– over onder andere Benin – Benin City – Edo‑volk – Nigeria –
De naam Benin verwijst vandaag naar twee
totaal verschillende werkelijkheden.
Om het Koninkrijk Benin en de kunst van het Edo‑volk goed te begrijpen,
is het essentieel dit onderscheid scherp te houden.
Benin City ligt in het zuiden van Nigeria en is de historische hoofdstad
van het Koninkrijk Benin.
Hier wonen de Edo‑mensen (ook wel Bini genoemd),
de makers van de beroemde hofkunst die in musea wereldwijd wordt bewaard.
Hun taal heet Edo, en hun koningschap
— met de Oba als ritueel en politiek middelpunt —
vormt de kern van de cultuur waarin de Benin‑kunst is ontstaan.
Het moderne land Benin, dat ten westen van Nigeria ligt,
heeft daarentegen geen historische band met het Edo‑volk of met Benin City.
Het heette tot 1975 Dahomey; de nieuwe naam werd gekozen
om een neutrale nationale identiteit te creëren,
verwijzend naar de Baai van Benin, niet naar het historische koninkrijk.
Daarom geldt: Benin City en het Edo‑volk horen bij Nigeria;
het land Benin deelt alleen de naam.
In mijn eerste bericht heb ik geprobeerd de historische context te schetsen
van de Ogiso en Eweka dynastie en de structuur van het hof en de gilden,
dat samen de machtsstructuur vormde.
Daarbij ben ik uitgegaan van de tekst van Osaisonor Gedfrey Ekhator-Obogie
uit de catalogus.
Het tweede aspect dat van belang is om meer te begrijpen
van de Benin Bronzes en hun rol, is de religie.
De religieuze en kosmologische context
De Edo‑oppergod is één goddelijke bron, maar wordt
in verschillende rituele, sociale en poëtische contexten anders aangesproken.
Namen als Akpame, Osanobua, Oriole, Udazi, Okodudu, Oghodua en Ohovba
zijn daarom geen afzonderlijke goden en ook geen “avatars”
zoals in het hindoeïsme, maar lofprijzende aanspreektitels
die elk een ander aspect van dezelfde oppergod benadrukken.
Osanobua, de maker van de wereld, is de meest gebruikte naam
in kunsthistorische context.
In de Edo‑kosmologie staat Osanobua bovenaan als oppergod
en bron van alle andere godheden.
Onder hem bevinden zich de hogere spirituele wezens,
aangeduid met de Edo‑term erinmwin nohuanrne.
Deze term betekent letterlijk “de hogere geesten”
en verwijst naar de categorie van bovennatuurlijke wezens
onder Osanobua, maar boven de voorouders.
Tot deze groep behoren onder meer Olokun, Esu, Ogun, Iso en Oto.
Osanobua zelf behoort niet tot deze categorie.
Daaronder volgen de vergoddelijkte voorouders (Ihen)
en vervolgens de gewone voorouders,
die samen de basis vormen voor de praktijk van voorouderverering.
Binnen deze hiërarchie neemt Olokun, de oudste zoon van Osanobua
en god van rijkdom, overvloed en de zee, een bijzondere plaats in.
Hoewel hij niet de hoogste god is, is hij wel de meest vereerde
en in het dagelijks ritueel de meest aanwezige godheid.
Vrijwel elk huishouden heeft een aan Olokun gewijd altaar.
Olokun is “de koning der wateren” (Oba n’Amen),
terwijl de Oba van Benin wordt beschouwd als zijn aardse tegenhanger,
“de koning van het land” (Oba n’Oke).
De Oba geldt als een half‑goddelijk wezen binnen deze kosmologie.
Net als de aardse koning heeft Olokun zijn eigen entourage:
waterdieren zoals krokodillen, pythons, kikkers en vissen fungeren
als zijn boodschappers en verschijnen daarom vaak in de kunst van Benin.
Met deze religieuze en kosmologische achtergrond wordt duidelijk
hoe sterk de wereld van Benin is doordrongen
van relaties tussen goden, voorouders en koningschap.
Binnen die bredere structuur krijgt het object
dat het museum heeft teruggegeven,
Ama O Ghe Ehen, zijn betekenis.
Er zijn discussie gaande over de exacte vissoort die aan de basis ligt van de visplaquette in dit bericht. Het zou bovenstaand dier kunnen zijn of een dier dat hier op lijkt. Adult male Mudskipper, Periophthalmus spp, territorial display at low tide, Bako National Park, Sarawak, Borneo, Malaysia, Asia, © lookphotos, photographer: Robert Harding.
In het vervolg tonen we het gerestitueerde werk
aan de hand van foto’s die ik in het museum maakte,
aangevuld met twee beelden uit de perskit.
Ama O Ghe Ehen
Ama O Ghe Ehen is een enkele bronzen plaat, dun en rechthoekig,
die oorspronkelijk met vier schroeven op een houten drager was bevestigd.
Deze houten plaat is nog steeds aanwezig en lag tijdens de tentoonstelling
apart in de vitrine.
Voor de presentatie is de bronzen plaat tijdelijk vrijhangend getoond,
waardoor zowel de voor- als de achterzijde zichtbaar werd.
Dezelfde foto als de eerste maar gedraaid zodat details beter zichtbaar zijn.
De foto uit de perskit van De Fundatie gemaakt door Martijn Schmidt.
Voorzijde
De voorzijde toont een gestileerde vis, uitgevoerd in laag reliëf
en fijne lijngravure.
De vis is langgerekt, met een duidelijke kop,
ritmisch geordende schubstructuur en nauwkeurig gegraveerde vinnen.
De vorm is geometrisch opgebouwd, met herhaalde lijnen
en patronen die de contour versterken.
De laatste foto is opnieuw een foto uit de perskit, gemaakt door Martijn Schmidt.
De kop van de vis vormt het visuele centrum.
De ogen zijn uitgewerkt als twee ronde, knopvormige uitstulpingen
die boven het oppervlak liggen.
De open bek is als een eenvoudige, geometrische uitsparing weergegeven,
waardoor de kop een compacte, bijna architectonische helderheid krijgt.
Rond de vis loopt een omlijsting van gestileerde waterlelie‑motieven,
bestaande uit vier symmetrische lobben rond een kleine centrale cirkel.
De typering ‘waterlelie’ neem ik over uit de catalogus.
Deze motieven structureren het beeldveld en geven de plaat
een ritmische, decoratieve rand.
Achterzijde
De achterzijde toont de uitholling die ontstaat bij de verloren‑was‑techniek.
Omdat de gieter zo min mogelijk brons gebruikte,
volgt de binnenzijde de negatieve contouren van de vis
en de omlijstende zones.
De decoratieve details zijn pas na het gieten met de hand
in het oppervlak gegraveerd en liggen daarom uitsluitend aan de voorzijde;
op de achterkant zijn ze niet zichtbaar.
De vier bevestigingsgaten in de hoeken tonen hoe de plaat
op de nog aanwezige houten drager werd vastgezet
— dezelfde drager waarop het object na de tentoonstelling
weer wordt teruggeplaatst voor de reis naar Nigeria.











