Het boekje van Nico Keuning gaat over de polemiek
in het schrijven van Jeroen Brouwers.
Laat ik maar meteen bekennen dat ik niet eerder iets
bewust gelezen heb van Jeroen Brouwers of Nico Keuning.
Maar een boekje over – plat gezegd – schelden op papier,
sprak me wel aan.
Keuning begint met een briefwisseling met Geert van Oorschot.
Brouwers staat dan nog aan het begin van de ontwikkeling van zijn schrijfstijl
waarin de ‘woordkunst, woordromantiek en woordwellust’ centraal staan.
Na Van Oorschot volgen nog een paar ‘slachtoffers’,
onder andere Rudy Kousbroek en Ronald Plasterk.
Aan het eind van het boek passeert Cliënt E. Busken als voorbeeld
van de richting waarin zijn schrijfstijl zich zou ontwikkelen.
Wat mij betreft is Nico Keuning erin geslaagd te beargumenteren
dat Brouwers de schrijver in evenwicht is gekomen
met Brouwers de polemist.
Het boekje heb ik met veel plezier gelezen en de scherpte
van een aantal boektitels wordt heel duidelijk:
Hamerstukken – met een foto van een pen vermomd als moker;
Restletsels – ‘op een taalrijke manier’;
Bezonken rood – ‘rood de kleur van de dood’.
En de foto op de omslag is daarbij opvallend goed getroffen.
In het boek wordt een film besproken waarop te zien is
dat Kousbroek werkt aan zijn antiek letterorgel.
U heeft hier het resultaat gelezen van mijn moderne letterorgel.
Hopelijk kunt u er iets mee…
