Kalkoven

Het zal een van de laatste foto’s worden
van de sloop van de Suikerfabriek in Breda.
De gebouwen van de CSM zijn nu bijna allemaal met de grond
gelijk gemaakt, de machines afgevoerd, alles
wat nu nog rest zijn de wegen, wat kelders en
een laatste stukje van de kalkoven.





Restanten.





Gestolen

Er werd deze week nogal wat kunst gestolen.
De belangrijkste werken zijn de volgende vijf:





Amedeo Modigliani, La femme a l’eventail (Woman with a fan), 1919.






Fernand Leger, Nature morte aux chandeliers, 1922..






Georges Braque, Olive tree near l’Estaque, 1906.






Henri Matisse, Pastorale, nympe et faune, 1906.






Pablo Picasso, Le pigeon aux petits pois, 1912.





Zwanen in Westerpark

Let bij de volgende foto’s ook eens naar de rimples in het water.





Plots zagen we de jonge zwaan en een van zijn ouders vlak bij de brug.






Hij is al heel snel.
























De eieren nog toegedekt door het inmiddels stinkende, want rottende hooi. Lekker warm.










Ed Moses

Met zo’n naam moet je wel oppassen dat je niet
te hoge verwachtingen schept.
En ook in dit logje:
Is het abstract of realistische kunst?

P.S.
De kunstenaar zelf zegt dat het niet abstract is!





Ed Moses, #3 Akell, 2010.


Akell schijnt een naam te zijn.





Ed Moses, Atzul, 2007.


Atzul is in ieder geval een naam.





Ed Moses, Blue Nus, 2007.






Ed Moses, No Title, 2007.






Ed Moses, Red, 2009.






Ed Moses, The Red One, 1976-1985.






Ed Moses, Yes, 1999.




Het is niet nodig uit te leggen dat iets in dit werk mij trekt.
Ik zelf vermoed dat het de felle kleuren
en het veelvuldig gebruik van de kleur rood is.
Ook de op bloemen gebaseerde motieven spreken aan.
Doen me een beetje aan Indiaase kunst denken.

Sebastian Goegel



Sebastiaan Goegel, Blumenbild, 2008.





Tot voor kort had ik nog nooit iets gezien van deze kunstenaar.
Los van het werk, waarvan hier een paar voorbeelden zijn te zien,
was het vooral het verhaal van de galerie
dat me deed besluiten hier een log over te maken.

Eerst maar eens het verhaal:

The great philosophical questions are actually banal, says Goegel, because everyone asks them. In fact, the only reason they’re considered ‘great’ is because everyone asks them. In the works of the Leipzig-based artist they are at any rate omnipresent: life and death, becoming and passing, accompanied by the whole panoply of human fears and needs and the states that summon them. They all take – in some cases drastic – shape here, but never in a way that would convey a moral judgement.

Goegel, who also draws, tattoos and sculpts, focuses mainly on creating forms. He then varies and experiments with these forms in a creative process that itself constitutes a kind of material for him, until he has managed to find a pictorial equivalent for the desired atmosphere or mood. What makes Goegel’s works special is that most viewers intuitively recognize their themes, although they would be hard put to describe them.

With a combination of word and image – Goegel always give his works short and telling titles – the artist explains and interprets what is depicted. The fine, mocking humour that often shines through here can be read as a discreet hint to acknowledge the artist’s inadequacies – but not to take them too seriously. The fact that Goegel doesn’t think much of bombastic posturing is obvious both from his above remark on the ‘great philosophical questions’ and from the way he depicts his themes.

Just as one can articulate universal certainties using complex sentence structures in order to lend them an exalted gravity, it is also possible to exaggerate the pathos of basic truths using pictorial means. The chosen theme is then presented with a grand gesture and, most importantly, without any trace of irony. Not so with Goegel.

The rich formal variety and somberly glowing colours of some of his works do indeed make an opulent impression. But upon closer inspection, it becomes evident that these images instead represent extremely incisive metaphors for specific sensations, or that they convey communicative vibrations that are capable of evoking very concrete emotional associations in the respective viewer. It’s an impression similar to when you wake up and can still clearly recall the basic feeling of a dream, but the ‘story’ has already faded.

This is what makes Sebastian Goegel’s artworks as haunting as they are bewildering: primal fears, drives, predilections that we wouldn’t dare to live out in our daily existence are given physical form in these pictures – in a thoroughly personal way for each of us. Because every viewer has his own experiences and conflicts, whose reverberations only he can recognize.







Sebastian Goegel, Existence, 2010.




De Nederlandse vertaling:

De grote filosofische vragen zijn eigenlijk banaal,
zo zegt Goegel, want iedereen stelt die vragen.
Eigenlijk is de enige reden waarom ze de xe2x80x98grotexe2x80x99 vragen genoemd worden
gelegen in het feit dat iedereen ze stelt.
In het werk van de uit Leipzig afkomstige kunstenaar
zijn deze grote vragen in allerlei vormen aanwezig:
leven en dood, aanstormend of gaand,
met alle vormen van menselijke angsten,
vragen en de hoedanigheden waarin ze tot uitdrukking komen.
Ze krijgen allemaal vorm, soms dramatisch, maar zonder een oordeel te vellen.

Goegel die ook tekent, tatoexc3xabert en beelden maakt,
richt zich op het maken van vormen.
Daarmee varieert en experimenteert hij in een creatief proces
dat zich als een soort materiaal vormt tot hij een verbeelding vindt
die de equivalent is van een gewenste atmosfeer of stemming.
Goegels werken zijn zo bijzonder omdat de kijkers intuxc3xaftief
de themaxe2x80x99s herkennen, al kunnen ze die vaak moeilijk beschrijven.

Met een combinatie van woord en beeld licht de kunstenaar
zijn werk toe en interpreteert wat is verbeeld.
Goegel voorziet zijn werken van korte, verhalende titels.
Zijn delicate en spottende humor schijnt door de titels heen
en kan gezien worden als een hint naar de tekortkomingen
van de kunstenaar en om ze niet te serieus te nemen.
Goegel heeft bombastisch gedrag niet hoog staan
en dat wordt duidelijk uit bovenstaande opmerkingen
over de grote filosofische vragen
en uit de manier waarop hij zijn themaxe2x80x99s verbeeldt.

Net zoals iemand universele zekerheden kan uiten,
middels complexe zinsstructuren, om hen een verheven gewicht te verlenen,
zo kan men ook basiswaarheden met overdreven pathos verbeelden.
De gekozen themaxe2x80x99s worden gepresenteerd met grote gebaren
en nog belangrijker, zonder enige ironie.
Dat is niet het geval bij Goegel.

De rijke variatie in vormen en somber glanzende kleuren
op sommige van zijn werken maken een weelderige indruk.
Maar als je verder kijkt wordt het duidelijk dat deze beelden
een uiterst scherpe metafoor vertegenwoordigen voor specifieke sensaties,
of dat ze communicatieve vibraties overdragen
die de mogelijkheid hebben concrete emotionele associaties
op te roepen bij de kijker.
Het is een indruk vergelijkbaar met ontwaken terwijl je nog helder
het basisgevoel van de droom kunt herinneren,
terwijl het xe2x80x98verhaalxe2x80x99 al is vervaagd.

Dat is het wat het werk van Sebastiaan Goegel
zo achtervolgend zowel als verbijsterend maakt:
oerangsten, driften, voorkeuren die je in je dagelijks leven
niet durft najagen, krijgen een fysieke vorm in deze schilderijen
xe2x80x93 voor iedereen persoonlijk te doorgronden.
Omdat iedere kijker zijn eigen ervaringen en conflicten heeft,
wiens echoxe2x80x99s alleen door de kijker kunnen worden herkend.





Sebastian Goegel, Obsession, 2010.





Het verhaal is een marketingverhaal van iemand die de woorden kent
die tegenwoordig in zijn maar het merendeel van de tekst is nietszeggend.
Het komt er op neer dat Goegel schilderijen maakt die iedereen op
zijn of haar eigen manier zal ervaren.
De kunstenaar doet niet meer dan zich laten leiden door zijn materiaal
om tot een sfeerbeeld te komen.
Niet mis mee maar dat kan ook met minder woorden.

Is het abstract of realistische kunst?

Kunstvaria

De afbeeldingen die onder de titel Kunstvaria op mijn web log verschijnen
selecteer ik niet op een bepaald thema.
Voor de vuist weg kies ik uit de afbeeldingen die bij mij
voorbijkomen alle afbeeldingen die me om wat voor reden dan ook aanspreken.
Natuurlijk spelen onbewust daar allerlei elementen in mee:
wat speelt er in de actualiteit;
wat heb ik onlangs gezien;
waar ben ik over aan het lezen enz.

Als gevolg daarvan dringt zich soms een thema op
uit de afbeeldingen.
Deze keer is het de tegenstelling tussen Realisme en Abstracte kunst.
Ook de twee volgende logs over Sebastiaan Goegel en Ed Moses
passen in dit kader.

Geniet!





Albert Anker, Der Schulspaziergang, 1872, Sammlung Christoph Blocher.


Hyperrealisme van bijna 150 jaar geleden uit zwitserland.

Deze kunst uit Zwitserland schijnt in Zwitserland erg populair te zijn.
Nog steeds.





Andrei Lanskoy, Lxe2x80x99abxc3xaeme du soir, 1960.


Prachtige abstracte kleuren en vormen uit Rusland.

Ook een titel die bij de Russische ziel hoort:
de afgrond van de avond.





Boris Grigoriev, Russian man, 1920.


Een ander Rusland, minder abstract, niet minder mooie kleuren.





Carla Arcardi, MovenzeNotturne1991.


Abstract Italiaans.





Dmitri Baltermants, Tchaikovsky, 1945.


Een foto, dus realistisch?

Het thema van deze Kunstvaria had ook gerust Rusland kunnen zijn.





Edouard Manet, Self-Portrait with a palette, 1878.


Impressionisme, de aanloop naar abstracte kunst.





Egyptian bronze and wood, Ibis, 715 – 332 BC.






Giovanni Battista Tiepolo, A family group, late 1750.


Een schets van een familie, niet realistisch of abstract.
Het is geen foto maar we begrijpen wel hoe een schilderij hiervan
er uit zou kunnen zien.





Gustave Courbet, La Vague (de golf), 1869.


Realistisch….maar bij Courbet kan realisme erg shockeren.





Joaquxc3xadn Sorolla y Bastida, Andalucxc3xada the round-Up, 1914.


‘Het lijkt’, maar is het realistisch?





Justin Reyes, Still live with banana, purse and change, vanitas, 2009.


Een foto, dus realistisch?





Large dish, The eight Buddhist precious emblems: bag of plenty, hat of invisibility, flywhisk, sword, pair of books, castanets, fan, 1690 – 1760, Okawachi Kilns.


Prachtig werk van de pottebakker.
Hoe realistisch zijn de acht Boeddhistische voorwerpen
die hier getoond worden?

Ik heb heel wat op het internet gezocht naar deze 8 voorwerpen.
Afhankelijk van het land wordt er een min of meer
dezelfde invulling gegeven aan deze acht voorwerpen.
En de opsomming hierboven geeft maar 7 voorwerpen.
Ik vind tot nu toe deze informatie dus niet betrouwbaar.
Maar een prachtig stuk is het zeker.





Robert Polidori, Louise-Marie-Adxc3xa9laxc3xafde de Bourbon-Penthixc3xa8vre, Duchesse dxe2x80x99Orlxc3xa9ans geschilderd door xc3x89lisabeth-Louise Vigxc3xa9e-Le Brun in 1789, foto uit 2007.


Een foto met daarop een realistisch schilderij.
Een foto, dus realistisch?





Roger Ballen, Culmination, 2007.


Ik weet nog steeds niet waar ik nu precies naar kijk.
Een foto, dus realistisch?





Ryan Gander, The gaga of the visual language, In green and red, 2010.


Abstract zou ik zo zeggen.





Shepard Fairey, Basquiat, 2010.


Zeg het maar.





Syed Sadequain Ahmed Naqvi, Three sitting figures, 1963, Karachi.


Abstract.





Uta Barth, Untitled #1, Detail, 1979 – 1982/2010.


Intrigerend.





Yasumasa Morimura, Angels descending staircase, 1991.


Een foto(montage), dus realistisch?





Yves Klein, Anthropomxc3xa9trie, Le Buffle, 1960 – 1961.


Abstract.