India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XV Nataraja

– een vroeg‑Chola Nataraja die zich schijnbaar aan de canon onttrekt –

Vandaag begon ik met veel optimisme aan dit bericht.
De foto’s waren gisteren al voorbereid en wat kan er mis gaan
met een Nataraja?
Dan als inleiding een algemene tekst over Indiase bronzen beelden.
Dat hoeft niet lang te duren. Het liep anders.
Laat ik beginnen met de algemene introductie van de bronzen:

DSC01303IndianBronzes Txt

De tekst heb ik hier overgenomen met een vertaling:

Indian Bronzes

Indian bronzes exhibit rare charm and exquisite beauty. They are valued for their elegance and craftmanship. The oldest group of bronze sculptures from the Indian subcontinent date back te the 3rd millennium BCE. The famous Dancing Girl from this period is kept in the Harappan Gallery of this museum. The early bronzes represent technological achievements in metal-craft of ancient times.

Bronze is an alloy of copper and tin. Historically it was often mixed with three other metals like zinc, silver and gold and called Panchaloha. Occasionally it was alloyed with eight metals and called Ashtadhatu. Usually Indian bronzes are cast solid but very often they can be hollow and finished with engraving, gilding or repousse.

The tradition of casting metal images started in north-west India. It later travelled through the heartland of the country, reached South India around 3rd-4th century CE and attained a high watermark under the reign of Pallavas, Cholas and other succeeding dynasties. Bronze sculptures have been discovered from all parts of India; from Kashmir in the North to Kerala in the South and from Gujarat en the West to Odisha in the East.

In vertaling.

Indiase bronzen vertonen een zeldzame charme en verfijnde schoonheid. Ze worden gewaardeerd om hun elegantie en vakmanschap. De oudste groep bronzen sculpturen uit het Indiase subcontinent dateert uit het 3e millennium v.Chr. Het beroemde ‘Dancing Girl’-beeld uit deze periode bevindt zich in de Harappa-galerij van dit museum. De vroegste bronzen getuigen van de technologische prestaties op het gebied van metaalbewerking in de oudheid.

Brons is een legering van koper en tin. Historisch werd het vaak gemengd met drie andere metalen, zoals zink, zilver en goud, en dan ‘Panchaloha’ genoemd. Soms werd het gelegeerd met acht metalen en ‘Ashtadhatu’ genoemd. Gewoonlijk worden Indiase bronzen massief gegoten, maar vaak zijn ze hol en afgewerkt met gravure, vergulding of repoussé (Argus: een dunne metalen plaat van de achterkant uit bewerken zodat er aan de voorkant een reliëf ontstaat).

De traditie van het gieten van metalen beelden begon in het noordwesten van India. Later verspreidde zij zich door het hart van het land, bereikte Zuid-India rond de 3e–4e eeuw n.Chr., en bereikte een hoogtepunt onder de heerschappij van de Pallava’s, de Chola’s en andere opvolgende dynastieën. Bronzen sculpturen zijn ontdekt in alle delen van India: van Kashmir in het noorden tot Kerala in het zuiden, en van Gujarat in het westen tot Odisha in het oosten.

Bij deze tekst zijn een paar opmerkingen te plaatsen:

Ik ervaar de zin

‘The early bronzes represent technological achievements in metal-craft of ancient times.’

als een zin die niet helemaal zegt wat de schrijver wil vertellen.
Naar mijn gevoel zou een betere zin zijn:

‘Deze vroege bronzen illustreren de technische verfijning die in het oude India al vroeg werd bereikt in de kunst van het metaalgieten.’

De volgende zin suggereert een verhouding die denk ik anders is:

‘Usually Indian bronzes are cast solid but very often they can be hollow’

Ik denk dat beter is:

‘De meeste Indiase bronzen worden hol gegoten volgens de lost-wax techniek; kleinere votiefbeelden kunnen echter massief zijn.’

Je kunt beargumenteren dat het vinden van bronzen in
het Noordwesten van India niet per se hetzelfde is
als dat het ontstaan van het gieten van metalen voorwerpen
in Noordwest India is ontstaan en vervolgens naar het zuiden
is uitgerold. De werkelijkheid is vaak complexer.
Nieuwe ontwikkelingen vinden vaak gelijkertijd
op meerdere plaatsen plaats.
Daarbij kunnen accenten verschillen in het proces en
in de (vaak wederzijdse) beinvloeding.

Allemaal niet fout maar misschien verdienen deze beelden
net iets meer nuance. Zeker ook bij de introductie
naar mensen voor wie de kunstvorm nagenoeg nieuw is.


DSC01304 01IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40

India, New Delhi, National Museum, Nataraja, Early-Chola, 9th – 10th century CE, Tiruvarangulam, South India, bronze, acc.no 55.40. Hoogte 71.5 cm, breedte: 46.0 cm en diepte: 28.7 cm.


DSC01305IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 Txt

Ook hier neem ik de tekst over:

This bronze image of Nataraja (dansende Shiva) is in the chatura-tandava pose (de vierhoekige pose zonder optillen linker been). The three-eyed and four-armed Shiva is dancing with his right foot placed on the demon of ignorance (Apasmara). The rear right hand holds the damaru and the front right hand is in abhaya-mudra, with a serpent coiled around the forearm. The loops extending at the side were used as support when these bronze images were taken out on ceremonial processions, as mobile shrines with deities.

In deze tekst wordt gesproken over de ‘chatura-tandava’ houding.
Die is anders, en typisch vroeg-Chola, dan de houding die
we eerder zagen bij een Shiva-beeld uit hetzelfde museum:
de ananda-tandava.
De verschillen zie je summier in onderstaand overzicht:

VierTandavaVormen

De hoekige indruk die de armen en benen geven is de
chatura-tandava.

De zaaltekst bespreekt de twee rechterarmen en -handen.

DSC01304 02IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 DamaruAbhayaMudra

De handen met damaru (trommel) en de abhaya-mudra (bescherming).


In bovenstaande tekst ontbreekt een beschrijving van de
linkerarmen en -handen terwijl die volledig aanwezig lijken:
– achterste linkerhand: Agni (vlam), symbool van vernietiging en transformatie
– voorste linkerhand: in Gajahasta (slurfgebaarhouding).

DSC01304 03IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 Flame

Dan zijn er een aantal verschillen met de eerdere Nataraja (Late Chola):

  • Geen krans met vlammen (prabhamandala)
  • Geen zwierige haarlokken die het hoofd verbinden met de krans

Dat zijn wel stijlkenmerken van vroege Chola,
dus die had ik wel verwacht.
Waarom die er niet zijn weet ik niet.

Wel worden in de Engelse tekst ‘loops’ genoemd, ringen.
Ringen die worden gebruikt bij het ronddragen van beelden
in processies.
Ze zitten helemaal onderaan

DSC01304 04IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 DemonLoops

Vervolgens zijn er ‘uitstulpingen’ te zien links en rechts
van de lendedoek en op de schouders waarbij het aan een kant
lijkt alsof ze tussen de voorste en achterste arm zitten.

DSC01304 06IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 BijzondereLendedoekDSC01304 07IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40 BijzondereSchouders

De vorm van de uitstulpingen bij de lendedoek lijken ook
terug te komen bovenin de haardracht/kroon van het beeld.

Tijd om een samenvatting te maken.

DSC01304 05IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaEarlyChola9th-10thCCETiruvarangulamSouthIndiaBronzeAccNo55-40

Nataraja (Shiva als kosmische danser)
India, Tamil Nadu, Tiruvarangulam
Vroeg‑Chola, 9e–10e eeuw CE
Brons, lost-wax
National Museum, New Delhi — Acc. No. 55.40

Beschrijving
Vierarmige Shiva in chatura‑tandava, dansend met beide voeten in relatie tot Apasmara, demon van onwetendheid: de rechtervoet stevig geplaatst op de demon, de linkervoet met de tenen licht steunend op diens lichaam.

Achterste rechterhand houdt de damaru (trommel van schepping); voorste rechterhand in abhaya‑mudra, met een slang rond de onderarm.

De linkerhanden ontbreken in de zaaltekst, maar tonen canonieke vroeg‑Chola iconografie:

  • achterste linkerhand met agni (vlam van vernietiging),
  • voorste linkerhand in gajahasta, diagonaal voor het lichaam gevoerd en gericht naar het subtiele voetgebaar.

Hoofd en aureool
Het hoofd draagt een kroonachtige coiffure, opgebouwd uit gestileerde haarlokken in verticale bundeling. De bovenrand vertoont puntige, licht afgeronde uitstulpingen die visueel verwant zijn aan de ornamenten van de lendedoek. Deze vormecho suggereert een regionaal ritmisch principe of een functionele esthetiek waarin hoofd en heup visueel worden verbonden.

Er is geen zichtbare prabhamandala (vlammenkrans), noch uitwaaierende jata die het hoofd verbinden met een kosmische cirkel. Dit wijkt af van de canonieke Nataraja‑vorm, en kan wijzen op:

  • een afneembare processie‑aureool,
  • verlies van de oorspronkelijke krans,
  • of een regionale atelierstijl waarin deze elementen niet integraal werden gegoten.

Schouders en armzone
Tussen de voorste en achterste armen bevinden zich gladde, afgeronde bronzen uitstulpingen zonder ornamentiek.
Deze worden geïnterpreteerd als functionele bevestigingspunten voor:

  • rituele bekleding,
  • draagconstructies,
  • of een afneembare aureool.

Ze zijn niet iconografisch bedoeld, maar vormen wel een zichtbare onderbreking in de ritmiek van de dans.

Lendedoek en heupzone
De lendedoek toont puntige, licht afgeronde ornamenten die afwijken van de strakke, bladachtige motieven van canonieke vroeg‑Chola‑beeldhouwkunst.
Deze vormen kunnen duiden op:

  • regionale variatie binnen de Chola‑traditie (bijv. Tiruvarangulam),
  • functionele bevestigingspunten voor rituele textielversiering,
  • of transregionale invloeden via Sri Lanka of Zuidoost‑Azië.

De ornamenten zijn symmetrisch geplaatst en lijken constructief verbonden met de kati‑bandha (heupgordel).


Afsluitend:
Als er mensen zijn die ideeën hebben over de elementen
die ik als mogelijk afwijkend heb benoemd of
die weten waar die elementen mee te maken hebben,
dan hoor ik dat graag.


India 24/25: Delhi, dag 5 – National Museum XI Nataraja

– Een derde Nataraja, een dansende correspondentie tussen beelden –

DSC01272IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze

India, New Delhi, National Museum, Nataraja, Chola, 12th century CE, Tamil Nadu, bronze.


Deze Shiva – Nataraja is de derde in mijn ‘verzameling’.
Eerder kon je de versie van het Rijksmuseum in Amsterdam
en de versie van Museum Rietberg in Zürich zien.
Dit is de bronzen Nataraja van het National Museum in New Delhi.

Op zaal zijn minstens twee teksten te lezen over dit beeld.
De ene tekst neem ik hier integraal op,
met een vertaling in het Nederlands.
Een tweede tekst toon ik als foto.

Ook deze keer gebruikte ik mijn camera als notitie-boekje
en mijn notities sluiten mooi aan bij de zaaltekst.
Al was dat niet per se mijn bedoeling.

Op twee plaatsen geef ik nog extra toelichting:
= het gebruik van verschillende termen voor hetzelfde element.
Mijn voorbeeld zal dit verduidelijken;
= op de vijf essentiële daden van Śiva, zeg maar de samenvatting
van de rol en functie van Shiva in de hindoeïstische filosofie.

DSC01273IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronzeDwarfMuyalaka

In de zaaltekst wordt dit de ‘dwarf Muyalaka’ genoemd. Die zaaltekst volgt hieronder.


Nataraja, the Lord of Dance, is regarded as the most outstanding expression of divine rhythm and harmony in Indian art. The dance represents the five essential acts of Siva,

  • viz. creation (srishti)
  • preservation (sthiti)
  • destruction (samhara)
  • veiling (tirobhava) and
  • grace (anugraha),

and it is this cosmic activity that constitutes the central motif of the dance.
It presents Siva dancing with his right leg placed on the back of the dwarf Muyalaka, the demon of ignorance.
His left leg and front left hand are lifted in a graceful gesture across the body to the right and his left hand pointing towards the left foot.
His front right hand is in abhaya-mudra or protection.
Of his back hands, the right holds the damaru and the left holds fire.
The swirling long jatas on either side of the head are sprayed with flowers; on the right swirl is river goddess Ganga in anjali-mudra.
Behind the head is a makara mukha from whose mouth emerges a circular arch with an outer band of flame tips.
The Nataraja image signifies the cosmos and hence the omnipresence if Siva.

In de tweede zaaltekst, zie afbeelding verderop in dit bericht,
wordt niet gesproken over ‘the dwarf Muyalaka’
maar over ‘apasmarapurusha’.
Dat maakt het niet eenvoudiger voor veel mensen.
Waarom is dat?

MuyalakaVSApasmarapurusha

Dat verklaart bijvoorbeeld ook het gebruik
van ‘Śiva’ en ‘Shiva’.

DSC01274IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronzeMakaraMukha

‘a makara mukha’


De Nederlandse vertaling van de zaaltekst is:

Nataraja, de Heer van de Dans, wordt beschouwd als de meest voortreffelijke uitdrukking van goddelijk ritme en harmonie in de Indiase kunst.
De dans verbeeldt de vijf essentiële daden van Śiva:

  • schepping (sṛiṣṭi),
  • behoud (sthiti),
  • vernietiging (saṃhāra),
  • sluiering of verhulling (tirobhāva),
  • en genade of bevrijding (anugraha).

Deze kosmische werkzaamheid vormt het centrale motief van de dans.

Het beeld toont Śiva dansend, met zijn rechterbeen geplaatst op de rug van de dwerg Muyalaka, de demon van onwetendheid.
Zijn linkerbeen en voorste linkerhand zijn elegant omhooggebracht, in een gebaar dat diagonaal over het lichaam naar rechts reikt, terwijl zijn linkerhand naar de linker voet wijst.
Zijn voorste rechterhand is in abhaya-mudra, het gebaar van bescherming.

Van zijn achterste handen houdt de rechter de ḍamaru (trommel) vast en de linker het vuur.
De wervelende lange jaṭās (haarlokken) aan weerszijden van het hoofd zijn bestrooid met bloemen; in de rechter wervel bevindt zich de riviergodin Gaṅgā in añjali-mudra.
Achter het hoofd bevindt zich een makara-mukha, uit wiens mond een cirkelvormige boog tevoorschijn komt met aan de buitenrand vlamtongen.

Het Nataraja-beeld symboliseert het kosmos en daarmee de alomtegenwoordigheid van Śiva.

De vijf essentiële daden van Śiva zijn voor mij
altijd weer een uitdaging om te doorgronden.
Ik vroeg Copilot nog eens om het uit te leggen voor me:

1. Sṛiṣṭi — Schepping
De daad waardoor het universum ontstaat.
Niet alleen het begin van materie, maar ook het oplichten van mogelijkheden, vormen, ritmes.
In de dans van Śiva: de eerste puls, de opmaat, het openen van ruimte.

2. Sthiti — Behoud / Instanthouding
Het continueren, onderhouden en stabiliseren van wat bestaat.
Geen statische toestand, maar een dynamisch evenwicht.
In de dans: het middenritme dat alles draagt, de maat die niet breekt.

3. Saṃhāra — Vernietiging / Ontbinding
Het beëindigen van vormen zodat nieuwe kunnen ontstaan.
Geen negatieve kracht, maar een noodzakelijke transformatie.
In de dans: de krachtige slag, de draai die iets laat oplossen.

4. Tirobhāva — Sluiering / Verhulling
Het verhullen van de ware aard van de werkelijkheid, waardoor individuen de wereld als gescheiden ervaren.
Soms opgevat als de kosmische illusie (māyā), soms als een beschermende sluier.
In de dans: de schaduwbeweging, het moment waarop iets even verdwijnt uit zicht.

5. Anugraha — Genade / Bevrijding
De onthulling, verlichting, het wegnemen van de sluier.
De daad waardoor de ziel haar ware aard herkent.
In de dans: de open hand, de neerwaartse zegen, de rust na de storm.

DSC01275IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze And the left holds fire

…and the left holds fire.


DSC01276IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronzeDSC01277IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze Makara mukha Circular arch with band of flame tips

…a makara mukha from whose mouth emerges a circular arch with an outer band of flame tips.


DSC01278IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze On the right swirl is river goddess Ganga in anjali-mudra

…on the right swirl is river goddess Ganga in anjali-mudra.


DSC01279IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze His front right hand is in abhaya-mudra or protection

His front right hand is in abhaya-mudra or protection.


DSC01280IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze Of his back hands, the right holds the damaru

Of his back hands, the right holds the damaru…


DSC01281IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze The swirling long jatas on either side of the head are sprayed with flowers

The swirling long jatas on either side of the head are sprayed with flowers…


DSC01282IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze Śīraś cakra — bloemvormige knop op het achterhoofd van Shiva

Śīraś cakra — bloemvormige knop op het achterhoofd van Shiva, bedoeld voor het ophangen van rituele kransen tijdens processies. Verwijst naar het kosmische centrum en de rituele verankering van het beeld.


DSC01284IndiaNewDelhiNationalMuseumNatarajaChola12thCentCETamilNaduBronze NatarajaText


Hopelijk kun je aan dit bericht net zoveel plezier beleven
als dat het msken van het bericht mij gegeven heeft.