Bios (CMOS) batterij vervangen

Het is ongelofelijk maar ik heb vandaag de Bios (CMOS) batterij
van mijn pc vervangen.
Misschien is dat voor de lezer een dagelijkse routine
maar ik wist niet eens dat die batterij er was.
Van deze bijzondere activiteit bestaan geen foto’s
alleen een opname van de restanten.
Die kan ik de lezers niet onthouden.



Of het iets geholpen heeft weet ik morgen pas.
De afgelopen dagen was de pc steeds de datum kwijt.
Iedere dag de datum en tijd moeten instellen hoort niet.
Even op Google gekeken en dit lijkt de meest voor de hand liggende
oplossing voor het probleem.
Ik denk dat ik morgen weet of het geholpen heeft.

Huijsmansspelletje

Ik heb een klein ‘spelletje’ gemaakt.
Een van de drie schetsboeken van Constant Huijsmans,
Afd IV 22, heeft meer dan 40 tekeningen en schetsen in zich.
Die zijn allemaal te zien met het volgende spelletje.
Je kunt op alle letters en cijfers klikken.
soms verwijst de letterwaarde (A=1) ook naar een bladzijde
in het schetsboek.
Maar niet op alle bladzijdes stonden schetsen en sommige letters
(S, N, enz) komen meer dan een keer voor.
Om het compleet te maken stonden op sommige pagina’s
meerdere schetsen (5 op blad 25 bijvoorbeeld).
Er zit ook ergens muziek.
Zie hier de kluwe die in de volgende animatie kan worden ontrafeld.

Veel plezier.



Matthäus-Passion

Muziek is al weer even niet op deze web log aan de beurt geweest.
Maar in deze tijd van het jaar, met een beginnende lente
en een vastentijd, is het het moment in het jaar om een log te besteden
aan de Matthäus-Passion.
Dit fantastische werk van Bach kent vele uitvoeringen in Nederland
in de Paastijd.
Hier een klein stukje over de achtergrond van het muziekstuk.
Het is een stuk tekst uit de ‘luisterhulp’ die Eduard van Hengel op het internet
ter beschikking stelt aan geinsteresseerden.
Een aanrader.

Website van Eduard van Hengel

Laat je niet afschrikken door de omvang en duur van het werk.
Luister zo lang je wil en luister de volgende keer een ander deel.
Laat je niet afschrikken door al die termen die je niet of wel begrijpt
(Stille Week, lectietoon, celebrant, soliloquentes, sub-diaken,
Exordium, turbae, Conclusio, de Duitse taal, Lutherse kerk,
Gregoriaans, bijbelcitaten, …..)
Je hoeft tenslotte van moderen muziek ook niet perse het aantal
beats per minute te weten om de muziek mooi te vinden en er van te genieten.
Gewoon luisteren.

Geniet van de prachtige muziek, de meeslepende melodieen,
de emotionele zang.


JOHANN SEBASTIAN BACH(1685 – 1750)
Matthäus-Passion (BWV 244, 1727)
“Passio Domini nostri Jesu Christe secundum Evangelistam Matthaeum”

Geschiedenis

De passie is een heel oude kunstvorm.
Reeds in de vierde eeuw worden in de christelijke kerk
tijdens de Stille Week voorafgaande aan Pasen
de passieverhalen zingend voorgedragen,
op eenvoudige lectietoon, met kleine heffingen en dalingen.
Vanaf de negende eeuw komen stelselmatig alle vier de evangelisten,
Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes, aan bod
op respectievelijk Palmzondag, dinsdag, woensdag en Goede Vrijdag.
Vanaf de twaalfde eeuw doet een dramatiserende rolverdeling zijn intree:
de diaken zingt de woorden van de evangelist,
de celebrant vertolkt de Christus-woorden
en de sub-diaken neemt de uitspraken voor zijn rekening
van de soliloquentes (letterlijk ‘alleensprekenden’,
dramatische personages zoals Petrus, Pilatus e.a.)
en turbae (= menigten, zoals soldaten, discipelen en priesters).
Met de opkomende meerstemmigheid worden de turbae
eerst door alle drie de zangers gezamenlijk,
en later door een afzonderlijk koor vertolkt,
dat bovendien een meerstemmig Exordium (opschrift)
en een Conclusio (besluit) uitvoert.
Eind vijftiende eeuw ontstaan motet-passies (o.m. van Obrecht)
waarin het gehele verhaal voor meerstemmig koor is gezet.
Vanaf midden zestiende eeuw vervangt de lutherse kerk
eerst het Latijn door de volkstaal
(onder handhaving van de gregoriaanse lectietoon)
en vervolgens gaan daar de deuren wijd open
voor invloeden uit de Italiaanse opera:
het recitatief verhoogt de dramatische kracht van de evangelietekst,
er komt instrumentale begeleiding bij
en het evangelieverhaal wordt onderbroken door aria’s op vrije
d.w.z. niet aan het evangelie ontleende teksten,
en ter verhoging van de participatie van het publiek
zingt ook de gemeente nu en dan een eenstemmig koraal.
Wanneer deze koralen vervolgens meerstemmig gecomponeerd
en aan het koor toegewezen worden,
hebben we de oratorische passie
waarvan Bachs Johannes- en Matthäus-Passion voorbeelden zijn.
Tezelfdertijd echter komt ook het passie-oratorium op:
een eveneens meerdelig muziekstuk voor koor, solisten en orkest
maar op uitsluitend vrij gedichte teksten
en geselecteerde bijbelcitaten waarin de gedramatiseerde vertelling
van het evangelieverhaal plaats maakt
voor de subjectieve gevoelsuitingen (‘Empfindsamkeit’)
waar het opkomend pietisme om vroeg.
Daar doet Bach, in het orthodox-behoudende Leipzig, dus niet aan mee.
Zijn passies bieden daardoor een maximale varieteit qua tekst en muziek:
een belangrijk motief voor hun populariteit.
Tegelijk besluit Bach met zijn monumentaalste compositie,
qua bezetting en uitvoeringstijd, voorlopig een eeuwenlange traditie
die pas in de twintigste eeuw herleeft
met de Lukas Passion van Penderecki (1966)
en de Johannes Passion van Part (1981).

Wil je een stukje horen.
Dit is een van de aria’s.
Luister naar die prachtige melodische lijn.

Dit is een uitvoering onder leiding van de dirigent Georg Solti
Medewerkers zijn onder andere: Te Kanawa, von Otter, Rolf Johmson,
Krause, Chicago Symphony Orchestra and Chorus

Eduard van Hengel schrijft bij dit gedeelte:

hobo / strijkers
De dialoog tussen solist (I) en koor (II) wordt vervolgd,
met een barok contrast:
waken bij Jezus (tenor)
doet onze zonden inslapen (koor, een wiegelied als refrein).
In het hobothema eerst een levendig, schalmei-achtig signaal,
dan een wiegende melodie.
Zelfs de tenor lijkt knikkebollend in slaap te sukkelen.

Kunstvaria

Ook vandaag weer een hele serie kunstwerken.
Zelfs met een schilderij in een schilderij.
Heel krachtige kleurrijke werken.
Heel fijne, haast fotografische werken.
Van alle markten thuis.


Annibale Carracci, Hercules resting, 1595xe2x80x931597.


Deze Italiaanse schilder was me volledig onbekend.
Tijdgenoot van Carravagio.
Zijn tekenwerk mag er zijn.
Dus ook nog even gezocht naar het schilderwerk.


Annibale Carracci, Hemelvaart van de maagd Maria, 1600-1601.





Claude Monet, Break-up of the ice on the Seine near Bennecourt, 1892-1893.






Ernst Barlach, One-legged man, 1934.






Gerhard Richter, Claudius, 1986.


Op dit moment is dit een zeer populaire Duitse kunstenaar.
Zeer uiteenlopende werken zoals dit met heel felle kleuren.
Grof van techniek zal ik maar zeggen.
Vergelijk dat maar eens met het volgende werk, ook van zijn hand.





Gerhard Richter, Lesende, 1994.






Giacomo Balla, Abstract Speed + Sound (Velocitxc3xa0 astratta + rumore), 1913xe2x80x9314.






Henri Matisse, Fruit, flowers and the dance, 1909.


Genoemde dans is een schilderij dat op dit schilderij te zien is.
Er zijn meedere uitvoeringen van deze dans.
Hieronder de versie die te zien is in St. Petersburg.


Henri Matisse, The dance, 1910.






Ito Jachuko, Calla mit Frosch, 1768.






Pablo Picasso, Le Matador, 4 Octobre 1970.






Louise Bourgeois, Arch of hysteria, 1993.






Maazouz Azamourm, Camel Boy.


Ander werk of zelfs maar de datering van deze foto,
ik kon er niets van achterhalen op het web.
Mooie kleuren. Mooi perspectief.





Marlene Dumas, The kiss, 2003.


Marlene Dumas is een rijzende ster in de Verenigde Staten.
Deze Zuid Afrikaanse schilder maakt werken met steeds
een enorme lading spanning.
Het lijkt alsof er niet veel gebeurt, er is niet veel actie.
Maar de sfeer is heel indringend.





Rania Tabet, Orange juice… in the making.


Dit stilleven schreeuwt het uit.
Prachtige, harde kleuren.
Mooie reflecties op het kan.




Vereniging Rembrandt

Het heeft een hele tijd geduurd.
Maar nu heb ik dan toch de hele catalogus doorgenomen.
Peter Hecht schreef ter gelegenheid van het jubileum van de Vereniging Rembrandt
een catalogus bij de tentoonstelling.
Een fantastische tentoonstelling, een fantastische verzameling kunst.
De catalogus vertelt hoe vaak moeizaam geld werd verzameld
om kunstwerken mee te kunnen helpen financieren.
Dit leverde een boekwerk op dat is verluchtigd met prachtige foto’s
van allerlei kunstwerken.
Wereldberoemde werken maar ook stukken die van belang zijn
voor de cultuurgeschiedenis van Nederland of bijvoorbeeld Breda.

Het is onmogelijk om er het mooiste uit te kiezen.
Daarvoor zijn er te veel mooie stukken in dit boek opgenomen
en mede door de Vereniging Rembrandt in de afgelopen 125 jaar gekocht.

Een opmerkelijk stuk dan maar:


Aelbert Cuyp, Portret van de eend Sijctghen, 1647-1650.

Wat is er dan zo opmerkelijk aan dit stuk.
Om te beginnen het onderwerp.
Het is niet zomaar een eend.
Het is een eend met een naam.
Een eend die uiteindelijk 23 jaar oud werd.

Volgen Kunstbus:

Het opmerkelijke Portret van een eend laat prachtig
de veelzijdigheid van Aelbert Cuyp zien.
Het schilderij is bovendien uniek in de schilderkunst te noemen.
Bijzonder is dat Cuyp zijn schilderij heeft voorzien van een gedicht
met prachtig gekalligrafeerde letters.
In het vers laat Sijctghen ons weten dat zij niet alleen in 1647
de voor eenden zeer hoge leeftijd van 20 jaar had bereikt,
maar ook dat zij is geportretteerd omdat zij maar liefst 100 eieren per jaar legde.
In 1650 zijn nog eens vier regels aan het vers toegevoegd
met de trieste mededeling dat Sijctghen
overleden is op de respectabele leeftijd van 23 jaar.

Ik ben gebroet te wercken.dam
k’was jonck en goet. doen ick hier quam
in voogelen Borch, sonder te paeren
heb ick geleeft, wel twintich jaren
wel hondert eijers tsjaers geleijt
daerom ben ick geconterfeijt
gebroocken beennen, tooch wt geneesen
gesondt en bont is noch Mijn weesen
en als ick sijctghen steruen sal
soo schrijft hoe out, en tjaer getal
1647.
anno vijftich dartich daeghen
in october hoort men claeghen
sijctghen doot, dit is al waer
out zijnde drijentwintich jaer

Er staat en prachtig schilderij in
dat de Nederlandse museale wereld net is misgelopen.
Maar het is zo prachtig dat ik het niet kan laten
om het hier te laten zien:


Edgar Degas, Duchesa di Montejasi with her daughters, Elena and Camilla, 1876.

Ter afsluiting dan nog deze anecdote.
Letterlijk overgenomen uit de catalogus.
Deze en andere verhalen en afbeeldingen maakte het voor mij
een geweldig boek.

Wonderlijke verbanden

Op 3 juli 1980 vroeg het Van Gogh Museum 35.000 gulden steun
om een van de twaalf Haagse stadsgezichten te kunnen kopen,
die Van Gogh in maart 1882 op verzoek van zijn oom Cor getekend had.
Het blad bevond zich toen bij een Amsterdams kunsthandelaar,
die het voor de zoon van H.P. Bremmer mocht verkopen.
In de aanvraag van het museum werd als bijzonderheid
naar de opdracht van oom Cor verwezen,
en die geschiedenis is ook zeer de moeite waard
omdat zij ons een indruk geeft van de manier waarop Van Gogh
aan zijn leven als kunstenaar begon.

Vincent was net met de kunsthandelaar Tersteeg gebotst,
die hem had uitgelegd dat hij niets voor hem zou kunnen doen
als hij geen ander, meer voor de verkoop geschikt werk
zou willen maken.
Maar daar dacht Vincent niet aan,
want hij wilde xe2x80x9cde liefhebbers of handelaars niet nalopenxe2x80x9d
– ook al had hij zijn laatste centen nodig om de brief te frankeren
waarin hij dat aan zijn broer Theo schreef.
Uitgerekend op dat moment kwam oom Cor,
die net als Tersteeg kunsthandelaar was,
bij Vincent op bezoek en bestelde tot diens grote vreugde
een serie stadsgezichten,
xe2x80x9ctegen een rijksdaalder per stuk, prijs door mij bepaald.xe2x80x9d
De gevraagde tekeningen waren binnen veertien dagen klaar,
en Vincent kreeg niet alleen zijn dertig gulden,
maar ook nog een vervolgopdracht,
die zelfs beter zou worden betaald.
Deze keer werd zijn plezier aan het werk echter vergald
door een tactloze opmerking van zijn vroegere mentor Mauve,
die meende dat oom Cor alleen maar iets bij Vincent had besteld
om hem te helpen en niet omdat hij iets in diens tekeningen zag.
Misschien zat daar trouwens wel een kern van waarheid in
want toen Van Gogh zijn tweede serie,
deze keer van zes wat uitvoeriger tekeningen had geleverd,
reageerde oom Cor alleen nog maar met een cheque van twintig gulden
en daarmee was het uit.


Vincent van Gogh, Gasfabriek, Den Haag, 1882.jpg.

In 1980 betaalde het Van Gogh Museum 90.000 gulden voor de Gasfabriek,
wat niet gering was voor een tekening van een riks.
Maar wat niet bij de geschiedenis in de aanvraag werd vermeld,
was dat oom Cor die tekening, met nog drie andere,
al snel aan Danixc3xabl Franken had verkocht of wie weet zelfs cadeau gedaan
xe2x80x93 de Franken die bevriend was met Ankersmit
en anoniem de honderdduizend gulden gaf,
waarmee in 1907 de aankoop van Het melkmeisje (van Vermeer)
voor het Rijksmuseum mogelijk werd gemaakt.
En wat ik althans niet wist, is dat de bij Parijs woonachtige Danixc3xabl Franken,
deze held uit de oprichtingstijd van de Vereniging (Rembrandt),
de zwager was van oom Cor.
Zo dicht raakte het leven van de meest genereuze weldoener
van het openbaar kunstbezit van toen aan dat van de Van Goghs.
Theo ging er nog op visite,
toen Vincent al vanuit Parijs naar Arles vertrokken was,
en hij was er te eten genodigd in de week voor Vincents dood.
Hoe langer je daarover nadenkt, hoe raadselachtiger het wordt.

Toen Franken in 1898 overleed, gingen zijn vier Haagse stadsgezichten
terug naar oom Cor, die ze in 1902 met zeven andere
kennelijk nooit verkochte bladen uit de groep die hij in 1882
bij Vincent had besteld, liet veilen in Den Haag.
De meeste van deze tekeningen werden bij die gelegenheid
of kort daarna gekocht door de jonge H.P. Bremmer,
die drie jaar later aan Helene Krxc3xb6ller-Mxc3xbcller begon les te geven.
Het is verleidelijk je voor te stellen hoe die tekeningen
xe2x80x93 toen nog maar nauwelijks gewaardeerd xe2x80x93
in Bremmers cursus zullen zijn getoond en rondgegaan,
en hoe zijn leerlinge mede op grond van deze bladen
de kunst van Vincent leerde zien.
In 1915 kocht zij zelfs een van deze tekeningen van haar leraar,
terwijl de Gasfabriek, die Bremmer nooit heeft weggedaan,
dus in 1980 met steun van de Vereniging (Rembrandt)
voor het Van Gogh Museum werd verworven.
Dat heeft iets heel bevredigends en poxc3xabtisch
xe2x80x93 zoxe2x80x99n link die Franken en Bremmer en ons
na meer dan honderd jaar npg steeds verbindt.

Rembrandt



Helaas heb ik het filmpje zelf niet.
Wat hierboven staat is dus een link.
Ik ben nu afhankelijk van hoelang men dit op het web laat staan
om het ook op mijn web log te tonen.
Veel belangrijker is echter het onderzoek van Bas Dudok van Heel.
Hij heeft onderzocht wie nu precies wie is op dit schilderij.
De namen waren al bekend maar wie zijn ze nu.

Op de website van het Rijksmuseum kan nu een prachtige grote foto
worden gedownload. Ik heb hem verkleind naar mijn web log:


Rembrandt Harmensz van Rijn, Het korporaalschap van kapitein Frans Banninck Cocq, (De Nachtwacht), 1642

Er is ook een heel mooie pdf-file waarop te zien is wie nu werkelijk wie is.
Voor het onderzoek is De Nachtwacht weer compleet gemaakt.
Het stuk van het doek dat van de rechterzijde af werd gehaald
kennen we nog van een copie.
Ook de mensen die daarop waren afgebeeld zijn geidentificeerd.
Hieronder een overzicht:

Het korporaalschap van kapitein Frans Banninck Cocq

 

Leden:

 

Frans Banninck Cocq  kapitein 1605-1655
Willem van Ruytenburch luitenant 1600-1657
Jan Visscher Cornelisen vaandrig 1610-1650
Rombout Kemp sergeant 1597-1653
Reijnier Engelen sergeant 1588-1651
Barent Harmansen Bolhamer piekenier 1589-1661
Jan Adriaensen Keijser zwaarddrager 1594-1664
Elbert Willemsen musketier 1589-1644
Jan Claesen Leijdeckers musketier 1597-1640
Jan Ockersen piekenier 1599-1652
Jan Pietersen Bronchorst   1587-na 1666
Harman Jacobsen Wormskerck rondassier 1590-1653
Jacob Dircksen de Roy   1601-1659 Staat niet langer op het schilderij
Jan van der Heede musketier 1610-1655
Walich Schellingwou piekenier 1613-1653
Jan Brughman musketier 1614-1652 Staat niet langer op het schilderij
Claes van Cruijsbergen rondassier 1613-1663
Paulus Schoonhoven piekenier 1595-1679

 

Ingehuurd: 

 

Jacob Joriszn trommelslager 1591 – na 1646



Misschien is het een bekend feit maar voor mij was het onbekend:
1. Jan Claesen Leijdeckers was al overleden (1640)
toen het schilderij werd opgeleverd (1642).
2. Dat er ‘figuranten’op het doek stonden wist ik.
Dat er een van is geidentificeerd (Jacob Joriszn, ingehuurde trommelslager)
is opmerkelijk.

Kunstvaria



Book of the dead of Amen-em-hat, 320 voor Christus, Ptolemaic Period: Amen-em-het (links) groet de goden Horus, Isis, Nepthys en Anubis.


Fragment van het dodenboek van Amen-em-hat.





Cheryl Dunn, Willies wiener wagon, 2007.






Dorothea Prxc3xbchl, Birds in the air, 2007.


Vogels in de lucht. Halssierraad.





Ernesto Neto, Leviathan Thot (Finger), 2007-2008.






Fernand Lxc3xa9ger, Circus, 1950.






Culture of the streets, circa 1980.


Ik vind het een prachtige foto (?).
Ik betwijfel of het werk van Maqbool Fida Husain is.
Maqbool Fida Husain is een controveriele Indiase kunstenaar
die het heel goed doet in de pers en tegenwoordig ook op veilingen.
Maar of hij ook foto’s heeft gemaakt……?





Robert Scott Duncanson, At the foot of the cross, 1846.


‘Aan de voet van het kruis’.
Interessant werk in relatie tot de schilderijen van Petrus van Schendel.





Shah Abbas, Hawking, Late 1600.


Portret van Shah Abbas terwijl hij jaagt met een valk.
Laat 17e eeuw.




Alleen in India worden sprookjes werkelijkheid

Stel je wilt een tapijt laten maken.
Niet zomaar een tapijt maat een heeeel mooi.
Je wil er de tombe van de Profeet in Medina mee bedekken.

Stel je bent Maharadja van Baroda (een staat in India).
Je bent al in het bezit van een enorme diamant (the star of the South, 128.48-karaat)
en een hoop kleinere sieraden die we hier maar niet opsommen.


Star of the South, gefotografeerd in 1880.

De kleine steen helemaal onderaan is de Englisch Dresden: 78.5-Karaat.


1948, Sita Devi, de vrouw van de Maharadja draagt het sierraad.

Nou dat laat je toch een tapijt maken met wat edelstenen erop:

The carpet (5ft 7 1/4 in X 8ft 7 1/8 in) is adorned
with 2,520 rose cut diamonds (1 to 5 carats)
with more than a 1.4 million pearls,
entwined with flowers whose centres and petals are set up
over 1,000 cabochon rubies and close to 600 emeralds.
Elements of the refined design are further worked in thin English glass beads.
The settings are of solid gold.
“Times Of India”

Zie hier het Pareltapijt van Baroda (the Pearl Carpet of Baroda):


The Pearl carpet of Baroda, 1865.






























.












En zo te zien is het nog mooi ook.




Als je nog een plaatsje vrij hebt tegen de muur of op de vloer,
het tapijt is te koop.
1 meter 75 bij 2 meter 65:
2520 roze diamanten, 1.4 miljoen parels, 1000 robijnen en 600 smaragden
Nog wat stukjes Engels glas en alle stenen gezet in goud.

Justinus van Nassau en Spinola

Justinus van Nassau:
het enige buitenechtelijke kind van Willem van Oranje.
Willem heeft Justinus officieel erkend en opgevoed.
Justinus studeerde in 1576 te Leiden.
Van 1601 tot 1625 was hij gouverneur van Breda.
In 1625 gaf Breda zich over aan Spinola.

Ambrogio Spinola:
de Italiaan Ambrogio Spinola was opperbevelhebber
van de Spaanse troepen in de Zuidelijke Nederlanden.
Hij was de grote, zeer gerespecteerde tegenstander van stadhouder Maurits

Justinus links, rechts Spinola.

Detail.

Kopie naar ‘De overgave van Breda’ van Diego Rodrxc3xadguez de Silva y Velxc3xa1zquez.

Signatuur II

Zoals ik al eerder heb aangegeven, is de tentoonstelling Signatuur
zeer de moeite waard.
Het laat op een mooie manier de ontwikkeling en veelzijdigheid
van het kunstwereldje van Breda en omgeving zien.
Zoals de uitnodiging zegt:

Een keuze van ruim 140 werken van 80 verschillende kunstenaars
verbindt oude en hedendaagse kunst.


De tentoonstelling wordt zo een spannende wandeling door de tijd.
Zoals de uitnodiging zegt:

(de werken)….markeren een boeiende wandeling door een tijdperk
waarin Breda en omstreken langzaam maar zeker
aansluiting vonden op een grotere wereld.


Van een aantal van deze werken kon ik gisteren een foto maken.
En die zie je natuurlijk terug op deze website.



De Geboorte van Christus
Petrus van Schendel
Olieverf op doek
1858

Dit monumentale doek is ruim twee jaar geleden herontdekt
in de H. Kruiskerk in de Brusselse deelgemeente Elsene.
Het was daar buiten gebruik en dientengevolge is het schilderij
nu als langdurig bruikleen terechtgekomen in de verzameling
van het museum.
In het najaar van 2008 is het doek hier in deze zaal gerestaureerd
en vervolgens in de vaste expositie opgenomen.
Het is het grootste schilderij dat van Van Schendel bewaard
is gebleven en waarschijnlijk ook het grootste dat hij ooit heeft gemaakt.
De kunstenaar maakte dit werk niet in opdracht,
maar voor eigen risico.
Na voltooiing heeft Van Schendel het op enkele plaatsen tentoongesteld
en er veel waardering voor gekregen.
Een keer heeft hij een bod op het werk afgeslagen.
Voor een schilder die zich specialiseerde in nachtelijke taferelen
en daarbij de historieschilderkunst als hoogste ambitie koesterde,
is de kerstvoorstelling natuurlijk de uitdaging bij uitstek.
En Van Schendel moet van voorbeelden
van de hand van meesters van vxc3xb3xc3xb3r zijn tijd op de hoogte zijn geweest,
al weten we nog niet hoe precies.
Zijn compositie en stoffering daarvan met figuren vertonen
duidelijke overeenkomsten met nachtelijke kerstvoorstellingen
van Guido Reni en Correggio.
De voorstelling is klassiek van compositie,
met de menselijke figuren in een driehoek gevat.
Links van de kribbe met het Christuskind Maria en Jozef.
De overige personen zijn de herders en herderinnen
die als eersten getuigen waren van de geboorte.
Zij hebben geschenken meegenomen, zoals een mand met duiven
en een brood en, op de achtergrond, een amfoor met drank.
De os en de ezel zijn links, respectievelijk rechts in de voorstelling te zien.
Als plaats heeft Van Schendel gekozen voor een klassieke ruxc3xafne
en niet voor een stal.
Hij heeft deze ruxc3xafne geschilderd naar een voorbeeld
uit de Romeinse stad Palmyra in Syrixc3xab,
waarvan in Van Schendels tijd prenten waren gepubliceerd.



Licht en diepte crexc3xabert Van Schendel met twee fakkels
terwijl de stralen van de ster van Bethlehem het geheel
in een zacht aanvullend licht brengen.
Om ruimtelijke redenen is de originele, monumentale lijst
van het schilderij niet in zijn geheel benut kunnen worden.
Nu is alleen de binnenlijst aangebracht.

Inv.nr. G 2503
Langdurig bruikleen Heilige Kruiskerk, Brussel



Bivak bij Gageldonk
Constant Huijsmans
Olieverf op doek
1832



In verband met de Belgische Opstand moest Huijsmans
zijn studie aan de academie in Antwerpen afbreken
en werd hij gedwongen terug te keren naar Breda.
Hij nam dienst bij de vrijwillige schutterij en trok als foerier door Brabant.
Hij vertoefde onder meer enige tijd op de hei bij Dongen
en maakte daar waarschijnlijk de schetsen voor schilderijen.
Dat zullen veelal details geweest zijn van het soldatenleven
die hij later verwerkte in een romantische landschappelijke omgeving.
In dit geval heeft hij het huis Gageldonk in de Haagse Beemden
bij Breda gebruikt als een fantasievolle stoffering in een heuvellandschap.
De kleurstelling met het morgen- of avondrood
doet denken aan de Duitse romantische landschapskunst uit zijn tijd.


Constant Huijsmans, Bivak bij Gageldonk, detail.

Inv.nr. S 5368
Bruikleen Stichting Stedelijk Museum Breda



Stilleven met sierkistje en anemonen
Jan Bogaerts
Olieverf op doek
1912
Inv.nr. G 30
Bruikleen Vereniging Vrienden van Bredaxe2x80x99s Museum






Umbrische vrouw
Akke Sins
Houtsnede
1966

Akke Sins (1928) is grafisch kunstenares.Ze is van Friese afkomst maar woont al vele jaren in Breda.
Naast vrije grafiek maakt ze veel gelegenheidsgrafiek,
geboorteaankondigingen, ex-libris, vignetten en dergelijke.
Ook monumentale opdrachten heeft ze uitgevoerd,
bijvoorbeeld glas in loodramen voor de Driesprongkerk in Breda.



Deze houtsneden uit de jaren zestig maakte Sins in een figuratieve stijl
die in de verte is afgeleid van het kubisme.
Vele kunstenaars met haar bezigden deze stijl die behalve in grafiek
ook veel werd toegepast in monumentale kunst
als wandschilderingen en glas in lood.

Inv.nr. G 750
Breda!s Museum



Zonder titel
Tom Claassen
Brons
1995

De beelden van de beeldhouwer Tom Claassen (Heerlen 1964)
zijn ooit getypeerd als ‘psychomorfisch’.
De vorm waarin hij zijn mens- en dierfiguren en ook dingen brengt,
roepen meteen een gevoel of een sensatie op.
Hij weet dat effect te bereiken door vormen sterk te vereenvoudigen
en door materiaalgebruik en overdrijving tegelijk ook een karakter
of een toestand uit te beelden.
Dit menselijke figuurtje (ondanks zijn formaat
ziet het er namelijk toch klein uit) wekt de indruk zojuist
heel hard op de grond neergestort te zijn.
Zo hard dat zijn vorm zich op een heel kunstmatige wijze
aan de gevolgen van die val heeft aangepast.
Zulke effecten kennen we van tekenfilms of strips
waarin figuren een harde klap krijgen of van grote hoogte
op de grond vallen en dan helemaal plat worden
of de vorm aannemen van datgene waarin ze terechtgekomen zijn.
Even later zijn ze meestal weer helemaal de oude.



Tom Claassen laat met xc3xa9n rondom zijn sculpturen
een andere wereld ontstaan, waar we ons bevinden in een tekenfilm,
een strip of een kinderboekillustratie.
De fantasiexc3xabn uit die wereld worden ineens een tastbare realiteit,
vaak op een groter formaat dan we verwachten.
Het knappe is dat Claassen deze sensatie weet op te roepen
zonder te leunen op directe ontleningen uit bekende cartoons.
En of het nu voorstellingen zijn van dierlijke en menselijke figuren
of van voorwerpen, al zijn beelden dreigen elk moment
te kunnen gaan leven.
We hebben de neiging ze aan te raken, het materiaal
van hun huid te voelen.
Verleidelijke beelden maar ook een beetje beangstigend.
Een kinderdroom op de grens van het griezelige.

Inv.nr. G 4155
Breda!s Museum



Versteende beweging
Rini Hurkmans
Keramiek
1981

Rini Hurkmans (Deurne 1954) maakt beelden, installaties, foto!s en videofims.
Ze studeerde aan St. Joost maar woont reeds lang in Amsterdam
waar ze doceert aan de Rietveld academie.
Dit keramisch werk is afkomstig uit het stadhuis
van de voormalige gemeente Teteringen.
Bij het werk hingen foto!s waarop de losse delen
op een strand waren geplaatst en werden overspoeld door de opkomende vloed.
Dat is ook het proces die dit werk uitbeeldt:
de kleine golfbewegingen van opkomend water op het zand van een strand.



Inv.nr. G 4007
Breda!s Museum



Gestutte wolk
Sef Peeters
Polyester en beschilderd hout
1981/1983

Een wolk is niet blauw.
En een wolk zweeft uit zichzelf.
Met deze eenvoudige beeldtaal zet Sef Peeters ons even
op het verkeerde been.
Hij benadrukt het artificxc3xable van een kunstwerk.
En wat voor kunstwerk is het eigenlijk?
Een beeldhouwwerk? Een schilderij? Het is iets er tussenin.
Een schilderij dat in onderdelen uiteen is gehaald
en tot een sculptuur is omgevormd.
De vier stutten, zijn dat de vier latten van het spieraam of de lijst?
Het “doek! van het schilderij verwijst alleen door middel van zijn omtreksvorm
naar een wolk, maar bevat verder eigenlijk geen afbeelding.



Vluchtige ingevingen, een gedachte.
Sef Peeters probeert die zo direct mogelijk in zijn kunstwerken vorm te geven.
Woorden, begrippen zet hij om in een ruimtelijke gestalte.
Dat deed hij al in de jaren zeventig met performances en installaties.
En tegenwoordig vooral met taalkunst, het ruimtelijk in spanning brengen
van woorden zodat ze de beschouwer aanzetten tot zorgvuldig kijken en lezen.
En de waarde ervan goed tot zich kan laten doordringen.

Inv.nr. G 570
Breda!s Museum



Met deank aan de tekst:
Signatuur
Kunstenaars en collectie
1800 xe2x80x93 heden
Catalogus
Tekst: Jeroen Grosfeld

Signatuur I

Gisteren was er een forumdiscussie ter gelegenheid van de
tentoonstelling Signatuur in het Breda’s museum.
Een aantal weken had ik via e-mail een aankondiging,
nee uitnodiging, ontvangen.
Zie tekst hieronder.

Gisteren werden we zowat weggestuurd.
Als we geen uitnodiging hadden konden we een kaartje kopen.
We mochten en eindje verderop, waar nog een geluidsbox stond,
gaan zitten en meeluisteren als we wilden.
Koffie werd er niet geschonken.
De flessen witte en rode wijn werden met dozen tegelijk ontkurkt.

Gelukkig werd dat even later nog rechtgezet en ontvingen we
een gratis kopje koffie
en konden andere gasten (blijkbaar met persoonlijke uitnodiging)
ook nog thee of koffie krijgen.

Zeer vreemde gebeurtenis!



De meest recente nieuwsbrief bevatte de volgende tekst:

BREDAxe2x80x99S MUSEUM Uitnodiging / Nieuwsbrief – 16 februari 2009
Geachte mevrouw, meneer,

De expositie xe2x80x98Signatuurxe2x80x99 toont de Bredase kunsttraditie
met kunstonderwijs als verbindend element.
Een keuze van ruim 140 werken van 80 verschillende kunstenaars
verbindt oude en hedendaagse kunst.
Bredaxe2x80x99s Museum bouwt daar met
collectie en ruimte voor tentoonstellingen op voort.
Ter gelegenheid van deze tentoonstelling organiseert Bredaxe2x80x99s Museum
daartoe een forumbijeenkomst.
Wat is het toekomstig belang van een museale collectie
en een podium voor de beeldende kunsten in Breda?
Hoe gaan heden en verleden elkaar inspireren?
Tijd voor een gedachtewisseling en u bent van harte welkom.

Op zaterdag 7 maart 2009 om 16.00 uur organiseert
Bredaxe2x80x99s Museum xe2x80x98Signatuur het Forumxe2x80x99.

Na een welkomstwoord van museumdirecteur Jeroen Grosfeld
houdt Jules van de Vijver, directeur van AKV/St. Joost
in Breda en Den Bosch een inleiding.
Vervolgens spreken academiedocent Renxc3xa9 Bosma,
student Anneroos Goossen en kunstenaars Loek Grootjans,
Colin Peters, Pieter Laurens Mol, Jacomijn den Engelsen
en Jaap de Vries over hun ervaringen en ideexc3xabn
en is er voor ieder de kans om gedachten naar voren te brengen.

Het Forum wordt een rexc3xbcnie en kennismaking voor kunstenaars,
kunstliefhebbers en museumbezoekers.
Vanzelfsprekend is er tijd voor een drankje
en een bezoek aan de expositie.
xe2x80x98Signatuur is een verrassende kennismaking met werken
van een groot aantal bijzondere kunstenaars.
Hun namen markeren een boeiende wandeling door een tijdperk
waarin Breda en omstreken langzaam maar zeker
aansluiting vonden op een grotere wereld.
Kunstenaars hadden en hebben daar op hun manier een aandeel in.



Nieuwe huis




We hebben de sleutels ‘gekregen’ van ons nieuwe huis.
Dat zal betekenen dat er de komende tijd minder blogs
te zien zullen zijn op de Avonturen van de Argusvlinder.


De sleutel.

Een en ander betekent ook dat de eerste rekening
van een bouwmarkt al weer binnen is.


De Gamma.

Waalse Kerk door Constant Huijsmans

Constant Huijmans is een belangrijke persoon
voor het tekenonderwijs in Nederland.
In een van zijn schetsboeken maakte hij een tekening
van de Waalse Kerk in Breda.
Vandaag maar eens wat foto’s gaan maken
om de tekening te kunnen vergelijken met de realiteit.



Constant Huijsmans, Waalse Kerk, 1831.






Waalse Kerk Breda, 1 maart 2009.








In 1440 sticht Johanna van Polanen een Gothische kapel,
die wordt toegewijd aan de heilige Wendelinus, een pestheilige.

In 1550 wordt deze kapel geschonken aan de Begijnen.

Als Prins Maurits Breda verovert (1590) brengt dat
een groot aantal protestanten en Frans sprekende protestanten
in het katholieke Breda.
De kapel wordt dan van de Begijnen afgenomen en wordt Waalse Kerk.

Maar in 1625 wordt Breda door Spinola ingenomen
en wordt de kapel aan de Begijnen teruggegeven.
Echter niet voor lang: als Prins Frederik Breda verovert (1637)
wordt de kapel weer Waalse Kerk,
hetgeen in 1648, bij de Vrede van Munster, zijn bekrachtiging krijgt.

De Sint Wendelinuskapel of Waalse Kerk is een zeldzaam exemplaar
van een oorspronkelijk middeleeuwse stadskapel,
die veel elementen uit de oudste tijd heeft behouden.
Voorbeelden daarvan zijn de fraaie,
met in diverse kleuren beschilderde sluitstenen
versierde kruisgewelven en de spitsboogvensters.





Moeilijk hetzelfde stanpunt te krijgen als de maker van de schets.






Het is toch wel dezelfde kerk.




Goya: weg van passie ?

Francisco Jose De Goya y Lucientes (1746-1828).

Deze kunstenaar (Spaanse schilder, etser enz) maakte een serie prenten
over de verschrikkingen van de Spaanse Burgeroorlog
(Los desastres de la guerra, 1810-1815).
Een deel van de beeldvorming van Albert Servaes kan vergeleken worden
met Goya: de Eerste Wereldoorlog met de loopgraven in Belgie
en de Spaanse verschrikkingen.
Beide maakten werken daarover.
Zie voor Servaes de blog van gisteren.
Die van Goya werden pas lang na zijn dood en lang na
de Spaanse burgeroorlog gepubliceerd.
Hier een paar voorbeelden:

Francisco De Goya, plaat 1, Sad forebodings of what’s going to happen / Tristes presentunientos de la que ha de acontecer.

Trieste aankondiging van wat gaat gebeuren.
De hof van Gethsemane?


Francisco De Goya, plaat 14, It’s a hard step / Duro es el paso!

Het is een moeilijke stap.


Francisco De Goya, plaat 15, There’s no help for it / Y no hai remedio.

Er is geen oplossing voor.


Francisco De Goya, plaat 21, It will be the same / Sera lo mismo.

Het zal hetzelfde zijn.


Legende van de kristallen schedels

Vervolg van het verhaal van Jane MacLaren Walsh.

Een derde generatie schedels dook op.
Kort voor 1834 kocht Sidney Burney,
een Londonse kunsthandelaar, van Tiffany,
een kristallen schedels van dezelfde grootte
als de schedel van het Brits Museum.
Er is verder geen informatie over hoe hij er precies aan kwam
maar de schedel is bijna dezelfde vorm als van de schedel
in het Brits Museum maar met beter vormgegeven ogen en tanden.
Verder zijn er meer details aan die ogen en tanden.
Daarnaast heeft het een losse onderkaak.
Daarmee is het enig in zijn soort.
In 1943 werd deze schedel door Sotheby’s verkocht aan
Frederick Arthur (Mike) Mitchell-Hedges
Een Engelsman in goede doen, diepzeevisser en
ontdekkingsreiziger.
Altijd goed voor een sterk verhaal.

Sinds de publicatie van Mitchell-Hedges’s memoires (Danger My Ally,
Gevaar mijn bondgenoot) is deze 20ste-eeuwse schedel plotseling
afkomstig van de Maya’s.
Zijn geadopteerde dochter, Anna Mitchell-Hedges
(onlangs op honderdjarige leeftijd overleden) stelde de schedel
soms, prive, tentoon.
De schedel is nu in het bezit van haar weduwnaar.
Verschillende neven en nichten hebben al
een claim op het voorwerp gelegd
De schedel staat bekend al de Schedel van de ondergang,
de Liefdesschedel of gewoon als de Mitchell-Hedges schedel.
Er wordt van verteld dat er blauw licht uit zijn ogen schijnt
en dat het regelmatig hard discs van computers laat crashen.

De Mitchell-Hedges schedel.

In 1936 verscheen er een serie artikelen geschreven door de curator
van het British Museum, Adrian Digby, en de antropoloog G.M. Morant.
In deze artikelen bespraken beide de mogelijkheid dat beide schedels
waren gebaseerd op dezelfde originele schedel.
Digby duidde die als de Middenamerikaanse ‘god van de dood’.

De schedel van het British Museum.

Ondanks dat de kristallen schedels steeds opnieuw worden geidentificeerd
als Azteeks, Tolteeks, Mixteeks of af en toe als afkomstig van de Maya’s,
vertonen ze geen van allen de artistieke en stijlkenmerken van deze culturen.
De Azteken en Tolteken kenden wel doodshoofden maar maakten die
uit basalt, al dan niet bedekt met een stuclaag en beschilderd.
Meestal waren deze hoofden bevestigd aan een muur of aan een altaar.
Ook basreliefen van doodshoofden komen voor.
Soms komen doodshoofden voor als versiering aan een riem.
Vergeleken met de schedels die we hier bespreken waren ze
ruw uitgehakt maar tegelijkertijd natuurlijker.
Zeker in de manier waarop tanden worden afgebeeld.

Chichen Itza, Azteekse schedels op de muur van een platform.

Van de Mixteken zijn gouden schedels bekend maar dat
zijn nauwkeurige afbeeldingen van menselijke gezichten.
Met echte ogen, neus en mond.

Mixteek, gouden dodenmasker, Oaxacal, 1350-1521 na Christus.

De Mayas hakten ook doodshoofden uit maar in relief.
In kalkzandsteen bijvoorbeeld.
Vaak beelden deze schedels, uitgevoerd in profile,
de dagen van hun kalender uit.

A third generation of skulls appeared some time before 1934, when Sidney Burney, a London art dealer, purchased a crystal skull of proportions almost identical to the specimen the British Museum bought from Tiffany’s. There is no information about where he got it, but it is very nearly a replica of the British Museum skull–almost exactly the same shape, but with more detailed modeling of the eyes and the teeth. It also has a separate mandible, which puts it in a class by itself. In 1943, it was sold at Sotheby’s in London to Frederick Arthur (Mike) Mitchell-Hedges, a well-to-do English deep-sea fisherman, explorer, and yarn-spinner extraordinaire.Since the 1954 publication of Mitchell-Hedges’s memoir, Danger My Ally, this third-generation, twentieth-century skull has acquired a Maya origin, as well as a number of fantastic, Indiana Jones-like tall tales. His adopted daughter, Anna Mitchell-Hedges, who died last year at the age of 100, cared for it for 60 years, occasionally exhibiting the skull privately for a fee. It is currently in the possession of her widower, but 10 nieces and nephews have also laid claim to it. Known as the Skull of Doom, the Skull of Love, or simply the Mitchell-Hedges Skull, it is said to emit blue lights from its eyes, and has reputedly crashed computer hard drives. The Mitchell-Hedges skull, top, and the British Museum skull were the subject of a series of 1936 articles in which British Museum curator Adrian Digby and physical anthropologist G. M. Morant debated whether the two were based on the same original skull, which Digby posited was perhaps revered as a Mesoamerican “death god.” Although nearly all of the crystal skulls have at times been identified as Aztec, Toltec, Mixtec, or occasionally Maya, they do not reflect the artistic or stylistic characteristics of any of these cultures. The Aztec and Toltec versions of death heads were nearly always carved in basalt, occasionally were covered with stucco, and were probably all painted. They were usually either attached to walls or altars, or depicted in bas reliefs of deities as ornaments worn on belts. They are comparatively crudely carved, but are more naturalistic than the crystal skulls, particularly in the depiction of the teeth. The Mixtec occasionally fabricated skulls in gold, but these representations are more precisely described as skull-like faces with intact eyes, noses, and ears. The Maya also carved skulls, but in relief on limestone. Often these skulls, depicted in profile, represent days of their calendars.