Wordle: Obama en bin Laden





Wordle van de toespraak van President Obama van 1 mei 2011.






Je neemt de originele tekst van de speech van Obama over de dood van bin Laden, biedt die aan op de web site Wordle en deze woordwolken ontstaan op basis van hoe vaak woorden voorkomen in de tekst. Misschien zegt het iets over waar de speech werkelijk over gaat.






Afhankelijk van de tijdszone waar je bent was deze speech vroeg in de ochtend op 2 mei (Europa, 04:35 GMT) of laat op de avond 1 mei (Amerika, 23:35 EDT).





Schrijvers van beelden

Op dit moment lees ik het boek Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik weinig tijd heb om te lezen
en dat ik het altijd jammer vind dat een goed boek uit is.
Het kan me dan ook vaak niet lang genoeg duren.

In verband daarmee liep ik pas tegen het begrip ‘Readers block’ aan.
Readers block is dan een begrip als Writers block.
Een schrijver die niet kan schrijven heeft last van een Writers block.
Een lezer die niet kan (door)lezen heeft ‘last’ van Readers block.
De geest van Cruyff dwaalt weer om ons heen.

In verband hiermee las ik ook: ‘Unputdownable’ (niet-neerlegbaar).
Een boek dat je niet neer kunt leggen,
waarin je maar door wilt blijven lezen.

Ik heb ook een soort Readers Block, niet omdat ik niet kan lezen,
maar omdat ik niet wil lezen. Lees je veel dan is immers je boek snel uit.

In het boek staat prima uitgelegd waarom ikonen gemaakt worden
met afbeeldingen in het platte vlak terwijl de techniek al
bestond om driedimensionaal te tekenen en schilderen.
Ik vond het de moeite waard om te lezen.


Aartsengel Michael, Verderdiger van het Geloof, Nikolaaskerk, Struga, midden 16e eeuw.


Ongekende Schoonheid
Ikonen uit Macedonie

Desiree M.D, Krikhaar
Uitgeverij Waanders / Museum Catharijneconvent

Pagina 30

De vroegchristelijke schilderingen tonen aan dat het beeldprogramma van de christenen afstand neemt van de klassieke kunst, die illusionistisch en realistisch is. Realisme is voor de vroege christelijke kerk uit den boze, omdat de band met de heidense traditie doorgesneden moet worden. De angst voor het terugvallen in idolatrie of afgodsverering is diep geworteld. Stel dat de christenen beelden zouden maken van Christus of van heiligen en die net als de klassieke godenbeelden zouden wassen en met geurwaters zouden besprenkelen of met bloemen zouden bekransen. En dat zij daar ook nog eens omheen zouden gaan dansen, zoals de Israelieten dat deden rond het Gouden Kalf (Exodus 32). Dan zou de stap terug naar de polytheistische godenwereld wel heel gemakkelijk gezet kunnen worden. Mede daarom is de vroegchristelijke beeldtraditie vooral in het oosten gebonden aan het tweedimensionale platte vlak.

De eerste muurschilderingen van de heiligen in Macedonie zijn gestileerd, bijna statisch geschilderd. Maar de gezichten, met name de ogen, zijn indringend. De ogen zijn de spiegel van de ziel, zij schouwen naar het goddelijke. De achtergrond in de schilderijen is meestal onuitgewerkt. Alle aandacht gaat dan uit naar het beeld en zo wint de voorstelling aan uitdrukkingskracht.
Het gebruikte kleurgamma is beperkt. Er worden natuurlijke pigmenten door de eitempera gemend, afkomstig van lokaal levende planten en dieren (bijvoorbeeld schilden van kevers) en mineralen uit de omgeving. Roden, okers, groenen en blauwen zijn de meest voorkomende kleuren.

Vervolgens gaat de schrijfster pagina’s verderop nog even in op het feit
dat gelovigen de ikoon anders benaderen dan een portretfoto.

Pagina 50

Het woord ikoon is Grieks en betekent beeld. In de orthodoxe context is het beeld beperkt tot het platte vlak. Ikonen zijn in de overtuiging van de orthodox-gelovige niet slechts beelden van Christus, de Moeder Gods, heiligen en feesten. Zij stellen de heiligen aanwezig.

De schrijfstijl is niet erg vlot maar het boek is heel leerzaam.
Mooi geillustreerd en een goede aanvulling op de tentoonstelling.

Hoofddoekjes

Dat het hele debat over hoofddoekjes
niets met discriminatie te maken heeft,
gaat er bij mij niet in.





Dit is een normaal straatbeeld van de jaren ’60.






Het zit diep in onze cultuur, nu, recent,….






Het zit diep in onze cultuur, in alle geledingen. De majoor draagt hier natuurlijk ook een hoedje, en oh, ze heeft een mandje in haar hand….


Deze unieke opname van de Nederlandse kroonprinses incognito werd gemaakt door Peter Zonneveld, fotograaf van de Telegraaf. Prinses Beatrix, wier belangstelling naar sociale aangelegenheden bekend is, vergezelde majoor Bosshardt van het Leger des Heils op een avondlijke tocht door het centrum van Amsterdam. (uit:xe2x80x99Het aanzien van 1965xe2x80xb2)






En als ik zeg ‘onze cultuur’ dan bedoel ik Nederland maar eigenlijk ook de hele Westerse cultuur. Audrey Hepburn, een in Belgixc3xab geboren, Nederlands-Britse actrice, ging op kostschool in Nederland en Engeland, woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Arnhem, verhuisde in 1948 naar Engeland, werd in 1951 actrice in Amerika en jaren na haar grote filmsuccessen (met een Oscar, Bafta, Golden Globe, Tony, Presidential Medal of Freedom Award) overleed ze in Zwitserland. Hier met modieuze hoofddoekjes.






En al in ons ver verleden: Johannes Vermeer, Het meisje met de parel en het hoofddoekje, 1665-1667. ‘Het melkmeisje’ draagt overigens een kapje en dat is ook zo bij bijvoorbeeld de ‘Koppelaarster’ en bij (beide dames op) de ‘Liefdesbrief’ om enkele andere werken van Vermeer te noemen.






En afgelopen vrijdag is daar nog een Engels voorbeeld bijgekomen.





Tegen hoofddoekjes zijn is dus eigenlijk tegen de westerse cultuur zijn.

De begraafplaats van Praag: als de achterkant van een borduurwerk

Vandaag vond ik nog een artikel van Theo Hakkert
over De begraafplaats van Praag:
Achterkant van een rabiaat borduurwerk
Voor het artikel: Achterkant van een rabiaat borduurwerk.
Prachtige titel en in het artikel is onder meer
het volgende te lezen:

De begraafplaats van Praag leest als de achterkant van een borduurwerk. Je ziet draden en lijnen die dwars door elkaar lopen en waar geen patroon in te ontdekken valt, terwijl je weet dat ze allemaal hun functie hebben voor de afgeronde afbeelding aan de voorkant, die we niet te zien krijgen. We kunnen ons daar hooguit een beeld van vormen.

 


Achterkant van een rabiaat borduurwerk.


Vandaag ontrafel ik weer een paar eindjes.
Misschien is ontrafelen iets te veel gezegd.
Ik ben op een paar opmerkelijke draadjes gestuit.

 

 

 

 

 

 

 

 

“Dus dat is mijn beroep? Het is mooi werk om vanuit het niets een notariele akte op te stellen, een brief te vervalsen zodat die net echt lijkt, een compromitterende bekentenis te fabriceren, een document te maken dat iemand in het verderf zal storten. De kracht van het vakmanschap…”

Dit is een klein stukje uit het dagboek van Simone Simonini.
De hoofdpersoon in De begraafplaats van Praag, pagina 24.
Hij geeft in een paar zinnen een beschrijving van zijn beroep,
zijn moraal en zijn cynisme.

 

“Bovenstaande aantekeningen overlezen. Als het geschrevene opgeschreven is, dan is het me echt overkomen. Geloof hechten aan geschreven documenten.”

Deze regels staan even verder op, pagina 32.
Simonini probeet een paar dagen in zijn hoofd te reconstrueren en
hij gebruikt daarbij een door hem zelf geschreven briefje.
Cruffiaans zegt hij dan “Als het geschrevene opgeschreven is”
om vervolgens volledig te vertrouwen
op iets dat hij, de vervalser, geschreven heeft.

Geillustreerde intertextualiteit op de tentoonstelling Ongekende Schoonheid

Kort geleden was ik op de tentoonstelling “Ongekende schoonheid”.
Een beetje weggedrukt op een ongelukkige plaats was
een vitrine met terracotta voorwerpen.
Ze zijn niet zo sensationeel als de (soms heel grote) ikonen en zeker niet
zo sensationeel als bijvoorbeeld het gouden masker.
Maar ze trokken wel mijn aandacht.
Gisteren las ik in het boek bij de tentoonstelling
de beschrijving van de tegels.

De beschrijving probeert ook een verklaring te geven voor deze tegels
die in Vinica in Macedonie gevonden zijn.
En dat valt niet mee.

Tegels met Latijnse teksten, die gevonden zijn op plaatsen waar je
Byzantijnse (lees Griekse) teksten zou verwachten.
De functie is onbekend. De afbeeldingen overduidelijk vroeg-Christelijk.
De tegels zijn uniek in hun soort en tot nog toe zijn er slechts
50 complete tegels gevonden.
Vreemd is ook dat op een aantal van hen de tekst in spiegelschrift staat.
Dat kan wel verklaard worden door de manier van produceren
maar dat kan bijna niet de bedoeling geweest zijn.
Dus nog heel veel vragen rondom deze bijzondere tegels.
Op dit moment zijn ze te zien in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.


Jozua en Kaleb, de verspieders van Kanaan. Vinica, 5e -6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie, Skopje, inventarisnummer 337-VI.


Uit het boek “Ongekende Schoonheid – Ikonen uit Macedonie” door Desiree M.D. Krikhaar, Pagina 36.

Jozua en Kaleb zijn de twee soldaten met prachtig gedetailleerde harnassen, wapenrokken, helmen en lansen, die ter weerszijden van een schild zijn afgebeeld. Zelfs de plooival in hun mantels is tot in de kleinste draperieen uitgewerkt. Zij zijn de vertrouwelingen van Mozes, die als verspieders naar Kanaan zijn gestuurd om het land te verkennen.

(Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaan, het land dat ik de Israelieten geven zal, te verkennen, Numeri 13:1).

Door God is hen toegezegd dat zij het beloofde land eens zullen bewonen. Bij de strijd van de Israelieten tegen de Amorieten bij Gibeon laat de onverschrokken Jozua met hulp van Jahwe de zon en de maan stilstaan om de vijand af te straffen.

(Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon. En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israel zijn vijanden had afgestraft, Jozua 10:12-13).

Jozua, die links op de tegels is afgebeeld wijst met zijn hand op de stralende zon tussen de strijders in. Naast het hoofd van Kaleb is de maan voorgesteld. Naast de speer links is een ster weergegeven om de duisternis te symboliseren. Deze episode uit het Oude Testament wordt door de kerkvaders uitgelegd als een voorafbeelding van het Laatste Oordeel, dat door Christus uitgesproken zal worden om de mensheid te redden.

De afbeelding is die van een Oud-Testamentisch verhaal.
Een verhaal uit het Nieuwe Testament verwijst naar deze oude tekst.
In het geval van de bijbel kun je niet echt spreken van een (1) boek.
De bijbel is een bibliotheek van oude boeken waar heel veel
onderlinge verwijzingen in staan.
Intertextualiteit is de term die daarbij hoort.
Het gaat hier om een verwijzing naar de inhoud.

Deze kwam ik toevallig tegen bij het lezen van het boek
over de tentoonstelling.
En toevallig waren de tegels me opgevallen bij het zien ervan in Utrecht.
Maar je weet: toeval bestaat niet!


In verband met een recente log over de Grote Kerk in Breda en de Heilige Christoffel is er nog een bijzondere tegel te zien. Deze tegel toont de Heilige Christophorus (Christoffel, links) en soldaatheilige Joris (rechts), Vinica, 5e – 6e eeuw, terracotta, Nationaal Museum van Macedonie in Skopje, inventarisnummer 353-VI.