Twitteren over Umberto Eco

Aanstaande zaterdag ga ik het boek
De Begraafplaats van Praag kopen.
Dit boek van Umberto Eco lijkt me een goed boek.
De recenties waren veelbelovend.
Al eerder was er iets over te lezen op deze blog.
Nu heb ik ook een Twitter account gemaakt
speciaal rond dit boek:
@EcoDiaries










China reisverslag / travelogue 79

Nog snel even langs het centrale plein van Shenyang
en dan via een grote winkelstraat met blinkende winkels
en een minder blinkende schoenmaker naar het
Fangyuan Mansion.
Het is overigens 7 oktober 2009.
Fangyuan Mansion is een groot gebouw in Shenyang, bijna 100 meter hoog.
In het business district.
Naast een busstation.
Het lijkt op de oude Chinese munten.
Dus laat ik daar eens beginnen.


Deze set replica van oude Chinese munten kocht ik later op de dag. De ronde munten hebben in het midden een vierkant gat. Dat zie je ook terug in het Fangyuan Mansion.


Maar eerst nemen we afscheid van Mao.


Shenyang is een grote stad maar niet alles glimt en schittert. Niet anders dus dan bij ons in het westen.


Een winkelstraat. Deze straat heeft midden op het voetgangersdomein stands staan waar vooral huwelijksreportages worden getoond en verkocht. In een wereld waarin je maar 1 kind hebt is waarschijnlijk een huwelijk een nog groter feest dan in een wereld waarin mensen meerdere huwelijken in hun leven sluiten of juist helemaal geen.


Veel reclame, af en toe mondkapjes, veel verkeer.


Dan een warenhuis met waterpartijen, glazen liften, veel kleuren, veel mensen en veel westerse merken.


Hier wordt druk gesproken over een bruidsreportage.


Volledige stand van: Landscape Concept Wedding Photograph. Of zou dat niet de naam zijn van het bedrijf?


Bouwen doet men overal. Dit is een heel veelvoorkomend beeld in China.


Fangyuan Mansion van opzij. Links op de voorgrond de ingang van het busstation.



Deze gebouwen zijn zelfs nog hoger.



We zijn naar binnen gegaan. We wilden in het vierkante gat een kijkje nemen en misschien heb je er een mooi uitzicht. Het gebouw is natuurlijk niet voor toeristen dus van een uitzicht was geen sprake. Hier mijn chauffeur die het interieur eens in zich opneemt.


De naam: Fangyuan Mansion.


Idyllische minicamping in Brabant

Vandaag heb ik in Noord Brabant een zeer idyllische minicamping ontdekt.
Het is niet nodig een eigen tent mee te bregnen.
Ook opzetten is niet nodig.


Idyllische mini-camping in Brabant.


Op verschillende plaatsen langs de A58 tussen Tilburg en Eindhoven staan ze opgesteld. Kleine rode tentjes, maat tuinkabouter. Hier vanchter de vangrail terwijl ik in de file stond. Veel tentjes zijn in de loop van de week wel tegen de vlakte gegaan.


 

Guggenheim top 10

De afgelopen weken heeft zich een nieuwe ontwikkeling voorgedaan
bij de grote musea in de Verenigde Staten.
Het Guggenheim begon er mee.

Het hield bij welke voorwerpen het meest bekeken werden
door de bezoekers van de web site.
Vervolgens werd daar natuurlijk een Facebook-pagina aan gewijd.

Helemaal nieuw is het niet en de keuze is natuurlijk
erg afhankelijk van de collectie en wat het museum online zet.
Verrassend was het wel.

Hier het resultaat.





Eerste Plaats: Richard Serra, Torqued spiral (Closed, Open, Closed, Open, Closed), 2003, weathering steel, 4 x 13.1 x 14.1 meter, plate thickness 5 cm.


Een eerste plaats voor Richard Serra vind ik bijzonder.
Zijn werk is erg mooi maar ik had niet verwacht
dat het zoveel mensen zou aanspreken.
Waarschijnlijk zegt dat dus ook iets van de mensen
die naar websites van musea gaan.
Hoe de ‘verkiezing’ precies verlopen is weet ik niet.
Ik heb het opgevat als dat het Guggenheim bijhoudt
hoeveel mensen in hun on-line collectie naar een bepaald voorwerp zoeken.





Plaats twee: Constantin Brancusi, Bird in space (l’oiseau dans l’espace), 1932 xe2x80x93 1940, polished brass, 151 cm high including base.


Mooi dat het Guggenheim de titels in twee talen bijhoudt
als het werk origineel een titel heeft in een andere taal.
Daarnaast zie ik consequent overal de afmetingen bij.
Ik neem hier alleen de Westerse maten over.
De Amerikaanse maten (inches) heb ik weggelaten.
Dit heb ik niet eerder bij musea gezien.





Derde plaats: Constantin Brancusi, Muse (La muse), 1912, white marble, 45 x 23 x 17 cm.


Veel minder bekend dan het vorige werk van Brancusi op plaats 2.
Opmerkelijk.





Vierde plaats: Robert Delaunay, Eiffel tower (Tour Eiffel), 1911 (Dated 1910 by the artist), oil on canvas, 202 x 138.4 cm.






Vijfde plaats: Salvador Dalxc3xad, Birth of liquid – Desires (La naissance des dxc3xa9sirs liquides), 1931 xe2x80x93 1932, oil and collage on canvas, 96.1 x 112.3 cm.


Dali zie je volgens mij altijd in een lijstje als je
het publiek laat kiezen. Een publiekslieveling.





Zesde plaats: Marc Chagall, Paris through the window (Paris par la fenxc3xaatre), 1913, oil on canvas, 135.8 x 141.4 cm.






Zevende plaats: Vasily Kandinsky, Composition 8 (Komposition 8), july 1923, oil on canvas, 140 x 201 cm.






Achtste plaats: Giacomo Balla, Abstract speed + sound (Velocitxc3xa0 astratta + rumore), 1913 xe2x80x93 1914, oil on millboard with artist’s painted frame (54.5 x 76.5 cm.






Negende plaats: Willem de Kooning, Composition, 1955, oil, enamel and charcoal on canvas, 201 x 175.6 cm.






Tiende plaats: Joan Mirxc3xb3, The tilled field (La terre labourxc3xa9e), 1923 xe2x80x93 1924, oil on canvas, 66 x 92.7 cm.





Het leuke is dat je net zo eenvoudig een lijstje kunt maken
met 10 kunstenaars, waarschijnlijk ook vertegenwoordigd in het Guggenheim,
die niet op bovenstaande lijst voorkomen:
geen Picasso,
geen Giacometti,
geen Rothko,
geen Mondriaan,
geen Van Gogh,
geen vrouwen,
geen…

Kunstvaria

Het mag niet van het Wereld Natuurfonds.
Dat snap ik.
Het gebeurt hopelijk ook niet meer.
Maar dat is geen reden om in 1600 gesneden ivoor
niet meer mooi te vinden.
Ik liep aan tegen een tentoonstelling in het Liebieghaus.
Gevestigd in Frankfurt am Main.
Een prachtige collectie en vandaag een paar afbeeldingen daarvan.





Adam Lenckhardt, Perseus befreit Andromeda, 1643.


Perseus Rescuing Andromeda, 1643
Ivory, height 34,6 cm, width 15,4 cm
Badisches Landesmuseum Karlsruhe





Barbara Hepworth, Curved forms (Pavan), 1956, plaster.


Was volgens mij hier al eens eerder te zien.





Brian Rutenberg, Pine, palm and river 5, 2006.






Borstbeeld van Paus Pius IX.


Misschien is de foto iets te perfect om werkelijk mooi te zijn.
Uit het Vaticaans Museum.





Claude Monet, Les falaises des petites-Dalles, 1884, oil on canvas.






Domenico Tinoretto, Portrait of a Venetian Commander in armor, 1580 – 1590, oil on canvas.






Giotto di Bondone, Bust of an angel, after 1304, polychrome mosaic, Vatican City.






Gold mask, circa 5th – 6th century CE, excavated from Boma cemetery Ili, Mongghul Kura (Zhaosu) County Xinjian, Uygur Autonomous Region China.


Het kan en hoeft niet altijd Toetanchamon te zijn
als het om een gouden masker gaat.





Hans Hofmann, Apparition, 1947, oil on reinforced plywood.


Vorige week ook al een Hofmann.
Toen de laat middeleeuwse schilder.
Nu de expressionistische schilder. Ze heten allebei Hans.





Ignaz Bendl, ca 1692.


Ignaz Bendl (1682xe2x80x931730)
Medaillon commemorating the erection of the mercy columm
ca. 1692
Ivory, height 9 cm, depth 4,2 cm
Kunsthistorisches Museum Wien

In 1679 treft de pest Wenen.
Keizer Leopold I belooft een zuil op te richten als de epidemie zou stoppen.
Ik vermoed dat deze pestzuil de ‘mercy column’ is
waarvoor bovenstaande medallion is gemaakt.
De uiteindelijke zuil is pas in 1693 geinaugureerd.
Aldus Wikipedia.





Jan Steen, Moses and pharaohxe2x80x99s crown, c. 1670, canvas.


Dit motief van ‘Mozes en de kroon van de farao’
had ik niet eerder gezien.
Hier is het een prachtig schilderij waarbij de mensen
waar het om gaat prachtig uitgewerkt en gekleurd zijn
terwijl de figuranten grof zijn opgezet en haast
in de achtegrondkleur verdwijnen.





Jim Dine, Wheat fields, 1989, painted bronze with patina and pigment.






Master of the Martyrdom of Saint Sebastian, The Martyrdom of Saint Sebastian, 1655, Ivoor.


Een ivoren topstuk!


Meister der Sebastians martyrien (detail).



Meister der Sebastians martyrien (detail).






Pablo Picasso, Girl before a mirror, Boisgeloup, 1932.


Meisje voor een spiegel.
Boisgeloup is een plaats in Frankrijk waar Picasso een tijd woonde.





Robert Zandvliet, Pier and ocean, 2010, egg tempera and oil stick on canvas.






Teresita Fernxc3xa1ndez, Portrait (Blind landscape), 2008, polished precision cut stainless steel and enamel..






Victor Dubreuil, The cross of gold, ca 1896, oil on canvas.





Eelco Brand: spelen met perspectief en verwachting





Eelco Brand: tentoonstelling in Breda.





Vandaag opende een tentoonstelling met werk van Eelco Brand.
Mooie computeranimatie/manipulatie.
Te zien in het voormalig kantoorgedeelte van de vestiging van Dagblad De Stem.

De werken die tentoon gesteld worden gaan allemaal
over perspectief en verwachting.

De kantelende huiskamer, de vallende rode bal, lucht, water, bos.
Waar sta jij. Hoe verwacht je dat het volgende moment er uit zal zien…
…en dan de verrassende wending.
De ene rode bal stuiterend, zoals je verwacht
terwijl de andere in de grond verdwijnt.

Van een boterbloem gefilmd als een gigantische boom
die tot een eigenlijk onzichtbare speldekop wordt
als hij wordt bekeken vanachter de wolken.
Alles is perspectief.

De beelden zijn hyperrealistisch maar zonder mensen.
Heel af en toe een vlinder.
Clean, te clean?





De boterbloem als gigantische plant.






Aarde en lucht, gelijk verdeeld.






Hetzelfde groen van achter de wolken bekeken.





Hieronder een voorbeeldje van zijn werk (met dank aan YouTube).



Net als bij Teun Hocks vraag ik me af
wat staat er op het schilderij daar tegen de muur?

De ontbrekende schakel in de carriere van Picasso

Het is een goed bewaard geheim dat de Sjah van Perzie
tijdens zijn regime een collectie Westerse kunst aanlegde.
Kunst die de afgelopen 30 jaar in de kelders in Teheran heeft gelegen.
Warhol, Picasso, Jasper Johns, van Gogh, Monet.
Kort geleden zag ik er al eens een documentaire over.
Nu las ik een artikel over een tentoonstelling in Zurich
waar ten minste een van de werken te zien is:
de ontbrekende schakel in de carriere van Picasso.


Michael Fitzgerald, Wall Street Journal, 05/03/2011.

Picasso, Les Demoiselles d’ Avignon, 1907.


Een zeldzame blik op een ontbrekende schakel
in de carriere van Picasso.

door Michael Fitzgerald
Wall Street Journal, 05/03/2011

Korte vertaling en samenvatting.

Ondanks het feit dat Picasso’s roem al jaren staat als een huis,
is een van zijn beste schilderijen en centrale werken
uit zijn omvangrijke oeuvre met zijn atelier als onderwerp,
nagenoeg onbekend.
Zelfs onder de mensen die Picasso bestuderen zijn er maar weinigen
die ‘Schilder en zijn model’ met eigen ogen gezien hebben.
Het werk dat Picasso maakte in 1927 kennen velen alleen van een reproductie.
Ik heb 30 jaar gewijd aan het bestuderen van de kunst van Pablo Picasso
maar had nooit verwacht dat ik het doek van ruim 4 vierkante meter
zelf ooit zou zien (46 square foot = 4.27 square meter).
Maar nu ben ik een van de gelukkigen die het doek heeft kunnen aanschouwen.
Als je een lijn trekt door de carriere van Picasso
dan wordt die gekenmerkt door twee grote mijlpalen:
“Les Demoiselles d’Avignon” uit 1907
en de “Guernica” uit 1937.

Les Demoiselles d’Avignon is de doorbraak van Picasso
waarbij hij de artistieke conventies van begin twintigste eeuw doorbrak.
Guernica is het krachtigste protest tegen de humanitaire crises
en het politiek geweld van de 20ste eeuw.
Tussen deze twee meesterwerken ligt “Painter and Model”.
Zijn belangrijkste schilderij na Les Demoiselles d’Avignon
en een essentiele voorloper van dr Guernica.
Het is de ontbrekende schakel in de carriere
van de grootste kunstenaar van de 20ste eeuw.

“Painter and Model” is geen shockerend doek met een naakt model,
maar juist het tegenovergestelde:
blindheid, desorientatie en hallucinerend.
Het monumentale doek is gevuld met donkerte.
Diepgrijze schaduwen vullen het grootste deel van het doek
en zorgen ervoor dat moeilijk te zien is
wat er eigenlijk op het schilderij staat.
Zelfs bij het bekijken van het werk in levenden lijve.
De compositie is bij de eerste indruk een verwarrend patroon
van donkere delen, geaccentueerd door kleine stukken licht,
zowel verblindend wit als genuanceerd zacht.

Als we gewend zijn aan de schokkende contrasten,
blijkt de afbeelding een vertrouwde
en afschrikkende werkelijkheid te tonen.
Aan de onderkant van het schilderij wordt een plankenvloer zichtbaar
die een gevoel van ruimte creeert.
In het midden van het doek zien we een vrouw.
Ze zou zo van “Les Demoiselles” kunnen komen.
De ogen staan in een geplet, grotesk vertrokken gezicht.
Hetzelfde geldt voor de neus, borsten en ledematen.
Dit lichaam is nog afschrikwekkender dan de vrouwen
op “Les Demoiselles”.
Maar hier geen verwijzingen naar een mogelijke seksuele relatie
tussen een prostitue en haar klant zoals op zoveel werken
met het thema ‘Model en schilder’.
Integendeel ze lijkt alleen te staan in een duistere ruimte,
als een symbool voor de donkerste ervaringen van de mens.

Alleen na lange bestudering onthult zich het feit
dat de vrouw niet alleen is.
Misschien is ze zelfs niet de belangrijkste persoon op het werk.
Rechts op het doek, in een zacht gekleurde halve maan,
staat de kunstenaar.
Net zo verwrongen, bestaande uit alleen een rechthoekige vorm.
De kunstenaar houdt een palet vast (de gekantelde ‘U’
met in het midden een donkere cirkel)
aan het eind van een zig-zag arm.
Zijn hoofd is in het licht en in het donker.
In de rechter bovenhoek van het doek.
Als een soort zaagblad met de ogen vertikaal naast elkaar.
Een arm strekt zich uit langs een gapende mond,
om verf op een leeg doek te zetten dat zich
naast het hoofd van de vrouw bevindt.
Van de honderden afbeeldingen die Picasso maakten
van een kunstenaar aan het werk,
is dit de meest afschrikwekkende.
In plaats van een passieve ruimte waarin een kunstenaar
rustig werkt in een artistieke uitwisseling met een model,
is het hier een intellectueel conflict tussen de twee.

Het Museum of Modern Art had dit werk graag in zijn collectie gehad.
Begin jaren ’70 werd het werk te koop aangeboden
door de Zwitserse kunsthandelaar Ernst Beyeler
maar de Sjah van Iran had meer geld
en wilde een museum voor moderne kunst vestigen.
In 1977 opende in Teheran het Museum of Contemporary Art.
Maar na de omverwerping van het regime werd het werk opgeslagen
in de kelders van het museum.
In 2003 – 2004 was het werk te zien op een tentoonstelling in Rome,
nu, 2010 – 2011, op een tentoonstelling in Zurich.


Pablo Picasso, The painter and his model, Le peintre et son modle, 1927, oil on canvas, 214 x 200 cm, Museum of Contemporary Art, Tehran.


 

By MICHAEL FITZGERALD
Despite Picasso’s longstanding fame, one of his greatest paintings and a core work in his lifelong series devoted to the artist’s studio is almost unknown. Even among Picasso scholars, few have seen the “Painter and Model” he made in 1927 or even a color reproduction of it. I have devoted 30 years to studying Pablo Picasso’s art, yet I never expected to encounter its actual 46 square feet of canvas. Now, I am one of the lucky ones who has and can celebrate both the picture and the rare but growing opportunities to view it in public exhibitions.If we drew an arc across the great years of Picasso’s career during the first half of the 20th century, there would be two paramount achievements: “Les Demoiselles d’Avignon” in 1907 and “Guernica” in 1937. The first was Picasso’s breakthrough as he shattered the artistic conventions of the 19th century; the second became the most powerful work capturing the humanitarian crises and political violence of the 20th century. Within the 30-year period separating these two masterpieces lies another: “Painter and Model.” In my view, “Painter and Model” is not only Picasso’s most important painting since “Les Demoiselles” but also the essential precedent for “Guernica.” It is the missing link in the career of the greatest artist of the 20th century.There have been few chances to view this seminal work of art, which is closely held by the Tehran Museum of Contemporary Art.We know Picasso began “Painter and Model” with high ambitions because he selected one of the largest canvases he had used since “Les Demoiselles,” and he chose the exceptional proportions of that earlier painting: a nearly square format that concentrates the composition and isolates it from the surrounding panorama of everyday things. But the strategy he employed to capture the imagination of the viewer of “Painter and Model” is radically different from the aggressive confrontation between prostitutes and audience in “Les Demoiselles.””Painter and Model” delivers not the explicit shock of naked bodies, but the opposite: blindness, disorientation and hallucination. This monumental canvas is filled with darkness. Deep gray shadows cover much of the surface and make it so difficult to discover what lies within the space of the painting that specialists have puzzled over mediocre reproductions for years. Even in person, the composition is at first a confusing pattern of darkness punctuated by patches of light, both dazzlingly white and mellow.As we adjust to these jolting contrasts, the situation begins to resolve into a reality both familiar and disturbing. Along the lower edge of the painting, floorboards emerge, marking the space of an interior. Near the center of this room stands a woman who might have stepped from “Les Demoiselles.” Flattened to a grotesque outline of distended eyes, nose, breasts and limbs, this life-size figure is an even more hideous distortion of the human body than any in the Demoiselles, yet she is severed from that painting’s sexual confrontation of prostitutes and client. She seems to stand alone in the murky, light-struck room, an emblem of the darkest experience.Only long and careful examination reveals that she is not alone or necessarily the main character of the composition. Unlike the stark spotlight falling on the woman, a gentle, yellowish glow illuminates a crescent of space on the right side of the painting. In it resides the artist. Equally distorted, he consists only of thick rectilinear lines (unlike the curvilinear ones defining the woman) so spare and scattered that we might easily miss the figure they describe. As the golden light reveals, the artist holds his palette (a flattened “U” rotated 90 degrees and enclosing a large circle) at the end of a zig-zag arm. Crossed by both light and dark near the top right corner of the canvas, the artist’s head is his most important and strangest feature. It is like a weaponxe2x80x94flattened into a saw-toothed, pointed blade on which two eyes are vertically aligned. An arm extends from this gaping mouth to paint with a brush on a blank canvas next to the head of the woman, his model.Of Picasso’s hundreds of images of the artist at work, this is the most horrific. Instead of it being a passive site in which the artist works quietly before a posing model, Picasso conceived the studio as a place of intellectual conflict in which artist and model engage in a creative exchange, albeit orchestrated by the artist.”Painter and Model” shows the culmination of this struggle, one that has unlocked the most disturbing depths of the human imagination, all set in the blandest of everyday places. Picasso described “Les Demoiselles” as “an exorcism” of evil forces from the artist or viewer. In “Painter and Model,” artist and audience are not separate from the danger. They penetrate the painting’s hallucinatory darkness and share in the violence that transforms the model.This willingness not only to acknowledge inhumanity but to plumb its depths was one of Picasso’s greatest but least-praised achievements, far less admired than its complementxe2x80x94his celebration of sensual pleasure. When he reached back to “Les Demoiselles” to create “Painter and Model,” Picasso gathered the tools he would need for “Guernica,” whose shadowy space and writhing women bring to the public stage the private horror of the figures in “Painter and Model.”Except for the chances of the marketplace, this painting would be in the Museum of Modern Art with “Les Demoiselles.” William Rubin, who led the museum’s painting department from the early 1970s through the early ’90s, told me that of all the Picasso paintings he sought for the museum, “this was the one that got away.” When Mr. Rubin tried to acquire it from the Swiss dealer Ernst Beyeler in the ’70s, another client with deeper pockets and an ambition to establish a great collection of modern Western art bought it first: the shah of Iran.”Painter and Model” entered the state collection two years before the opening of the Tehran Museum of Contemporary Art in 1977 and four years before the overthrow of the shah. By all accounts, it has since been well protected in the basement of the museum. In 2003-04, “Painter and Model” appeared in an exhibition in Rome. In late 2010 through early 2011, it was shown at the Kunsthaus in Zurich, where I finally saw it. This last appearance has sparked discussions that may result in an exhibition that will provide the opportunity for many people to see not only this seminal Picasso but also other works in the Tehran museum’s remarkable collection of modern Western art, including major paintings by Johns, Monet, van Gogh and Warhol.xe2x80x94Mr. FitzGerald teaches the history of modern art at Trinity College.

 


Pablo Picasso, Guernica, 1937.


De gruwelen van de oorlog, Guernica detail.




Soep van dit weekend

Ook dit weekend staat er weer een soep op het menu van de Argusvlinder.
Deze keer (helaas) niet van mijn moeder maar voor een deel van eigen hand.
Een Indiaase currysoep met eigen toevoeging.





Kippevlees, vanmiddag eerst gebraden.






Deze mooie portobello.






Een lust voor het oog.





Daarnaast had ik ook nog fijngesneden worteltjes.
De kokosmelk heb ik achterwege gelaten.
Is natuurlijk erg lekker maar ik kook de soep voor 1 man.
Ik ben bang dat het dan te veel wordt.

The Mukden Incident, 18-19 september 1931





Japanse invasie van Mantsjoerije, 1931. Bron foto: Een Chinese blog




Nederlandse vertaling/samenvatting van deel 3:

Tussen de vele binnenlandse Japanse militaire en politieke ontwikkelingen
die aan het licht kwamen tijdens het Tokyo proces
was ook de ontstaansgeschiedenis van het Mukden Incident van 1931.
Het was zoals de Chinezen hadden beweerd volledig in elkaar gezet
door het Japanse leger,
of liever gezegd door een aantal leden van het Japanse leger,
met name de xe2x80x9cjonge officierenxe2x80x9d-kliek van het Kwantung leger.
In maart 1931 had een burger, een propagandist
(nu zouden we zeggen een pr-medewerker),
een medewerker van de South Manchuria Railway, Dr. Shumei Okawa,
samen met bepaalde legerofficieren in het ministerie van oorlog
en de generale staf, een samenzwering tegen de Japanse overheid opgezet.
Ondanks dat het plan door de toenmalige minister van oorlog,
Generaal Kazushige Ugaki, na enige aarzeling werd gestopt,
ging Okawa door met de agitatie en samenzweringen
en tegen de herfst had hij een nieuw complot in het leven geroepen.
Op een dag in augustus had hij te sake veel gedronken
en vertelde hij een vriend dat hij samen met drie legerkolonels
een incident aan het voorbereiden was dat in Mukden zou plaatsvinden.
Of hij ook de geestelijk vader achter het Mukden Incident is,
is niet helemaal zeker, want het incident
schijnt door Kolonel Seishiro Itagaki zelfstandig te zijn bedacht.
Een aantal officieren hielpen hem en Kolonel Kenji Doihara
(later bekend als de Lawrence of Manchuria)
en Luitenant Kolonel Kanji Ishihara waren enkele van de officieren.
Seishiro Itagaki zou in 1932 generaal major worden
en een glansrijke carrixc3xa8re doormaken in het Japanse leger
dat pas werd bexc3xabindigd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
Hij werd door het Internationaal Militair Tribunaal voor het Verre Oosten
ter dood veroordeeld en in 1948 werd die straf uitgevoerd.
Nadat hij in 1934 een onderscheiding ontving voor zijn diensten
in Mantsjoerije, diende Itagaki als minister van oorlog
tijdens het Konoye kabinet en bezette daarna posten
in Singapore en andere plaatsen.
In 1931 zou zijn doel zijn geweest om vrede en rust te brengen
in Mantsjoerije en om de inwoners van Mantsjoerije
vertrouwd te maken met Kodo, de xe2x80x9cKeizerlijke wegxe2x80x9d
en misschien om tegelijkertijd in Japan
een geestelijke herbronning te laten plaatsvinden, de Showa restoration.
Zou hij alleen harmonieuze relaties tussen zijn land
en China hebben nagestreefd, een veel pragmatischere wens dan Kodo,
dan zou hij gestopt zijn met de samenzweringen.
In 1931 lagen immers vreedzame oplossingen
voor de meest verstorende aspecten van het Mantsjoerijeprobleem,
voor het grijpen.
De Japanse ambassadeur voor China, Mamoru Shigemitsu,
en de Chinese minister voor financixc3xabn, T. V. Soong,
waren beide van plan om op 20 september af te reizen naar Mukden
om te overleggen met Maarschalk Chang Hsueh-liang (Zhang Xuelin,
de zoon van Zhang Zuolin) en de president-directeur
van de South Manchuria Railway, Graaf Yasuya Uchida.
In de middgag van 18 september waren de onderhandelingen
over het aanpassen en oplossen van de Nakamura-zaak
in volle gang in Mukden.
Het Japanse consulaat en de vertegenwoordigers van Chang Hsueh-liang
(Zhang Xuelin) waren er bij betrokken.
Een bijeenkomst in het consulaat werd opgeschort rond 8 uur die avond
en een derde sessie stond gepland voor diezelfde avond
in de aanwezigheid van Kolonel Itagaki en zijn assistent Majoor Tadashi Hanaya.
Maar toen de Japanse consul, Morito Morishima,
de kolonel en de majoor wilde opzoeken om het overleg voort te zetten
kon hij geen van beide vinden.
Hij was ongerust omdat Baron Kijuro Shidehara,
de minister voor buitenlandse zaken van Japan,
twee of drie dagen eerder een telegram had ontvangen
van de consul-generaal in Mukden (Kyujiro Hayashi)
met de mededeling dat de commandant van een eenheid in Fushun
had medegedeeld dat er binnen een week een groot incident zou plaatsvinden.





Herdenkingsbijeenkomst Mukden Incident met Japanners, 1931. Bron foto: Wikipedia






Robbert H. Ferrell.






Japanse bezetting van de stad Shenyang, 1931. Bron foto: Xinhua




Among the many Japanese military and political maneuverings uncovered by the Tokyo trial was the origin of the Mukden Incident of 1931; the incident was, as the Chinese had claimed, a complete fabrication of the Japanese army xe2x80x93 or, rather, certain members of the army, notably the xe2x80x9cyoung officerxe2x80x9d-clique of the Kwantung army. In Japan itself in March 1931 a civilian propagandist employed by the South Manchuria Railway, Dr. Shumei Okawa, together with certain army officers in the war ministry and general staff, had engaged in an abortive plot against the government. Although the then minister of war, General Kazushige Ugaki, after some hesitation, vetoed the scheme, Okawa continued to agitate and conspire, and by autumn he was arranging a new plot. One day in August he drank too much sake and told a friend that, together with three army colonels, he was going to bring about an incident in Mukden. Whether his was the mind behind the Mukden Incident, however, is not quite certain, for that incident seems to have been the independent affair of Colonel Seishiro Itagaki, of the headquarters staff of the Kwantung army, assisted by certain other officers, among them Colonel Kenji Doihara (later known as the xe2x80x9cLawrence of Manchuriaxe2x80x9d) and Lieutenant Colonel Kanji Ishihara.
Seishiro Itagaki was destined to become a major general in 1932 and to enjoy a brilliant career in the Japanese army, which closed only when, after the end of the second World War, the International Military Tribunal for the Far Earst sentenced him to death by hanging and carried out the sentence in 1948. After being decorated in 1934 for services rendered in Manchuria, Itagaki served as war minister in the first Konoye cabinet and afterward held posts at Singapore and other places. In 1931 his goal seems to have been to introduce peace and order in Manchuria, to acquaint the Manchurian Chinese with Kodo, the xe2x80x9cImperial Wayxe2x80x9d, and possibly to produce thereby in Japan a spiritual regeneration, The Showa restoration. Had he merely desired harmonious relations between his country and China xe2x80x93 undoubtedly a more prosaic wish than Kodo xe2x80x93 he should have ceased his plotting; for in September 1931 a peaceful solution to some of the most troublous aspects of the Manchurian problem lay at hand. The Japanese minister to China, Mamoru Shigemitsu, and the Chinese finance minister, T. V. Soong, were both planning to leave for Mukden on September 20, there to confer with Marshal Chang Hsueh-liang (the son of Chang Tso-lin) and the president of the South Manchuria Railway, Count Yasuya Uchida.
On the afternoon of September 18 negotiations for adjustment and settlement of the Nakamura case were in progress in Mu
kden between the Japanese consulate and representatives of Chang Hsueh-liang. A meeting in the consulate adjourned about eight oxe2x80x99clock that evening, and a third session was to meet later the same night, with added presence of Colonel Itagaki and the colonelxe2x80x99s assistance, Major Tadashi Hanaya. But when the Japanese consul, Morito Morishima, sought to locate the colonel and the major he could find neither. He was worried, because two or three days earlier the foreign minister in Tokyo, Baron Kijuro Shidehara, had received a cable from the consul-general in Mukden, Kyujiro Hayashi, reporting that a company commander of a patrol unit in Fushun had said that within a week a big incident would break out.
</blockquot





Japanse gepantserde voertuigen trekken Shenyang binnen, 19/09/1931. Bron foto: Xinhua





In het Journal of Modern History, een Amerikaans tijdschrift
dat een keer per kwartaal verschijnt,
schreef in de uitgave van maart 1955
de Amerikaanse historicus Robert H. Ferrell
een artikel over het Mukden-incident.
In deze logs neem ik het artikel integraal over
samen met een vertaling en een serie foto’s die
ik op verschillende plaatsen op het web heb gevonden.
Dit is het derde deel van de tekst waaraan een
inleidende log vooraf ging om de diverse partijen
te introduceren.

Woord van de dag

Niet van vandaag maar eigenlijk het woord van gisteren.
Gisteravond zag ik een heel klein stukje (in de pauze van een programma
op een andere zender) van de wedstrijd Barcelona – Arsenal.
Barcelona zou uiteindelijk winnen maar rond half tien
waren er plotseling wel erg veel overtredingen.
Daarbij deed zich het volgende voor: een….





Contactblessure.





Eerlijk gezegd heb ik geen idee wat het is.
Waarschijnlijk weer zo’n woord om de voetbal interessant te houden.
Zou je een blessure kunnen oplopen zonder contact te maken
met iets of iemand?

Of is het een variant op contactgestoord?

Overigens zijn er veel meer voetballers die een contractblessure oplopen,
net als Louis van Gaal deze week.

The Most Mysterious Manuscript in the World / Het meest mysterieuze manuscript ter wereld

Het Voynich manuscript wordt het ‘meest mysterieuze manuscript
ter wereld’ genoemd.
De schrijver is onzeker, de datering ook.
Het is een boek geschreven op perkament en bestaat uit 20 delen.

De delen worden quire genoemd.
In de tijd dat men boeken van perkament maakten was men voor de afmeting
en de opbouw van het boek helemaal afhankelijk van de fysieke mogelijkheden
van het basismateriaal: kalfshuid.
Een boek werd gemaakt door een beperkt aantal
bewerkte huiden in elkaar te schuiven.
Zo’n set heet een quire.
Een boek werd vervolgens uit verschillende ‘sets’ samengesteld,
die op elkaar werden ‘gestapeld’ en aan elkaar genaaid en ingebonden.

Mij trekt minder de vraag wie het geschreven heeft, wat er in staat
en waarom het zolang duurt voordat we het kunnen lezen.
Interessant, zeker.
Maar in de tussentijd is het ook een mooi boek.

Het mooie is dat je er naar kunt kijken
zoals je naar abstracte schilderijen kijkt.
Niets (of weinig) geeft aanleiding tot herkenning.
Al helemaal niet tot begrip.
Een prachtig en zeer zorgvuldig uitgevoerd abstract werk!





Pagina 46 v (verso= linkerpagina of de achterkant van een blad): eagle.






Het centrum van pagina 67 r (recto= rechterpagina of de voorkant).






Pagina 63 v.






Castle rose / Kasteelrozet.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70.






Deel 10, pagina 70. Deze pagina is een uitklapbaar vel.






Deel 14, pagina 85.






Deel 14, pagina 85.






Deel 19, pagina 99.






Zelfde pagina. Op het web zijn uitstekende foto’s te vinden waar je helemaal tot op het materiaal kunt inzoemen.






Deel 6, pagina 42 r.






Deel 9, pagina 67 r.





Hier kun je het manuscript tot in alle details zien:
Voynich manuscript





Als voorbeeld voor de mogelijke detailering op het internet zie je hier een hele pagina, pagina 2 r.






Dit is van dezelfde pagina, de meest rechtse bloem.




een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

In het voorwoord van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.

Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.
Vandaag het laatste deel.
Hier vallen alle stukjes op zijn plaats.
Ik kwam een verhaal tegen over St. Franciscus dat ik niet eerder gehoord of gelezen had: De maan in het water.

De maan in het water.
Franciscus was met een broeder onderweg naar een kluizenarij.
Hij was niet vrolijk en sjokte maar wat voort.
Hij had zorgen om zijn broederschap, maar ook om zijn eigen leven.
Volgde hij de weg van zijn Heer?
Het begon donker te worden, maar de kluizenarij was nog ver.
Gelukkig was het volle maan en konden zij verder gaan.
Ze komen langs een put.
Franciscus blijft staan, buigt zich voorover en kijkt in het stille water.
Hij wordt stil.
De maan weerspiegelt zich in het donkere water.
Hij klaart op, ze vervolgen hun weg; dan begint hij te zingen.
Hij jubelt het uit.
De broeder vraagt waarom hij plotseling zo vrolijk is.
Franciscus zegt: “Zag je dan niet wat ik zag in de diepe put?”
“Ik vermoed dat u de maan zag”, antwoordde de broeder.
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.
“Clara, de lichtende, herinnert hem aan de bron van het levende water.
En Franciscus bruist weer van levenslust.

Herkomst onbekend

Ik vond dit verhaal op de volgende sites:Hans Sevenhoven, Duiven, Nederland
en hier Hans Sevenhoven, Franciscusverhalen
Ik denk niet dat iedereen gelijk zal warmlopen van de redenering:
“Ik zag in het licht van de maan het gezicht van onze zuster Clara.”
Daarvoor moet je wat meer van St. Franciscus en zijn geschiedenis weten.
Nu wil het toeval dat ik in 2007 in Milaan was (daarom
zijn alle foto’s in deze serie foto’s uit Milaan)
waar we een wandeling maakten.
Daar zagen we een fontein die ik pas nu echt kan plaatsen
nadat ik bovenstaand verhaal las.


Hier zie je Franciscus die zich tussen en over de bloemen heen naar de fontein buigt.


De maan heb ik in de fontein niet gezien maar wellicht moet ik deze plaats nog eens op een avond bezoeken. Wel zijn er nog een aantal duiven van de partij


Dit verhaal is de laatste van een korte serie onder de titel:
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt
De vorige delen zijn hier te vinden:
Deel 1: 6 september 2010
Deel 2: 22 september 2010
Deel 3: 3 oktober 2010
Deel 4: 30 oktober 2010

Kunstvaria

Vandaag relatief veel beeldhouwwerk.
Twee schilderijen van Rembrandt en nog veel meer moois.
Vincent is vandaag ook weer de uitsmijter.
Veel plezier!





Attributed to Taddeo di Bartolo, The Virgin annunciate, Siena, circa 1362 – 1422.


Van Taddeo di Bartolo zijn niet heel veel werken bekend
maar hij wordt door Vasari genoemd in zijn ‘Le Vite delle pixc3xb9 eccellenti Pittori,
scultori, ed. architettori (de Levens van de voortreffelijkste schilders,
beeldhouwers en architecten).
Hier gaat het om een vermoedelijke toeschrijving.





Fernand Lxc3xa9ger, Smoke, 1912.


Een van mijn ‘Favorite things’.
Lxc3xa9ger: Rook.





Hans Hoffmann, An affenpinscher, 1580, watercolor and gouache on vellum.


‘Affenpinscher’ is een Duits hondenras.





Jan Brughel the Elder, Village landscape with figures and cows, 1568 – 1625, oil on copper.


Wat een bijzobdere blauwe lucht.





Jun Kaneko, Untitled-Dango, 2009, geglazuurd keramiek.


Dat glazuren is geen eenvoudige opdracht geweest.
Ik vermoed dat het in meerdere lagen heeft plaatsgevonden.
Jun Kaneka is een van oorspong Japanse kunstenaar.
Het woord Dango staat voor ‘ronde vorm’.
De vorm wordt als het ware gebruikt als een doek.
Daarop doet de kunstenaar met het glazuur zijn werk.





Leon Underwood, The liar, 1953, bronze.


De leugenaar. Mooi hoe de kleine armen het gezicht doen vervormen.
In een plooi proberen te houden.





Lucas Cranach the Elder, Portrait of a young woman holding grapes and apples, 1528 oil on panel transferred to canvas.






Tell Halaf.


In 1899 ontdekt Max Freiherr von Oppenheim de resten van een paleis
in wat nu Noordoost Syrie is (Tell Halaf).
De vondsten gingen natuurlijk naar Duitsland en werden in 1930
tentoongesteld in een fabrieksgebouw.
Dit prive museum werd tijdens de tweede wereldoorlog gebombardeerd.
De afgelopen jaren zijn met/uit de 27000 fragmenten
een aantal beelden gereconstrueerd.
Het beeld dat hierboven getoond wordt is er een van.





Pierre-Auguste Renoir, Venice, the Doge Palace, 1881, oil on canvas.






Rachel Perry Welty, Orange tee shirt, 24/07/2009.






Ray Caesar, Homecoming, editions 1 xe2x80x94 5, 2010, digital media on panel (Ultra chrome print on Epson luster paper, mounted on dibond.






Rembrandt Harmensz. van Rijn, David et Jonathan, 1642, huile sur bois, parquetage).



Rembrandt Harmensz. van Rijn, Portrait of a man with arms akimbo, 1658, oil on canvas.






Robert Polidori, Unit 4 control room Chernobyl, 2001.






Susan Schwalb, Toccata I, 2010.






Tony Cragg, Red figure, bois.


Het Louvre toont dit werk van Tony Cragg ter vergelijking
met een tentoonstelling van werken van Messerschmidt
die er tegelijkertijd te zien zijn.





Vincent van Gogh, The wheat field behind St. Paul’s Hospital in St. Rxc3xa9my, 1889.





De eigen beeldtaal van Rivelino

Een serie van 10 grote bonze beelden,
gemaakt door de Mexicaanse kunstenaar Rivelino,
trekt al een aantal jaren door de wereld.
Vorig jaar deed de beeldengroep Brussel aan.
Onderstaande foto’s zijn van die installatie.
De beelden zijn groot: 3,5 bij 2,3 bij 1,1 meter.
Al de beelden zijn verschillend en voorzien van de
kalligrafie die bij Rivelino steeds voorkomt.

Ze zijn gemaakt met de ‘verloren was’-techniek.
Dat wil zeggen dat je in was (smelt bij hoge temperaturen) een beeld maakt,
dat je het beeld vervolgens omwikkeld met een materiaal
zoals bijvoorbeeld klei (bestand tegen hoge temperaturen).
Door verwarming laat je de was weglopen en de holte
die dan ontstaat vul je met bijvoorbeeld brons.
Dit is een heel erg oude techniek.
De techniek wordt vaak toegepast op kleine voorwerpen.
Dat is hier duidelijk niet het geval.
De beelden zijn vervolgens voorzien van een witte en oker patina.
De patina is een laagje op beelden dat natuurlijk kan ontstaan (oxidatie)
of dat met een kleur kan worden aangebracht.

De naam van de beeldengroep is Nuestros Silencios (Onze stiltes).
Het dwingt de toeschouwer na te denken over stilte en in het bijzonder
de vrijheid van meningsuiting.
De beeldengroep is door de kunstenaar gemaakt in het kader
van het tweehonderdjarig bestaan van de staat Mexico.






















Soep van de dag

Je kunt me midden in de nacht wakker maken voor een kom soep.
Zeker als mijn moeder die gemaakt heeft.
Zoals vandaag een champignonsoep. Heerlijk!





Met mooie stukken champignon die niet te gaar zijn.






Vol verwachting….






Dat heeft geen toelichting nodig.





Sinds ik actiever Twitter…..

Sinds ik wat actiever Twitter heb ik 4 nieuwe volgers.
@Argusvlinder is dus geen tophit maar dat maakt niet uit.
Interessant is door wie je dan gevolgd wordt:

Formule 1 @f1_tweet
Alan

@AlansArtGallery

THE TOPICxe2x84xa2

@THETOPIC_RUSSIA

Brittany Gutierez

@BrittanyGutiere



Na het bekijken van hun Twitter accounts kom ik tot het volgende:

“Formule 1” is iemand uit Nederland die schrijft over de Formule 1 sport.
Prima niets mis mee.
Waarschijnlijk heeft hij ook andere interesses want ik schrijf niet
of nauwelijks over formule 1 en/of auto’s.

“THE TOPICxe2x84xa2” is iemand uit Rusland.
Zijn Tweets gaan over entertainment en vaak over hedendaagse popmuziek.

“Alan” is volgens zijn website een Engelsman op leeftijd.
Geinteresseerd in kunst en zelf een designer.

“Brittany Gutierez “, van haar weet ik niet veel.
Haar account bestaat al niet meer op Twitter.
Daar zal wel een reden voor zijn.
Ziet er alles bij elkaar niet erg betrouwbaar uit.

Gezien het beperkte aantal berichten dat sommige accounts bevatten
(The Topic en Brittany), terwijl ze zelf wel veel volgelingen hebben,
lijkt me hier iets aan de hand.
Ik weet alleen niet wat.