Kreta 2009

Tijdens je vakantie op Kreta of Rhodos realiseer je
niet altijd wat een enorme geschiedenis
deze eilanden achter zich hebben.
Ik werd daar nog eens op gewezen toen ik gisteravond
een passage las uit de Ilias van Homerus.
Ik ben niet dat hele boek aan het lezen maar ik lees het
meest recente boek van Umberto Eco
en daarin wordt dit werk geciteerd.
In de Ilias wordt een enorme opsomming (lijst) opgenomen
met legeraanvoerders, het aantal schepen,
de afkomst van de bemanning enz.





Umberto Eco, De Betovering van lijsten, Vertigine della lista.




Ik lees dit prachtige boek in het Nederlands
en over de Griekse eilanden staat er dan:

Roemrijke speerheld Idomeneus leidde het volk der Kretenzers
zij die het stevig ommuurde Gortyna en Knossos bewoonden,
Lyktos, Miletos en schitterend krijtwit liggend Lykastos,
Faistos en Rhytion, prachtig gelegen, welvarende steden
en de bevolking der honderd andere steden van Kreta.

Herakles’ grote en dappere zoon Tiepolemos leidde een
negental schepen uit Rhodos, bemand met dappere strijders,
zij die verspreid over Rhodos een drietal steden bewoonden:
Lindos en Lalysos en ’t schitterend krijtwit Kameiros.

Homerus, Ilias, boek 2, versen 455 – 760.

Boek 2 is de opsomming van de krijgsmachten in de Trojaanse oorlog,
een heel oud vpprbeeld van een lijst.

Oeroeg IV

Woordenlijstje (niet compleet)

Bale-Bale

Indonesische ligbank.

Brandal

Ondeugende jongen, oproerling, Indische muiter.

Dessawoningen

Woningen van lokale bevolking. Typisch klein en zonder veel voorzieningen.

Djongos

Inlandse huisbediende.

Doekoen

Traditionele medicijnman, -vrouw, die een groot aanzien geniet binnen de dorpsgemeenschap. Middels natuurgeneeskunde, met kruiden en massage, soms ook hypnose en geestenbezwering wordt de patient behandeld. Ook wordt de doekoen geraadpleegd bij alle belangrijke gebeurtenissen

Kainstof

Een kain is een ,,gebatikte of geweven doek,die om het onderlijf gewikkeld en met behulp van een ceintuur of band vastgezet wordt dan wel een algemene term voor geweven (gebatikte) doek of kledingstofxe2x80x9d. (bron Ewoud Sanders, NRC)

Karbouw

Waterbuffel

Katjang

Algemene naam voor peulvruchten.

Oeroeg

De letterlijke betekenis van de naam xe2x80x9cOeroegxe2x80x9d is xe2x80x9caltijd een vreemdexe2x80x9d. Bron: Truijens (2004). Hella S. Haasse, p. 19

Pantjoran

Kunstmatige waterval bij een dessa (vertaling komt uit een tekst van Hella S. Haasse, ik kan het woord verder niet vinden op internet)

Pikolans

Draagstok

Rijk van Mataram

Twee maal bestond er op Java een rijk van Mataram. De laatste maal legde Jan Pieterszoon Coen de heerser zijn wil op en zouden opeenvolgende heersers tegen elkaar worden uitgespeeld door de Hollanders zodat hun macht verdween.

Sawa

Rijstveld

Slendangs

1. Traditioneel kledingstuk voor mannen en vrouwen. Het is een, meestal gebatikte, doek die om de heupen wordt geslagen

2. Draagdoek (voor klein kind).

Topi

Mohammadaans hoofddeksel.

Warong

Indonesische open winkel.

Niet te vinden op het internet:
Neneh Kombel (alleen in teksten die direct verband houden met Oeroeg),
tambleang struik, Abdullah Harudin (alleen in recenties van Oeroeg),
Pasar Baroe (alleen als een specifieke winkelstraat niet als een algemeen begrip),
Harsono Koesoema Soedjana.


De meeste recenties over Oeroeg vertellen je het hele verhaal
in de vorm van een samenvatting.
Ik laat in deze log de tekst zelf spreken en geef soms
een toelichting waarom ik de tekst hier heb opgenomen.
Soms ook niet.
Ik heb het boek gelezen en gelijkertijd aantekeningen in het boek gemaakt.
Die heb ik de afgelopen dagen uitgetikt.
Het resultaat zie je hier.
Geen wetenschappelijke analyse, gewoon een lezer en wat hem opvalt.


Het verhaal speelt zich gedeeltelijk af in Sukabumi.
Dat is een plaatsnaam die ik ook vond in Wikipedia:

Sukabumi

Sukabumi is een stad in de provincie West-Java, Indonesie met 243.068 inwoners (2000) en een oppervlakte van 48 kmxb2. Letterlijk betekent dit ‘houden van het land’. Sukabumi (in de spelling tot 1972 Soekaboemi) is de hoofdstad van het regentschap (kabupaten). Sukabumi en is gelegen op ongeveer 150 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Jakarta en op ongeveer 70 kilometer ten westen van Bandung.

 


Sukabumi sawa’s.


Oeroeg was mijn vriend (pag. 5)

Misschien prikkelt mij zijn onherroepelijk, onbegrijpelijk anderszijn, dat geheim van geest en bloed, dat voor kind en knaap nog geen problemen opwierp, maar dan nu des te kwellender schijnt. (pag. 6)

Een van de centrale thema’s van het boek gaat over de cultuurverschillen
tussen de Indonesische bevolking die in de Preanger bestond
uit Javanen, Sundanezen, en de koloniale Hollanders.
Hella S. Haasse beschrijft dat mooi vanuit het perspectief van iemand
die dat aan den lijve heeft meegemaakt
en tegelijk wijst ze op de kinderlijke, naieve beleving
van de ik-figuur van dit verschijnsel.

Zij zagen de dingen op verschillende manier en spraken elkanders taal slechts haperend, maar onder het peignoir en sarong zwol in beider schoot hetzelfde wonder. (pag. 6)

Vaak kom je passages tegen die mooi de situatie beschrijven
maar met een taal die mensen van vandaag niet meer gebruiken.



Rondom waren lichte, helkleurige vlekken, rood, geel en oranje, die in de wind heen en weer bewogen; in later jaren wist ik dat dit de canna’s waren, dicht opeengepakt op het achtererf. Oeroeg en ik zochten tussen het grind naar de enigszins doorschijnende steentjes, die inlanders wel polijsten tot ze op halfedelstenen lijken. De lucht was vol van het gezoem van insecten, woudduiven roekoeden in hun aan bamboestaken opgehesen kooien achter de bediendenkamers. Een hond blafte, kippen stoven kakelend weg over het erf, en bij de put klonk het plassen van water. De wind die van de bergen kwam was koel, en voegde een vage rooklucht mee van de verderop gelegen dessa’s. Mijn moeder schonk ons vanillestroop in kleurige glazen rood voor mij, groen voor Oeroeg. Het ijs tinkelde tegen de rand. Nooit kan ik de geur van vanille opsnuiven zonder dat dit beeld in mijn bewustzijn terugkomt Oeroeg en ik, aandachtig drinkend, op de met steentjes bezaaide stoep het wuiven van varens en bloemen in de wind, en alle ochtendgeluiden op het zonnige erf. (pag. 7)



Bijna in alle recensies die ik zag komt het terug:de beschrijvende kwaliteiten van de schrijfstijl van Hella Haasse.
Als je Oeroeg leest kun je er niet omheen.
Veel mensen reageren er op met mooi maar wel vaak en langdradig.
Toch hoort het in het boek.
Een thema dat bijna de gehele Nederlands-schrijfcultuur-over-Indie beheerst is heimwee.
Heimwee naar de natuur, de ongecompliceerde levensstijl
met exotisch eten en bedienden, de mystiek,
de kleuren en geuren, het landschap.
Dat speelt bij de koloniale Hollanders een grote rol.
Dus ook in Oeroeg.



Wij waren toen allebei omstreeks zes jaar oud. Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener, met zijn gespierd mager lichaam. De lijn die van zijn schouderbladen neerliep tot naar zijn smalle, opzij wat afgeplatte heupen, had al dezelfde nonchalante soepelheid die waar te nemen viel bij de opgeschoten knapen en jonge mannen, werkend op fabrieksterrein en sawa’s. Met zijn lenige tenen kromgetrokken, balanceerde hij ineengedoken op stenen en boomtakken, zekerder van zijn houding dan ik, en sneller reagerend bij verlies van evenwicht. Toen ging ik nog zo op in onze spelen dat ik me deze dingen maar vaag bewust was. (pag. 8)

 

Oeroegs gezicht was plat en breed als dat van zijn moeder Sidris, maar zonder de trek van zachte vrolijkheid, die het hare zo aantrekkelijk maakte. (pag. 9)

 

Gewoonlijk amuseerde hij zich om andere dingen dan ik. (pag. 9)

 

De maanden verstreken en er werden toebereidselen gemaakt voor het schoolgaan. (pag. 17)

Dat zeg je niet meer!



 

Als ik nu terugkijk op onze lagereschooltijd, schijnen de dagen van al die jaren samen te vloeien tot een beeld, waarschijnlijk omdat dezelfde indrukken elkaar onveranderlijk, regelmatig opvolgden. Steeds, in de vroege ochtend, de autorit naar het stationnetje, dat een halfuur gaans van de onderneming lag. Gras en loof glinsterden van zware dauw, de zon was nauwelijks op, over alles hing nog een blauwe morgennevel. Inlanders droegen fruit en andere waren voor tijdige verzending naar het station; gebogen onder de last van hun pikolans bewogen zij zich in ritmische sukkeldraf over de weg. Een landbouwer dreef karbouwen naar de sawa, geholpen door kleine jongens, die onder het uitstoren van schelle kreten de dieren op de grasberm hielden. Oeroeg kende sommige van hen en schreeuwde, hangend uit de auto, een groet. Van tegengestelde richting kwamen theepluksters en werkvolk voor de onderneming, bij groepen tegelijk. De vrouwen keken naar ons om, lachend vanonder de plooien van hun slendangs, die zij om het hoofd gewonden droegen. Kleine kinderen, honden en kippen liepen toe vanuit dessawoningen, verscholen in de schaduw onder hoog geboomte. Altijd heerste op het station dezelfde drukte. Er stonden manden opgestapeld, het was er vol mensen die op de eerste trein wachtten, een warong bood gelegenheid tot het nuttigen van een vroege maaltijd. Vaak bezweken Oeroeg en ik voor de verleiding van een portie roedjak, onrijp fruit met een scherpe saus, de we haastig opslurpten uit een gevouwen blad. Dan kwam de trein binnen: de kleine berglocomotief met zijn sleep van wagons zonder ramen. In de wagons waren houten banken en de lengte geplaatst. Hoewel Oeroeg en ik tweede klas mochten reizen, verkozen wij de drukke wagons, waar wij vaak een vrucht of een handvol katjang kregen en waar steeds iets te horen of te zien viel. Van dat traject door het bergland van de Preanger ken ik iedere steen, iedere telegraafpaal, iedere brug. Met gesloten ogen zou ik het landschap aan weerskanten wan de ramen kunnen tekenen: de afdalende terrassen van de rijstvelden, de dichtbegroeide, kegelvormige heuvels, die verderop overgingen in blauwe bergkammen, de oogsthuisjes op het veld, de dessawoningen tussen bamboebosjes, van tijd tot tijd een witgepleisterd stationsgebouwtje, waar groepen marktgangers met hun waar stonden te wachten. (pag. 29-30)


Karbouw in Indonesie.


Slendang.


Man met een pikolan op zijn schouder.


Ondanks dat hierboven staat: ‘Met gesloten ogen
zou ik het landschap aan weerskanten wan de ramen kunnen tekenen’,
zal aan het eind van het boek de ik-figuur
zijn ouderlijk huis voorbij rijden en de route niet meer herkennen.

en voor ons, voorbij de kale, steenachtige helling van het bergzadel, over de boomtoppen van het daar beneden gelegen oerwoud heen zichtbaar, het afdalende bergland, in alle schakeringen van blauw, grijs en groen, met scherp getekende schaduwplekken in de kloven en ravijnen, en nog dieper omlaag rondom, naar de horizon toe verdwijnend in nevels van hitte, de vlakte, waarover de voortdrijvende wolken grote schaduwen wierpen. (pag. 42)

Lange zinnen, veel leestekens, maar wat een landschappen!
Mooi woord: bergzadel, maar wat is het?

Hij hurkte wat dichter bij het vuur en trok de gestreepte deken om zijn schouders. Zijn gebaren bij dit alles waren zo plechtig, als gold het een ceremonie. Hij sprak zacht en zonder de nuances in stemvolume en intonatie, die je in het algemeen onafscheidelijk verbonden acht aan het begrip goed vertellen. Maar nooit heb ik een manier van verhalen doen zo boeiend gevonden las die van Ali. Zijn stem had dezelfde kwaliteit als de nachtstilte rondom, de toon van de watervallen in het bos, van de wind in de boomtoppen. Zonder de minste inspanning van onze kant konden wij ons wanen in die schemerige wereld van dierenfabels en mythen van halfgoden en wonderwezens. (pag. 43)

 

Oeroeg verstond Hollands en kon het lezen, maar werd door een soort schaamte weerhouden om zich in die taal uit te drukken. (pag. 45)

 

Tijdens deze gezamenlijke spelletjes werd ik me voor het eerst in mijn leven ten volle bewust van het feit dat Oeroeg in de ogen van anderen een ‘inlander’ was en niet een inlander zoals Harsono Koesoema Soedjana, die bij ons in de klas zat en wiens vader regent was, maar een dessajongen, de zoon van een ondergeschikte van de onderneming. Het verschil was er, in e lichte commandotoon die mijn gasten tegen Oeroeg bezigden, in het gebiedend ‘Ajo!’ waarmee zij hem in het spel tot opschieten aanmaanden. Maar wat mij een kleur van ergernis deed krijgen, scheen Oeroeg nauwelijks te raken. Slechts eenmaal zag ik zijn zijdelingse, als het ware naar binnen gekeerde blik, en een haast onmerkbaar verstrakken van zijn gezicht en houding, toen een van mijn klasgenoten zich, waarschijnlijk meer uit baldadigheid dan met boosaardige bedoeling, een lelijk Soendanees scheldwoord aan Oeroegs adres liet ontvallen.Na dit incident trok Oeroeg zich geleidelijk terug; gedurende de rest van de middag vergenoegde hij zich ermee zittend op de balustrade van de achtergalerij naar ons te kijken. Toen ik xe2x80x99s avonds, na het wegbrengen van mijn gasten terugkwam, vond ik hem nergens. Het was de eerste maal dat ik niet wist waar hij was, of wat hij deed. (pag.50-51)

Cruciale tekst in Oeroeg.
De ik-figuur ontdekt de ongelijkheid in de Indonesische maatschappij
en zijn eigen plaats daarin.
Hier ligt een heel diep probleem.
Hollanders blijven maar napraten over hoe mooi het er allemaal was
maar zijn gelijktijdig actief betrokken bij het organiseren
en in stand houden van de ongelijkheid.
De ik-figuur blijft hier een toeschouwer
en je kunt de vraag stellen wat voor een vriend hij eigenlijk was.

Ik struikelde over mijn woorden. Ik vrees dat mijn verhaal verward was, maar hoe kon ik in weinig woorden uitleggen wie en wat Oeroeg was? Oeroeg was mijn vriend, vrijwel sinds mijn geboorte het enige levende wezen in mijn omgeving met wie ik iedere fase in mijn bestaan, iedere gedachte, iedere gewaarwording gedeeld had. En dat niet alleen. Oeroeg was meer. Oeroeg betekende- hoewel ik dat toen niet onder woorden kon brengen- het leven op en om Kebon Djati, de bergtochten, het spelen in de tuinen en op de stenen in de rivier, het reizen met de trein, het schoolgaan- het abc van mijn kinderleven. (pag. 54)

 

Lida was een vrouw die geen omwegen kende. Zij had wat Oeroeg en ik later jaren de groene-zeepmentaliteit plachten te noemen- geen fantasie, geen begrip voor of zelfs maar geloof in het bestaan van dingen die zij zich niet kon voorstellen, een onuitroeibare argeloosheid, die haar telkens weer opnieuw de dupe deed zijn. Zij was burgerlijk zonder bekrompenheid, streefde naar goedzijn in christelijke zin zonder bigotterie. Zij mat iedereen en alles met de maatstaven van haar eigen brandheldere, volstrekt on-imaginatieve, praktische geest. Al deze eigenschappen kregen iets aantrekkelijks door het feit dat zij geen vooroordelen kende en uiterst eerlijk was. Het spreekt vanzelf dat zij in de omgang met inheemsen. vooral bedienden en leveranciers, weinig geluk had. Haar zin voor loyaliteit, haar neiging om door middel van logisch en geduldig betoog tot oplossing van conflicten en misverstanden te komen, wekten bevreemding en wantrouwen. Machtsvertoon om prestige te handhaven was haar ten enenmale vreemd. Zij werd, zelfs door goedwillend personeel, bestolen en bedrogen, louter en alleen ten gevolge van het ontbreken van wederzijds begrip. De steeds wisselende reeks bedienden was zich dit wel bewust, maar Lida niet. (pag. 57)

 

Oeroegs fijne bouw, zijn grote ogen, waarvan de pupillen als inktspiegels dreven op het blauwige oogwit, en die scherp omlijnd waren als de ogen van een wajangpop, zijn brede, maar goedgevormde monden zijn hele houding, een mengeling van ironische terughoudendheid en verlegenheid, bekoorden Lida. (pag. 58)

 


Wajangpoppen.



Grote schuimige wolken, aan de onderkant afgeplat, als dreven zij op glas, trokken voorbij in de helle middaghemel. Het groen op de berghellingen tintelde van het licht. Rondom heerste de loom makende stilte, die gedurende de warmste uren het land als uitgestorven doet zijn. Alleen het ver verwijderde blaffen van een hond en het eentonige geluid van de karbouwenklokjes kwam tot ons van over de velden. Er was geen mens op de weg of op de sawa’s, en ook tussen de theestruiken in de tuinen hoger op de berg zagen wij nergens de gekleurde hoofddoeken van de pluksters tussen het groen. Aan de struiken langs de berm schitterden honderden schermvormige tambleangbloempjes, in alle schakeringen van roze, rood en donkeroranje, onder een zweem van vlinders. (pag. 64)

Prachtige beeldspraak: pupillen als inktspiegels,
wolken als drijven ze op glas.

Wij gooiden onze kleren op een hoop tussen het groen, en daalden af in het frisse, glasheldere water. Werkelijk zwemmen was niet mogelijk in de komvormige poelen tussen de stenen. Wij gooiden ons telkens languit in het water, of leunden ruggelings tegen de schuimende watervalletjes, die van de trapsgewijs samengeworpen rotsblokken omlaag stortten. Honderden malen hadden wij ons zo verfrist, gedurende de jaren die wij op Kebon Djati doorbrachten. Deze onvoorwaardelijke overgave aan het bruisende, klaterende water, het opspringen en neerplonzen tussen de stenen, de talloze aan het baden verbonden spelletjes hadden steeds tot de meest intens doorleefde dingen van onze kindertijd behoord. Met iets als teleurgestelde verbazing merkte Oeroeg en ik echter bij deze gelegenheid dat wij van het baden in de rivier niet meer onverdeeld genoten. Misschien is dat te sterks uitgedrukt. Beter zou ik het zo kunnen zeggen: het baden was op dat moment- en zou in de toekomst blijven- niet meer dan een verfrissende onderdompeling, een handeling, voortvloeiende uit de allesoverheersende behoefte aan afkoeling- zodra dit verlangen bevredigd was, bestond er voor ons beiden feitelijk geen reden meer om in het water te blijven. Hoewel wij ons hiervan wel bewust waren, spetterden wij, uit gewoonte, en waarschijnlijk ook uit een soort schaamte ten opzichte van elkaar, nog een tijdlang rond, maar zonder iets dat op onze vroegere spontane watervreugde leek. Het verschil was dat wij het zwemmen, de rivier, het flonkeren van de stroom, met andere ogen zagen, met ogen die niet meer in staat bleken de rexc3xable wereld als een wereld van wonderen te zien. Verdwenen waren het toverrijk waarin wij helden en ontdekkingsreizigers waren gewest. De schemerige grotten bleken niets naders te zijn dan schaduwplekken onder het laag neerhangende loof aan de oever, het jachtgebied van rotsplateaus en onoverbrugbare stroomversnellingen alleen een smalle bergrivier, kabbelend door haar bedding van grind en grotere rotsblokken. Krabben en waterjuffers schoten in onveranderlijk lokkende kleurschakeringen weg en boven de oppervlakte, maar prikkelden onze fantasie niet meer als vroeger, hoewel we er, uit een soort sportiviteit, jacht op maakten. Terwijl wij languit op een platte steen lagen te drogen, flitste de werkelijke betekenis van deze veranderingen door mij heen. Ik keek naar Oeroeg en zag in zijn blik dezelfde ontdekking. Er was iets voorbij. Wij waren geen kinderen meer. (pag. 65 en 66)

Hele uitgebreide mooie beschrijvingen.In moderne literatuur zou dat niet meer zo gaan.
Maar daar moet je een boek niet op beoordelen,
dat is de crooner Sinatra vergelijken met rapper 2PAC.

Zijn topi droeg hij niet meer. Toen ik er naar vroeg, maakte hij een ongeduldig gebaar, en klakte met de tong. ‘Ik ben geen mohammedaan,’zei hij later verklarend. (pag. 70)


Man met topi op zijn hoofd.


Het vervulde mij met diepe verbazing te merken dat Oeroeg zijn best deed voor een halfbloed door te gaan. Ik wist dat hij voor deze bevolkingsgroep altijd een aan afkeer grenzende geringschatting had gevoeld. Maar zijn verlangen om zich met de Europese wereld te assimileren was zo groot dat hij zelfs deze concessie scheen te kunnen doen. De overgang van de ene levenssfeer in de andere werd hem vergemakkelijkt door het wonen bij Lida en door het bijna onafgebroken contact met zijn schoolkameraden, die voor zeker vijfenzeventig procent van gemend bloed waren en behoorden tot een groep die al even hardnekkig naar westerse allure streefde. (pag. 73-74)

 

Oeroeg stond mij op te wachten aan de uitgang van het station, evenals ik gekleed in een lange witte broek. Zijn gezicht was smaller dan ik het me herinnerde, en vaster van contouren. Ik zag bijna dadelijk dat hij zijn topi weer droeg. Hij stond, wat doorzakkend in een heup, met de handen in de zijden, onbeweeglijk te staren naar de doorgang bij de controle. Toen hij mij zag, kwam hij langzaam en nonchalant naar mij toe om mij te begroeten. Het scheen me een ogenblik dat ik hem niet kende. De beweeglijke jongen met zijn Amerikaanse linnen schoenen en wat opzichtige poloshirt, met zijn braniemanieren en zijn snelle, zijdelingse blikken, waarin zowel verlegenheid als heimelijke spot kom schuilen, had plaats gemaakt voor deze ernstige jonge inlander, volwassener dan ik het was, en vervuld van een nieuw en ditmaal volkomen harmonisch zelfbewustzijn. Ik wist niet dadelijk een houding ten opzichte van hem te vinden. (pag. 91)

 

Ik had plotseling het gevoel als was dit een moment waarop zij lang gewacht hadden. Zij wilden de kaarten openleggen voor een tegenstander. Ik was voor hen op dat ogenblik het symbool, de personificatie van iets waartegen zij zich met inzet van hun hele persoonlijkheid gekeerd hadden. Ik dwong mezelf om het besef van de werkelijkheid, dat me in deze stille achtergalerij dreigde te ontglippen, vast te houden. ‘Wat bedoel je?’ vroeg ik aan Oeroeg. ‘Dat ik mijn hand niet wil ophouden bij het Nederlandse gouvernement,’ antwoordde hij effen. ‘Ik heb jullie hulp niet nodig.’ ‘Jullie?’ zei ik, terwijl het bloed me naar het hoofd steeg, want nu drong de betekenis van zijn woorden tot mij door. ‘Je houdt wel je hand op bij Lida.’ ‘Lida denkt zoals wij,’ zei Oeroeg trots. Van het een kwam het ander, en er ontspon zich een debat, waarin ik me tot een verdedigende houding moest bepalen, omdat de materie me vreemd was. Ik wist weinig of niets van de nationalistische stromingen, van de wilde scholen, van het gistingsproces dat zich in bepaalde lagen van de inlandse maatschappij voltrok. Ik luisterde zwijgend naar een stortvloed van beschuldigingen en verwijten, die Oeroeg en Abdullah, nu pas werkelijk in vuur en vlam, richtten tegen het gouvernement, tegen de Nederlanders, tegen de blanken in het algemeen. Ik geloofde dat veel van hun beweringen slecht gefundeerd of onrechtvaardig waren, maar ik beschikte niet over de argumenten om ze te weerleggen. Mijn verbazing steeg met de minuut, want Oeroeg bleek in het nieuwe milieu van progressieve studenten en jonge agitatoren tot een redenaar uitgegroeid te zijn. ‘De dessaman, het gewone volk, is met opzet stom gehouden,’ zei hij fel, terwijl hij mij, over de tafel leunend, strak aankeek. ‘Jullie hadden er belang bij om de mensen te beletten zich te ontwikkelen. Maar dat is nu voorbij. Daar zullen wij voor zorgen. Ze hebben geen wajangpoppen nodig en geen gamelan en geen bijgeloof en geen doekoens’ we leven niet meer in het Rijk van Mataram, en Java hoeft niet te lijken op een prentje van een ansichtkaart voor toeristen. Wat moeten we met al die ballast. De Boroboedoer is ook maar een hoop oude stenen. Laten ze ons fabrieken geven, en oorlogsschepen en moderne klinieken en scholen, en zeggenschap over onze eigen zaken. Terwijl Oeroeg zo zat te betogen en met bewegingen van zijn gebalde linkervuist zijn woorden nog beklemtoonde, zag ik rondom mij de starende gezichten van de anderen, als in een droom. (pag 94, 96, 96)


Boroboedoer, Borobudur.


Gamelan.


De scheiding tussen hun wereld en de mijne was volkomen. (pag. 97)

 

Als het waar is dat er voor ieder mens een landschap van de ziel bestaat, een bepaalde sfeer, een omgeving, die responsieve trillingen oproept in de verste schuilhoeken van zijn wezen, dan was, en is, mijn landschap het beeld van berghellingen in de Preanger: de bittere geur van de theestruiken, het klateren van heldere stroompjes over steenblokken, de blauwe wolkenschaduwen over het laagland. (pag 98)

 

Toen ik mij ervan bewust werd dat ik vergeten had naar het huis te kijken, wist ik tegelijkertijd dat het er niet meer stond. (pag. 100)

 

Er viel een schaduw naast mij op de grond. Ik draaide mij om en zag een inlander staan, in vuile kaki.shorts, met een hoofddoek van kainstof slordig geknoopt om zijn verwarde haar. Hij keek mij aan, met een felle, en toch blinde blik, en beduidde mij dat ik mijn handen moest heffen voor de dreiging van zijn revolver. ‘Oeroeg,’zie ik, halfluid. De woudduif vloog klapwiekend op uit de bomen. (pag. 102)

 

Het is overbodig toe te geven dat ik hem niet begreep. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende, een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit. Is het te laat? Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond waarvan ik niet verplant wil zijn? De tijd zal het leren. (pag. 105)

 

Het aantal komma’s in dit boek is enorm.
Dat tonen bovenstaande stukjes tekst zeker aan.
Het is een goed boek, niet fantastisch.
Goed om voor een tweede keer te lezen.
De eerste keer dat ik het las, las ik het op de middelbare school.
Het stond op de lijst.
Toen had ik een hekel aan het boek.
Ik weet niet waarom maar het was zo.
Nu heb ik met veel plezier dit cadeautje van de openbare bibliotheek gelezen.
Veel plezier!


Bale-Bale.


Oeroeg III

Op een eerdere log stelde ik al terloops de vraag
hoe Indonesiers van vandaag de dag het boek Oeroeg zullen ervaren.
Op het internet bij De Groene Amsterdammer vond ik in een artikel
over Oeroeg en Hella S. Haasse een stukje over een reis,
eerder dit jaar gemaakt door de verslaggeefster en
een aantal andere mensen waaronder Hella S. Haasse naar Indonesie.
Tijdens dit bezoek aan Indonesia werden zes studenten in Jakarta
gevraagd hun mening te geven over het boek.
Interessant om te lezen en daarom herhaal ik het hier:

Wat vinden de Indonesische lezers van Oeroeg?

Het is een spannende bijeenkomst in het Komunitas Salihara, een open en modern cultureel instituut in Jakarta. Spannend vooral omdat de zes uitgenodigde studenten, allen studerend aan de University of Indonesia xe2x80x93 filosofie, geschiedenis, politicologie xe2x80x93 zich liever in het Indonesisch uitdrukken dan in het Engels. Een van de jongens, breed goeiig gezicht, steekt van wal, met een heuse Powerpoint-presentatie in de rug. xe2x80x98Oeroeg en het beeld van de native in koloniale tijdenxe2x80x99 heet zijn betoog. Daarna zal een tolk het werk moeten doen. De jongen vertelt dat hij Oeroeg net heeft gelezen, de avond ervoor. Vervolgens bouwt hij de spanning op door het boek tamelijk vlekkeloos, en in ieder geval neutraal, samen te vatten. Wij Nederlanders op de eerste rij zouden het wel uit zijn mond willen trxc3xa9kken: maar wat vind je er zelf van?Willem Nijholt, de officixc3xable lofredenaar van Oeroeg, en reeds op Java wegens filmwerkzaamheden, had het gisteren al gezegd, naar aanleiding van de vragenstellers in het publiek in het Erasmushuis: de Indonesixc3xabr is beleefd, en komt dus langzaam to the point.







Komunitas Salihara.





Het toenemend hartstochtelijke betoog van de student raakt inmiddels doorspekt met immer herkenbare termen als xe2x80x98kapitalistischxe2x80x99 en xe2x80x98revolutionairxe2x80x99. Even pauze, opdat de tolk ons kan inlichten.Droogjes spreekt hij in de microfoon: xe2x80x98Itxe2x80x99s a very interesting book.xe2x80x99 Het kapitalisme en de revolutie zijn lost in translation.







Compilatiefoto van het Erasmushuis in Jakarta met tulpen in een rijstveldenuitzicht.





Het is oneindig jammer dat het zo doorgaat met de leeservaringen van de andere studenten. Zo strijdvaardig als ze klinken, en zo giechelig en subversief als ze onderling zijn, de tolk strijkt alles glad. Exc3xa9n term komt echter herhaaldelijk bovendrijven: de xe2x80x98mooi-Indixc3xabxe2x80x99-attitude. Het wordt een beetje duidelijk: Oeroeg beschouwen zij als een exponent van die mooi-Indixc3xab-attitude. Waarmee ze doelen op de neiging het mooie te laten zien, van de bergen, van de natuur. Ondertussen wordt niet getoond wat er xe2x80x98echtxe2x80x99 gebeurde met de mensen. Tegelijkertijd verdient Haasse in hun ogen alle respect. Want, zoals de ideoloog van het gezelschap xe2x80x93 smal gezicht, brilletje xe2x80x93 het verwoordt: zij wil dat de menselijkheid overwint. Zij wil niet dat culturele verschillen conflicten tot gevolg hebben. Wat niet wegneemt dat ze het niet over Indonesixc3xab heeft, maar over Nederlands-Indixc3xab. En dat is voor hen definitief verleden tijd, zoveel wordt duidelijk.
xe2x80x98De schrijfster heeft een heel simpele manier om te zeggen hoe de ideale maatschappij eruitzietxe2x80x99, zegt een van de jongens, dikke paardenstaart in de nek. xe2x80x98Er zijn nu eenmaal verschillen tussen mensen, die moet je niet verdoezelen.xe2x80x99
De ideoloog: xe2x80x98In plaats van dat ze beschrijft hoe het echt zit, neemt de schrijfster haar toevlucht tot heavy exotism.xe2x80x99
xe2x80x98Oeroeg was mijn vriendxe2x80x99, citeert een Frans studerende jongen xe2x80x93 La peste van Camus is zijn lievelingsroman xe2x80x93 de openingszin. Om er wijsneuzig aan toe te voegen: xe2x80x98Maar in hoeverre is dat vriendschapsgevoel wederzijds? Oeroeg zelf zegt amper wat in dat boek.

Marja Pruis / De Groene Amsterdammer


Oeroeg II

Hieronder volgt een beknopt overzicht

van een aantal belangrijke momenten

uit de geschiedenis van Nederlands-Indixc3xab.

Deze tekst is afkomstig van de Bibliotheek Lek & Ijssel en Bibliotheek Nieuwegein



Periode 1595 – 1800

1595

In navolging van de Portugezen varen de eerste Nederlanders naar Indonesixc3xab om handel te drijven

1602

De Verenigde Oost-Indische Compagnie wordt opgericht. De VOC krijgt het monopolie op de handel naar het Verre Oosten

1617

Jan Pietersz. Coen benoemt tot gouverneur-generaal van de VOC

1619

Jan Pietersz. Coen verwoest Jacatra en sticht Batavia (hoofdstad Eilandenrijk)

1795

Frankrijk bezet Nederland

1799

VOC failliet

Periode 1800 – 1900

eind 18e /

begin 19e eeuw

Frankrijk neemt bezittingen van Nederland in het buitenland over

1811

Engeland (in oorlog met Frankrijk) verovert Java en grote delen van de rest van Indonesixc3xab

1815

Slag bij Waterloo: einde van de oorlogen tussen het Frankrijk van Napoleon en de rest van Europa. Engeland geeft de Nederlandse bezittingen in Indonesixc3xab weer terug. Indonesixc3xab wordt voortaan Nederlands-Indixc3xab genoemd

1831

Het Cultuurstelstel wordt ingevoerd. De bevolking moet op een deel van de grond speciale gewassen verbouwen t.b.v. de Nederlandse staat (koffie,suiker,indigo)

1870

Afschaffing van het Cultuurstelsel

Periode 1900 xe2x80x93 1963

Rond 1900

Veel opstanden van de lokale bevolking tegen de Nederlanders

1908

Laatste Bali-oorlog. Nederlands-Indixc3xab voor het eerst xc3xa9xc3xa9n geheel

Begin 20e eeuw

Oprichting van verenigingen en later politieke partijen die streven naar onafhankelijkheid en vrijheid

1927

Oprichting van de PNI ( Partai Nasional Indonesia), de partij van Soekarno

1930

Soekarno wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar

Jaren ’30

Economische crisis. Veel ondernemingen in Nederlands-Indixc3xab moeten inkrimpen en ontslaan werknemers. Lonen van de ambtenaren achteruit. Hongersnoden onder de inlandse bevolking

1940

Stopzetting van de export uit Nederlands-Indixc3xab (o.a. rubber en olie) naar Japan (toen Japan bondgenoot werd van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog)

1941 (dec.)

Japan valt de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbour in Hawaxc3xaf aan. Amerika verklaart Japan de oorlog. Nederland verklaart Japan kort daarna de oorlog

1942 (jan.)

Japanse inval in Indonesixc3xab

1942 (feb.)

Slag in de Javazee. Nederlandse, Engelse, Australische en Amerikaanse schepen worden verslagen door de Japanners

1942 (mrt.)

De Nederlands-Indische regering geeft zich over. 91.000 militairen worden krijgsgevangenen. Nederlandse mannen moeten als dwangarbeider werken aan de Birmaspoorweg

1945 (aug.)

De Amerikanen gooien atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Japan geeft zich over

1945 (aug.)

Soekarno en Hatta roepen eenzijdig de onafhankelijkheid uit van Indonesixc3xab

1946

Linggadjati-akkoord (genoemd naar het bergdorpje op Java waar vertegenwoordigers van beide regeringen bij elkaar komen): Nederland erkent de macht van de Republiek op Java en Sumatra. Naast de Republiek Indonesixc3xab blijven de deelstaten Borneo en Oost-Indixc3xab bestaan, en allemaal samen vormen zij met Nederland de “Nederlands- Indonesische Unie”

1947-1948

Politionele acties. Velen (binnen de Nederlandse regering en de Indonesische regering) zijn het niet eens met het Linggadjati-akkoord. Nederland voelt zich in het nauw gedrongen en gaat over tot de eerste politionele actie: Nederlandse militairen bezetten een groot deel van Java en Sumatra. De Verenigde Naties roept op tot een ‘staakt-het-vuren’. Eind 1948 volgt de tweede politionele actie: het Nederlandse leger bezet heel Java en het grootste deel van Sumatra. De regering van de Republiek wordt gevangen genomen. De internationale druk op Nederland wordt opgevoerd

1949

Nederland draagt de soevereiniteit over aan de Republiek Indonesixc3xab. Westelijk Nieuw-Guinea blijft Nederlands. Start van de repatrixc3xabring: 300.000 Nederlanders en Indo-europeanen verlaten Indonesixc3xab

1950

Staatsgreep op Ambon. De Republiek Zuid-Molukken, RMS (Republik Maluku Selatan), wordt uitgeroepen. Indonesixc3xab stuurt het leger naar de Molukken, de RMS-regering moet vluchten. De RMS blijft bestaan en gaat later in Nederland in ballingschap.

1963

Indonesixc3xab neemt het bestuur over in Nieuw-Guinea

Oeroeg I

“Oeroeg was mijn vriend.”

Veel recenties beginnen met deze eerste zin
van het debuut van Hella S. Haasse.
Natuurlijk ben ik geen recensent, ik ben een lezer.
Ik vind het een prachtige zin.
Vier woorden.
Hier is over nagedacht.
Er zit heel veel informatie in deze zin.
Eigenlijk net zo als in heel veel van de zinnen in het boek.

“Oeroeg was mijn vriend.”

Bij het lezen van deze zin is meteen duidelijk dat het boek
over twee personen gaat: Oeroeg en de ik-figuur.

Ik weet niet of de naam Oeroeg iets betekent maar
het is in ieder geval geen naam die in 1948 of daarvoor
veelvuldig in de Nederlandse polder aan kinderen werd gegeven.
Op het web vind ik het volgende:

De letterlijke betekenis van de naam xe2x80x9cOeroegxe2x80x9d
is echter xe2x80x9caltijd een vreemdexe2x80x9d


Als je dat weet, weet je al heel veel van het verhaal.
Maar toen ik het boek vorige week
voor de tweede maal las wist ik dat nog niet.
Bron van het web citaat is COMENIUS-vereniging voor
Neerlandistiek in Midden- en Oost-Europa
TRUIJENS (2004). Hella S. Haasse, p. 19.
Is het een jongensnaam?
Ja dus, maar dat wist ik niet.
Okay, 1 niet-Nederlandse hoofdpersoon, de achtergrond
van Oeroeg was mij onbekend.

Het is ook meteen duidelijk dat de ik-figuur, de tweede
hoofdpersoon in het boek, de verteller is van het boek.
(“mijn vriend”)

“Oeroeg was mijn vriend.”

Het verhaal gaat zich in het verleden afsprelen.
Immers of de vriend Oeroeg is er niet meer
of de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg is er niet meer.
Het wekt de verwachting dat er iets moet zijn gebeurd.
De schrijfster valt immers met iets belangrijks in huis: was.
Waarom niet meer, wat is er gebeurd, wanneer is het gebeurd,
wie was er schuldig, is er iemand schuldig?

“Oeroeg was mijn vriend.”

Oeroeg





Oeroeg, Hella S. Haasse.





Ook dit jaar leest de argusvlinder weer mee met een groot aantal
andere Nederlanders in het kader van Nederland Leest.
Vorig jaar was er het boek van Harry Mulisch.
Dit jaar van Hella S. Haasse: Oeroeg.

Wat zo heel bijzonder is, is dat dit boek een van de vele boeken
over ‘Indixc3xab’ is die de afgelopen honderd jaar in Nederland
verschenen zijn en nog steeds verschijnen.

Wij zijn
= er verzot op;
= er verslaafd aan;
= er verliefd op;
= er afhankelijk van;
= nog steeds aan het navelstaren;
= nog steeds aan het dromen over die goede oude tijd;
= nog steeds niet uitgepraat over onze fouten;
= nog steeds niet los van Tempo Doeloe;
= …..

Ik vermoed dat er in Indonesixc3xab niet zoveel boeken verschijnen
over ‘die goede oude tijd’ toen die Hollanders er de dienst uit maakten.
Maar in dit geval gaat het om een goed Nederlands boek.
Oeroeg is goed, niet brilliant.
Het taalgebruik is wat ouderwets maar heel beeldend.
Met weinig woorden kan Hella S. Haasse een prachtig beeld schetsen.
De tekst in de pijl hierboven is er een voorbeeld van.
De komende tijd kun je hier nog een paar blogjes vinden
over dit mooie boek.





Oeroeg, Hella S. Haasse.





Wikipedia:
Eigenlijk is Tempo Doeloe
de tijd die men niet heeft meegemaakt,
maar waarmee de relatie nog niet verbroken is.


Kunstvaria

Armando Marino, The raft, 2003.

Kunst uit Cuba: het vlot.


Boat with Daoist immortals, late 1700 – early 1800, China, bamboo.

Boat with Daoist immortals, detail.

Daoisme en Taoisme zijn twee verschillende Westerse spellingsvormen
van het Chinese woord ‘Dao’ way, path” (weg, pad).
Volgens Wikipedia (vrij vertaald vanuit de Engeltalige site):

Taoisme (of Daoisme) is een verzamelnaam voor een verzameling
aan elkaar verwante filosofische en religieuze tradities en concepten
die oost Azie de afgelopen twee milleniums hebben beinvloed.
De ‘onsterfelijke Daoisten’ zijn de ‘patroonheiligen’ van de religie.

Het voorwerp dat hierboven is afgebeeld is gemaakt uit bamboe.


Boris Dmitrievich Grigiriev, Faces of Russia, early 1920s.

Schilderij uit begin 1920.
Misschien een beetje stereotype maar ik vind het mooi.


Cindy Sherman, Untitled film still #21, 1978.

Ook al wordt het een filmbeeldje genoemd gaat het om een foto.
Bij Cindy Sherman betekent dat ze zelf op de foto staat.
De pose, kleding, kleur en plaats zijn prachtig.
Het zou zo een filmbeeld uit een oude film van Orson Wells kunnen zijn.


Fernand Leger, La partie de campagne, 1951.

Helaas is de afbeelding van dit doek dat te koop is
by Christie’s niet goed.
Maar toch de moeite waard om hier te laten zien.


Frank Stella, Damascus gate III, 1970.


Giovanni Giacometti, Il pane, Das Brot, 1908.

Ik ben weg van het werk van Alberto Giacometti.
Hier een werk van zijn vader.
De Giacometti’s zijn Zwitserse kunstenaars.
Alberto behoort op dit moment tot de top.
Zeker bij de veilinghuizen.


Jean Arp, The woman of Delos, 1959.


M. C. Escher, Rippled surface, 1950.

Ik ben niet echt een grote fan van Escher.
Zijn werk is heel doordacht maar wordt vaak saai
doordat het te doordacht is.
In dit werk is dat helemaal niet het geval.
Dit is zeer geslaagd.
Rimpelend oppervlak.


Male divinity, Vietnam, 7th century.

Mannelijke godheid afkomstig uit Vietnam.
Dit beeld is gemaakt in de 7e eeuw na Christus en het bevindt
zich nu in het National Museum of Cham Sculpture.


Richard Serra, Open ended, 2007-2008.


Rutjer Ruhle, La trame de San Romano, 1991 – 1993.

Als de titel ‘La trame de San Romano’ Italiaans is (?)
dan betekent het ‘de inslagen van San Romano’.
Bij het stadje San Romano is er een veldslag geweest
waarvan drie grote schilderijen zijn gemaakt,
Wellicht waren die de inspiratiebron voor dit werk.


Vandaag een serie van kapitalen
(hoofdletters in oude, handgeschreven boeken) en
een bladvullende tekening uit een Ethiopisch handschrift.


Master of the Brussels Initials, Christ in majesty, Italian, 1389 – 1404.

Initial A, A man lifting his soul to God, MS34, Fol7.
Hoofdletter ‘A’, de afbeelding stelt een man voor,
die zijn ziel opheft naar God terwijl de duivel toekijkt.


Unknown Inhabited initial Q, Italian, 1153.

De maker is onbekend.
MS LUDWIG IX, FOL 295.
Detail of peacock.
Bij de letter Q die volledig gevuld is met versieringen zit een pauw.
Zijn staart hangt helemaal uit het vlak van de letter.


Unknown, Initial C, A priest celebrating mass, Spanish, 1290 – 1310.

De maker is onbekend.
Soms taat er een heel verhaal is de letter.
Hier draagt een priester de mis op in de hoofdletter C.
MS LUDWIG XIV 6, FOL 9.


Unknown, The virgin and child with the archangels Michael and Gabriel, Ethiopia, 1504 – 1505.

Ook hiervan is de maker onbekend.
Het stelt de Maagd Maria voor met haar kind
en de aartsengelen Michael en Gabriel.


 

Verfmolen De Kat

In een lokale hobby winkel,
ze noemen zich zelf een kunstmaterialen winkel,
vond ik dit boekje van Verfmolen De Kat.
Ik was op zoek naar pigmenten om zelf verf te maken.
Ze hebben een groot assortiment pigmenten en
aanverwante producten zoals krijt of lijmstoffen.
Op de website van deze verfmolen
staan de recepten overigens ook
maar het boekje kost slechts 1,50 Euro.
Het boekje staat vol recepten die ik leuk vond om te lezen.
Het idee zelf zegellak te maken in de kleur die ik zelf mooi vind,
is wel erg uitdagend.





Recepten van Verfmolen De Kat.





Ei-tempera

Benodigdheden:

pigment
1 eierdooier
1 eierdopje gekookt water
4 druppels spijkolie
glasplaat 30 x 30cm
v.c.a. schoonmaakmiddel en keukenrol voor het schoonmaken
van gereedschap en penselen.
glazen verfwrijver (loper)
2 plamuurmessen
2 pipetten
garde
theezeefje
theelepel

Werkwijze:

Neem de eierdooier en meng deze met behulp van een garde met het water.
Zeef het mengsel en conserveer het met 4 druppels spijkolie. Het mengsel is nu klaar voor gebruik.
Schep een eetlepel pigment op de glasplaat en bevochtig het met water.
Meng het pigment en het water met het plamuurmes tot een dikke pasta.
Voeg met de pipet het ei/water mengsel toe aan de pigmentpasta en spatel het door elkaar met het plamuurmes.
Neem de verfwrijver en wrijf de pasta, met stevig ronddraaiende bewegingen uit over de gehele plaat.
Spatel de verf bijeen met een plamuurmes, en voeg weer wat ei/water mengsel toe. Herhaal deze handeling totdat er een smeuxc3xafge verf ontstaat.
De verf is klaar en dient direct gebruikt te worden. De verf kan eventueel worden verdund met gekookt water.

Tips en kenmerken:

Breng de schildering aan in lagen en laat deze in de zon drogen.
Als de verf direct gebruikt wordt is conserveren niet nodig.
Geconserveerde verf in een goed afgesloten pot. Bewaar deze in de koelkast.
Gebruik altijd verse eieren.



Gelezen: Rampjaar 1672

De afgelopen weken heb ik het boek ‘Rampjaar 1672’ gelezen.
Het is geschreven door Luc Panhuysen.
Het is een heel mooi boek.
Het beschrijft een complexe situatie in de Nederlandse,
of beter gezegd, West-Europese geschiedenis.

Frankrijk (Lodewijk XIV) doet een poging de Republiek
(zeg maar de voorloper van Nederland) te bezetten.
Slaagt daar grotendeels in: Maastricht wordt bezet,
maar ook bijvoorbeeld Utrecht.
De republiek kan zich alleen maar staande houden
door een groot deel van het land onder water te zetten.
Van Naarden, langs Woerden tot aan ten zuiden van Gorinchem.
Onze legeraanvoerder was Willem III.
Lodewijk ging dwars door de Spaanse Nederlanden
(zeg maar Belgie en Luxemburg) en viel ook Duitse
graafschappen, bisdommen enz aan.
Engeland rook zijn kans en probeerde Zeeland, Zuid en Noord Holland
te bedreigen door de Nederlandse vloot aan te vallen.
Zweden deed mee, Spanje en ook Oostenrijk.

Toen ik op school geschiedenis kreeg
heb ik er nooit iets van begrepen.
Het verhaal is ook niet eenvoudig maar wel heel leerzaam om te lezen.
Het vertelt veel over ons verleden en net zoveel over
de onbegrijpelijke conflicten waar religie zo’n belangrijke rol speelt.
Conflicten waar je iedere dag over hoort op radio en tv.

Waarom vond ik het nou zo’n goed boek?
Luc Panhuysen is een goed verteller.
Hij kiest een perspectief op het conflict dat er voor zorgt
dat je het verhaal wordt ingezogen.
Terwijl ik er over dacht moest ik gelijk denken
aan de boeken van Barbara Tuchman.
Ook zij koos altijd heel zorgvuldig het perspectief, de hoofdperoon
van haar verhalen.

In het geval van het ‘Rampjaar 1672’ werkt dat als volgt.
Het boek heeft de brieven tussen drie leden van een gezin als uitgangspunt.
Vader (van Reede) is een invloedrijke regent in de provincie Utrecht
en de ambassadeur die een verdrag aangaat met een Duitse vorst.
Hij verblijft dus tijdens de oorlog in Duitsland.
Die vorst begint een aanval op Franktijk die in werkelijkheid niet meer
dan een afleidingsmanoeuvre is.

De moeder is de kasteelvrouwe in Utrecht die op de vlucht moet
met personeel en huisraad voor het oorlogsgeweld.
Ze woont in Amsterdam en Den Haag en heeft goede connecties
dicht bij en zelfs met Willem III.
Ze vertegenwoordigt het volk in de bezette Republiek.

De zoon is een militair die deelneemt aan een aantal veldtochten
en de verdediging van de waterlinie.

Alle drie hebben hun eigen activiteiten die veel met de oorlog van doen hebben
en waarover ze in hun brieven aan elkaar schrijven.
Daardoor ontstaat een spannend verhaal en inzicht in de
politieke, economische, maatschappelijke en oorlogsrealiteit.
Dat alles zonder dat het moeilijk of droog wordt.
Integendeel het is spannend en interessant.
Zoals een goed geschiedenisboek moet zijn.





Luc Panhuysen, Rampjaar 1672.






Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid.


The march of folly.



Dit boek van Tuchman heeft een heel andere indeling.
Het vertelt verhalen van Troje tot aan Vietnam
en toont aan dat mensen toch steeds weer foute beslissingen nemen
met verschrikkelijke gevolgen.
Maar haar insteek in al haar boeken is steeds dat het boek
niet alleen de juiste historische gegevens moet bevatten
maar dat het verhaal ook goed verteld moet worden.

Cursus miniaturen X

Vandaag nog wat meer gesleuteld aan mijn miniatuur.
Het moet een keer afgerond worden.
Vandaag letterlijk de laatste puntjes op de i gezet.





De tekst afgeschreven.


Het probleem hiermee was dat ik eerder een verfvlek
heb weggekrast met een mes.
Dit vegeratisch perkament laat dat wel toe maar
schrijf je er met inkt overheen,
dan vloeit de inkt gelijk uit in alle groefjes.
Dus nu moet ik een aantal inktvlekken verbloemen.





Vlekken.






Verfpotjes leeggespoeld en schoongemaakt.


Met rood heb ik de eerste regel en alle initialen in de tekst
die niet met goud zijn uitgevoerd, aangezet.
Ik moest hierbij erg letten dat de inkt niet gaat uitlopen.

Daarnaast heb ik de inkt weggekrast.
En over die plek eerst wit geschilderd met daarop een fantasiebloem.





Kleurkopie van het origineel en mijn resultaat.






Het resultaat.






De verfpotjes staan te drogen.




De oplettende lezer zal zien dat er 1 spelfout in zit.
Dat is met Latijn natuurlijk altijd een mogelijkheid.
Op mijn resultaat heb ik dat inmiddels,
op mijn manier, gecorrigeerd.

Cursus miniaturen IX

De cursus is afgelopen maar mijn miniatuur is nog niet af.
Vandaag is er nog heel wat aan geknutseld.
Eerst heb ik deze week een kalligrafeerset gekocht.
De ganzeveer was me vorige week niet zo goed bevallen.
Bovendien is kalligrafie voor een linkshandige niet evident.
Je moet je hand zo vreemd houden dat dit zonder pijn
haast onmogelijk is.
Waarschijnlijk moet je ook eerst veel, heel veel oefenen.
Kalligrafie draait namelijk om gelijkvormigheid:
alle letters dienen van het zelfde formaat te zijn,
alle letters moeten met dezelfde hoek (schuinte) geschreven worden.
Allemaal niet eenvoudig als je dat voor de eerste keer gaat doen.
Bovendien is mijn ondergrond zo gebobbeld als een kiezelstrand.
Ik heb besloten dan ook geen Gotische Textura te gaan schrijven
(dat is het lettertype dat waarschijnlijk op het origineel wordt gebruikt).
Ik gebruik het lettertype ‘Argusvlinder’.





Kalligrafeerset gekocht.






Lijntjes trekken.






Even oefenen.






Zo de eerste regel staat er op. Beter leesbaar dan het origineel trouwens.






Het penwerk op de bladspiegel op beide pagina’s afgemaakt.






De eerste strofe.






Kris en krasschrift. Let op de bijzondere A (tweede regel). Morgen de potloodlijntjes uitgummen.





Cursus miniaturen VIII

De bedoeling van de laatste cursus was om
1. verf te maken;
2. de afbeelding op de linkerpagina te schilderen;
3. het goud te omlijnen en de bloemen op de bladspiegel
te voorzien van stelen en te omlijnen;
4. de tekst te schrijven in twee kleuren met een ganzeveer.

Daar was veel en veel te weinig tijd voor.
Bovendien waren het te veel nieuwe technieken
om in drie uur onder de knie te krijgen.

Laten we eerst maar eens verf maken.
Voor de hele groep moesten we de volgende 10 kleuren maken:

Ultramarijn
Zeg maar blauw, het is een alternatief voor Lapis Lazuli
dat in het voorbeeld miniatuur gebruikt wordt.
De mantel van Petrus is in deze blauwe kleur uitgevoerd.
Al in de oudheid kende men deze halfedelsteen die in gemalen vorm
een pigment vormt.
Ultramarijn is ook beschikbaar in paarse en roze varianten.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Alizerine rood
Wit
Titaan, loodwit dat waarschijnlijk
in het origineel werd gebruikt, is erg giftig.
Komt niet puur voor op de afbeelding.
Wordt gebruikt om de kleuren te mengen.

Gele oker
Dit is een zogenaamd aardepigment, het is kleisoort.
Lampenzwart
Werd gemaakt van het roet van olielampen.
Een alternatief is wijnstokzwart. Een kleurstof die gemaakt wordt
van verbrande wijnstokken.

Vermiljoen
Vroeger gebruikte men daarvoor Cinnaber.
Nu zijn er vervangende rode kleurstoffen voorhanden.
In ons miniatuur is de overjas van Christus in
vermiljoen uitgevoerd.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Violet
Dat is de kleur waar ik de verf voor gemaakt heb.
Je ziet die hieronder op de foto’s.

Omber
Ook weer een aardepigment.
In zijn rauwe versie is het een groenachtig, bruine kleur.
De gebrande versie is roder van kleur.
Heeft het meest weg van chocoladebruin.

Groene aarde
Natuurlijk ook een aardepigment.
Een kleur die erg populair was in de 18e eeuw.

Kalkgeel
Niet gemaakt van kalk maar kleurecht ook bij gebruik op kalk (fresco’s).
Orpiment.


Die kleuren zien er in een potje, recht uit de koelkast (koud, geen licht)
als volgt uit:





allerlei kleuren temperaverf.




Eerst de verf maar eens maken.
Temperaverf bestaat uit een pigment(pasta) en een bindmiddel (geklaard eiwit).





Pigment: violet.






Mengen met geklaard eiwit.






Dat gaat niet bij alle pigmenten even eenvoudig.






Verf met loper.




Vervolgens kan het schilderen beginnen.
Daarbij neem je het best de volgende regels in acht:

Werkvolgorde:
1. de onderkleur
zet de kleur recht toe recht aan op de afbeelding.
Vlakjes vullen zoals op de kleuterschool geleerd.

2. de donkere schaduwpartijen
Neem dezelfde kleur als de onderkleur en meng die
zodat je een donkere variant krijgt.
Gebruik die om de donkere partijen, bijvoorbeeld de plooien
in de kleding te schilderen.





De schaduw en oplichtende delen van de kleding.


En de soms wat bizarre anatomie die de Middeleeuwer
schildert in de miniaturen. Draai je hoofd maar eens
zoals Malchus hier doet of de duim van Petrus.



3. de oplichtende delen (naast de schaduwen)
Neem de onderkleur opnieuw en meng die
zodat een lichtere variant ontstaat.

4. verf de gezichten als laatste.





Het gras en de bloemen.




Speciale aandacht gaat uit naar het gras.
Ga als volgt te werk:
1. gebruik een mengsel van omber en groene aarde als onderkleur.
2. gebruik voor de lichtere delen groen aarde
3. de sprieten worden gemaakt door een mengsel te maken
van groene aarde, wit en gele oker.
4. breng de bloempjes aan (zie ‘kaasprikkers’ op de afbeelding).





Ik kreeg de onderkleur niet eens af.




Dan de inkt.Behalve het handvat van de lamp wordt er in de schildering geen inkt gebruikt.
De inkt wordt gebruikt voor de afkadering van het goud,
de stelen van de bloemen en de bloemen zelf in de bladspiegel.
En natuurlijk voor de tekst.





De inkt met een veer aanbrengen.




Er worden twee kleuren inkt gebruikt.
De rode inkt heet minium, met woord miniatuur is hiervan afgeleid.





De tekst in twee kleuren.




En dat alles leidde tot het volgende eindresultaat.
Ik moet op zoek naar iemand die een kalligrafeerpen heeft.
De tekst wil ik nog proberen af te maken.





Het voolopige eindresultaat na drie lessen.




Cursus miniaturen VII

01/08/2009

Derde en laatste cursusdag.
Ben mijn mobiele telefoon vergeten.
iPod: Cracked Actor van David Bowie van het album David Live.
Zit op een bank bij het busstation in Breda.
Vandaag is de A27 afgesloten.
Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.









Volgens de e-mail die ik ontving van Veolia zelfde vertrektijd en reistijd.
Ik ben benieuwd!



De website http://www.oudeschildertechnieken.nl
bevat een paar artikelen van mijn docent.
Ik lees die in de bus en als het interessant genoeg is
vind je hier een korte samenvatting.

Eitempera: Rechtdoen aan karakteristieken
Artikel van Lukas M. Stofferis.

– verwijzing naar Cennini (Il libro dell’ arte),
zijn definitie van tempera:
een emulsieverf waarvan het bindmiddel op zijn minst
de dooier van een kippenei bevat.

– recept (heel algemeen):een eidooier ontdaan van elk spoor van eiwit,
met een gelijke hoeveelheid water gemengd,
en een paar druppeltjes azijn.

– schilderen met tempera komt er,
ondanks alle ingredixc3xabnten en de geheimzinnigheid er om heen,
op het zorgvuldig opbouwen van een gelaagdheid aan,
waarvan de toeschouwer eigenlijk
alleen maar de laatste laag van te zien krijgt.

– eigenschappen tempera:
= extreme kleurintensiteit
= minder kleurverzadiging dan bij olieverf
= bijzonder korte droogtijd
= gelaagd te verwerken
= aanbrengen van details relatief eenvoudiger dan grote vlakken

Van de website: http://www.kunstbus.nl

Kleur
Eigenschap van een visuele waarneming, ontstaan door de spectrale samenstelling van stralen afkomstig van een lichtbron. De drie primaire kleuren zijn: geel, blauw en rood.
Vervolgens ontstaan:
Oranje uit menging van rood en geel,
Groen uit menging van geel en blauw,
Violet uit menging van blauw en rood.

Tint, helderheid en verzadiging – de drie eigenschappen van kleur – kunnen worden gezien als een eenheid. Kleur wordt door deze drie termen plus de term contrast beschreven.

Tint
Tint is de eigenschap die geassocieerd wordt met de elementaire kleurnamen. Aan de hand van de kleurtint kunnen bonte kleuren worden onderscheiden van niet-bonte kleuren. Bonte kleuren zijn bijv. geel, rood, blauw en groen; niet-bonte kleuren zijn wit, grijs en zwart. Andere bonte kleuren werden genoemd naar bekende materialen zoals turkoois (zoals de edelsteen) of oranje (zoals de sinaasappel).
De tint kan het best beschreven worden als de voornaamste primaire kleur die in een mengkleur aanwezig is. De tint van vleeskleur is bijvoorbeeld rood, de tint van de lucht is blauw. Maar de tint van roze, paars of bruin is ook rood. Natuurkundig uitgedrukt is de tint de overheersende golflengte van een van de drie primaire kleuren die in de mengkleur aanwezig is.

Kleurverzadiging (puurheid ten opzicht van grijsheid)
Kleurverzadiging is bepalend voor de hevigheid van een kleurtint, de mate waarin de tint puur is. Wanneer er minder verzadiging is, is de kleur gemengd met wit. Verzadiging is de mate van kleur intensiteit in samenhang met het perceptuele verschil tussen die kleur en een wit, zwart of grijs van gelijke helderheid. Een bepaalde kleurtint kan sprankelend en levendig zijn, maar ook onopvallend grijzig. Het zal duidelijk zijn dat de verzadiging heel veel met de helderheid te maken heeft. Natuurkundig gesproken bevat een verzadigde kleur heel veel straling van een van de drie primaire kleuren en heel weinig straling van de twee overige primaire kleuren.

Kleurintensiteit (helderheid, hoeveelheid opvallend licht)
Helderheid (licht-donker) komt overeen met de hoeveelheid licht die lijkt te worden gereflecteerd van een oppervlak in relatie tot de reflectie van de ernaast liggende oppervlakken. Helderheid is net als tint een waarnemingseigenschap die niet slechts fysiek kan worden gemeten. Het is het belangrijkste attribuut in het effectief maken van contrast. De helderheid kan het best omschreven worden als de donkerte van een bepaalde kleur. Licht groen heeft een grotere helderheid dan donker groen, hoewel in beide gevallen de primaire kleur groen overheersend is. Natuurkundig bekeken kan helderheid worden uitgedrukt als de intensiteit van de overheersende golflengte in de mengkleur.

Contrast
Contrast is een mate van verandering van de helderheid van een plaatje. Hoog contrast geeft bijv aan dat zowel donkere partijen als witte partijen voorkomen. Het sterkste contrast ontstaat wanneer een kleur tegen zijn complementaire kleur wordt aangeboden. Twee kleuren zijn complementair wanneer ze gemengd de kleur grijs opleveren.



Weer terug naar het artikel:

– Optische werking van de kleurlagen:
= tempera is erg transparant
= door meerdere kleurlagen aan te brengen ontstaan
(semi) opake kleureffecten (bijvoorbeeld het doorschijnen van onderkleuren)
= het vermogen op te lichten (opalescentie)

– schilderen (volgorde)
=zeer dun om te beginnen
= liefst zonder wit in het begin
= werk in het begin van licht naar donker
= gebruik steeds dikkere verf
= heb je meer ervaring: probeer nat op nat
= let op onderkleuren, bijvoorbeeld gebrande omber bij rood en blauw.



Terug in de bus
De reistijd zou ongewijzigd zijn.
Het is nu 11:14 uur en we zijn in Den Bosch (?!)
en doen een poging om op de A2 te komen.
11:44 uur afslag Utrecht (op de A2)
12:01 uur Jaarbeurs, 50 minuten te laat !









Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.