dingling began in 1956, after a group of prominent scholars led by Guo Moruo and Wu Han began advocating the excavation of Changling, the tomb of the Yongle Emperor, the largest and oldest of the Ming Dynasty Tombs. Despite winning approval from premier Zhou Enlai, this plan was vetoed by archaeologists because of the importance and public profile of Changling. Instead, Dingling, the third largest of the Ming Tombs was selected as a trial site in preparation for the excavation of Changling. Excavation completed in 1957, and a museum was established in 1959.

The excavation revealed an intact tomb, with thousands of items of silk, textiles, wood, and porcelain, and the skeletons of the Wanli Emperor and his two empresses. However, there was neither the technology nor the resources to adequately preserve the excavated artifacts. After several disastrous experiments, the large amount of silk and other textiles were simply piled into a storage room that leaked water and wind. As a result, most of the surviving artifacts today have severely deteriorated, and replicas are instead displayed in the museum. Furthermore, the political impetus behind the excavation created pressure to quickly complete the excavation. The haste meant that documentation of the excavation was poor.

A severer problem soon befell the project, when a series of political mass movements swept the country. This escalated into the Cultural Revolution in 1966. For the next ten years, all archaeological work was stopped. Wu Han, one of the key advocates of the project, became the first major target of the Cultural Revolution, and was denounced, and died in jail in 1969. Fervent Red Guards stormed the Dingling museum, and dragged the remains of the Wanli Emperor and empresses to the front of the tomb, where they were posthumously “denounced” and burned. Many other artifacts were also destroyed.

It was not until 1979, after the death of Mao Zedong and the end of the Cultural Revolution, that archaeological work recommenced in earnest and an excavation report was finally prepared by those archaeologists who had survived the turmoil.

The lessons learned from the Ding Ling excavation has led to a new policy of the People’s Republic of China government not to excavate any historical site except for rescue purposes. In particular, no proposal to open an imperial tomb has been approved since Dingling, even when the entrance has been accidentally revealed, as was the case of the Qianling Mausoleum. The original plan, to use Dingling as a trial site for the excavation of Changling, was abandoned.

 


Dingling vanuit de lucht.


Dingling: ondergrondse grafkamer in de huidige staat.


Dingling: zwart/wit foto van dezelfde grafkamer ten tijde van de opgraving eind jaren ’50.


Foto van een ander graf: Maoling. Daar ben ik zelf niet geweest maar als je foto mag geloven is dit graf in een veel mindere staat dan Dingling


Reconstructie van een keizerlijk kleed met het ‘honderd kinderen patroon’.

Detail.


Reconstructie van de ‘Phoenix kroon’.

Detail.


Reconstructie van de gouden keizers kroon.


Het zogenaamde ‘Danbi’ vloer.

Deze wordt ook wel de ‘stone painted floor’ genoemd,
de met steen geschilderde vloer.


 

National Portrait Gallery: Irving Penn

Ik ben erg skeptisch als het gaat om foto’s of schilderijen
of andere werken met afbeeldingen van bekende personen.
De vraag is dan steeds:
wat voegt de uitvoerder van het werk toe aan de afbeelding?
Bij Irving Penn heb ik dat gevoel niet.
De foto’s zijn ronduit prachtig.
Maar niet protserig of overdreven.
Door zijn carriere heen blijven ze verrassend.
Daarom laat ik de foto’s hieronder zien
op volgorde van jaar.


Irving Penn, Alfred Hitchcock, New York, 1947.

Alfred Hitchcock, filmregiseur van onder andere:
The Man Who Knew Too Much
The 39 Steps
The Lady Vanishes
Jamaica Inn
Rebecca
Spellbound
Notorious
Dial M for Murder
Rear Window
To Catch a Thief
Vertigo
North By Northwest
Psycho
The Birds


Irving Penn, Marlene Dietrich, New York, 1948.

Marlene Dietrich, actrice onder andere in:
Der kleine Napoleon
Der blaue Engel
Morocco
Shanghai Express
Blonde Venus
Knight Without Armour
Follow the Boys
Stage Fright
Witness for the Prosecution
Touch of Evil
Judgment at Nuremberg


Irving Penn, Barnett Newman, New York, 1966.

Barnett Newman, kunstschilder, onder andere bekend van
“Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III.

Barnett Newman, Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III, 1966 – 1967.


Irving Penn, Al Pacino, New York, 1995.

Al Pacino, acteur in onder andere The Godfather, Scarface en Serpico.


Irving Penn, Nicole Kidman, New York, 2003.

Nicole Kidman, actrice in onder andere:
Days of Thunder
The Portrait of a Lady
The Peacemaker
Eyes Wide Shut
Moulin Rouge!
Dogville


 

Kreta 2009

Tijdens je vakantie op Kreta of Rhodos realiseer je
niet altijd wat een enorme geschiedenis
deze eilanden achter zich hebben.
Ik werd daar nog eens op gewezen toen ik gisteravond
een passage las uit de Ilias van Homerus.
Ik ben niet dat hele boek aan het lezen maar ik lees het
meest recente boek van Umberto Eco
en daarin wordt dit werk geciteerd.
In de Ilias wordt een enorme opsomming (lijst) opgenomen
met legeraanvoerders, het aantal schepen,
de afkomst van de bemanning enz.





Umberto Eco, De Betovering van lijsten, Vertigine della lista.




Ik lees dit prachtige boek in het Nederlands
en over de Griekse eilanden staat er dan:

Roemrijke speerheld Idomeneus leidde het volk der Kretenzers
zij die het stevig ommuurde Gortyna en Knossos bewoonden,
Lyktos, Miletos en schitterend krijtwit liggend Lykastos,
Faistos en Rhytion, prachtig gelegen, welvarende steden
en de bevolking der honderd andere steden van Kreta.

Herakles’ grote en dappere zoon Tiepolemos leidde een
negental schepen uit Rhodos, bemand met dappere strijders,
zij die verspreid over Rhodos een drietal steden bewoonden:
Lindos en Lalysos en ’t schitterend krijtwit Kameiros.

Homerus, Ilias, boek 2, versen 455 – 760.

Boek 2 is de opsomming van de krijgsmachten in de Trojaanse oorlog,
een heel oud vpprbeeld van een lijst.

China reisverslag / travelogue 08

Na de koffie en het eten kon ik er weer tegen.
Dus ging ons eerste bezoek naar de Temple of Heaven.
Pas later begreep ik het belang voor de Chinese cultuur
van deze tempel.


Kaartjes kopen voor de Temple of Heaven.


Achteraf gezien ging dit wel erg snel.
Na het eten met een taxi naar de Temple of heaven.
Dat is in werkelijkheid niet 1 tempelgebouw
maar een park met meerdere tempels, een enorm altaar
en bijgebouwen.
Dit hele complex was druk bezocht…….
alleen de tempel zelf was op dat moment voor het publiek gesloten.
Waarschijnlijk om het een keer schoon te maken
of om de bewaking even wat te laten rusten.
Hoe dan ook, dit alles was voor mij een culturele lawine
zo kort na de vlucht.
Het hele complex ziet er als nieuw uit.
Ter voorbereiding van de Olympische Spelen
is dit complex flink opgeknapt.


Kaartje voor de Temple of Heaven.


Zoals te zien een heel complex.


Een deel van het park.

Het terrein dat er bij deze tempel hoort is groot.
Op 2 oktober is het er ook erg druk.
Het park wordt gebruikt voor allerlei activiteiten.
Eigenlijk net als in een park in het Westen.


We lopen zo door het complex dat we eerst door een heel
lange galerij lopen: de Long Corridor.
In de verte is de Temple of Heaven al te zien.


Zoals alle andere plaatsen waar ik die dag ben geweest was ook de galerij erg druk.



Ik zie er verschillende groepen mensen die klassiek gekleed zijn.


Met muziekinstrumenten of gereed voor de dans.


Beijing aankomst en daarna: 02/10/2009

Temple of Heaven / Tempel van de hemel.

Letterlijk betekent het Chinese begrip voor de Temple of Heaven,
altaar voor de hemel.
Het is een complex in Beijing waar de keizers
van de Ming en Qing dynastieen
bezoeken brachten voor de jaarlijkse ceremonies en gebeden
tot de God van de Hemel voor een goede oogst.
Het complex is gebouwd tussen 1406 en 1420
tijdens de regeerperiode van de Yongle keizer.
Deze was ook verantwoordelijk voor de bouw van de Verboden Stad.

De keizer werd in China beschouwd als de Zoon van de Hemel.
Daarom waren de ceremonies bij deze tempel zo belangrijk.
Veelvuldig komen ronde en vierkante vormen voor
in de architectuur die wijzen naar de hemel en de aarde.
Het nummer negen staat voor de keizer.
De blauwe daken staan voor de hemel.


Prachtige dakenpartijen.

De Chinese gebouwen bij tempels en bijvoorbeeld
de Verboden Stad zijn ‘niet origineel meer’.
Daarmee bedoel ik, dat het materiaal waarmee de gebouwen
gebouwd zijn (hout) de tand des tijds niet heeft doorstaan.
Dat is logisch. Hout, ook een hele sterke houtsoort,
heeft te lijden van de weersomstandigheden.
Om de gebouwen te beschermen moet je ze regelmatig verven.
Dat geeft een heel nieuwe indruk.
Natuurlijk is het ontwerp van die gebouwen,
de bouwstijl, de constructiemethode, enz, nog origineel.
En ook dakpannen en muren zijn van natuurlijke materialen, zelfs de bakstenen,
hebben het moeilijk gehad door de eeuwen heen.


Uiteinden van dakpannen, antefixen is volgens mij de officiele term.

De afbeeldingen zijn draken.
Typisch Chinees.


Veel vlaggen en mensen.


Afwerking dakpannen.

Het aantal ‘beeldjes’ op zo’n uiteinde van een dak was gereguleerd.
Ieder op zich zijn knappe staaltjes van dakpan bakken.



De Temple of Heaven was gesloten. Ik kon alleen nog maar een blik werpen door een kier van de deuren.


Vlecht- of knoopwerk.


De deuren waarachter de tempel zich schuil houdt.


Kunstige houten verbindingen prachtig beschilderd. Mooie kleuren.



Temple of Heaven om een hoekje.


Hierna vervolgen we onze weg naar het grote altaar.
Het Circular Mound Altar is een altaar dat bestaat uit drie niveau’s
van marmer. Hier bad de keizer voor goed weer.
Het werd gebouwd in 1530.


Nog meer daken….


….en dakpannen in detail.


Imperial vault of Heaven – Keizerlijke kluis van de hemel.

In dit gebouw werden voorwerpen bewaard
die nodig waren voor de keizerlijke ceremonies.



Prachtige ‘gevlochten’ plafondconstructies.


Dergelijke afwerkingen van trappen zal ik nog veel zien.


Typisch Chinese kunstvorm. Op een dergelijke manier vloeren beeldhouwen zie je in de Westerse kunst niet.


Heavenly center stone / Hemelse centrale steen.

Heavenly center stone / Hemelse centrale steen

De bovenste verdieping van de ‘Circular Mound’
is geplaveid met 9 concentrische ringen van stenen platen.
De steen in het centrum heet de
‘Heavenly center stone / Hemelse centrale steen’.
De eerste ring om deze steen omvat 9 stenen,
de tweede ring bestaat uit 18 stenen
en zo gaat dat verder tot de negende ring met 81 stenen.
Deze ringen zijn het symbool voor de negen hemels.
Als je op de centrale steen gaat staan klinkt je stem ver door.


De Heavenly center stone is populair voor foto’s.


De wachtende staan wel mooi in de rij.


Het altaar.






Een kunstige afvalemmer.


Grote oven van groen geglazuurde bakstenen.


Grote metalen vuurkorven.



Firewood Stove / Houtoven.

Firewood Stove / Houtoven

De houtoven is een enorme ronde oven
gemaakt van groene geglazuurde bakstenen.
Voordat de ceremonie begon voor de aanbidding van de Hemel
Werd er een gewassen en geschoren kalf op de oven gelegd.
Het vuur werd gestookt met pijnboomtakken en riet
om de God van de Hemel te verwelkomen.
Een ritueel warm welkom aan de keizerlijke god.
Na de afronding van de ceremonie werden de offergaven,
de aanplakbiljetten, de zijden rollen, respectvol in de oven gelegd
om te verbranden terwijl de keizer toekeek.
Dit ritueel heette ‘toekijken bij het branden’.


Ik zal merken dat op veel plaatsen ter gelegenheid van de viering van 60 jaar Volksrepubliek China er grote bloempartijen zijn aangelegd.


Het Temple of Heaven-complex is een Unesco World Heritage Site.


Temple of Heaven, tweede ticket met achterkant.


 

Aanwinst 2009

Een van de aanwinsten dit jaar van het Breda’s Museum is deze prent
die het interieur toont van de Grote Kerk in Breda.





Remigius Haanen, Interieur Grote Kerk Breda, circa 1825.





De makers is waarschijnlijk Remigius Haanen.
Remigius Haanen werd geboren in Oosterhout bij Breda.
Zijn familie bestond uit kunstschilders.
Remi ontwikkelde zich vroeg tot landschapsschilder
en maakte daarmee internationaal carriere.
Remigius Haanen 1812 – 1894.
Informatie van de web site van het Breda’s Museum.

Op de tekening zie je rechts, ter hoogte van de man met het hondje,
een soort uitbouw de kerk insteken.
Dat is het hek dat de Prinsenkapel afschermt van de kerk.
Links daar tegen over, bij het groepje mensen waarvan er een
uitleg lijkt te geven aan de andere personen,
is het grafmonument te zien van Engelbrecht I van Nassau.
Ook wel ‘Praalgraf van Engelbrecht I van Nassau’ genoemd.
De muur die links te zien is schermt het hoofdaltaar af van de omgang.

Europalia.China

Gisteren heb ik twee tentoonstellingen bezocht die in Brussel gehouden worden
in het kader van Europalia.China.
De tentoonstellingen die ik bezocht zijn:
= Zoon van de hemel (Brussel, Paleis voor Schone kunsten)
= Het Orchideexc3xabnpaviljoen. De kunst van het schrijven in China
(Brussel, Koninklijke musea voor Schone Kunsten van Belgie)

Ik trof het weer net als mijn vorige bezoek aan Brussel.
Er was een EU-top.
Het verkeer rond Shuman zat muurvast.
Het kostte dus nogal wat tijd om in het centrum te komen.
Parkeren ging prima: recht voor de deur van het Koninklijk paleis.
Rond 08:15 vertrokken in Breda, getankt bij Hazeldonk,
om 10:00 uur bij het Koninklijk palies.





Brussel, Regentstraat.






Brussel, zicht op de lager gelegen markt van Brussel. Dit wordt de Kunstberg genoemd.






Toegangskaartje Bozar.





De tentoonstelling is prachtig.
Alleen hele mooie stukken zie je op deze tentoonstelling.
Ik zal er hier een paar tonen.





Zoon van de Hemel, catalogus 167, Geel geglazuurde kom met drakenmotief, 1723 – 1735.



Idem, drakenmotief in detail.






Zoon van de Hemel, catalogus 1, Figuur in hurkzit, 3500 – 3300 voor Christus.






Hele artistieke foto; Zoon van de Hemel, catalogus 98, Danseres, 204 voor Christus – 9 na Christus.






Zoon van de hemel catalogus via de scanner.





Wel is het jammer dat de mooie catalogus niet van alle getoonde voorwerpen
een grote foto heeft.
Zo is van het voorwerp dat bij mij het meest in de smaak viel
alleen maar een heel kleine afbeelding te vinden.





Zoon van de Hemel, catalogus 40, Staander in de vorm van een mytisch dier, 6e – 5e eeuw voor Christus.


Dit is een groot bronzen voorwerp.
Ingelegd met malachiet.
Het is 48 x 47 x 27 centimeter.
Dit in 1990 ontdekte voorwerp is er een van een stel.
De staander was vermoedelijk bedoeld om een trommel recht te houden.
Oostelijke Zhoudynastie opgegraven in graf 9 in Xujialing, Zichuan, Henan.
Zhengzhou Archeologisch Instituut van de provincie Henan.





Het theepaviljoen.








In het theepaviljoen heb ik geluncht.
Voor twaalf Euro kan men daar een lunch van de dag nemen.
Natuurlijk heb ik dat gedaan met thee:
eerst een thee met rozenblaadjes en daarna een jasmijnthee.





Catalogus Zoon van de Hemel.





Vervolgens was het Orchideexc3xabnpaviljoen aan de beurt.
Volgens het kaartje is de naam van het museum Magritte museum.





Ticket Orchideexc3xabnpaviljoen.





Deze tentoonstelling wil de ontwikkeling van de Chinese kaligrafie in beeld brengen.
Een mijlpaal in de ontwikkeling van de kaligrafie in China
is het “Voorwoord tot het Orchideexc3xabnpaviljoen”.
In 353 na Christus komen een aantal intellectuele kunstenaars samen in Lanting,
het Orchideexc3xabnpaviljoen, in zuid China.
De kalligraaf Wang Xizhi is getroffen door de natuur,
het mysterie van het universum
en de onpeilbaarheid van het menselijk leven.
Dan schept hij dit werk.





Orchideexc3xabnpaviljoen, catalogus.






De kaft zonder omslag.






Detail van de omslag. Dit is een copie van het Orchideexc3xabnpaviljoen.








Voor mij is deze kunstvorm nog erg nieuw.
Dat heeft tot gevolg dat de meer recente werken
die neigen naar de Westerse moderne kunst,
mij het meest aanspraken.





Liu Yanhu, Zonder titel, 2005.






Wang Nanming, Combinatie: ballen met karakters, sinds 1992.






Wei Ligang, Zwemmende vissen, wandelende krabben, 2008.






Brussel, Basiliek. Naar huis in de file.






De komende tijd gaat hier nog meer over volgen.





Archeologische top 10 van 2009

Het Archaeological Institute of America benoemd ieder jaar
een top 10 van nieuwe archeologische ontdekkingen.
Ik ben door hun lijst heen gegaan.
Natuurlijk is zoxe2x80x99n lijst heel subjectief.
Daarom kan ik er eenvoudig een eigen lijst van maken.
Met foto’s.
De meest spectaculaire en interessante in de top 10 zijn volgens mij
(in willekeurige volgorde):

Popol Vuh-relief in Guatamala.

In Guatamala, in El Mirador, zijn twee grote relixc3xabfs gevonden
die dateren uit ongeveer 300 voor Christus.
Beide zijn 8 meter lang en bevinden zich boven elkaar.
De twee relixc3xabfs tonen scxc3xa8nes uit de Popol Vuh,
door sommige de Maya-bijbel genoemd.
Voor het eerst zijn er nu afbeeldingen van de twee hoofdpersonen
uit dit oeroude verhaal.
De helden tweeling staan op het ene relixc3xabf
afgebeeld omgeven door monsters en boven hen een gevleugelde godheid.
Op het andere relixc3xabf is de Maya maisgod te zien,
omgeven door een kronkelende slang.

De hoofdarcheoloog is Richard Hansen.






Hunahpu en Ixabalanque op het Popol Vuh-relief.





Moche-graf ontdenkt in Peru.

Het graf bevat een houten sarcofaag met het skelet van een man
met zijn xe2x80x98schattenxe2x80x99: 14 gouden kronen en maskers,
sieraden gemaakt van kostbare kralen, zilver en goud.

Archeologen: Steve Bourget en Bruno Alva Meneses.





Masker van de heer van Moche.























Tombe van priesteres gevonden in Eleutherna op Kreta.

Een graf is ontdekt met meerdere vrouwen.
Ze waren vergezeld van hun juwelen.
Waarschijnlijk gaat het om twee volwassenen,
twee priesteressen.
De tombe is zoxe2x80x99n 2900 jaar oud.

Hoofdarcheoloog: Nikos Stambolidis.





Oorbel?.





Angelsaksische schat gevonden met metaaldetector.

Er is in Engeland, in Staffordshire een schat gevonden
met ongeveer 1500 voorwerpen.
De voorwerpen stammen uit de 7e eeuw van onze jaartelling.

De vinder is Terry Herbert.





Deel van een helm.






Gouden vis en adelaar.






Gouden plakaat met vervlochten armen..






Gouden band met Latijnse spreuk: Rise op o Lord and may thy enemies be dispersed and those who hate thee be driven from the face.






Deel van een hanvat van een zwaard of dolk.






Knoop.






Deel van het handvat dat de hand beschermt tegen de degen van de aanvaller.





Theebloem / Blooming tea

Vanochtend heb ik voor het eerst thee gemaakt met een theebloem.
De thee was heerlijk en het avontuur was geweldig.
Dit leidde natuurlijk tot een serie foto’s.





Het begint met het tevoorschijn halen van de theepot.






Camera op statief, even een testfoto.






De pot gevuld met warm water zodat de pot op temperatuur komt.






De theebloem uitgepakt.






Theebloem in de theepot.






Water erbij.






Het ontluiken kan beginnen.






Langzaam komt hij open.






Nog een beetje verder.






Daar is de bloem.






Van dichtbij.






Mijn theeglas staat klaar.
























Zo komt de bloem volledig tot zijn recht.






Ook van boven een mooi gezicht.






Kan zo in de Allerhande.






En dit is het trieste einde van de theebloem.





Zoals eerder al aangegeven heb ik er nu nog zes.
Dus ten minste tot het einde van dit jaar kan ik vooruit.

Een van mijn Chinese kenissen schreef me een kort verhaal
over het ontstaan van het gebruik om thee te drinken in China.

Chinese tea was primarily used as a medicine.
During the spring and autumn period Chinese people
chewed tea leaves and enjoyed the taste of the juice itself.
In the next stage tea was cooked like a soup.
Tea leaves were eaten along with soup.
During the Qin dynasties the simple processing of tea emerged.
Tea leaves were pressed into balls, dried and stored.
When served tea balls were crushed and mixed with green onion ginger
and then boiled in teapots.
This is the point where Chinese tea turned from a medicine
into a bevorage.
Also it marked the begining of Chinese tea being used to treat guests, etc.

Vertaling:
Chinese thee werd in de eerste plaats gebruikt als medicijn.
Tijdens de lente en herfst kauwden Chinezen op de theebladeren
en genoten van het sap uit het blad.
Een volgende stap was dat men theebladeren ging koken
als een soort soep.
De theebladeren werden met de soep opgegeten.
Tijdens de Qin-dynastie ontstond het proces van theezetten.
Theebladeren werden tot balletjes gevormd, gedroogd en bewaard.
De theeballetjes werden bij het serveren geplet en gemengd met
groene ui en gember en vervolgens gekookt in een theepot.
Vanaf dat moment veranderde thee van een medicijn
in een drankje voor het genot.
Vanaf dat moment ontstond de gewoonte gasten met
Chinese thee te verwelkomen.

Theebloem

Ik heb het altijd al een keer willen kopen.
Gisteren zag ik theebloemen op het internet
en heb er gelijk een besteld.
Vandaag al binnen!

Hoe de thee zal smaken weet ik nog niet.
Dat ga ik zaterdag of zondagaanstaande eens uitvinden.

Wat ik gekocht heb heet ‘Grandma’.
Het is groene thee met jasmijn en chrysant.
Afkomstig uit Tai Lao Shan, Fujian, China.





Dit zat in de brievenbus.






Uitgepakt.






Iedere theebloem individueel verpakt.






Samen in een leuk zakje.






Met gebruikshandleiding.




Kreta 2009: 20 september, de laatste dag

De laatste dag op Kreta.
We hebben de huur van het appartement verlengd
tot het eind van de middag.
Dan kunnen we deze hele dag nog naar het strand.
Het weer was een beetje vreemd.
De temperatuur was prima.
De zon scheen eerst voluit, daarna was er bewolking.
Het heeft zelfs geonweerd terwijl op het strand lagen.
We hebben aan het strand een lekkere salade gegeten als lunch.
Ik ben in het dorp nog op zoek geweest naar een boek
over Knossos zoals ik dat eerder gezien had in Festos.
Tevergeefs.





Het leek wel eb.






In de verte het Venetiaans fort van Rethymnon.






Huur voor de standstoelen.






Hoge golven op het strand.






Olijfzeep, speciaal gekocht omdat je daarmee kwasten goed kunt schoonmaken zonder milieuschade (?).






En die zeep zat in dit mooie papieren zakje.






De vakantie begon met het schilderij links in het appartement, rechts hing nog een reproductie. Kunst of niet ik vind het in ieder geval niet mooi.






Ik had aangegeven dat deze vakantie in het teken zou staan van het boek: De geschiedenis van de schoonheid door Umberto Eco. En dat heeft deze vakantie ook gedaan. Hierboven een blad uit mijn dagboekje met aantekeningen over Boxc3xabthius. Maar in mijn weblogs ben ik er niet toe gekomen mijn aantekeningen om te zetten in tekst. Dat gaat nog volgen. Het boek is nog niet uit.






Links en rechts tegen de muur hingen de reproducties in Platanes.






Maar het werd weer tijd om naar huis te gaan……






…..en de auto op te halen





Knossos

De ochtend van 19 september brachten we door in Heraklion.
We vonden er de ‘tijdelijke’ tentoonstelling van
het Heraklion Archeologisch Museum.
Daarover was al eerder op mijn web log iets te lezen.
In de middag was het de beurt aan Knossos.
De legendarische archeologische site op Kreta.





Kaas voor het ontbijt en de lunch.


In de ochtend hebben we eerst brood en kaas gekocht
in Rethymnon. Dat hebben we vervolgens
ergens bij de ingang van Knossos opgegeten.





Eerst een kaartje kopen.






Kouloures.


Centraal in de bezoeken aan de Minoische archeologische vindplaatsen
staan eigenlijk twee dingen (los van het feit dat ze erg mooi zijn):
= wat is eigenlijk de functie geweest van je ziet;
= hoe ga je om met conservering, restauratie of reconstructie.
In eerdere logs is over beide onderwerpen al het een en ander gezegd.

De archeologische sites die ik gezien heb op Kreta (en eigenlijk geldt
dit voor een groot deel van dergelijke sites, wereldwijd),
zijn een soort driedimensionale puzzels.
Er is niet veel te zien voor een leek en wat je ziet moet je combineren
met vondsten die zich ergens anders in musea bevinden.
Dan zie je vaak restanten uit verschillende tijden door elkaar
en in Kreta dan ook nog eens in een heuvelachtig landschap.
Kortom: moeilijk.
Een reconstructie kan dus heel veel bijdragen tot een beter begrip
van leken (99 % van de bezoekers van dergelijke sites).
Maar als een reconstructie betekent dat het later, bij wijzigende inzichten,
niet meer te wijzigen is zonder de originele vondsten te beschadigen,
dan wordt een grens overschreden.
Maar dat hier grote mogelijkheden liggen voor de toeristische industrie
in landen als Egypte, Turkije, Groekenland en Italie
lijkt me voor de hand liggend.
Kijk maar eens wat een succes Las Vegas is.
De kunst is natuurlijk om de juiste balans te vinden tussen
vermaak en bewustwording/kennisoverdracht.




Kouloures
Drie grote putten, afgewerkt met gelijkmatig gemetselde stenen muren,
die bekend staan onder de naam Kouloures,
zijn gebouwd bij het Westelijke hof (West Court)
tijdens de Oude Paleisperiode (1900 xe2x80x93 1700 voor Christus).
De werkmensen die de opgravingen uitvoerden
gaven deze putten hun naam en Arthur Evans nam die over.
De functie van de cirkelvormige putten is onbekend.
Ze zijn gexc3xafnterpreteerd als plaatsen voor het verzamelen van afval.
Afval van het paleis of afval van de offerandes.
Er zijn ook mensen die denken dat het opslagruimtes zijn
voor bijvoorbeeld de opslag van graan.
In twee van de Kouloures hier in Knossos zijn restanten te zien
van huizen uit de Voor-Paleisperiode (1700 xe2x80x93 1450 voor Christus).
Daarna zijn de Kouloures overdekt en werden ze niet meer gebruikt.





Eerste zicht op de site met op de voorgrond ‘de sacrale of processie weg’. Dit is een verhoogd pad dat over het plein op de voorgrond loopt. Dit werd gebruikt tijdens rituelen.






Reconstructies door Evans.






In de reconstructie zijn ook kopiexc3xabn van fresco’s aangebracht.






Hier betreft het de fresco met de naam ‘Cup bearer fresco’ (Vaasdrager).






Korte vertaling/samenvatting:

De Zuid Propylaeum.
Zoals we vandaag de dag dit gebouw kunnen zien
is het het resultaat van de restauraties van Evans,
die hier een kopie van de fresco The Cup Bearer aanbracht.





Grote opslagvazen die ‘pithoi’ worden genoemd.






Westelijke magazijnen.



Kassellas.


Korte vertaling/samenvatting:
Westelijke magazijnen
Als je op deze plaats naar beneden kijkt,
kun je het begin zien van de gang die acht lange en
smalle opslagruimtes met elkaar verbindt.
De totale oppervlakte hiervan is 1300 vierkante meter.
In de vloer van zowel de gang als de opslagruimtes
zijn driexc3xabnnegentig rechthoekige uitsparingen.
De zogenaamde xe2x80x98kassellasxe2x80x99
(ik kan dit woord, behalve als familienaam,
nergens op het internet vinden!).
Uit onderzoek lijkt het alsof deze plaatsen bedoeld waren
om duur gereedschap en vazen veilig te bewaren.
In de gang zijn ook grotere uitsparingen (van binnen afgewerkt)
die lijken te dienen om vloeistoffen op te slaan.
De pithoi (grote opslagvazen) zijn een bewijs
van de rijkdom van het paleis.
Er zijn restanten van 150 pithoi gevonden.
Er was ruimte voor 400.
De inhoud van de vazen is onbekend
maar ze kunnen gediend hebben voor de opslag van olie,
wijn, peulvruchten, enz.
Op verschillende punten in de magazijnen zijn kleitabletten gevonden
met Linear B-schrift met informatie van een economisch karakter.
Een groot aantal oudere zegels en kleitabletten werden ontdekt
met het hieroglievenschrift van Kreta.












Reconstructie van Evans, onderdeel van de westelijke vleugel.








Korte vertaling/samenvatting:

Westelijke vleugel
Rechts leiden trappen van het centrale hof (Central Court)
naar de bovenste niveau van de Westelijke Vleugel.
Dit deel is bijna geheel door Evans gereconstrueerd.
Links van de trappen is het gebied dat door Evans
als kapel werd gexc3xafdentificeerd.
Evans noemde dit de xe2x80x98Tripartite Shrinexe2x80x99.
De gevel had kolommen en was verdeeld in driexc3xabn.
Het centrale deel was het hoogste.
Er
is een afbeelding van een vergelijkbare kapel
op een muurschildering die nu te zien is
in het Archeologisch Museum in Heraklion.
In de kapel werden kleitabletten gevonden met daarop
tekst in het Linear B-schrift en afdrukken van kleizegels
die wellicht verband houden met het archief van de kapel.
De ruimte achter de kapel zou verbonden zijn geweest
met de heiligdommen van het paleis.
Acheraan zijn twee donkere ruimtes met pilaren
die als Pilaarcryptes (Pillar Crypts) bekend staan.
De verlagingen in de vloer geven aan
dat deze ruimtes werden gebruikt voor offergaven.
In een andere ruimte zijn twee grote, verzonken,
rechthoekige opslagplaatsen aangetroffen.
Ze waren gevuld met vazen van klei en waardevolle voorwerpen.
Een ervan was het beeldje van de xe2x80x98Slangengodinxe2x80x99 (Snake Goddess).
Er wordt vanuit gegaan dat de opslagplaatsen bij de tempel behoren.









































Verboden voor bezoekers.






Met dolfijnachtigen.



Detail.








Korte vertaling/samenvatting:

De magazijnen voor de grote pithoi en het oostelijk bastion.
De grote pithoi die je voor je ziet werden gevonden op de plaats
die door Evans xe2x80x98De magazijnen voor de grote pithoixe2x80x99 werd genoemd.
Deze magazijnen zijn een van de oudere delen van het paleis.
De pithoi zijn groter dan andere vazen.
Bovendien hebben ze meer handvaten en zijn ze rijkelijk versierd
met koorden en schijven.
De trappen rechts zijn door Evans gereconstrueerd,
ze leiden naar de lager gelegen Oost ingang van het paleis.
Deze ingang is een robuuste constructie
en geeft de indruk als van een bastion.
Vanaf dit punt kan men eenvoudig de Koninklijke Villa bereiken (Royal Villa)
die buiten de archeologische hoofdsite ligt.
Deze villa is een belangrijk gebouw uit de paleisperiode.


Manshoge pithoi.












Nog een reconstructie, maar hierover dadelijk meer. Westelijk bastion.






De troonzaal.








Korte vertaling/samenvatting:

Noordelijk zuiveringsbassin (North lustral basin).
Deze ruimte lijkt op een reservoir.
De vloer is lager dan de omringende gebieden
en je komt er via een paar treden.
Het bassin is omgeven door pilaren en was afgewerkt met platen
om het een luxueuze indruk te geven.
Wat we nu zien in Knossos is een reconstructie van Evans.
Vergelijkbare gebouwen zijn gevonden in andere delen
van het paleis van Knossos en andere paleizen
en in Minoische gebouwen uit de periode 1700 xe2x80x93 1450 voor Christus.
Waarvoor deze ruimtes werden gebruikt is niet bekend.
Het lijkt erop alsof de ruimte niet gevuld werd met water.
Er is geen afvoer aanwezig.
Evans dacht dat de ruimte gebruikt werd in zuiveringsceremonies
en noemt deze ruimte dan ook xe2x80x98zuiveringsbassinxe2x80x99 (Lustral basin).
Evans was er van overtuigd dat het paleis
ook een sacrale functie had
en dat daarom deze ruimtes gebruikt werden door bezoekers
om zich te xe2x80x98zuiverenxe2x80x99 alvorens binnen te gaan via de Noordelijke ingang.


Zuiveringsbassin (North lustral basin).






Een van de pleinen of plaatsen bij het ‘Customs house’ of douanegebouw waar de koninklijke weg begint.






De koningklijke weg.














Korte vertaling/samenvatting:

Noordelijke ingang, Noordelijke pilarenzaal (North entrance, North pillar hall).
Het centrale plein werd verbonden door een openluchtpassage
met de Noordelijke ingang van het paleis.
De passage is geplaveid en loopt wat steil naar beneden naar de ingang.
De passage is smal en links en rechts zijn rijen met pilaren.
De gebouwen hier staan bekend als de bastions.
Het Bastion aan de westkant is door Evans gereconstrueerd.
Hij plaatste hier ook een kopie van het relixc3xabf van de Stier.
De muurschildering kan een onderdeel van een jachtscene zijn geweest.
De passage eindigt in een grote hal/zaal met vierkante pilaren en twee kolommen.
De pilaren en kolommen droegen waarschijnlijk een grote zaal
op de eerste verdieping.
Evans beredeneerde dat we hier kunnen spreken van het xe2x80x98douanehuisxe2x80x99
(Customs House) vanwege de ligging en het uitzicht naar de zee.





Westelijk bastion.



Westelijk bastion.



De kopie van het
fresco met de stier.







Reconstructie van een magazijn.






Het was moeilijk foto’s te maken zonder hordes van toeristen. Alleen helemaal aan de buitenkant kon dat zoals hier.





Chinese thee

Mijn Chinese collega drinkt veel warm water tijdens het werk.
Nederlanders pakken eerder naar koffie of thee.
In China heb ik zelf ook heel wat thee gedronken.
Ook tijdens de maaltijd.
Ik dacht dat kan ook in Nederland.
Dus voor thuis en op mijn werk heb ik even wat Chinese thee gehaald.
Natuurlijk is dat ook op de Argusvlinder te zien.





Drie verschillende soorten: groene thee, jasmijn thee en thee met bloemen.






Hier de verschillende theezakjes.





Arthur Evans

De opgraver van Knossos is niet geheel onomstreden.
Daarom is niet alleen Knossos interessant als vindplaats
maar is ook de opgravingsgeschiedenis nog interessanter dan normaal.
In de universiteit van Heidelberg (Ruprecht-Karls-Universitxc3xa4t Heidelberg)
heeft men zijn studie die hij schreef naar aanleiding van de opgravingen
ingescand en beschikbaar gesteld via het internet.
De werken dateren uit de jaren 1920 – 1936.
Twee delen daarvan heb ik doorgebladerd en het geeft een
goed beeld van archeologie in het begin van de vorige eeuw.
Een eeuw met weinig moderne media en dus werden
tekenaars ingezet om te tonen wat de opgravingen hebben opgeleverd.
Werden andere opgravingen geraadpleegd via boeken en tekeningen.
De tekenaars waren ook de mensen die reconstructies ter plaatse uitvoerden.
Het is nog de tijd voor het internet, film en televisie.
Daarom zijn de schriftelijke studies zoals deze zo belangrijk
om te begrijpen waarom Evans tot de conclusies kwam
waarmee je nu nog in Knossos wordt geconfronteerd.
Van de boekdelen die ik doorgenomen heb hier
een paar plaatjes:


A. Evans, The Palace Of Minos, Volume IV, Part II.

Ook deel I van volume IV heb ik doorgenomen.
Het leuke is dat sommige van de afbeeldingen
een ondersteuning zijn voor een aantal foto’s
die in andere logs van mij te zien zijn.

Overigens geeft deze literatuur wel aan
op hoeveel verschillende gebieden Evans kennis had,
vondsten deed en interpretaties opstelden.

Een van de problemen met de bevindingen van Evans is
dat zijn conclusies vaak op erg weinig bewijs zijn gebaseerd.
Misschien is het volgende niet het beste voorbeeld
maar het geeft wel aan hoe voorzichtig je moet zijn
met de interpretatie van wat Evans heeft geconcludeerd.

Een belangrijk fresco is het zogenaamde ‘Campstool fresco’.
Misschien wat oneerbiedig in mijn vertaling Het kampeerstoel fresco.


Knossos: het kampeerstoel fresco/campstool fresco.

Wat haar, een oog, een beker en een stoeltje.
Dat is het wel.
Althans dat is mijn indruk als ik de fresco in detail bekijk.
Maar als je de restauratie van Evans en zijn mensen ziet
krijg je een heel ander idee.

Knossos: de kampeerstoel fresco/campstool fresco.

Nog wat kampeerstoelfragmenten en tekeningen.

De theorie van Evans is dat dit fresco bestond uit twee lagen.
De eerste twee foto’s vormen de onderste laag.
Van de bovenste laag zijn een paar fragmenten bekend
maar hiermee is geen reconstructie gemaakt zover ik weet.
Ik heb geen probleem met een reconstructie
maar wel als in de reconstructie stukken van het originele materiaal
wordt verwerkt zonder dat de reconstructie omkeerbaar is.


Horns of consecration.

Deze foto toont de ambitieuze reconstructies van Evans
in de sfeer van gebouwen.
Ook zijn de sacrale stierhorens te zien die in een geabstraheerde vorm
vaker te zien zijn in de Minoische beschaving.


Nog een tekening van een fresco: La Parisienne.


De troonzaal, vandaag mag je deze ruimte niet meer betreden.

Schets voor de reconstructie.

Reconstructie van de muren in de troonzaal.

Getekende reconstructie van de troonzaal van Knossos.


Rijen met pithoi in Knossos.


Tekening van een afdruk van de Ring van Minos (Ring of Minos).

In een andere log is een foto van deze ring te zien.
Daar staat ook bij wat hier te zien is volgens Evans.
Deze tekening verduidelijkt de foto.


Gillieron, Tekening van de muurschildering ‘De Stier’.

Vader en zoon Gillieron maken met Evans en andere
deel uit van het opgravingsteam.
Ze zijn de tekenaars die met Evans meegaan en zijn verantwoordelijk
voor veel illustraties maar ook voor de reconstructies die bijvoorbeeld
van fresco’s gemaakt werden.


Kreta 2009: Knossos en Arthur Evans

De laatste log over Kreta, meer precies Heraklion en het
Archeologisch Museum, heeft vorige week veel tijd gekost.
Daarom hak ik de log over Knossos in meerdere stukken.

Toen we met onze auto aankwamen bij Knossos
werden we van verschillende kanten gelokt naar parkeerplaatsen
waar je voor dient te betalen.
Nu waren wij in september op Kreta dus het was (schijnbaar) niet druk.
Wij kunnen dat niet beoordelen maar aan de hand van de bijna lege,
officiele en gratis parkeerplaats van de opgraving denk ik
dat we dat wel als een feit kunnen vaststellen.

Bij het binnengaan van de ingang staan eigenlijk direct
een aantal informatieborden die de toerist vertellen
wat er te zien is en hoe de geschiedenis van de site
in elkaar zit.
Hieronder vind je de Engelse tekst van die borden en de
samenvatting/vertaling die ik er bij gemaakt heb.
Dat geeft een eerste indruk van Knossos.





De borden bevatten ook afbeeldingen maar die verwijder ik, samen met de Griekse tekst zodat er zo veel mogelijk ruimte is voor de Engelse tekst.


Het paleis van Knossos.

Het paleis van Knossos is het grootste paleis op Kreta.
Het is omringd door een uitgebreide stad.
Het paleis werd gebouwd op de lage Kephala-heuvel
op een plaats waar twee rivieren samen komen.
De keuze voor de locatie en de daarop volgende groei van de bewoning
zijn verbonden met de nabijheid van de zee
en de vruchtbare grond van de regio.

De plaats werd het eerst bewoond in de Neolitische tijd
(6700 xe2x80x93 3200 voor Christus).
Al in deze vroege tijd was er sprake van een grote nederzetting.
Het eerste paleis werd gebouw rond 1900 voor Christus
(de Oude-paleisperiode).

Van de beperkte overgebleven delen kan worden opgemaakt
dat de plattegrond in grote lijnen toen al werd gevormd.
Het paleis werd rond 1700 voor Christus verwoest
en op dezelfde plaats werd het Nieuwe paleis gebouwd
(de nieuwe-paleisperiode).

Met uitzondering van latere toevoegingen werden deze ruines
door Arthur Evans opgegraven en gerestaureerd.
Het paleis bestaat uit verschillende gebouwen die gegroepeerd zijn
rond de centrale plaats of het hof (Central Court).
Op alle belangrijke punten waren ingangen.
De meest formele ingangen vinden we in het zuidwesten en noorden.
De Westvleugel omvat altaren, officixc3xable ruimtes en uitgebreide opslagplaatsen.
De Oostvleugel bevat de xe2x80x98Koninklijke appartementenxe2x80x99 en de werkplaatsen.
In het noorden en zuiden waren nog meer opslagruimtes.

In het paleis komen we een grote verscheidenheid
van architectonische elementen tegen:
verdiepingen met platte daken op verschillende niveauxe2x80x99s,
gevels met puien en gevels met hallen, versieringen door stenen horens
of verschillende kleuren, enz.
Er werden veel verschillende materialen gebruikt:
platen van groene schist voor op de vloer, houten kolommen/pilaren,
gipslaten tegen de muren en vloeren.
Veelkleurig stucwerk en muurschilderingen droegen bij
tot de versiering van de ruimtes.

Het paleis lijkt het centrum van politieke, economische
en religieuze macht te zijn geweest.
De belangrijkste opgraver, Arthur Evans, heeft de verschillende functies
van de ruimtes geprobeerd te duiden en gaf ze namen
die met de functie in overeenstemming waren.
Dit is gebaseerd op vondsten, mythologische tradities
en vergelijkingen met andere oude culturen en zijn eigen tijd.
De namen die Evans gaf worden nog steeds gebruikt:
Koninginnezaal, Bovenste verdieping, Troonzaal.
Al heeft later onderzoek andere functies
voor sommige van de ruimtes voorgesteld.

Het paleis van Knossos bleef in gebruik tot na 1450 voor Christus
toen de overige paleizen op Knossos werden verwoest.
De meeste experts geloven dat nieuwe bewoners
van het Griekse vasteland zich installeerden in het paleis.
Dit wordt ondersteund door de vondst van een archief
in het schrift dat als xe2x80x98Linear Bxe2x80x99 wordt aangeduid.
Wanneer precies het paleis zijn functie verloor is onbekend.
In ieder geval verloor het veel van zijn vroegere glorie
na 1380 voor Christus.





Wie ontdekte Knossosen wanneer? Minos Kalokairinos deed dat in 1878.


De opgravingen van het Paleis van Knossos
en haar beschermers.


De ontdekking van de Westvleugel van het Palais van Knossos
door Minos Kalokairinos in 1878 zorgde
voor heftige interesse tot 1898 toen een wet werd opgesteld
door de staat Kreta.
Deze wet zorgde voor de juiste condities
voor een systematisch onderzoek en opgraving door Arthur Evans.

De belangrijkste collegaxe2x80x99s van Evans waren:
– de archeoloog D. Mackenzie, bekend van zijn opgravingen in Melos.
Mackenzie zou het opgravingjournaal bijhouden.
– de architect Th. Fyfe van de British School of Archaeology.

Andere medewerkers waren onder meer de architecten
C. Doll, F.G. Newton and Piet de Jong,
de kunstenaars/tekenaars Gillieron (vader en zoon)
en de archeologen D.G. Hogarth, A. Wace, E.J. Forsdyke en J. Pendlebury.

Evans en zijn staf werden eerst ondergebracht
in het huis van de Turkse Bey,
dicht bij het paleis terwijl de Villa Ariadne werd gebouwd.
De Villa Ariadne werd in 1906 gebouwd naar de plannen van Doll.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de opgravingen vervolgd
door de British School of Archaeology terwijl
aanvullend onderzoek en hoofdzakelijk grootschalige restauraties
werden uitgevoerd door de directeuren
van het Heraklion Museum: N. Platon en S. Alexiou.





Zo zien de informatieborden eruit in Knossos.






De Geschiedenis van de ontdekking en de opgravingen en restauraties.


De geschiedenis van de opgraving en restauratie
van het paleis van Knossos.


De opgravingen begonnen in 1878.
Een antiquair van Heraklion, Minos Kalokairinos,
legde toen een deel van de Westvleugel bloot.
De systematische opgravingen begonnen in maart 1900
onder leiding van Arthur Evans,
toen directeur van het Ashmolean Museum in Oxford.

Twee jaar later waren de opgravingen van het paleis bijna afgerond.
Aanvullend onderzoek werd in de jaren daarna uitgevoerd.
Dat duurde tot 1930-1931.
Na de Tweede Wereldoorlog vervolgde
de British School of Archaeology hun onderzoek
met belangrijke resultaten met betrekking tot
het paleis en de omliggende Minoxc3xafsche stad.

Al in de eerste jaren van de opgravingen werd het duidelijk
dat conservering van het paleis noodzakelijk was.
Het kwetsbare materiaal waarmee het paleis gebouwd was
bleek kwetsbaar voor de weersomstandigheden.
In de eerste fase van de restauratiepogingen in 1905
waren het Evans en zijn collegaxe2x80x99s die zich inzette
voor de bescherming van de monumenten.
Maar na 1925 probeerde Evans met gebruikmaking van beton
te komen tot een radicale reconstructie.
Beton werd op grote schaal gebruikt.
Vloeren en hele architectonische eenheden werden gereconstrueerd.
Houten balken en houten Minoxc3xafsche kolommen werden gemaakt
om
het beton te stutten en voorzien van verf.
De muurschilderingen werden gerestaureerd
en op verschillende plaatsen werden kopiexc3xabn gerealiseerd.

Evans ingrepen leidde tot verschillende reacties.
Soms was het archeologisch bewijs onvoldoende
om de reconstructies te rechtvaardigen.
In andere gevallen zijn de archeologische vondsten
niet te onderscheiden van de moderne aanvullingen.
De door Evans aangebrachte aanvullingen
zijn nauwelijks terug te draaien.

Toch geloven velen dat de ingrepen nodig waren
om de monumenten te beschermen.
Daar komt bij dat de ingrepen de aandacht trekken
van de toeristen en hen helpen de architectuur
van het paleis te waarderen.
Anderen vinden dat de reconstructies
grotendeels de ideexc3xabn van Evans en de opvattingen van zijn tijd
over esthetiek en ideologische tendensen opdringen
aan de bezoekers.

Vandaag vormen de aanpassingen van Evans op het paleis
een integraal onderdeel van het monument en zijn geschiedenis.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het paleis
verder geconserveerd onder leiding van de directeuren
van het Heraklion Museum N. Platon en S. Alexiou.
Deze werkzaamheden beperkten zich tot het conserveren
van de oude muren en vloeren.
Op sommige plaatsen werden afdaken aangebracht.

In de jaren negentig werden grote delen
van het beton geconserveerd onder regie van
het Directoraat van de Restauratie van Antieke Monumenten.