Boekbespreking van een graphic novel

DossierRestitutieDocumenterend

Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Inleiding

Ik koos Twee Naakte Meisjes niet omdat ik de geschiedenis kende.
Integendeel: ik wist niets van de Littmann‑collectie,
niets van de herkomst van het schilderij,
niets van de rol die Otto Mueller of Museum Ludwig in dit verhaal speelden.
Ik kocht het boek zoals ik wel vaker stripverhalen koop:
eens in de zoveel tijd, meestal rond een langer weekend,
loop ik een vaste winkel binnen, kijk waar de nieuwe titels liggen
en kies op basis van een paar vluchtige indrukken vijf of zes boeken uit.
Deze keer was dat tijdens carnaval.
Twee naakte meisjes zat ertussen.
De tekenstijl viel op, maar was niet doorslaggevend.
De tekenaar kende ik niet.
Wat me trok was iets anders: een verhaal over kunst en nazi’s
— een combinatie die altijd beladen is, maar waarvan je nooit weet
welke kant het opgaat.
Pas tijdens het lezen, via de getuigenis van het schilderij zelf,
begon de geschiedenis zich te ontvouwen.
Luz zorgde ervoor dat ik het verhaal niet koos,
maar dat het verhaal míj koos.

IMG_9052Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjes

Luz (Rénald Luzier), Deux Filles Nues / Twee Naakte Meisjes.


Een graphic novel over een schilderij dat getuige wordt

Wat Luz doet in Twee Naakte Meisjes is opmerkelijk:
hij laat een schilderij spreken.
Niet als trucje, maar als een manier om een eeuw geschiedenis te tonen
door de ogen van een object dat nooit heeft kunnen wegkijken.
Dat perspectief krijgt extra gewicht wanneer je weet wie Luz is.
Als overlevende van de aanslag op Charlie Hebdo
tekent hij sindsdien met een scherp bewustzijn
van geweld, vernedering en de kwetsbaarheid van beelden.
In dit boek voel je die onderstroom voortdurend:
het schilderij is geen personage, maar een getuige — net als Luz zelf.

Een werk dat ruimte laat voor verrassing en verbeelding

Opvallend is dat Luz niet kiest voor een beroemd werk
van Kirchner, Beckmann of Kandinsky
— kunstenaars die veel bekender zijn en die ook prominent aanwezig waren
in de tentoonstelling Entartete Kunst.
Hij kiest voor Twee naakte meisjes (1919) van Otto Mueller,
een schilderij dat buiten kunsthistorische kringen nauwelijks bekend is.
Dat is geen toeval.
Een iconisch werk draagt een hele geschiedenis van interpretaties met zich mee;
het is al “bezet” door kunsthistorische stemmen.
Maar er speelt nog iets anders: het verrassingseffect.

IMG_9053Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijZietSchilder

Het schilderij ziet de schilder aan het werk.


Luz laat het schilderij namelijk ontstaan in de eerste pagina’s.
Je ziet de wereld door de contouren van wat, stukje bij beetje,
Twee naakte meisjes gaat worden.
Het schilderij wordt opgebouwd terwijl jij kijkt.
En in de rest van het boek zie je het schilderij nooit:
je kijkt steeds door het schilderij naar de wereld.
Pas helemaal aan het eind, als een soort bijlage,
tekent Luz het schilderij na.
Dat werkt alleen als het werk niet al vanaf bladzijde één in je geheugen zit.
Bij een beroemd schilderij zou dat effect volledig verdwijnen
— je zou het beeld al kennen, en de onthulling zou geen onthulling meer zijn.
Een minder bekend werk laat dus niet alleen ruimte voor verbeelding,
maar maakt Luz’ vertelstrategie überhaupt mogelijk.

LuzRénaldLuzierJeSuisCharlie

Rénald Luzier met de door hem getekende Je suis Charlie-voorpagina.


Een visuele dialoog tussen twee kunstenaars

Die stilistische resonantie is een van de sterkste elementen van het boek.
Mueller omtrekt zijn figuren vaak met een donkere, zachte contourlijn
— een kenmerk dat past bij zijn expressionistische stijl,
waarin vorm en emotie elkaar versterken.
In Twee naakte meisjes is die zwarte lijn heel duidelijk aanwezig:
ze houdt de lichamen bijeen, geeft ze gewicht,
en scheidt ze subtiel van de matte achtergrond.

Luz neemt precies dat element over.
Zijn figuren
— zowel in deze graphic novel als in zijn beroemde Je suis Charlie-voorpagina —
worden eveneens door een zwarte lijn gedragen.
Bij Luz is die lijn soms nerveus, soms stevig, soms trillend van energie.
Bij Mueller is hij rustiger, maar even onmisbaar.
Door die lijn over te nemen, ontstaat een visuele echo:
het is alsof Luz het schilderij niet alleen vertelt,
maar ook in zijn eigen handschrift binnenlaat.
Het is geen imitatie, maar een vorm van empathisch tekenen
— een manier om het schilderij als personage serieus te nemen.

De paginering‑paradox

De Nederlandse editie heeft een merkwaardige, bijna ironische eigenschap:
het boek heeft geen paginanummers, maar wél een index
van kunstenaars en kunstwerken mét paginanummers.
Dat voelt niet als een fout, maar als een vormkeuze die spanning oproept.
De index suggereert een overzichtelijke, navolgbare structuur
— precies wat je van een boek over kunstgeschiedenis zou verwachten.
Maar zodra je gaat lezen, merk je dat die orde ontbreekt:
je kunt niets terugvinden, je kunt niet verwijzen,
je kunt niet “terugbladeren naar pagina 42”.

Die spanning past opvallend goed bij de manier waarop Luz het verhaal vertelt.
Het schilderij ontstaat stukje bij beetje,
de geschiedenis ontvouwt zich in fragmenten,
en de lezer wordt voortdurend gedwongen om zich te oriënteren
zonder vaste ankerpunten.
De afwezigheid van paginanummers versterkt dat gevoel.
Het boek weigert de illusie van overzichtelijkheid
— precies zoals restitutiegeschiedenis dat ook doet.

Maar het kan natuurlijk ook gewoon een fout van de drukker zijn.

Kleine verschillen die veel zeggen

Wie het boek nauwkeurig leest, merkt dat sommige feiten schuiven.
Een ruil wordt op de ene pagina beschreven als 22 werken, elders als 25.
De aankoop van het schilderij door Museum Ludwig
wordt in het ene hoofdstuk voorafgegaan door een bod op 6 december 1999,
terwijl de museumgids in het verhaal 2000 als aankoopjaar noemt.
Dat zijn geen fouten, maar het gevolg van hoe kunsttransacties verlopen:
onderhandelingen beginnen vaak met een groter aantal werken
of andere voorwaarden, en pas later wordt een definitieve overeenkomst bereikt.
Zonder context voelt dat verwarrend,
maar het is precies hoe herkomstgeschiedenis eruitziet:
fragmentarisch, bureaucratisch, soms inconsistent.

IMG_9054Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesEntarteteKunst

Het schilderij ziet de tentoonstelling Entartete kunst (ontaarde kunst) in München en de andere steden.


De gids, de chronologie en de historische werkelijkheid

In het boek zien we een museumgids die het schilderij uitlegt aan bezoekers. Haar verhaal is helder, afgerond, institutioneel.
De chronologie die Luz tekent is rommeliger, subjectiever, voller gaten.
En de historische werkelijkheid zit daar weer tussenin.
Zo schrijft de directeur van Museum Ludwig in het nawoord dat het werk
in 1937 onderdeel was van de tentoonstelling Entartete Kunst in München.
Dat is goed mogelijk
— vier Mueller‑werken uit de Littmann‑collectie hingen daar zeker —
maar de archieven van die tentoonstelling zijn onvolledig.
Voor Twee naakte meisjes is geen sluitend bewijs bewaard.
Luz kiest er toch voor om het schilderij die ervaring te geven.
Niet als verzinsel, maar als een plausibele en moreel waarachtige reconstructie
van wat het werk heeft kunnen meemaken.

De kracht van het boek ligt precies in die spanning

Twee naakte meisjes beweegt tussen drie waarheden:

  • de historische waarheid, die fragmentarisch is
  • de museale waarheid, die afgerond wordt gepresenteerd
  • de artistieke waarheid, die lacunes opvult waar archieven zwijgen

Voor een lezer die gevoelig is voor nuance kan dat schuiven verwarrend zijn.
Maar juist die spanning maakt het boek waardevol
binnen een restitutiekader.
Het laat zien hoe een kunstwerk niet alleen een object is
dat verdween en terugkeerde, maar een getuige van vernietiging,
bureaucratie, ideologie en overleving.
En het laat zien hoe kunstenaars, musea en historici
elk op hun eigen manier proberen die geschiedenis te vertellen
— nooit volledig, maar altijd met overtuiging.

Een overzicht van de geschiedenis waarvan Twee Naakte Meisjes
getuige was:
1919
Otto Mueller schildert het schilderij.
1923
Hyperinflatie in Duitsland.
1925
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door de joodse advocaat Ismar Littman.
1929
Beurskrach New York.
1930
Otto Mueller overlijdt.
1933
Ismar Littman wordt uit de advocatuur geschrapt.
1934
Ismar Littman overlijdt als gevolg van een zelfmoordpoging.
Zijn vrouw Käthe besluit de collectie kunst te verkopen
om schulden af te lossen en de vlucht uit Duitsland te kunnen bekostigen.
1935
2 dagen voor een veiling van het werk van Mueller
worden 64 werken in beslag genomen door de Gestapo.
Uiteindelijk worden 11 werken gekozen voor de verkoop, de rest vernietigd.
1937
Twee naakte meisjes wordt opgenomen in de nazi propaganda-tentoonstelling
Entartete kunst in München,
samen met 730 andere werken van diverse kunstenaars.
De tentoonstelling gaat dan ook op tournee:
Berlijn, Leipzig, Düsseldorf, Salzburg enz
1939
Twee naakte meisjes wordt geselecteerd voor een internationale veiling in Luzern
(Zwitserland). 4000 werken worden niet geselecteerd en vernietigd.
1941
Hildebrand Gurlitt (kunsthistoricus en kunsthandelaar)
ruilt een werk uit zijn collectie voor 22 eigentijdse werken waaronder
Twee naakte meisjes van Otto Mueller.
1942
Twee naakte meisjes wordt aangekocht door advocaat Josef Haubrich.
1944
Alica Haubrich (vrouw van) pleegt zelfmoord na oproep van de Gestapo
1946
Haubrich krijgt collectie terug uit opslag en schenkt de collectie
aan de stad Keulen die het onderbrengt
bij wat in 1976 Museum Ludwig zal gaan heten
Voor 1999
Een van de kinderen van de familie Littman, mevr Ruth Haller,
begin de restitutiezaak
1999
Het werk wordt teruggegeven aan de familie Littman.
Eind 1999
Het werk wordt van de familie Littman gekocht
door Museum Ludwig.
2001
Het werk krijgt een vaste plaats in de collectie van het museum.

* Niet alle informatie in bovenstaand overzicht kon ik valideren.

IMG_9055Luz(RénaldLuzier)DeuxFillesNuesTweeNaakteMeisjesSchilderijBekijktLothar

Het schilderij ziet een hedendaakse toeschouwer in Museum Ludwig, indirect staat die toeschouwer voor ons allemaal.


Het leed achter het schilderij

Door mijn focus op het boek, de tekenstijl, de vertelkeuzes
en de historische details dreigt iets anders uit beeld te verdwijnen:
het menselijke leed dat aan dit verhaal voorafgaat.
Twee naakte meisjes is een schilderij dat door de geschiedenis is gesleept,
maar het werk zelf heeft niets geleden.
De mensen wel.
De Littmann‑familie verloor niet alleen kunst, maar ook waardigheid,
veiligheid, toekomst.
De betrokken handelaren, musea en functionarissen bewogen zich
in een grijs gebied van opportunisme, wegkijken en soms actieve medewerking.
Restitutie gaat — zeker in situaties rond de Tweede Wereldoorlog —
in eerste instantie niet over objecten, maar over erkenning.
Over het benoemen van onrecht, het erkennen van schuld,
het herstellen van waardigheid waar dat nog kan,
en het kijken naar de toekomst met de vraag:
hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt?
In die zin is Luz’ keuze om het schilderij te laten spreken
niet alleen een artistieke vondst, maar ook een morele uitnodiging.
Het werk kijkt terug op een eeuw geschiedenis,
maar wij moeten verder kijken dan het werk.
Het gaat uiteindelijk niet om het schilderij dat terugkeerde,
maar om de mensen die nooit meer terugkwamen.


Restitutie: symboliek en verlies

DossierRestitutieDocumenterend

Over verschillende soorten restitutie

NederlandsDagbladPausLeoRestitutieCanada

Nederlands Dagblad. Het artikel mocht ik niet lezen of ik moest betalend lid worden….


Afgelopen weekend kondigde het Vaticaan een restitutie aan.
Het gaat om 62 objecten die worden teruggegeven
aan inheemse gemeenschappen in Canada

NOSRestitutieCanada 01NOSRestitutieCanada 02NOSRestitutieCanada 03

De NOS was goedkoper voor me.


Dit soort berichten laat zien dat er
verschillende soorten restitutie zijn te onderscheiden:

Institutionele gebaren

Vaak gaat het om objecten die al generaties in museale depots lagen.
Hun terugkeer betekent geen wezenlijk verlies
omdat ze niet tot de kern van de collectie behoren.
Het gebaar is vooral een ritueel gebaar,
vooral symbolisch en diplomatiek.

Voorbeelden:

  • De teruggave van 62 voorwerpen van het Vaticaan aan Canada
  • De Nederlandse Staat gaf onlangs een beeld
    dat niet tot een Nederlandse verzameling behoorde,
    maar op de Tefaf te koop werd aangeboden,
    terug aan Egypte.

Kunstwerken met marktwaarde

Hier speelt niet alleen symboliek, maar ook economische en ook culturele waarde.
Een schilderij in een museum is een publiekstrekker,
een deel van de identiteit van de instelling.
Het teruggeven voelt dan als een verlies, en
leidt vaak tot felle discussie.

Voorbeelden:

  • Het Stedelijk Museum Amsterdam heeft in juni 2024 het schilderij
    Odalisque (1921/1922) van Henri Matisse teruggegeven
    aan de nazaten van de Joodse textielondernemer Albert Stern.
    Het werk werd in 1941 onder dwang verkocht tijdens de bezetting en
    is een duidelijk voorbeeld van nazi-roofkunst.
  • Het Stedelijk Museum heeft Bild mit Häusern (1909) teruggegeven
    aan de erfgenamen van de Joodse familie Lewenstein.
    Het doek was in oktober 1940 verkocht onder dwang van het naziregime.

Nationaal erfgoed

Dit raakt direct aan koloniale geschiedenis en machtsverhoudingen.
Het gaat niet alleen om objecten, maar ook om de erkenning van
uitbuiting en ongelijkheid.
De teruggave heeft een zware politieke en morele lading.

Voorbeelden:

  •  Nederland heeft in september 2024 288 objecten teruggegeven aan Indonesië.
    Waaronder goud, sieraden, munten en wapens uit Bali,
    plus vier hindoe-boeddhistische beelden uit Java.
  • Op 19 februari 2025 heeft Nederland 119 Benin Bronzen teruggegeven aan Nigeria:
    113 objecten uit de Rijkscollectie en 6 uit de collectie van Rotterdam.
    Deze stukken waren in 1897 geroofd tijdens de Britse strafexpeditie
    tegen het Koninkrijk Benin en kwamen via handel en musea in Nederlandse collecties terecht.

De teruggave aan Canada is een goede zaak,
maar vooral een diplomatiek gebaar.
Daar is niets mis mee.
Wereldwijd blijven veel restitutiezaken onopgelost
omdat ze te pijnlijk worden gevonden.
De actie van de Paus verandert daar niets aan.

Terug naar Egypte: een beeld, het verdrag, een vraag

DossierRestitutieDocumenterend

Over de kloof tussen internationale richtlijnen en praktische restitutie

IMG_8027NOSTeletekst

Het eerste bericht dat ik las over de teruggave: Teletekst.


Afgelopen week kondigde de Nederlandse regering aan dat
er een beeld van een ambtenaar van Thoetmosis III
terug aan Egypte wordt gegeven.
Het was geen toeval dat de aankondiging juist nu plaatsvond.
In Egypte werd vorige week de opening gevierd van het nieuwe
Grand Egyptian Museum in Cairo.
Het oude museum in het centrum van de stad was niet groot genoeg
en de bezoekersdruk op het gebouw was enorm.

IMG_8028NiNL01IMG_8029NUNL02

Het past mooi in de serie Dossier Restitutie.
Het is immers weer een voorbeeld van restitutie.
De opmerking die me het meest opviel in de nieuwsberichten
was de volgende:
‘Nederland zegt zich te houden aan het Unesco-verdrag uit 1970.
Dat betekent dat Nederland zich inzet om onrechtmatig uitgevoerd erfgoed
terug te geven.’

IMG_8030NUNL03IMG_8031NUNL04

Over dezelfde teruggave schreef Nu.nl bovenstaand artikel.


IMG_8032NRCMobiel01IMG_8033NRCMobiel02IMG_8034NRCMobiel03IMG_8035NRCMobiel04

Dit was het artikel van het NRC.


Nu ben ik al een tijd bezig met restitutie en ik heb behoefte
aan een overzicht van de verdragen, afspraken en richtlijnen:

Washington Principles (1998)

Volledige naam:
Washington Conference Principles on Nazi-Confiscated Art

Doel:
Richtlijnen voor restitutie van door de nazi’s geroofde kunst

Kernpunten:
Kunst die door de nazi’s is geroofd en niet is teruggegeven moet worden geïdentificeerd
Archieven moeten toegankelijk zijn voor onderzoek
Provenance-onderzoek moet rekening houden met hiaten door oorlogsomstandigheden
Er moet gestreefd worden naar een “just and fair solution” voor de oorspronkelijke eigenaren of hun erfgenamen
Het is niet juridisch bindend, maar ethisch richtinggevend

ICOM Code of Ethics

Volledige naam:
International Council of Museums Code of Ethics

Doel:
Richtlijnen voor musea wereldwijd over ethisch handelen aanreiken

Kernpunten:
Minimumnormen voor verwerving, restitutie, veiligheid en omgang met cultureel erfgoed
Musea moeten geen objecten verwerven waarvan de herkomst verdacht is
Transparantie en respect voor nationale en internationale wetgeving
In Nederland onderschreven door alle geregistreerde musea

UNIDROIT-verdrag (1995):

Juridisch instrument dat de civielrechtelijke kant van restitutie regelt, aanvullend op het UNESCO-verdrag.

ICOM Red Lists:

Lijsten van kwetsbare erfgoedcategorieën per regio, bedoeld om illegale handel te helpen voorkomen.

EU-regelgeving:

Zoals de Verordening 2019/880 over de invoer van cultuurgoederen in de EU.

Maar eerlijk gezegd: ik krijg er geen warm gevoel bij.

De doelen klinken goed maar de uitwerking blijft vaag.
Niemand kan het oneens zijn met
‘museums operate in a professional manner’
in de Code of ethics).

Op de website van ICOM SECURITY zie je nieuwsberichten
over conferenties maar niets over bijvoorbeeld de roof van
het Roemeense goud in Assen of de juwelenroof in Parijs.
Dat roept bij mij vragen op over prioriteiten en relevantie
van de organisatie.

Samenvattend zie ik veel goede bedoelingen, netwerken en
internationale netwerkmogelijkheden en veel ambtenarij.

De vraag die dan natuurlijk volgt is: ‘maar hoe dan wel?’.
Wat werkt wél in de praktijk?

Waarschijnlijk is er niet 1 oplossing.
Er is een noodzaak aan praktische oplossingen.
Niet nog meer ICOM commitee’s.

Ik zal proberen in komende berichten daar een
steentje aan bij te dragen.
Als je mee wilt denken, hoor ik het graag.

De Buddha van Monte Verità

DossierRestitutieReflectief

De complexiteit van roofkunst en restitutie

De reden om naar Zürich te gaan was duidelijk: de Nataraj.
Het Hindoe-beeld van de dansende Shiva.
Gemaakt in Zuid India, 14e eeuw. Beweging gegoten in brons.

Maar onder de oppervlakte speelde ook iets anders:

IMG_8007KunstmuseumBaselUnansweredQuestionsProvenanceResearch

Informatieblad van Kunstmuseum Basel met als titel: ‘Unanswered questions – On the history of drawings from the Department of Prints and Drawings. The Julius SchottLänder and Julius Freund collections’


Er was de verwachting dat in Kunsthaus Zürich een tentoonstelling
was over hoe men om gaat met kunst waar
de lijn van eigenaarschap
doorkruist is met roof of afpersing door de nazi’s.
Over de methode die men daar hanteert schreef ik al eens.

In Basel zal ik werk zien van Käthe Kollwitz.

De prenten- en tekeningenafdeling van Kunstmuseum Basel bevat werken
uit de verzamelingen van Julius Schottländer en Julius Freund.

Schottländer was metaalhandelaar en verzamelde moderne kunst.
Tijdens de pogroms van november 1938 werd zijn verzameling geplunderd:
er werd binnengevallen, kunstwerken werden beschadigd.
Hij verkocht zijn bezittingen waarbij afpersing plaatsvond.
Hij vluchtte naar Zwitserland.
Vanaf 1940 had hij geen toegang meer tot zijn Duitse bankrekeningen
en moest hij werken uit zijn collectie verkopen, onder andere
aan Kunstmuseum Basel.

IMG_8008KunstmuseumBaselUnansweredQuestionsProvenanceResearchJuliusSchottländer


Freund, een textielproducent, verzamelde meer dan 700 schilderijen
en werken op papier.
Realisme en Duitse romantiek.
Honderden werken werden na 1933 ondergebracht bij Kunstmuseum Basel.
De familie vluchtte naar Londen en Parijs (1933, 1934 en 1939).
Nog later naar Buenos Aires.
Ze zijn gedwongen om kunst te verkopen om in hun onderhoud
te kunnen voorzien.
De werken van Käthe Kollwitz zijn onderdeel van dit verhaal.

IMG_8009KunstmuseumBaselUnansweredQuestionsProvenanceResearchJuliusFreund


Dan is er de rol van
Eduard Freiherr von der Heydt (1882–1964).
Hij is een van de oprichters van Museum Rietberg.

Tijdslijn van Eduard von der Heydt

1882
Geboren op 26 september in Elberfeld, Duitsland.
1902
Dient als eenjarig vrijwilliger bij het 3e Garde-Ulanen-Regiment in Potsdam.
1905
Promoveert tot Dr. rer. pol. (economische en bedrijfskundige richting) met een proefschrift over Duitse aandelenmaatschappijen.
1906–1907
Werkt bij August Belmont & Co. in New York, vertegenwoordiger van Rothschild.
1909
Richt E. von der Heydt & Co. op in Londen, een private bank voor internationale cliënten.
1914–1915
Dient als rittmeister (Commandant van een cavalerie-eenheid, vergelijkbaar met kapitein) in WOI in Frankrijk; raakt ernstig gewond.
1915–1918
Diplomatieke dienst in Den Haag; betrokken bij geheime onderhandelingen tussen Duitsland en Engeland.
1917
Zijn Londense bank wordt door de Britse staat geconfisqueerd als “vijandelijk bezit”.
1919
Huwelijk met Vera von Schwabach
1920
Richt Von der Heydt-Kersten’s Bank op in Amsterdam, vertegenwoordigt o.a. S. Bleichröder.
1927
Zijn Berlijnse bank komt in moeilijkheden; wordt overgenomen door de familie Thyssen en hernoemd tot August-Thyssen-Bank.
1933
Wordt lid van de NSDAP.
1937
Verkrijgt het Zwitserse staatsburgerschap.
1939
Verlaat de NSDAP.
1945
Schenkt zijn kunstcollectie aan de stad Zürich.
1946
Gearresteerd op verdenking van samenwerking met de Duitse Abwehr.
1948
Vrijgesproken van alle aanklachten.
1952
Museum Rietberg opent in Zürich met zijn collectie als basis.
1964
Overlijdt op 3 april in Ascona, Zwitserland.

Zijn levensloop doet denken aan een kruising tussen
Richard Branson (Virgin) en Larry Ellison (Oracle).
Internationaal actief in de wereld van het grote geld,
met interesse in cultuur, balancerend op
de randen het moreel toelaatbare.

BransonErrlison

Morele dilemma’s rond Von der Heydt:

NSDAP-verleden:
Zijn politieke keuzes blijven controversieel,
zeker in relatie tot zijn status als mecenas.

Kunst uit koloniale contexten:
Veel werken in zijn collectie zijn afkomstig uit regio’s
waar koloniale machtsverhoudingen speelden.

Restitutie en transparantie:
Musea zoals Rietberg werken aan herkomstonderzoek,
maar volledige transparantie is nog niet bereikt.

Het woord ‘roofkunst’ zegt dat het draait om kunst die gestolen is.
Maar de voorbeelden hierboven laten zien dat ‘stelen’
niet altijd zo eenduidig is.
Het is iets anders dan de diamantenroof vorige week
in het Louvre.
Om te bepalen of restitutie nodig is,
is herkomstonderzoek essentieel.

Von der Heydt had als bijnaam ‘Buddha of Monte Verità’.
Monte Verità is een plek in Zwitserland, nabij Ascona,
waar Von der Heydt een tijdlang een hotel bezat.
De plaats was een toevluchtsoord voor vrijdenkers,
kunstenaars en spirituele zoekers.

Voor mij belichaamt de bijnaam zijn paradoxale positie:
Een man met diepe interesse in culturen van over de hele wereld,
die tegelijkertijd geloofde in een groter Duitsland.
Een mecenas van niet-westerse kunst,
maar ook lid van een partij die diezelfde culturen als inferieur beschouwde.
Het doet denken aan die vrouw in een filmpje
— altijd oppassen met internet —
die haar vlees bij de Turkse slager haalde omdat het goedkoop was,
maar stemde op een partij die tegen Turken ageert.

Von der Heydt ís het vleesgeworden dilemma.
Een culturele bruggenbouwer én een ideologische grensbewaker.
Een gordiaanse knoop — net als Dossier Restitutie.

IMG_8010KunstmuseumBaselUnansweredQuestionsProvenanceResearchJustAndFairSolution