Soot from the funnel

Gisteravond, voorafgaand aan de muziekavond in Lokaal01,
bezocht ik de tentoonstelling “Soot from the funnel”.
Vandaag een eerste korte serie foto’s en briefkaarten:
Kate MccGwire.
Haar installatie op deze tentoonstelling heel ‘Sluice’ (sluis).



Ik verzamel, voeg samen, hergebruik, leg laag op laag, pel af,
verbrand, onthul, plaats, verdubbel, bevraag, speel en maak foto’s.



Kate MccGwire, Fume, 2007.


Gat gebrand in een met de hand ingebonden boek.
De schoonheid van een slechte daad.





Kate MccGwire, Brood, 2004.






Kate MccGwire, Sluice, Lokaal01, 2008.



































Volgens de web site van Kate stelt het werk van Kate MccGwire vragen
bij de aard van schoonheid.
Ze is gexc3xafntrigeerd door de mogelijke visie dat schoonheid complexer is
dan allen maar genot schenken aan de zintuigen:
schoonheid kan betrekking hebben op een probleem,
het kan iets zijn dat je verafschuwt
of iets dat vragen stelt bij de huidige, algemeen aanvaarde stand van zaken.

Het idee dat schoonheid een cultureel fenomeen is
dat ontvankelijk is voor een discussie
door middel van een creatief proces fascineert haar.

Petrus van Schendel: Moeder

Kunstbus, 27-10-2008

Vriendenvereniging verwerft xe2x80x98Moederxe2x80x99
Opnieuw een Van Schendel-aanwinst voor Bredaxe2x80x99s Museum

In 1848 portretteerde Bredaxe2x80x99s beroemdste schilder Petrus van Schendel
zijn 80-jarige moeder.
Dit schilderij werd onlangs bij het veilinghuis Sothebyxe2x80x99s in Amsterdam
ter verkoop aangeboden.
Petrus van Schedel-kenner Jan de Meere onderzocht het aangeboden schilderij
en identificeerde de geportretteerde vrouw
als de moeder van Petrus van Schendel.
Hij tipte Bredaxe2x80x99s Museum over zijn bevinding.
Het lukte de Vereniging Vrienden van Bredaxe2x80x99s Museum
dit werk net voor de openbare veiling voor xe2x82xac 10.000,- aan te kopen.
De nieuwe Van Schendel-aanwinst
werd tijdens de presentatie over de voortgang
van de publieke restauratiewerkzaamheden
aan het immense schilderij xe2x80x98De aanbidding der herdersxe2x80x99
of te wel xe2x80x98De geboorte van Christusxe2x80x99 onthuld.
Het schilderij is vanaf dinsdag 28 oktober te bezichtigen in Bredaxe2x80x99s Museum.



Geertruy van Schendel- Brocx was getrouwd met Gijsbert van Schendel,
een herenboer en graankoopman in Terheijden.
Petrus werd in 1806 geboren en was het tiende kind van in totaal elf.
Zijn vader behoorde tot de meest welgestelde boeren in het dorp
en was daar ook lid van de gemeenteraad.
Hij bezat een groot woonhuis met hof, schuur, wagenkeet en erf
aan de huidige Raadhuisstraat op een perceel van ruim een halve hectare
en buiten het dorp weilanden van bij elkaar meer dan vijf hectaren.
Het gezin had een knecht en een dienstmeid die in huis woonden.
Na 1811 ging het slecht met de activiteiten van Petrusxe2x80x99 vader.
Hij moest geld lenen met zijn onroerend goed als onderpand
en dit uiteindelijk ook verkopen.
Hij stierf toen Petrus elf jaar was.

Een echte Bredase marktvrouw
Weduwe Geertruy Brocx was na zijn dood gedwongen
zelf de kost te gaan verdienen om het grote gezin in leven te houden.
Ze deed dit als marktvrouw.
In mei 1821 verhuisde ze met haar nog thuis wonende kinderen
(waaronder Petrus) naar Breda.
In de stad kon de weduwe beter de kost verdienen als marktkraamster
en winkelierster dan in Terheijden.
In Breda was er tweemaal in de week een marktdag.
Ze gingen wonen aan de Boschstraat op huisnummer 31
tegenover de Beyerd.
Drie jaar later verhuisde het gezin naar nummer 66 in diezelfde straat.
Daar woonde een oudere broer van Petrus die er kleermaker was.

Het portret xe2x80x98Moederxe2x80x99 van Petrus van Schendel toont een echte Bredase marktvrouw
uit het midden van de negentiende eeuw.
Zij draagt een eenvoudige witte muts, twee gouden oorbellen
en een collier van bloedkoraal.
Het olieverf is heel fijn en karakteristiek geschilderd
en is een van de betere portretten van Van Schendel.
Petrus van Schendel is opgegroeid in Breda
en zijn leven lang aan de stad verbonden gebleven.
Zijn werk neemt een centrale positie in de verzameling van Bredaxe2x80x99s Museum.
De collectie telt inmiddels een respectabel aantal
van acht schilderijen en drie tekeningen.
In Nederlandse openbare collecties is het werk van Petrus van Schendel
maar spaarzaam vertegenwoordigd.
Bredaxe2x80x99s Museum profileert zich als het museum
dat het werk van Van Schendel een centrale plaats toekent
in zijn collectie beeldende kunst.
Andere musea die werk van Van Schendel bezitten zijn
het Rijksmuseum Amsterdam (een portret en een marktstuk)
en het Rotterdams Historisch Museum (twee portretten).

Breda's Museum

En als je denkt dat het tijd wordt voor een nieuw behangetje,
dan moet je toch het volgende eens bekijken.
Misschien is het een alternatief voor het recht toe recht aan behang
van Gamma, Praxis enz.

Als mijn geheugen me niet in de steek gelaten heeft
kwam het eerste voorbeeld uit de Catharinastraat 18 in Breda.





Breda's Museum

Er was nog meer moois te zien in het Breda’s Museum.
Het was gisterochtend erg rustig en hadden alle tijd
om naar de volgende reeks schilderijen te kijken.
Ze waren bedoeld voor het plezier en vermaak van de eigenaars.
Ze zijn prachtig natuurgetrouw geschilderd.
Een lust voor het oog en dat was nou net de bedoeling.


Jan Hendrik Frederiks, 1799.









Ik was meteen helemaal weg van de vissekom.
Alleen de goudvissen zaten niet helemaal stil en daarom is de foto bewogen.



Petrus van Schendel


Petrus van Schendel, Jaarmarkt op de Grote Markt te Breda (detail).

Een kleine toevoeging bij uw kanttekening ten aanzien
van het schilderij uit 1863, met de jaarmarkt van Breda als onderwerp.
Het type muts dat de vrouw draagt is kenmerkend
voor de klederdracht die destijd in de Baronie van Breda gedragen werd
en de Tiroler klederdracht is niet iets
dat door een inwoner van Breda is aangetrokken ter opluistering van de jaarmarkt
of gewoon door de kunstenaar verzonnen is,
maar daadwerkelijk een Zuid-Tiroler of Italiaan,
die destijds deel uitmaakte van vele jaarmarkten
en kermissen en daar met fluitmuziek een boterham trachte te verdienen.
Deze ‘pfifferari’ – van oorsprong herders – zoals ze genoemd werden,
werden door veel kunstenaars uit die tijd uitgekozen
door hun opvallende en kleurrijke klederdracht.
Van Schendel maakte van een dergelijke Pfifferaro nog apart een schilderij,
dat nog niet zo lang geleden bij Christie’s in Amsterdam
(veiling 26-10-2004, lot 167) onder de hamer kwam.
Van Schendel beschouwde zich bovenal als een kunstenaar
die de werkelijkheid natuurgetrouw diende af te beelden
en met zijn jaarmarkt deed hij dat ook.

Voor de mensen die zich afvragen waar deze wijsheid vandaan komt.
Vorige week reageerde Dhr. J. De Meere op mijn web log.
Hij is een expert op het gebied van Petrus van Schendel.
Zijn naam kom ik bijvoorbeeld ook tegen op de web site van veilinghuis Christie’s
in Amsterdam als ik op zoek ga naar het schilderij dat genoemd wordt.


Petrus van Schendel, The young flageolet player.

Lot Notes
In Rome young flageolet players, called Pifferari, used to come to town from the Campagna Romana in the month of December to play Christmas tunes in order to earn some money. To visitors from the Northern countries it was a delightful and unusal sight (see: M. Roding et al., De blijvende verlokking, Kunstenaars uit de Lage Landen in Italxc3xafe, 1806-1940, Rotterdam 2003, p. 95). Although it is not known if Van Schendel actually visited Rome, the young shepherds inspired him to at least two paintings, of which the present lot is a fine example.

We wish to thank Jan de Meere for his kind assistance in cataloguing this lot.




In het Nederlands staat hier:
In Rome kwamen jonge flageolet spelers,
die ook wel Pifferari werden genoemd,
in december naar de stad om met het spelen
van kerstliedjes geld te verdienen.
Normaal leefden ze op de Campagna Romana,
het laagland gebied in de buurt van Rome.
Voor bezoekers uit Noord Europa was het een prachtig
en ongewoon gezicht.
Het is niet bekend of Van Schendel zelf Rome bezocht,
maar de jonge herders (want dat was hun reguliere beroep)
inspireerde hem ten minste tot twee schilderijen,
waarvan het huidige lot een mooi voorbeeld is.

Dhr. Jan de Meere wordt bedankt voor zijn hulp
bij het catalogiseren van het werk.


Petrus van Schendel, The young flageolet player.

Petrus van Schendel





Vanochtend ben ik gaan kijken naar Restauratie op zaal.
Een aanwinst van formaat van Petrus van Schendel.

In het Breda’s Museum is te zien hoe een groot werk van de Brabantse schilder
Petrus van Schendel, wordt gerestaureerd.
Lange tijd was er een kleiner schilderij bekend
dat bijna hetzelfde thema heeft:
De aanbidding der Herders.
Door dit schilderij wist men dat er een nog veel groter werkstuk
moest zijn dat ook een ‘Kersttafereel’ voorstelde.
Enige tijd geleden werd dit herontdekt in een kerk in Elsene (Brussl).
Het schilderij stond daar in een doopkapel.
Het schilderij was niet voor de ruimte gemaakt
maar kon er met moeite staan.
Het is namelijk 4,38 meter hoog en 3,3 meter breed.
Het werk heet “De geboorte van Christus”.
De foto’s van vanochtend, van de restauratie en de andere Van Schendels
die dit museum heeft vindt u hier.
Als tekst treft u een soort toespraak aan van naar ik aanneem de restaurateur.
De tekst was er te lezen en ik neem die hier over.
De foto’s zijn niet zo mooi als ik gehoopt had.
Er was veel kunstlicht waar ik geen invloed op had.
Maar het geeft toch wel een beeld.





Petrus van Schendel, De aanbidding der herders.


Soort zusje van het grote schilderij.
Overgenomen van een kaart.





Petrus van Schendel, De geboorte van Christus.














Dit kleinere deel van het schilderij is een stilleven op zich.
Brood en wild in een maand. Als cadeau?





Petrus van Schendel, De geboorte van Christus, detail..














Hier op dit deel van het schilderij zat een van de grotere beschadigingen.
Op de poster van de tentoonstelling is het gat te zien.














Breda, Bredaxe2x80x99s Museum, 26 oktober 2008.

De restauratie van een schilderij met het formaat van
De geboorte van Christus van Petrus van Schendel,
zoxe2x80x99n 4 x 3 meter vergt een speciale aanpak,
ik zal proberen in het kort iets te vertellen over de werkwijze
die we hier gevolgd hebben.
Bij de eerste inspectie van het schilderij in Brussel Elsene
werd vastgesteld dat de schade en vervuiling van het schilderij
omvangrijk waren;
scheuren, gaten en deformaties in het schilderslinnen.
Toch ondanks deze kwetsuren maakte het grote doek
geen volledig verzwakte indruk,
de schilder had indertijd voor topkwaliteit linnen gekozen.





De restaurateur John Post aan het werk.






De constructie die gebruikt is voor het vervoer van Brussel naar Breda.








Na het overwinnen van de transportproblemen met het schilderij:
de ingewikkelde methode om in de Heilige Kruiskerk te Elsene
het schilderij van de muur neer te laten,
de demontage van de vergulde lijst, het losmaken
van het beschilderde linnen van het spieraam
en de eerste schoonmaak van met name de achterzijde van het schilderij
waar zich uiteraard veel stof en gruis had verzameld konden we;
d.w.z. een team van transporteur Hiskia van Kralingen en ikzelf
het doek op een enorme houten rol draaien en meenemen naar Breda.
In de grote zaal boven, waar de restauratie plaatsvindt
kunt u dat hele proces bekijken op een doorlopende fotoprojectie.

Intussen was een speciale werkvloer gemaakt in de grote zaal
van het Bredaxe2x80x99s Museum waarover een verrijdbaar plateau
mij de gelegenheid moest bieden het schilderij te behandelen.
Hoewel dat geen gemakkelijke werkhouding oplevert,
was dat de enige mogelijkheid om beschadigingen
zoals scheuren in het midden van het 3 meter brede doek
te kunnen herstellen;
daarvoor is namelijk een gladde harde ondergrond nodig
en beschadigingen zouden niet bereikbaar zijn
als we een enorme tafel met een blad van 3 x 4 meter
op de normale werkhoogte hadden gemaakt.













De restauratie kom op 29 september worden aangevangen
nadat het doek was uitgerold op de werkvloer.
Even terug nu naar het losmaken van het schilderdoek
van het oude spieraam in Brussel Elsene;
daar was direct zichtbaar, dat het schilderij in haar lange bestaan
al meerdere malen was opgespannen en losgemaakt voor een transport.
De verzwakte en ingescheurde opspanranden
waren ter versterking beplakt met stroken linnen,
de lijm die gebruikt was bleek roggemeellijm,
een veelzijdig product, je kon het namelijk ook opeten;
dan heette het roggemeelpap,
misschien heeft iemand hier in de zaal het nog wel eens gegeten?
Deze stroken met de lijm lieten zich makkelijk volledig verwijderen
en boden mij de mogelijkheid om deze procedure
met moderne, verwijderbare ofwel reversibele middelen uit te voeren;
we noemen het aanbrengen van een randversterking nu striplining.

Er is gekozen voor een terughoudende wijze van restaureren,
tegenwoordig algemeen aanvaard;
zoxe2x80x99n 30 jaar geleden zou een dergelijk schilderij bedoekt zijn
met een bijenwas/hars preparaat dat als een hete vloeibare massa
werd uitgesmeerd op de achterzijde van het doek
en daarna met warme strijkijzers opnieuw verhit
en vloeibaar gemaakt om het bedoekingslinnen
aan het oude doek te sealen.
Deze werkwijze wordt nu niet meer gevolgd.
Het betekent een enorme operatie bij een dergelijk formaat schilderij
en er kleven een aantal belangrijke nadelen aan:
de zuren in de was kunnen kleurveranderingen veroorzaken
en de was is nooit meer uit het oude linnen te verwijderen.
Ook wordt het schilderij daardoor 3x zwaarder.













Het aanbrengen van een bedoeking,
ook met moderne reversibele materialen is de uiterste stap
die je als restaurateur doet;
dus alleen als het niet anders meer kan.

Bij deze restauratie is gekozen voor een aanpak
die het minst zou ingrijpen in de oorspronkelijke situatie;
een striplining voor de opspanranden
en het hechten van de scheuren in het linnen
met een speciaal daarvoor ontwikkeld smeltpoeder.
Als scheuren in schilderslinnen zo hersteld worden
is de kans op vervormingen later het kleinst.
Een groot gat in het doek, ongeveer 10 x 10 cm.
moest worden opgevuld met nieuw linnen,
dat op gelijkaardige wijze, namelijk met smeltpeder
gehecht werd aan de randen van het oude linnen.
Al deze handelingen:
het grondig schoonmaken van de achterzijde van het doek,
het voorbereiden en aanbrengen van de striplining,
het hechten van de scheuren
en het monteren van nieuw linnen in het gat werden uitgevoerd
terwijl het schilderij met de beeldzijde op de werkvloer lag.

Het moment van omdraaien van het schilderij was bijna aangebroken
en daarmee de vraag hoe je zoxe2x80x99n formaat doek
eigenlijk op de veiligste manier omdraait.
Gekozen werd voor het opspannen van het schilderij
op een tijdelijk spanraam en het omkeren in xc3xa9xc3xa9n,
zo mogelijk vloeiende beweging met een aantal mensen uit te voeren.
Op 13 oktober 2008 was het grote moment daar.
Alles verliep probleemloos en na het losmaken van het spanraam
kon ik eindelijk de grote schoonmaak beginnen,
een schoonmaak waar ik nog altijd mee bezig ben.
Dat schoonmaken begint met een aantal proefstukjes
om de aard van de vervuiling vast te stellen
en de juiste schoonmaakmiddelen uit te testen.
U moet hierbij denken aan zachte loogvrije zeep,
terpentijn, alcohol en aceton.





Petrus van Schendel, Portret van Geertruy van Schendel-Brocx.






Petrus van Schendel, De aanbidding der herders.






Petrus van Schendel, Jaarmarkt op de Grote Markt te Breda, 1863..






Petrus van Schendel, Jaarmarkt op de Grote Markt te Breda (detail).


Ik begrijp dat de muts van de vrouw en de Tiroler outfit van de man
typisch waren voor die tijd.





Petrus van Schendel, Schipbreuk op de rotsen, circa 1835.


Op het begeleidend schrijven viel te lezen:
Deze romantische voorstelling van een schipbreuk
is een vroeg werk van Van Schendel.
Hij schilderde de zee in volle heftigheid.
Exc3xa9n opvarende zoekt redding door zich vast te klampen
aan de afgebroken mast, een ander bidt om redding.





Petrus van Schendel, Schipbreuk op de rotsen (detail).






Petrus van Schendel, Zelfportret..






Petrus van Schendel, Zelfportret, 1869.


Op het begeleidend schrijven viel te lezen:
Een jaar voor zijn dood schilderde Van Schendel
dit statige zelfportret.
Zijn linkerarm ligt opvallend naast een stapeltje boeken.
Hij portretteert zich hier als schrijver en wetenschapper.





Petrus van Schendel, De vloek van Cain.









Petrus van Schendel, De aanbidding der herders (detail).





Petrus van Schendel

Schendel, Petrus van (1806-1870)

Schilder van kaars, lamp en lichten.

Auteur: W.M.J.I. van Giersbergen
Op 21 april 1806 werd Petrus van Schendel geboren in Terheijden
als zoon van Gijsbertus van Schendel en Geertruida Brox.
Na de dood van zijn vader verhuisde het gezin naar Breda.
In 1830 trouwde Petrus met de Amsterdamse Elizabeth Grasveld.
Uit dit huwelijk werden dertien kinderen geboren.
Elizabeth stierf in 1850 in Brussel.

Petrus hertrouwde in 1851
met de vijftien jaar jongere Amsterdamse Johanna Eyrond.
Uit dit huwelijk werden nog twee kinderen geboren.
Johanna overleed al op 32-jarige leeftijd, twee jaar na haar huwelijk.
Daarop trouwde Van Schendel in 1854
met de Brusselse weduwe Isabelle van Wilder.
Petrus van Schendel stierf op 28 december 1870 in Brussel.

Petrus van Schendel, An evening delight, 1847.

Al vroeg werd Petrus’ tekentalent ontdekt door een gepensioneerd officier
die hem adviseerde een kunstopleiding te volgen.
Vertrouwend op het advies van de officier stuurde de familie
Petrus naar Antwerpen.

Daar genoot hij van 1822 tot 1828 onderwijs
aan de Academie voor Schone Kunsten,
die geleid werd door de historieschilder Matthijs van Bree.
Wilde men als Brabander in het begin van de vorige eeuw
gedegen kunstonderwijs volgen
dan was men genoodzaakt om dit buiten de eigen regio te zoeken.
Gelet op de mentaliteit en de geografische ligging
lag het voor de hand dat Petrus naar Antwerpen vertrok.
Bovendien was het onderwijs er gratis en kon men er
met zowel de Nederlandse als de Franse taal terecht,
dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Brussel of Luik.
Ook Van Schendels stadgenoten, de schilders Willem Reinhardt Kleyn,
Jacobus Huysmans en zijn zoon Constantinus Huysmans
bezochten de Antwerpse academie.

Petrus keerde in 1828 terug en verbleef afwisselend in Breda,
waar hij introk bij zijn broer Antonius, en in Amsterdam.
Rond 1829 was hij druk bezig een carriere op te bouwen
waarvoor hij contact aanknoopte
met de Haagse kunsthandelaar Johannes Immerzeel.
Het blijkt dat hij toen al heel martktgericht was en zijn werk,
hoe dan ook, van de hand wilde doen.
Wegens voortdurend geldgebrek was hij echter gedwongen
zijn schilderijen ver onder de vraagprijs aan de kunsthandelaar te verkopen.
Maar hij accepteerde niet alles,
want toen Immerzeel opmerkingen maakte over fouten in het perspectief
wees Van Schendel hem terecht met de opmerking
dat hij in 1828 op de academie een gouden medaille
voor doorzichtkunde (perspectief) had ontvangen.
Ondanks de vele compromissen die hij sloot,
bleef hij overtuigd van zijn kwaliteit en voorspelde hij Immerzeel
dat zijn werk in de toekomst veel geld zou opleveren.

En hij kreeg gelijk.
Tussen 1858 en 1872 zou Van Schendel,
samen met onder andere Jozef Israels, Diederik Jamin en Philip Sadxe9e,
tot de best betaalde schilders van Nederland behoren.
Maar Van Schendel verwierf in de vorige eeuw
dan ook nationale en internationale roem als fijnschilder
van kaars- en lamplichttaferelen.
Dit in zijn tijd zeer gewaardeerd genre beoefende hij zijn hele leven.
Ook Johannes Rosierse en Petrus Kiers,
de Bredanaars Wilhelmus Kerremans en Andreas Vermeulen
alsmede de Bosschenaren Jan Hendrik Grootvelt
en Thomas van Leent waren belangrijke vertegenwoordigers
van deze stroming.

Petrus van Schendel, Markt in de avond, Den Haag.

Nocturnes of schilderijen met maan- en kaarslicht
waren een zeventiende-eeuws genre dat in de vorige eeuw
opnieuw tot grote bloei kwam.
In de nocturnes dienden de maan en de sterren als natuurlijke lichtbron.
Een kaars, toorts of olielampje fungeerde als kunstmatige lichtbron.
Van Schendel schilderde ontelbare markt- en straattaferelen bij avond
en zijn productiviteit schijnt ongelooflijk te zijn geweest.
Daarnaast vervaardigde hij ook landschappen, zeegezichten,
binnenhuizen, portretten en ‘gewijde geschiedenis’,
dat wil zeggen religieuze historiestukken,
bijna allemaal met lichteffecten.
Voor hem was het een ‘specialite de la maison’
en in Belgie en Frankrijk werd hij dan ook ‘Monsieur Chandelle’ gexadnoemd.

Ook noviteiten op het gebied van kunstlicht,

zoals de uitvinding van het elektrisch licht,
nam hij in zijn werk op.
Zo exposeerde hij in 1869 zijn ‘Winters feest in de tuin
van de Zoo te Brussel met Bengaals vuur en elektrisch licht’.

Petrus van Schendel, Marktplein bij avond, Rotterdam, 1853.

Om door te dringen tot het kunstcircuit zag Van Schendel
zich genoodzaakt de provincie te verlaten.
Wel onderhield hij contact met Terheijden en met Breda,
de stad waar hij zijn jeugd doorbracht.
Zo exposeerde hij in 1845 en 1863 in Breda.
En aan de parochiekerk van Terheijden schonk hij
het ‘Nachtbezoek van de H. Paulus aan de H. Antonius’.
In 1830 was Petrus definitief uit Brabant vertrokken
en had hij zich in de hoofdstad gevestigd.
Dit verblijf was echter van korte duur want twee jaar later
verhuisde hij naar Rotterdam.
Vanwege de slechte lucht vertrok hij in 1838 naar Den Haag.
Intussen waren uit zijn huwelijk met Elisabeth Grasveld
dertien kindexc2xadren geboren.
En omdat Brussel kennelijk over betere opvoedingsmogelijkheden
beschikte dan Nederland,
vertrok Petrus in 1845 met zijn gezin definitief
naar de Belgische hoofdstad.

Petrus van Schendel, Vismarkt op de Groenmarkt te Den Haag.

Hij had geen betere keus kunnen maken.
Op dat moment had Brussel een internationale uitstraling
en fungeerde de stad als tussenstation voor de Franse kunst naar Nederland.
Van Schendel was commercieel een zeer succesvol artiest
en wist zijn werk zeer goed te verkopen.
Hij nam deel aan vele tentoonstellingen in Nederland,
maar ook in Antwerpen, Brussel, Gent, Parijs en Londen.
Hij ontving daarbij zilveren medailles in Den Haag (1839)
en Brussel (1842) en gouden medailles in Brussel (1845),
Parijs (1844 en 1847) en Manchester (1849).
Zijn schilderijen werden in belangrijke Europese collecties opgenomen
zoals in die van koning Willem II en koning Leopold I van Belgie.

In het begin van zijn loopbaan was de kunstkritiek vol lof
over de lichtweergave en de zorgvuldige, nauwkeurige behandeling.
Maar naarmate zijn kaarslichtwerken veelvuldig
op exposities verschenen en vaker op een maniertje gingen lijken,
waren er ook andere geluiden te horen.
Men bracht veel waardering op voor de kwaliteit van zijn werk,
maar men wilde wel graag enige vernieuwing en inspiratie zien.
De waardering voor Van Schendel bleef,
maar het kaars- en lamplichtgenre raakte
aan het eind van de vorige eeuw uit de mode.
En al op het eind van zijn leven werd Van Schendel
met name door vooruitstrevende critici
als ouderwets beschouwd.
Hij werd immers als een navolger gezien en niet als vernieuwer.
Dergelijke kritiek had echter nauwelijks invloed
op het grote publiek en nog lang na zijn dood
werd zijn werk goed verkocht

Petrus van Schendel, Aanbidding van de herders, circa 1849.

Behalve een gevierd schilder was Van Schendel
ook een bekwaam werktuigkundige en uitvinder.
In 1841 werd hem een koninklijk octrooi verleend
voor zijn uitvinding tot verbetering van de schoepen
bij stoomvaartuigen.
Zijn vinding voorkwam verspilling van energie
en ging het schokken van de vaartuigen tegen
zodat het reizen aangenamer werd.
Al lange tijd lang hadden ingenieurs zich
met dit probleem beziggehouden,
maar Van Schendel was erin geslaagd
een constructie te ontwikkelen die door haar eenvoud
geschikt was om uitgevoerd te worden.
Ook deed hij enkele uitvindingen ten behoeve
van de droogmaking van het Haarlemmermeer.
Daarnaast schreef hij in 1848 een werk
over het ontginnen van heidevelden in de Kempen
onder vermelding dat hij de uitvinder was
van de ‘l’Hxe9lice hydraulique pour irrigation’
en in 1853 over het zijdelings schudden van spoorrijtuigen.

Petrus van Schendel, Zomeravond bij lamp en maanlicht.

Op het gebied van de tekenkunst stelde hij een werk samen
over gelaatsuitdrukkingen waarvoor hij enkele koppen etste.
Bovendien ontwikkelde hij de methode
Nieuwe leerwijze van Doorzichtkunde die hij in 1861
bij J. Hermans in Breda liet uitgeven.
Deze methode was bedoeld voor kunstenaars die zich
in het perspectief wilden bekwamen,
een specialiteit waarin Van Schendel zelf zeer bedreven was.
Petrus van Schendel stierf op 28 december 1870 in Brussel.
In 1881 kwam zijn nalatenschap, waaronder tekeningen,
aquarellen en ruim honderd schilderijen, in Brussel onder de hamer.

Nog twee foto's oud Breda

Deze week kreeg ik een PowerPoint toegestuurd.
Met foto’s van Oud Breda.
Helaas stond bij een aantal foto’s niet bij
waar de foto’s vandaan kwamen, wie ze gemaakt had,
wie er op stonden, wat er op te zien was.
Natuurlijk kun je dat wel proberen te raden maar dat schiet niet op.
Gelukkig is er nog het Gemeentelijk Archief.


Jongens en meisjes, van elkaar gescheiden, aan tafels gezeten in stadsschouwburg Concordia tijdens een traktatie door het St. Nicolaascomitxc3xa9. De weldoeners kijken vanaf de galerij toe, 1890-1895





Van Coothplein 37, stadsschouwburg Concordia tijdens de verbouwing in 1980 en 1981.




Kasteelplein: biggen- en varkensmarkt


Laatste biggen- en varkensmarkt, datum onbekend.


Het ruiterstandbeeld van Willem II is geplaatst in 1921.
Deze foto/prentbriefkaart zou dus daarna gemaakt moeten zijn.
De laatste markt zou dus na 1921 moeten hebben plaatsgevonden.


Vermelding in de krant (?).





Laatste biggen- en varkensmarkt, 1920.



Laatste biggen- en varkensmarkt, juni 1903.



Laatste biggen- en varkensmarkt, 1900 – 1910.







Water in de Stad

Het is al even stil op mijn weblog
betreffende de nieuwe haven en het water in de stad.
Maar er is niet stil gezeten.
De aannemers zijn gewoon doorgegaan.
Het water staat nu al in alle stukken en nu rest nog
de afwerking. Je kunt bijvoorbeeld zien dat er nog bomen moeten komen.
Ook de bestrating is nog niet overal af.
Maar het begint er op te lijken.









Singelloop

Op mijn web log van eergisteren stond:

Ik was hiermee de 604de loper die binnenkwam van de 950 deelnemers
aan deze trimloop.


Niet goed gekeken (?), heb ik inmiddels begrepen.
De krant had ook een andere uitslag.
En de complete lijst zegt vandaag: plaats 613.
Die persoon die ik zag met 6 uur staat er niet meer bij vandaag.
Het aantal deelnemers blijkt nu 960 te zijn in plaats van 950.

Op een andere website: uitslagen.nl zie ik de volgende uitslagen.
Dit is inclusief mijn vorige deelnames:



Overigens staat hier weer een andere plaats omdat ze dit baseren
op de lijst met alleen mannen recreanten.
Bij Pro-run sta ik bij de mannen recreanten op de 376ste plaats.
(Bruto/netto tijd?)
Kortom, je kunt kiezen.

Breda Photo 2008

Vandaag de rest van Breda Photo 2008 zoals ik afgelopen zondag
heb ervaren en gezien.

Ik begon mijn tocht bij KOP.
De tentoonstellingsruimte aan de Speelhuislaan.
Daar maakte ik de volgende foto’s van het werk
van Sjoerd Knibbeler
Zijn foto’s getuigen van heel veel humor.
Geen dijenkletsers maar gewoon leuk.





Vervolgens ben ik bij de buren gaan kijken: IDFX/Electron.
Normaal gesproken ook een bioscoop van cultfilms.
Deze periode een van de podia voor Breda Photo 2008.
De tentoonstelling van Claudia Reinhardt vond ik heel bijzonder.
De serie heet ‘Killing me softly’.
Deze fotograaf heeft zelfmoordscenes van bekende en minder bekende
publieke figuren gereconstrueerd.
Zelf speelt ze steeds de hoofdrol.
De foto’s hangen in een grote ruimte terwijl alle gevallen
van zelfmoord kort beschreven worden in projecties op de grond.
Mooie foto’s, mooi opgezet.
Proficiat!


Claudia Reinhardt: zicht op de tentoonstellingsruimte.


Claudia Reinhardt: voorbeeld van 1 foto.

Van de website van Claudia Reinhardt komt de volgende tekst bij die foto:

clara immerwahr
1870-1915

deutsche Chemikerin
und Pazifistin. Ihr
Ehemann Fritz Haber
entwickelte das
Giftgas, das im Ersten
Weltkrieg eingesetzt
wurde. Clara Immerwahr
erschoss sich aus
Protest und Ohnmacht
mit der Dienstwaffe
ihres Mannes im Garten
ihres Hauses.

Vervolgens ben ik in de Grote Kerk van Breda geweest.
Daar was een fotoboekpresentatie en interview met
Marieken Verheyen.
Een boek dat precies past bij het thema van deze manifestatie.
Verder op zijn een paar van haar foto’s te zien.
Hopelijk wordt dan meer duidelijk.

In het Chassepark, een open ruimte die een paar jaar geleden is ontstaan
op een plaats waar vroeger de Chassekazerne was.
Daar staan veel vergrootte foto’s buiten opgesteld.
Een mooi gezicht en afgelopen zondag goed bezocht.




Sommige foto’s zijn heel groot.

In het Chasseepark een grote serie foto’s van Martin Parr.
Wikipedia, de Engelse versie dan, biedt weer uitkomst:

Martin Parr (born 23 May 1952 in Epsom, Surrey)
is a British documentary photographer,
photojournalist and collector.
He is known for his photographic projects
that take a critical look at modern society,
specifically consumerism, foreign travel and tourism,
motoring, family and relationships, and food.

Martin Parr is een Engelse fotograaf die voor Magnum werkt
en bekend is door zijn kritische blik op onze samenleving.
Vooral het overdadig consumeren, toerisme, reizen,
motor rijden, familie en relaties en voedsel zijn thema’s voor hem.

In Breda een serie foto’s over vooral toerisme.




Kijk eens wat dichterbij.


Nog wat dichterbij.


PIG is Engels voor varken.


Let eens op al die kleuren in de Keukenhof (?).






Marieken Verheyen.

De serie heet Elsewhere.
En de web site leert ons:

In foto en tekst documenteert Elsewhere
de betovering en de benauwenis van het uitzicht.

Uitzichten in de thuislanden van migranten
xe2x80x93 Bosnixc3xab, Ghana, Indonesixc3xab, Marokko xe2x80x93
constrasteren in dit boek met Nederlandse uitzichten.
De beelden worden aangevuld met Nederlandse visies
op het uitheemse en uitheemse visies op Nederland.











En foto’s zijn er overal te vinden.
Dit was nog maar een beperkte tocht door Breda.
Gaat dat zien!



Tent op de brug

Vanochtend zag ik dat er weer druk aan de brug over onze vijver wordt gewerkt.
De brug is voor een groot deel van metaal.
Zeker het rijvlak.
De enige voertuigen die over de brug mogen zijn de lijnbussen.
De metalen rasters/roosters die het rijvlak vormen
zijn aan elkaar ‘geschroefd’ met beugels.
Helemaal vast aan elkaar maken kan niet.
De trillingen als gevolg van het gewicht en de snelheid
van de bus en de werking van de omgevingstemperatuur
hebben ruimte nodig.
Soms is die ruimte te groot en gaan de metalen delen
onder de druk van de bus (te veel) geluid maken.
Volgens mij zijn ze daarom aan het werk.
Om zich te beschermen tegen de regen zette men een tent op:


De ‘partytent’ aan het linker uiteinde van de brug.



Aan de rechterkant staat een shovel.




Mijn bijdrage aan Breda Photo: Elements



Op dit moment is de fototentoonstelling Breda Photo aan de gang.
Vandaag lever ik daaraan mijn aandeel via mijn weblog .
Al gebiedt de eerlijkheid te zegen dat mijn bijdrage niet geinspireerd is
door het thema ‘Hotel Heimat’.

Mijn thema is ‘Elements’.
Niet zo maar de elementen.
Maar de manier waarop mensen ingrijpen in hun omgeving door
het beinvloeden van de elementen.
Hier beton, water, licht en natuur.
Orde en wanorde ?







Singelloop

Vandaag heb ik voor het eerst dit jaar
de hele route in 1 keer gelopen.
Dus zonder te stoppen.
Dat is niet best.
Dat betekent dat ik dit jaar veel minder gelopen heb
dan andere jaren.
Dit jaar zat niet mee vanwege het weer en een aantal bezigheden in de avond.
Jammer maar het is niet anders.
Daarom loop ik volgende week ook maar 5 kilometer.
Het startbewijs heb ik deze week al ontvangen: