Gouden letters

De proefjes van vandaag zijn bedoeld om de lijm
en het bladgoud uit te testen.
Ik heb al eerder met vergelijkbaar materiaal gewerkt
maar het spul gedraagt zich toch telkens weer anders.
Daarnaast wil ik weten welke van de drie papiersoorten
het best werkt en de mooiste kleur geeft.
De bedoeling is om twee Chinese karakters te schrijven.
De voornaam van een persoon.
De naam schrijf je met ons alfabet: Jinfeng.
Je spreekt dan uit als Djinfung.





De voornaam uit de pc.






De karakters uitgesneden (5 bij 5 centimeter) en voorzien van rode bolus op de achterzijde.






De eerste karakter op papier.






De hele voornaam.


Eigenlijk vallen nu al twee papiersoorten af.
Een van de drie soorten gaat te veel bobbelen
als gevolg van het water in de temperaverf.





Geverfd met temperaverf van rode bolus.






Lijm en goud klaarzetten.






Even een goudblaadje doormidden scheuren.






Lijm aanbrengen.


Op het potje staat dat de lijn kant-en-klaar is.
Maar ik vind hem veel te dik.
Daardoor kun je hem niet goed aanbrengen.
Kunnen details niet goed aangegeven worden.
Ik ga voor het opbrengen van de lijm ook een ander kwastje kopen.
Dit is niet goed voor je penseel.





Goud aanbrengen, aandrukken en er af wrijven.


De lijm moet veel langer drogen dan ik gewend was
met de lijm die we op de cursus gebruikten.
Als je te snel het goud gaat wrijven ontstaan er gaten op plaatsen
waar dat niet de bedoeling is.





Drogen in de zon.


Niet alles is perfect gelukt
maar het was het doel van deze test om uit te vinden
wat werkt en wat niet.
Proef geslaagd.



Kunstvaria

Vandaag een aantal voorbeelden van Trompe l’oeuil (gezichtsbedrog)
maar vooral heel veel mooie kleuren!


Alfred Wertheimer: Elvis, washroom, no towels, 1956.

De eerste afbeelding past dan gelijk niet in mijn introductie.
De foto is van een echte gebeurtenis en in zwart-wit.
Ik ben altijd wat huiverig van foto’s van beroemde personen.
Maar het verhaal bij deze foto maakt het toch heel bijzonder.

Eigenlijk is dit wel een trompe l’oeuil.
Als je de foto ziet denk je dat de grote zanger alvast aan het oefenen is
voor zijn optreden dat elk moment kan beginnen.
Niets is minder waar.

Photojournalist Alfred Wertheimer was hired by RCA Victor in 1956 to shoot promotional images of a recently signed 21-year-old recording artist, Elvis Presley. Wertheimer’s instincts to ‘tag along’ with the artist after the assignment and the resulting images provide us today with a look at Elvis before he exploded onto the scene and became one of the most exciting performers of his time. ‘Elvis at 21: Photographs by Alfred Wertheimer’

Alfred Wertheimer was in 1956 ingehuurd
door de platenmaatschappij RCA Victor
om promotiefoto’s te maken van een onlangs gecontracteerde artiest.
Elvis Presley was toen 21 jaar.
Wertheimer ging niet alleen naar de optredens van Elvis maar
ging met hem mee na zijn optreden en raakte zo verzeild in de trein.
Elvis had al een lange tijd in de trein gezeten (meer dan 20 uur),
ging zich wassen maar kwam toen tot de ontdekking dat hij
zijn handen niet kon afdrogen: geen handdoeken.
Hij sloeg het water van zijn handen en dat is het moment
dat je hier op deze foto ziet.


Anish Kapoor, C-Curve, 2007.

Okay ik ben bevooroordeeld.
Anish Kapoor is van Indiase afkomst. Geboren in Bombay.
Maar kijk een hoe prachtig het gras reflecteert in dit werk.


Paulus van den Bosch (voorheen toegeschreven aan Barend van der Meer), Druiven voor een nis, 17e eeuw.

Kunstbus:

Trompe l’oeuil (of trompe l’oeil) (Frans: gezichtsbedrog) schilderkunstige truc waarbij iets zo levensecht wordt afgebeeld dat de toeschouwer denkt dat het echt is, dat ze een illusie van echtheid oproepen. Voorwaarde voor succesvol bedrog is de beheersing van naturalistische precisie, perspectief, dat wil zeggen de weergave van een eenduidig te interpreteren ruimte, gecombineerd met een consequent uitgewerkte belichting, schaduwen. Een trompe l’oeil is gebonden aan de wetten van het in de ruimte aanwezige perspectief. Dat geeft dan meteen het verschil tussen een trompe l’oeil en een wandschildering aan. Een trompe l’oeil betreft vaak een uitbreiding van een bestaande situatie, een extra deur of raam, een meubelstuk, een extra zaal.Zeuxis en ParrhasiosHet verhaal luidt dat Parrhasios en Zeuxis een wedstrijd hielden: Zeuxis kwam met een schilderij dat druiven voorstelde, zo natuurgetrouw geschilderd dat de vogels erop afkwamen. Parrhasios toonde toen een schilderij van een linnen doek, zo bedrieglijk natuurlijk dat Zeuxis – nog vol trots over het oordeel van de vogels – eiste dat nu eindelijk dat doek eens zou weggenomen worden en het schilderij getoond. Toen hij zijn dwaling bemerkte, kende hij met oprechte schaamte de prijs aan de ander toe; hij immers had vogels misleid, maar Parrhasios hem, een schilder!


Claude Monet, Le Palais Contarini, Venise, 1908. Over kleuren gesproken!


Cornelis Saftleven, Kattekop, 1666.

Leuk om ergens onderaan je deur te hangen als luikje.
Dan moet je dat wel doen zonder die zwarte lijst.
Trompe l’oeuil


Ernst Ludwig Kirchner, Six dancers, 1911.


Henry Matisse, The blue eyes, 1935.


Inuit (Kalalliit) people, Wooden box, Eastern Greenland, Angmassalik, circa 1890.

Houten kist afkomstig van de Groenlandse Inuit-bevolking.


Man Ray, The rope dancer accompanies herself with her shadows, 1916.


Mauricio Marat, Teotihuacan.

Het is ook crisis in de kunstwereld.
Je merkt dat aan de berichtgeving over kunst.
Maar er is ook Mexicaanse griep.
De musea in Mexico zijn veel actiever dan voorheen.
Ze laten zich van hun beste kant zien.
Per week verschillende persberichten terwijl het anders een heel jaar rustig kon zijn.
Dit is gewoon een heel mooie foto.


Pere Borrell del Caso, Fuggendo dalla critica, 1874.

Op de vlucht voor de critici.
Trompe l’oeuil


Rare gold coin Roman emperor Carausius.

In Engeland zijn deze twee gouden munten gevonden.
Het betreft munten met de afbeelding van Keizer Carausius.
Overigens was die niet keizer van het hele Romeinse rijk.
Hij was de baas in Gallie en dat deel van Engeland dat door de Romeinen is bezet.

Wikipedia:

Marcus Aurelius Mausaeus Carausius (ovl. 293) was een Romeins heerser en onrechtmatig koning van Brittannie en noord Gallie. Carausius die zijn bekwaamheid had bewezen in Maximianus’ veldtocht in Gallie in 286. Als gevolg daarvan werd hij commandant van een vloot die haar thuishaven in het Engelse Kanaal had, met als verantwoordelijkheid het uitschakelen van de Frankische en Saksische piraten die de kust onveilig maakten. Klaarblijkelijk maakte Carausius er gewoonte van de aldus verkregen buit voor zichzelf te houden, en te gebruiken voor het rekruteren van voormalige piraten als scheepsbemanning. Maximianus zag Carausius als een bedreiging, en verordende zijn dood. Carausius echter kwam achter deze plannen, en reageerde door zichzelf tot keizer uit te roepen, en kreeg daarin de steun van de drie Romeinse legioenen in Brittannie, en in Gallixc3xab.

Rare gold coin Roman emperor Carausius.


Sea Hyun Lee, Between Red-46, 2008.

Van een afstand een soort gekantelde lipstick zoenen.

Sea Hyun Lee, Between Red-87, 2008.


Six Mandalas, Central Tibet, Lhasa, 1665.

Waarschijnlijk bega ik hier een grote zonde.
De afbeelding is door mij gekanteld.
Het is namelijk een heel brede afbeelding.
Maar door de geometrische figuren te kantelen
zie je ze beter maar verlies je gelijktijdig allerlei symboliek
die te maken heeft met noord en zuid, boven en onder ed.
Ik zeg het maar even.


Tiziano Vecellio, Filippo Archinto, circa 1556 – 1558.

Trompe l’oeuil

Dit schilderij van Titiaan is er een van een duo.
Fillippo Archinto was opgeleid als jurist en ging werken bij het Vaticaan
onder Paus Paulus III.
Hij nam deel aan het concillie van Trente en was betrokken
bij de heiligverklaring van de Heilige Ignatius Loyola.
In 1553 werd hij door de opvolger van Paulus III, Julius II
benoemd totP auselijke Nuntius in Venetie (ambassadeur).
In 1556 werd hij benoemd tot Aartsbisschop van Milaan maar
was niet in staat dit ambt ook werkelijk te effectueren.
Door lokale tegenstand was hij gedwongen om buiten Milaan te verblijven.
In 1558 overleed hij in Bergamo.
Er is een schilderij van Archinto in vol ornaat en in het volle zicht.
En er is dit schilderij. Zeker ook van Titiaan.
De betekenis is niet helemaal duidelijk maar hij heeft zijn ambt natuurlijk
maar half kunnen bekleden.
Ik vond dit voorbeeld bovendien zo mooi passen bij het verhaal over Parrhasios.
Een deel van deze informatie is afkomstig van de website
van The Metropolitan Museum of Art (Archinto zonder gordijn).
De website van het Philadelphia Museum of Art (Archinto met gordijn)
zegt het volgende:

The unusual portrayal of this man can be explained by facts known about his life. Archinto was appointed archbishop of Milan in 1556, but political troubles prevented his taking possession of the post. The veil obscuring him from view stands for these difficulties. The episcopal ring, which the artist carefully reveals just outside the veil, symbolizes Archinto’s legal right to office.


Wassily Kandinsky, Krass und Mild (Dramatic and mild), 1932.


Ter voorbereiding van mijn trip naar China





Chinees voor Dummies.




Ik wil de taal niet echt leren maar voor de gein.
Misschien pik ik een paar uitdrukkingen op die me kunnen helpen.
En het geeft me wat te doen totdat ik ga.

Wat ik er tot nog toe van gezien heb
zijn voor een Westerling de verschillende tonen het grootste probleem.
Schrijven moeten we niet eens proberen als je maar
zo’n korte tijd hebt als ik.

Gelezen: Rampjaar 1672

De afgelopen weken heb ik het boek ‘Rampjaar 1672’ gelezen.
Het is geschreven door Luc Panhuysen.
Het is een heel mooi boek.
Het beschrijft een complexe situatie in de Nederlandse,
of beter gezegd, West-Europese geschiedenis.

Frankrijk (Lodewijk XIV) doet een poging de Republiek
(zeg maar de voorloper van Nederland) te bezetten.
Slaagt daar grotendeels in: Maastricht wordt bezet,
maar ook bijvoorbeeld Utrecht.
De republiek kan zich alleen maar staande houden
door een groot deel van het land onder water te zetten.
Van Naarden, langs Woerden tot aan ten zuiden van Gorinchem.
Onze legeraanvoerder was Willem III.
Lodewijk ging dwars door de Spaanse Nederlanden
(zeg maar Belgie en Luxemburg) en viel ook Duitse
graafschappen, bisdommen enz aan.
Engeland rook zijn kans en probeerde Zeeland, Zuid en Noord Holland
te bedreigen door de Nederlandse vloot aan te vallen.
Zweden deed mee, Spanje en ook Oostenrijk.

Toen ik op school geschiedenis kreeg
heb ik er nooit iets van begrepen.
Het verhaal is ook niet eenvoudig maar wel heel leerzaam om te lezen.
Het vertelt veel over ons verleden en net zoveel over
de onbegrijpelijke conflicten waar religie zo’n belangrijke rol speelt.
Conflicten waar je iedere dag over hoort op radio en tv.

Waarom vond ik het nou zo’n goed boek?
Luc Panhuysen is een goed verteller.
Hij kiest een perspectief op het conflict dat er voor zorgt
dat je het verhaal wordt ingezogen.
Terwijl ik er over dacht moest ik gelijk denken
aan de boeken van Barbara Tuchman.
Ook zij koos altijd heel zorgvuldig het perspectief, de hoofdperoon
van haar verhalen.

In het geval van het ‘Rampjaar 1672’ werkt dat als volgt.
Het boek heeft de brieven tussen drie leden van een gezin als uitgangspunt.
Vader (van Reede) is een invloedrijke regent in de provincie Utrecht
en de ambassadeur die een verdrag aangaat met een Duitse vorst.
Hij verblijft dus tijdens de oorlog in Duitsland.
Die vorst begint een aanval op Franktijk die in werkelijkheid niet meer
dan een afleidingsmanoeuvre is.

De moeder is de kasteelvrouwe in Utrecht die op de vlucht moet
met personeel en huisraad voor het oorlogsgeweld.
Ze woont in Amsterdam en Den Haag en heeft goede connecties
dicht bij en zelfs met Willem III.
Ze vertegenwoordigt het volk in de bezette Republiek.

De zoon is een militair die deelneemt aan een aantal veldtochten
en de verdediging van de waterlinie.

Alle drie hebben hun eigen activiteiten die veel met de oorlog van doen hebben
en waarover ze in hun brieven aan elkaar schrijven.
Daardoor ontstaat een spannend verhaal en inzicht in de
politieke, economische, maatschappelijke en oorlogsrealiteit.
Dat alles zonder dat het moeilijk of droog wordt.
Integendeel het is spannend en interessant.
Zoals een goed geschiedenisboek moet zijn.





Luc Panhuysen, Rampjaar 1672.






Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid.


The march of folly.



Dit boek van Tuchman heeft een heel andere indeling.
Het vertelt verhalen van Troje tot aan Vietnam
en toont aan dat mensen toch steeds weer foute beslissingen nemen
met verschrikkelijke gevolgen.
Maar haar insteek in al haar boeken is steeds dat het boek
niet alleen de juiste historische gegevens moet bevatten
maar dat het verhaal ook goed verteld moet worden.