Oeroeg II

Hieronder volgt een beknopt overzicht

van een aantal belangrijke momenten

uit de geschiedenis van Nederlands-Indixc3xab.

Deze tekst is afkomstig van de Bibliotheek Lek & Ijssel en Bibliotheek Nieuwegein



Periode 1595 – 1800

1595

In navolging van de Portugezen varen de eerste Nederlanders naar Indonesixc3xab om handel te drijven

1602

De Verenigde Oost-Indische Compagnie wordt opgericht. De VOC krijgt het monopolie op de handel naar het Verre Oosten

1617

Jan Pietersz. Coen benoemt tot gouverneur-generaal van de VOC

1619

Jan Pietersz. Coen verwoest Jacatra en sticht Batavia (hoofdstad Eilandenrijk)

1795

Frankrijk bezet Nederland

1799

VOC failliet

Periode 1800 – 1900

eind 18e /

begin 19e eeuw

Frankrijk neemt bezittingen van Nederland in het buitenland over

1811

Engeland (in oorlog met Frankrijk) verovert Java en grote delen van de rest van Indonesixc3xab

1815

Slag bij Waterloo: einde van de oorlogen tussen het Frankrijk van Napoleon en de rest van Europa. Engeland geeft de Nederlandse bezittingen in Indonesixc3xab weer terug. Indonesixc3xab wordt voortaan Nederlands-Indixc3xab genoemd

1831

Het Cultuurstelstel wordt ingevoerd. De bevolking moet op een deel van de grond speciale gewassen verbouwen t.b.v. de Nederlandse staat (koffie,suiker,indigo)

1870

Afschaffing van het Cultuurstelsel

Periode 1900 xe2x80x93 1963

Rond 1900

Veel opstanden van de lokale bevolking tegen de Nederlanders

1908

Laatste Bali-oorlog. Nederlands-Indixc3xab voor het eerst xc3xa9xc3xa9n geheel

Begin 20e eeuw

Oprichting van verenigingen en later politieke partijen die streven naar onafhankelijkheid en vrijheid

1927

Oprichting van de PNI ( Partai Nasional Indonesia), de partij van Soekarno

1930

Soekarno wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar

Jaren ’30

Economische crisis. Veel ondernemingen in Nederlands-Indixc3xab moeten inkrimpen en ontslaan werknemers. Lonen van de ambtenaren achteruit. Hongersnoden onder de inlandse bevolking

1940

Stopzetting van de export uit Nederlands-Indixc3xab (o.a. rubber en olie) naar Japan (toen Japan bondgenoot werd van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog)

1941 (dec.)

Japan valt de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbour in Hawaxc3xaf aan. Amerika verklaart Japan de oorlog. Nederland verklaart Japan kort daarna de oorlog

1942 (jan.)

Japanse inval in Indonesixc3xab

1942 (feb.)

Slag in de Javazee. Nederlandse, Engelse, Australische en Amerikaanse schepen worden verslagen door de Japanners

1942 (mrt.)

De Nederlands-Indische regering geeft zich over. 91.000 militairen worden krijgsgevangenen. Nederlandse mannen moeten als dwangarbeider werken aan de Birmaspoorweg

1945 (aug.)

De Amerikanen gooien atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Japan geeft zich over

1945 (aug.)

Soekarno en Hatta roepen eenzijdig de onafhankelijkheid uit van Indonesixc3xab

1946

Linggadjati-akkoord (genoemd naar het bergdorpje op Java waar vertegenwoordigers van beide regeringen bij elkaar komen): Nederland erkent de macht van de Republiek op Java en Sumatra. Naast de Republiek Indonesixc3xab blijven de deelstaten Borneo en Oost-Indixc3xab bestaan, en allemaal samen vormen zij met Nederland de “Nederlands- Indonesische Unie”

1947-1948

Politionele acties. Velen (binnen de Nederlandse regering en de Indonesische regering) zijn het niet eens met het Linggadjati-akkoord. Nederland voelt zich in het nauw gedrongen en gaat over tot de eerste politionele actie: Nederlandse militairen bezetten een groot deel van Java en Sumatra. De Verenigde Naties roept op tot een ‘staakt-het-vuren’. Eind 1948 volgt de tweede politionele actie: het Nederlandse leger bezet heel Java en het grootste deel van Sumatra. De regering van de Republiek wordt gevangen genomen. De internationale druk op Nederland wordt opgevoerd

1949

Nederland draagt de soevereiniteit over aan de Republiek Indonesixc3xab. Westelijk Nieuw-Guinea blijft Nederlands. Start van de repatrixc3xabring: 300.000 Nederlanders en Indo-europeanen verlaten Indonesixc3xab

1950

Staatsgreep op Ambon. De Republiek Zuid-Molukken, RMS (Republik Maluku Selatan), wordt uitgeroepen. Indonesixc3xab stuurt het leger naar de Molukken, de RMS-regering moet vluchten. De RMS blijft bestaan en gaat later in Nederland in ballingschap.

1963

Indonesixc3xab neemt het bestuur over in Nieuw-Guinea

Oeroeg I

“Oeroeg was mijn vriend.”

Veel recenties beginnen met deze eerste zin
van het debuut van Hella S. Haasse.
Natuurlijk ben ik geen recensent, ik ben een lezer.
Ik vind het een prachtige zin.
Vier woorden.
Hier is over nagedacht.
Er zit heel veel informatie in deze zin.
Eigenlijk net zo als in heel veel van de zinnen in het boek.

“Oeroeg was mijn vriend.”

Bij het lezen van deze zin is meteen duidelijk dat het boek
over twee personen gaat: Oeroeg en de ik-figuur.

Ik weet niet of de naam Oeroeg iets betekent maar
het is in ieder geval geen naam die in 1948 of daarvoor
veelvuldig in de Nederlandse polder aan kinderen werd gegeven.
Op het web vind ik het volgende:

De letterlijke betekenis van de naam xe2x80x9cOeroegxe2x80x9d
is echter xe2x80x9caltijd een vreemdexe2x80x9d


Als je dat weet, weet je al heel veel van het verhaal.
Maar toen ik het boek vorige week
voor de tweede maal las wist ik dat nog niet.
Bron van het web citaat is COMENIUS-vereniging voor
Neerlandistiek in Midden- en Oost-Europa
TRUIJENS (2004). Hella S. Haasse, p. 19.
Is het een jongensnaam?
Ja dus, maar dat wist ik niet.
Okay, 1 niet-Nederlandse hoofdpersoon, de achtergrond
van Oeroeg was mij onbekend.

Het is ook meteen duidelijk dat de ik-figuur, de tweede
hoofdpersoon in het boek, de verteller is van het boek.
(“mijn vriend”)

“Oeroeg was mijn vriend.”

Het verhaal gaat zich in het verleden afsprelen.
Immers of de vriend Oeroeg is er niet meer
of de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg is er niet meer.
Het wekt de verwachting dat er iets moet zijn gebeurd.
De schrijfster valt immers met iets belangrijks in huis: was.
Waarom niet meer, wat is er gebeurd, wanneer is het gebeurd,
wie was er schuldig, is er iemand schuldig?

“Oeroeg was mijn vriend.”

Oeroeg





Oeroeg, Hella S. Haasse.





Ook dit jaar leest de argusvlinder weer mee met een groot aantal
andere Nederlanders in het kader van Nederland Leest.
Vorig jaar was er het boek van Harry Mulisch.
Dit jaar van Hella S. Haasse: Oeroeg.

Wat zo heel bijzonder is, is dat dit boek een van de vele boeken
over ‘Indixc3xab’ is die de afgelopen honderd jaar in Nederland
verschenen zijn en nog steeds verschijnen.

Wij zijn
= er verzot op;
= er verslaafd aan;
= er verliefd op;
= er afhankelijk van;
= nog steeds aan het navelstaren;
= nog steeds aan het dromen over die goede oude tijd;
= nog steeds niet uitgepraat over onze fouten;
= nog steeds niet los van Tempo Doeloe;
= …..

Ik vermoed dat er in Indonesixc3xab niet zoveel boeken verschijnen
over ‘die goede oude tijd’ toen die Hollanders er de dienst uit maakten.
Maar in dit geval gaat het om een goed Nederlands boek.
Oeroeg is goed, niet brilliant.
Het taalgebruik is wat ouderwets maar heel beeldend.
Met weinig woorden kan Hella S. Haasse een prachtig beeld schetsen.
De tekst in de pijl hierboven is er een voorbeeld van.
De komende tijd kun je hier nog een paar blogjes vinden
over dit mooie boek.





Oeroeg, Hella S. Haasse.





Wikipedia:
Eigenlijk is Tempo Doeloe
de tijd die men niet heeft meegemaakt,
maar waarmee de relatie nog niet verbroken is.


Kunstvaria

Armando Marino, The raft, 2003.

Kunst uit Cuba: het vlot.


Boat with Daoist immortals, late 1700 – early 1800, China, bamboo.

Boat with Daoist immortals, detail.

Daoisme en Taoisme zijn twee verschillende Westerse spellingsvormen
van het Chinese woord ‘Dao’ way, path” (weg, pad).
Volgens Wikipedia (vrij vertaald vanuit de Engeltalige site):

Taoisme (of Daoisme) is een verzamelnaam voor een verzameling
aan elkaar verwante filosofische en religieuze tradities en concepten
die oost Azie de afgelopen twee milleniums hebben beinvloed.
De ‘onsterfelijke Daoisten’ zijn de ‘patroonheiligen’ van de religie.

Het voorwerp dat hierboven is afgebeeld is gemaakt uit bamboe.


Boris Dmitrievich Grigiriev, Faces of Russia, early 1920s.

Schilderij uit begin 1920.
Misschien een beetje stereotype maar ik vind het mooi.


Cindy Sherman, Untitled film still #21, 1978.

Ook al wordt het een filmbeeldje genoemd gaat het om een foto.
Bij Cindy Sherman betekent dat ze zelf op de foto staat.
De pose, kleding, kleur en plaats zijn prachtig.
Het zou zo een filmbeeld uit een oude film van Orson Wells kunnen zijn.


Fernand Leger, La partie de campagne, 1951.

Helaas is de afbeelding van dit doek dat te koop is
by Christie’s niet goed.
Maar toch de moeite waard om hier te laten zien.


Frank Stella, Damascus gate III, 1970.


Giovanni Giacometti, Il pane, Das Brot, 1908.

Ik ben weg van het werk van Alberto Giacometti.
Hier een werk van zijn vader.
De Giacometti’s zijn Zwitserse kunstenaars.
Alberto behoort op dit moment tot de top.
Zeker bij de veilinghuizen.


Jean Arp, The woman of Delos, 1959.


M. C. Escher, Rippled surface, 1950.

Ik ben niet echt een grote fan van Escher.
Zijn werk is heel doordacht maar wordt vaak saai
doordat het te doordacht is.
In dit werk is dat helemaal niet het geval.
Dit is zeer geslaagd.
Rimpelend oppervlak.


Male divinity, Vietnam, 7th century.

Mannelijke godheid afkomstig uit Vietnam.
Dit beeld is gemaakt in de 7e eeuw na Christus en het bevindt
zich nu in het National Museum of Cham Sculpture.


Richard Serra, Open ended, 2007-2008.


Rutjer Ruhle, La trame de San Romano, 1991 – 1993.

Als de titel ‘La trame de San Romano’ Italiaans is (?)
dan betekent het ‘de inslagen van San Romano’.
Bij het stadje San Romano is er een veldslag geweest
waarvan drie grote schilderijen zijn gemaakt,
Wellicht waren die de inspiratiebron voor dit werk.


Vandaag een serie van kapitalen
(hoofdletters in oude, handgeschreven boeken) en
een bladvullende tekening uit een Ethiopisch handschrift.


Master of the Brussels Initials, Christ in majesty, Italian, 1389 – 1404.

Initial A, A man lifting his soul to God, MS34, Fol7.
Hoofdletter ‘A’, de afbeelding stelt een man voor,
die zijn ziel opheft naar God terwijl de duivel toekijkt.


Unknown Inhabited initial Q, Italian, 1153.

De maker is onbekend.
MS LUDWIG IX, FOL 295.
Detail of peacock.
Bij de letter Q die volledig gevuld is met versieringen zit een pauw.
Zijn staart hangt helemaal uit het vlak van de letter.


Unknown, Initial C, A priest celebrating mass, Spanish, 1290 – 1310.

De maker is onbekend.
Soms taat er een heel verhaal is de letter.
Hier draagt een priester de mis op in de hoofdletter C.
MS LUDWIG XIV 6, FOL 9.


Unknown, The virgin and child with the archangels Michael and Gabriel, Ethiopia, 1504 – 1505.

Ook hiervan is de maker onbekend.
Het stelt de Maagd Maria voor met haar kind
en de aartsengelen Michael en Gabriel.


 

Verfmolen De Kat

In een lokale hobby winkel,
ze noemen zich zelf een kunstmaterialen winkel,
vond ik dit boekje van Verfmolen De Kat.
Ik was op zoek naar pigmenten om zelf verf te maken.
Ze hebben een groot assortiment pigmenten en
aanverwante producten zoals krijt of lijmstoffen.
Op de website van deze verfmolen
staan de recepten overigens ook
maar het boekje kost slechts 1,50 Euro.
Het boekje staat vol recepten die ik leuk vond om te lezen.
Het idee zelf zegellak te maken in de kleur die ik zelf mooi vind,
is wel erg uitdagend.





Recepten van Verfmolen De Kat.





Ei-tempera

Benodigdheden:

pigment
1 eierdooier
1 eierdopje gekookt water
4 druppels spijkolie
glasplaat 30 x 30cm
v.c.a. schoonmaakmiddel en keukenrol voor het schoonmaken
van gereedschap en penselen.
glazen verfwrijver (loper)
2 plamuurmessen
2 pipetten
garde
theezeefje
theelepel

Werkwijze:

Neem de eierdooier en meng deze met behulp van een garde met het water.
Zeef het mengsel en conserveer het met 4 druppels spijkolie. Het mengsel is nu klaar voor gebruik.
Schep een eetlepel pigment op de glasplaat en bevochtig het met water.
Meng het pigment en het water met het plamuurmes tot een dikke pasta.
Voeg met de pipet het ei/water mengsel toe aan de pigmentpasta en spatel het door elkaar met het plamuurmes.
Neem de verfwrijver en wrijf de pasta, met stevig ronddraaiende bewegingen uit over de gehele plaat.
Spatel de verf bijeen met een plamuurmes, en voeg weer wat ei/water mengsel toe. Herhaal deze handeling totdat er een smeuxc3xafge verf ontstaat.
De verf is klaar en dient direct gebruikt te worden. De verf kan eventueel worden verdund met gekookt water.

Tips en kenmerken:

Breng de schildering aan in lagen en laat deze in de zon drogen.
Als de verf direct gebruikt wordt is conserveren niet nodig.
Geconserveerde verf in een goed afgesloten pot. Bewaar deze in de koelkast.
Gebruik altijd verse eieren.



Gelezen: Rampjaar 1672

De afgelopen weken heb ik het boek ‘Rampjaar 1672’ gelezen.
Het is geschreven door Luc Panhuysen.
Het is een heel mooi boek.
Het beschrijft een complexe situatie in de Nederlandse,
of beter gezegd, West-Europese geschiedenis.

Frankrijk (Lodewijk XIV) doet een poging de Republiek
(zeg maar de voorloper van Nederland) te bezetten.
Slaagt daar grotendeels in: Maastricht wordt bezet,
maar ook bijvoorbeeld Utrecht.
De republiek kan zich alleen maar staande houden
door een groot deel van het land onder water te zetten.
Van Naarden, langs Woerden tot aan ten zuiden van Gorinchem.
Onze legeraanvoerder was Willem III.
Lodewijk ging dwars door de Spaanse Nederlanden
(zeg maar Belgie en Luxemburg) en viel ook Duitse
graafschappen, bisdommen enz aan.
Engeland rook zijn kans en probeerde Zeeland, Zuid en Noord Holland
te bedreigen door de Nederlandse vloot aan te vallen.
Zweden deed mee, Spanje en ook Oostenrijk.

Toen ik op school geschiedenis kreeg
heb ik er nooit iets van begrepen.
Het verhaal is ook niet eenvoudig maar wel heel leerzaam om te lezen.
Het vertelt veel over ons verleden en net zoveel over
de onbegrijpelijke conflicten waar religie zo’n belangrijke rol speelt.
Conflicten waar je iedere dag over hoort op radio en tv.

Waarom vond ik het nou zo’n goed boek?
Luc Panhuysen is een goed verteller.
Hij kiest een perspectief op het conflict dat er voor zorgt
dat je het verhaal wordt ingezogen.
Terwijl ik er over dacht moest ik gelijk denken
aan de boeken van Barbara Tuchman.
Ook zij koos altijd heel zorgvuldig het perspectief, de hoofdperoon
van haar verhalen.

In het geval van het ‘Rampjaar 1672’ werkt dat als volgt.
Het boek heeft de brieven tussen drie leden van een gezin als uitgangspunt.
Vader (van Reede) is een invloedrijke regent in de provincie Utrecht
en de ambassadeur die een verdrag aangaat met een Duitse vorst.
Hij verblijft dus tijdens de oorlog in Duitsland.
Die vorst begint een aanval op Franktijk die in werkelijkheid niet meer
dan een afleidingsmanoeuvre is.

De moeder is de kasteelvrouwe in Utrecht die op de vlucht moet
met personeel en huisraad voor het oorlogsgeweld.
Ze woont in Amsterdam en Den Haag en heeft goede connecties
dicht bij en zelfs met Willem III.
Ze vertegenwoordigt het volk in de bezette Republiek.

De zoon is een militair die deelneemt aan een aantal veldtochten
en de verdediging van de waterlinie.

Alle drie hebben hun eigen activiteiten die veel met de oorlog van doen hebben
en waarover ze in hun brieven aan elkaar schrijven.
Daardoor ontstaat een spannend verhaal en inzicht in de
politieke, economische, maatschappelijke en oorlogsrealiteit.
Dat alles zonder dat het moeilijk of droog wordt.
Integendeel het is spannend en interessant.
Zoals een goed geschiedenisboek moet zijn.





Luc Panhuysen, Rampjaar 1672.






Barbara Tuchman, De mars der dwaasheid.


The march of folly.



Dit boek van Tuchman heeft een heel andere indeling.
Het vertelt verhalen van Troje tot aan Vietnam
en toont aan dat mensen toch steeds weer foute beslissingen nemen
met verschrikkelijke gevolgen.
Maar haar insteek in al haar boeken is steeds dat het boek
niet alleen de juiste historische gegevens moet bevatten
maar dat het verhaal ook goed verteld moet worden.

Cursus miniaturen X

Vandaag nog wat meer gesleuteld aan mijn miniatuur.
Het moet een keer afgerond worden.
Vandaag letterlijk de laatste puntjes op de i gezet.





De tekst afgeschreven.


Het probleem hiermee was dat ik eerder een verfvlek
heb weggekrast met een mes.
Dit vegeratisch perkament laat dat wel toe maar
schrijf je er met inkt overheen,
dan vloeit de inkt gelijk uit in alle groefjes.
Dus nu moet ik een aantal inktvlekken verbloemen.





Vlekken.






Verfpotjes leeggespoeld en schoongemaakt.


Met rood heb ik de eerste regel en alle initialen in de tekst
die niet met goud zijn uitgevoerd, aangezet.
Ik moest hierbij erg letten dat de inkt niet gaat uitlopen.

Daarnaast heb ik de inkt weggekrast.
En over die plek eerst wit geschilderd met daarop een fantasiebloem.





Kleurkopie van het origineel en mijn resultaat.






Het resultaat.






De verfpotjes staan te drogen.




De oplettende lezer zal zien dat er 1 spelfout in zit.
Dat is met Latijn natuurlijk altijd een mogelijkheid.
Op mijn resultaat heb ik dat inmiddels,
op mijn manier, gecorrigeerd.

Cursus miniaturen IX

De cursus is afgelopen maar mijn miniatuur is nog niet af.
Vandaag is er nog heel wat aan geknutseld.
Eerst heb ik deze week een kalligrafeerset gekocht.
De ganzeveer was me vorige week niet zo goed bevallen.
Bovendien is kalligrafie voor een linkshandige niet evident.
Je moet je hand zo vreemd houden dat dit zonder pijn
haast onmogelijk is.
Waarschijnlijk moet je ook eerst veel, heel veel oefenen.
Kalligrafie draait namelijk om gelijkvormigheid:
alle letters dienen van het zelfde formaat te zijn,
alle letters moeten met dezelfde hoek (schuinte) geschreven worden.
Allemaal niet eenvoudig als je dat voor de eerste keer gaat doen.
Bovendien is mijn ondergrond zo gebobbeld als een kiezelstrand.
Ik heb besloten dan ook geen Gotische Textura te gaan schrijven
(dat is het lettertype dat waarschijnlijk op het origineel wordt gebruikt).
Ik gebruik het lettertype ‘Argusvlinder’.





Kalligrafeerset gekocht.






Lijntjes trekken.






Even oefenen.






Zo de eerste regel staat er op. Beter leesbaar dan het origineel trouwens.






Het penwerk op de bladspiegel op beide pagina’s afgemaakt.






De eerste strofe.






Kris en krasschrift. Let op de bijzondere A (tweede regel). Morgen de potloodlijntjes uitgummen.





Cursus miniaturen VIII

De bedoeling van de laatste cursus was om
1. verf te maken;
2. de afbeelding op de linkerpagina te schilderen;
3. het goud te omlijnen en de bloemen op de bladspiegel
te voorzien van stelen en te omlijnen;
4. de tekst te schrijven in twee kleuren met een ganzeveer.

Daar was veel en veel te weinig tijd voor.
Bovendien waren het te veel nieuwe technieken
om in drie uur onder de knie te krijgen.

Laten we eerst maar eens verf maken.
Voor de hele groep moesten we de volgende 10 kleuren maken:

Ultramarijn
Zeg maar blauw, het is een alternatief voor Lapis Lazuli
dat in het voorbeeld miniatuur gebruikt wordt.
De mantel van Petrus is in deze blauwe kleur uitgevoerd.
Al in de oudheid kende men deze halfedelsteen die in gemalen vorm
een pigment vormt.
Ultramarijn is ook beschikbaar in paarse en roze varianten.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Alizerine rood
Wit
Titaan, loodwit dat waarschijnlijk
in het origineel werd gebruikt, is erg giftig.
Komt niet puur voor op de afbeelding.
Wordt gebruikt om de kleuren te mengen.

Gele oker
Dit is een zogenaamd aardepigment, het is kleisoort.
Lampenzwart
Werd gemaakt van het roet van olielampen.
Een alternatief is wijnstokzwart. Een kleurstof die gemaakt wordt
van verbrande wijnstokken.

Vermiljoen
Vroeger gebruikte men daarvoor Cinnaber.
Nu zijn er vervangende rode kleurstoffen voorhanden.
In ons miniatuur is de overjas van Christus in
vermiljoen uitgevoerd.





Voorbeeldminiatuur met kleurinstructies.




Violet
Dat is de kleur waar ik de verf voor gemaakt heb.
Je ziet die hieronder op de foto’s.

Omber
Ook weer een aardepigment.
In zijn rauwe versie is het een groenachtig, bruine kleur.
De gebrande versie is roder van kleur.
Heeft het meest weg van chocoladebruin.

Groene aarde
Natuurlijk ook een aardepigment.
Een kleur die erg populair was in de 18e eeuw.

Kalkgeel
Niet gemaakt van kalk maar kleurecht ook bij gebruik op kalk (fresco’s).
Orpiment.


Die kleuren zien er in een potje, recht uit de koelkast (koud, geen licht)
als volgt uit:





allerlei kleuren temperaverf.




Eerst de verf maar eens maken.
Temperaverf bestaat uit een pigment(pasta) en een bindmiddel (geklaard eiwit).





Pigment: violet.






Mengen met geklaard eiwit.






Dat gaat niet bij alle pigmenten even eenvoudig.






Verf met loper.




Vervolgens kan het schilderen beginnen.
Daarbij neem je het best de volgende regels in acht:

Werkvolgorde:
1. de onderkleur
zet de kleur recht toe recht aan op de afbeelding.
Vlakjes vullen zoals op de kleuterschool geleerd.

2. de donkere schaduwpartijen
Neem dezelfde kleur als de onderkleur en meng die
zodat je een donkere variant krijgt.
Gebruik die om de donkere partijen, bijvoorbeeld de plooien
in de kleding te schilderen.





De schaduw en oplichtende delen van de kleding.


En de soms wat bizarre anatomie die de Middeleeuwer
schildert in de miniaturen. Draai je hoofd maar eens
zoals Malchus hier doet of de duim van Petrus.



3. de oplichtende delen (naast de schaduwen)
Neem de onderkleur opnieuw en meng die
zodat een lichtere variant ontstaat.

4. verf de gezichten als laatste.





Het gras en de bloemen.




Speciale aandacht gaat uit naar het gras.
Ga als volgt te werk:
1. gebruik een mengsel van omber en groene aarde als onderkleur.
2. gebruik voor de lichtere delen groen aarde
3. de sprieten worden gemaakt door een mengsel te maken
van groene aarde, wit en gele oker.
4. breng de bloempjes aan (zie ‘kaasprikkers’ op de afbeelding).





Ik kreeg de onderkleur niet eens af.




Dan de inkt.Behalve het handvat van de lamp wordt er in de schildering geen inkt gebruikt.
De inkt wordt gebruikt voor de afkadering van het goud,
de stelen van de bloemen en de bloemen zelf in de bladspiegel.
En natuurlijk voor de tekst.





De inkt met een veer aanbrengen.




Er worden twee kleuren inkt gebruikt.
De rode inkt heet minium, met woord miniatuur is hiervan afgeleid.





De tekst in twee kleuren.




En dat alles leidde tot het volgende eindresultaat.
Ik moet op zoek naar iemand die een kalligrafeerpen heeft.
De tekst wil ik nog proberen af te maken.





Het voolopige eindresultaat na drie lessen.




Cursus miniaturen VII

01/08/2009

Derde en laatste cursusdag.
Ben mijn mobiele telefoon vergeten.
iPod: Cracked Actor van David Bowie van het album David Live.
Zit op een bank bij het busstation in Breda.
Vandaag is de A27 afgesloten.
Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.









Volgens de e-mail die ik ontving van Veolia zelfde vertrektijd en reistijd.
Ik ben benieuwd!



De website http://www.oudeschildertechnieken.nl
bevat een paar artikelen van mijn docent.
Ik lees die in de bus en als het interessant genoeg is
vind je hier een korte samenvatting.

Eitempera: Rechtdoen aan karakteristieken
Artikel van Lukas M. Stofferis.

– verwijzing naar Cennini (Il libro dell’ arte),
zijn definitie van tempera:
een emulsieverf waarvan het bindmiddel op zijn minst
de dooier van een kippenei bevat.

– recept (heel algemeen):een eidooier ontdaan van elk spoor van eiwit,
met een gelijke hoeveelheid water gemengd,
en een paar druppeltjes azijn.

– schilderen met tempera komt er,
ondanks alle ingredixc3xabnten en de geheimzinnigheid er om heen,
op het zorgvuldig opbouwen van een gelaagdheid aan,
waarvan de toeschouwer eigenlijk
alleen maar de laatste laag van te zien krijgt.

– eigenschappen tempera:
= extreme kleurintensiteit
= minder kleurverzadiging dan bij olieverf
= bijzonder korte droogtijd
= gelaagd te verwerken
= aanbrengen van details relatief eenvoudiger dan grote vlakken

Van de website: http://www.kunstbus.nl

Kleur
Eigenschap van een visuele waarneming, ontstaan door de spectrale samenstelling van stralen afkomstig van een lichtbron. De drie primaire kleuren zijn: geel, blauw en rood.
Vervolgens ontstaan:
Oranje uit menging van rood en geel,
Groen uit menging van geel en blauw,
Violet uit menging van blauw en rood.

Tint, helderheid en verzadiging – de drie eigenschappen van kleur – kunnen worden gezien als een eenheid. Kleur wordt door deze drie termen plus de term contrast beschreven.

Tint
Tint is de eigenschap die geassocieerd wordt met de elementaire kleurnamen. Aan de hand van de kleurtint kunnen bonte kleuren worden onderscheiden van niet-bonte kleuren. Bonte kleuren zijn bijv. geel, rood, blauw en groen; niet-bonte kleuren zijn wit, grijs en zwart. Andere bonte kleuren werden genoemd naar bekende materialen zoals turkoois (zoals de edelsteen) of oranje (zoals de sinaasappel).
De tint kan het best beschreven worden als de voornaamste primaire kleur die in een mengkleur aanwezig is. De tint van vleeskleur is bijvoorbeeld rood, de tint van de lucht is blauw. Maar de tint van roze, paars of bruin is ook rood. Natuurkundig uitgedrukt is de tint de overheersende golflengte van een van de drie primaire kleuren die in de mengkleur aanwezig is.

Kleurverzadiging (puurheid ten opzicht van grijsheid)
Kleurverzadiging is bepalend voor de hevigheid van een kleurtint, de mate waarin de tint puur is. Wanneer er minder verzadiging is, is de kleur gemengd met wit. Verzadiging is de mate van kleur intensiteit in samenhang met het perceptuele verschil tussen die kleur en een wit, zwart of grijs van gelijke helderheid. Een bepaalde kleurtint kan sprankelend en levendig zijn, maar ook onopvallend grijzig. Het zal duidelijk zijn dat de verzadiging heel veel met de helderheid te maken heeft. Natuurkundig gesproken bevat een verzadigde kleur heel veel straling van een van de drie primaire kleuren en heel weinig straling van de twee overige primaire kleuren.

Kleurintensiteit (helderheid, hoeveelheid opvallend licht)
Helderheid (licht-donker) komt overeen met de hoeveelheid licht die lijkt te worden gereflecteerd van een oppervlak in relatie tot de reflectie van de ernaast liggende oppervlakken. Helderheid is net als tint een waarnemingseigenschap die niet slechts fysiek kan worden gemeten. Het is het belangrijkste attribuut in het effectief maken van contrast. De helderheid kan het best omschreven worden als de donkerte van een bepaalde kleur. Licht groen heeft een grotere helderheid dan donker groen, hoewel in beide gevallen de primaire kleur groen overheersend is. Natuurkundig bekeken kan helderheid worden uitgedrukt als de intensiteit van de overheersende golflengte in de mengkleur.

Contrast
Contrast is een mate van verandering van de helderheid van een plaatje. Hoog contrast geeft bijv aan dat zowel donkere partijen als witte partijen voorkomen. Het sterkste contrast ontstaat wanneer een kleur tegen zijn complementaire kleur wordt aangeboden. Twee kleuren zijn complementair wanneer ze gemengd de kleur grijs opleveren.



Weer terug naar het artikel:

– Optische werking van de kleurlagen:
= tempera is erg transparant
= door meerdere kleurlagen aan te brengen ontstaan
(semi) opake kleureffecten (bijvoorbeeld het doorschijnen van onderkleuren)
= het vermogen op te lichten (opalescentie)

– schilderen (volgorde)
=zeer dun om te beginnen
= liefst zonder wit in het begin
= werk in het begin van licht naar donker
= gebruik steeds dikkere verf
= heb je meer ervaring: probeer nat op nat
= let op onderkleuren, bijvoorbeeld gebrande omber bij rood en blauw.



Terug in de bus
De reistijd zou ongewijzigd zijn.
Het is nu 11:14 uur en we zijn in Den Bosch (?!)
en doen een poging om op de A2 te komen.
11:44 uur afslag Utrecht (op de A2)
12:01 uur Jaarbeurs, 50 minuten te laat !









Cursus miniaturen VI

Morgen gaan we ons bezig houden met de tekst
en alle zwarte lijnen.
En natuurlijk de schildering aan de linkerzijde.
Dat wordt volgens mij het meest moeilijk om daar
een goed resultaat te krijgen.
Je moet de eerste maal een keer door het hele proces.
Want los van de complexiteit van de materialen
en het vinden van de juiste gereedschappen,
is het realiseren van de miniaturen een moeilijk proces:
– het opbrengen van het ontwerp;
– het juist kleuren van de delen die goud moeten worden (tempera);
– het aanbrengen van het goud;
– de schilderingen.

Dat moet allemaal gebeuren op een klein oppervlak
en in drie lessen is er veel te weinig tijd om het goed te doen.

Maar het is erg leuk om te doen!





In de zon maar helaas bolt het papier nogal.






Recht van boven met flitslicht geeft een beter resultaat.





Cursus miniaturen V

Ook deze week heb ik huiswerk en daarom heb ik vanavond
nog een beetje geschilderd.
Het tussentijds resultaat zie je hieronder.
Zaterdag moet de tekst er aan toegevoegd worden.
Maar het schilderen aan de rand is nog niet af.










Dat heb ik weer….

Ga ik drie zaterdagen op rij (Cursus miniaturen)
met het openbaar vervoer (de bus) naar Utrecht.
Ben ik al twee zaterdagen daarvan via een andere route,
met steeds een andere duur van de rit
naar Utrecht gereden.
Gaat aanstaande zaterdag de weg dicht
en moeten we een omleiding gaan volgen.
Ik ben benieuwd!










Cursus miniaturen IV

Het maken van verf kwam maar beperkt aan de orde
in de sessie van gisteren.
Jammer.
Maar getroost, er is een goede uitleg op internet beschikbaar.
Volg een van de volgende links voor een overzicht:
Atelier Panhof
Breugel, winkel voor kunstbenodigdheden

Bij de bereiding van verf is een “loper”en een marmeren
of glazen plaat nodig.
Dat gereedschap en een flexibel verfmes is op de volgende foto te zien:





Loper op een grote tegel.




Wil je toch de verf zelf maken dan is het goed te weten
dat je twee mengels moet maken:
= de kleurpasta;
= het bindmiddel.

Een recept voor een eitempera bindmiddel is hier beschreven:

Zelf Tempera Maken:Er bestaan verschillende recepten voor het klaarmaken van het eigeel dat als bindmiddel voor de verf (temperaverf) zal dienen. Er zijn ook klaargemaakte temperaverven in de handel te koop, maar het is beter ze zelf te maken omdat de eerste bewaarmiddelen bevatten die de duurzaamheid van sommige pigmenten kunnen schaden.
1. Een eierdooier vermengd met een gelijke hoeveelheid regenwater of bier of wijn (leidingwater bevat veel kalk).
2. Eigeel + olie + water in gelijke hoeveelheid.



De tekst op de tekstpagina is in het Latijn.
Daarnaast is de tekst net met een tekstverwerker en printer gemaakt.
Lezen is dus niet eenvoudig.
Daarom dit ter ondersteuning.





Incipuit.









De Latijnse tekst.




De tekst staat er in werklijkheid als volgt
(tussen haakjes de letters die niet geschreven staan):

In rood:

Incipuit hore b(ea)te marie
virginis. Ad mantutinas

In blauw:
D (de ‘D’ is de grote kapitaal, de eerste letter van de volgende zin)

In zwart:

Omine (samen met de kapitaal staat hier dus Domine= Heer)
labia
mea
aperies.
Et os
meum
annuntiabit laudem tua(m)

Deze tekst is van Psalm 51, vers 17.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
Ontsluit mijn lippen, Heer,
en mijn mond zal uw lof verkondigen

In goud:

D (‘D’, een kleinere kapitaal, goud tegen een blauw/rode achtergrond)

In zwart:

Eus (samen met de kapitaal D staat hier dus Deus= God) in adiutoriu(m)
meum intende. Do
mine ad adiuvandum
me festina

Deze tekst is van Psalm 70, vers 2.
Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling staat er:
God, breng mij uitkomst,

In goud, op dezelfde regel als de vorige tekst:

G (‘G’, een kleinere kapitaal, goud, versierd met rondjes)
In zwart, op dezelfde regel als de vorige tekst:

loria p(atria?)

De vertaling van deze laatste twee woorden is:

Heer, kom mij haastig te hulp.

De tekst van Psalm 51 vers 17 is ook op muziek gezet.
Het camerawerk van het volgende fimpje is een beetje rommelig
maar het geluid mag er zijn:
Domine labia mea aperies.



Intussen is vandaag het werk gevorderd.
De wijnranken zijn uitgevoerd, deels blauw, deels rood.





Ranken.




Ook de rank in de letter D is aangebracht.





.






De eerste besjes.






Nu maar eerst eens drogen.




Over de rode kleurstof is ook een interessant verhaal te vertellen.
Je kunt het vinden op Wikipedia:

Alizarine is de naam van het rode pigment.
Andere namen
1,2-dihydroxyanthraquinon
alizarine B,
lizarine lake red,
alizarine rood,

Alizarine of alizarinerood is een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthesisch gemaakt wordt. Alizarine is bijzonder geschikt voor het verven van textiel en leer. De kleur wordt ook wel kraplak genoemd.

Meekrap
Meekrap werd als verfstof al gecultiveerd in de klassieke oudheid, met name in Azixc3xab en Egypte, waar het reeds in 1500 voor Chr. is aangetroffen. Het is een van de meest stabiele natuurlijke kleurstoffen. Met meekrapwortel gekleurde textiel is dan ook aangetroffen in bijvoorbeeld het graf van Toetanchamon, in de ruxc3xafnes van Pompeii en in het oude Corinthixc3xab. In de Middeleeuwen werd de kweek van meekrap gestimuleerd door Karel de Grote. Het groeide vooral goed in de zanderige bodem van Nederland, met name in Zeeland, en werd daar ook voor de lokale economie erg belangrijk. Ook in het aangrenzende Bergen op Zoom was een belangrijke industrie. De stad ontleent hier bijvoorbeeld haar carnevalleske naam Krabbegat aan en ook in de Blauwe Handstraat waren ateliers gevestigd.

Meekrap werd waarschijnlijk al in de 12e eeuw in Zeeland verbouwd. Het gewas werd twee of drie jaar na de aanplant geoogst. De plant heeft dikke wortelstokken en dunne bijwortels. Deze laatste bevatten de grondstof van de kleur. De wortels werden gedroogd in een droogoven en daarna verpulverd. Het poeder kon als verfstof worden gebruikt. De ovens, meestoof genoemd, waren een eerste vorm van een coxc3xb6peratie, waarvan de boeren gezamenlijk gebruik maakten. Na de ontdekking van synthetisch alizarine ging de meekrapteelt ten onder. In Zeeland herinneren straatnamen aan dit ooit voor het gebied zo belangrijke product.

In 1804 ontdekte de Engels verfmaker George Field dat de kleur van meekrap stabieler werd door een behandeling met aluin. Hierdoor werd het een vast en onoplosbaar pigment, met een meer permanente kleur. Door toevoeging van metaalzouten ontdekte men in de jaren daarna dat er diverse andere kleuren van konden worden gemaakt.

Synthetische alizarineIn 1826 ontdekte de Franse chemicus Pierre-Jean Robiquet dat meekrapwortels twee kleurstoffen bevatten, namelijk het rode alizarine en het snel verblekende purpurine. In 1868 werd alizarine de eerste synthetische gemaakte verfstof ooit, toen de Duitse chemici Karl Graebe en Karl Lieberman, in het laboratorium van BASF alizarine (1,2-dihydroxyanthrachinon) maakten uit steenkoolteer, antraceen, door een behandeling met achtereenvolgens kaliumdichromaat en geconcentreerd zwavelzuur. De wereldproductie bedroeg rond 1996 meer dan 7000 ton.



Cursus miniaturen III

Vandaag het tweede deel van de driedelige cursus
‘Miniaturen’ van het Museum Catharijneconvent in Utrecht.
Eerst maar even een fotoverslag van de vorderingen.





De rode bolus wordt ingesmeerd met lijm om het bladgoud te bevestigen.






Blaadje imitatiegoud.






Even wrijven.






En klaar is de Argusvlinder.






Dan even de verf aanmaken.






Beginnen met de blauwe letter D.






En dan de rand, kleur voor kleur, ik begin met blauw.




Cursus miniaturen II

Ik had nog huiswerk te doen voor de cursus van morgen.
Dag twee van de cursus miniaturen in Utrecht.
Maar voor ik mijn huiswerk kon gaan afmaken
kon het kunstwerk al een restauratie ondergaan.
Morgen toch eens vragen wat ik fout heb gedaan:
te veel water gebruikt ?
is de verf niet goedzacht geweest ?
is de verf er te dik op gezet ?
Ik hoor het morgen wel.





Restauratie.






Restauratie (detail).






De werkplaats.






Kopie van origineel en werkstuk.






Tussenresultaat.






De letter ‘D’.





Cursus miniaturen

De aandachtige luisteraars hadden al begrepen
dat ik een paar weken geleden naar de tentoonstelling
Beeldschone Boeken ben geweest in het Catharijneconvent in Utrecht.
Daar wordt een cursus gegeven van drie middagen
over het maken van miniaturen.
Dat past prachtig bij de tentoonstelling die werkelijk schitterend is.

Gisteren was de eerste bijeenkomst.
Ik ben met de bus naar Utrecht gereden.
In Breda vertrokken rond 10 voor 11.
Deze keer had ik een buschauffeur die de weg kende
en die er voor zorgde dat we op tijd in Utrecht waren.
Dan is het even doorlopen om voor 13:00 uur
in het Catharijneconvent te zijn.
In dit mooie complex is een kleine ruimte
waar de cursus gegeven wordt door Lukas Stofferis.

De cursus begint met een toelichting op wat de bedoeling is
van de drie bijeenkomsten:
– het verdiepen van de kennis op het gebied van de technieken
die komen kijken bij het schilderen van miniaturen;
– speciale nadruk ligt bij de materialen, hun aard,
oorsprong en bereidingswijzen;
– het maken van een eerste miniatuur.

Dat laatste is een nogal ambitieuze doelstelling.
Als je een tekstpagina van het begin af aan wilt opzetten
terwijl je je nog geen techniek hebt kunnen eigen maken,
dat is wat veel.
Daarom snijden we wat hoeken af (figuurlijk natuurlijk).

Het onderwerp van de cursus is een miniatuur uit een
getijden- en gebedenboek dat rond 1420 in Utrecht is gemaakt.
Het boek, ABM h112, is een voorbeeld van een boek
gemaakt voor mensen aan het hof in Den Haag.
Onderwerp voor ons is folio (bladzijde) 16v (verso, keerzijde, hier links)
en 17r (recto, voorzijde, hier rechts).


Bladzijde 16 en 17.


De tekst is een latijnse tekst, het is het begin van de Mariagetijden.
Het is een Getijdenboek, Wikipedia helpt ons weer:

Een middeleeuws getijdenboek is een handschrift dat leken gebruikten voor hun privedevotie, tijdens het getijdengebed.
Kwamen middeleeuwse religieuze handschriften eeuwenlang vooral in kloosters tot stand, vanaf de 12e eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in professionele boekateliers door meestal een team van verschillende handwerkslieden c.q. kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoratie.

De kerk heeft voor de verschillende tijden van de dag gebeden vastgesteld.
Deze ‘getijden’ bidt men dus dagelijk en het getijdenboek is het boek
waarin deze gebeden staan.

Voor ons als beginnend miniatuurmaker staan vooral de initiaal
(grote letter) en de afbeelding centraal.


De hoofdletter D.


Het miniatuur.


De miniatuur betreft hier de afbeelding van het moment
kort nadat Petrus het oor heeft afgeslagen van Malchus.
Van het web, TheLife.nl:

Malchus was een dienaar van hogepriester Kajafas en maakte deel uit van de groep mannen die Jezus arresteerde in … de Hof van Getsemane. Malchus’ naam wordt alleen genoemd in het Johannesevangelie. In een impulsieve daad van verzet tegen het optreden van de soldaten, slaat Petrus met een zwaard Malchus’ rechteroor af (Johannes 18 vers 10). Jezus roept Petrus tot de orde en maant hem zijn zwaard weer op te bergen. In het evangelie van Lucas (de arts) wordt vermeld dat Jezus het oor aanzet en geneest. Malchus komt in de Bijbel verder niet voor…

Met enige humor zien we hier Malchus die van schrik zijn broek
verliest en die met een voet buiten het kader treedt.
Jezus heeft inmiddels het oor al in zijn hand en gaat dat
zodadelijk terug zetten. Maar nu bloedt het oor hevig.



De lat ligt dus hoog!

De basismaterialen.

Een middeleeuws boek was handgeschreven.
In de tijd dat het boek waaruit wij putten werd gemaakt
was er al een hele industrie:
met mensen die het perkament maakten,
mensen die de bladspiegel opzetten en de teksten kopieerden,
mensen die met inkt versieringen maakten in en rond initialen,
mensen die illustraties maakten op de tekstbladen en
mensen die illustraties maakten op losse bladen die later in
boeken werden ingebonden met teksten.
Specialisme dus.
Het materiaal waarop werd geschreven was perkament.

Wikipedia:

Perkament (ook als verfijnde vorm: velijn, vellum) is een dun papierachtig materiaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels. Perkament is genoemd naar de stad Pergamum in Klein-Azie. Daar is het echter niet uitgevonden, maar wel verbeterd. Perkament is met name bekend als schrijfmateriaal voor handschriften.
Het oudste perkament dateert van 2700 jaar voor Christus, en is gevonden in Egypte. Perkament bleek beter en sterker te zijn dan papyrus, maar het was ook (veel) duurder. In de Middeleeuwen werd perkament in Europa veel gebruikt om op te schrijven, omdat het gebruikelijke papyrus vochtgevoelig is en niet lang houdbaar in het natte Europa. Het minder gevoelige papier bestaat al vanaf de 14e eeuw, maar werd aanvankelijk als minderwaardig schrijfmateriaal beschouwd.
Perkament van kalfshuid had de beste kwaliteit. Vaak werd het purperrood geverfd en beschreven met zilver- of goudkleurige inkt; het was daardoor duurder dan andere perkamentsoorten. Deze soort wordt ook wel vellum (velijn) genoemd.
Perkament heeft gemiddeld een dikte van ongeveer 0,6 mm, maar er zijn varieteiten die aanmerkelijk dunner of dikker zijn, afhankelijk van de gebruikte soort huid. Het is in elk geval belangrijk dikker dan het huidige schrijfpapier (ca. 0,1 mm).

Om nu op een mooie en correcte manier de teksten op het perkament te krijgen
trok men eerst een paar lijntjes. Dat is iets wat wij in de cursus overslaan.

Wikipedia:

Vaak maakte men bij het schrijven gebruik van hulplijntjes, die gemaakt werden door aan weerszijden van elk vel met een speld een verticale rij gaatjes in het materiaal te prikken. Dan trok men met de botte kant van een mes of loodstift horizontale lijnen tussen de gaatjes en ook een paar verticale lijnen, om in kolommen te kunnen werken.

De verf waarmee de illustraties werden ingekleurd heet Tempera.

Wikipedia:

Het woord tempera komt van het Latijnse temperare dat mengen betekent. Men denkt dat tempera is uitgevonden in Egypte, tijdens de Romeinse tijd. Voor de uitvinding van olieverf werd tempera veel gebruikt voor schilderijen en het verluchtigen van manuscripten. Iconen worden traditiegetrouw nog steeds met tempera geschilderd. De meest gebruikte tempera is de eitempera.

 

Tempera wordt gemaakt door het met de hand of met een stamper in een vijzel samenwrijven van droge, poedervormige pigmenten, vermengd met eidooier en water. Dit temperarecept is rond 1390 voor het eerst opgeschreven door Cennino Cennini in zijn boek Il Libro del l’Arte. Eigeel is van zichzelf een emulsie van olieachtige stoffen en water, waarin eiwitten zijn opgelost. Als de tempera droogt, verdampt eerst het water, waarna de eiwitten denatureren en niet meer in water oplosbaar zijn. De olie schijnt chemisch niet te veranderen bij het droogproces, maar houdt de verflaag soepel. Schilderijen gemaakt met tempera hebben de eeuwen doorstaan. Een emulsie op basis van eiwit schijnt ook wel gebruikt te zijn.

Hoe gingen wij te werk.
In plaats van perkament gebruiken we een papiersoort die
een aantal eigenschappen van perkament heeft.
De naam is vegetarisch perkament.

Achterkant kleurcopie.


We beginnen ermee de achterkant van een kleurencopie
van de afbeelding die wij gaan maken, in te smeren met een rode pigment.


Ingesmeerde copie en het perkament.


Vervolgens gaan we de afbeelding met de goed ingesmeerde kant
vastplakken op het werkblad.


Copie op het vegatarisch perkament.


Overtrekken.


Vervolgens met een balpen het origineel overtrekken.
Op deze manier maak je geen origineel ontwerp maar
heb je wel de mogelijkheid om met relatief weinig tijd
toch tot een resultaat te komen.


Het resultaat.


De kleurencopie met de rode pigment op de achterkant
heeft gewerkt als carbonpapier.
Het resultaat mag er zijn.
Let op:
= goed drukken bij het overtrekken;
= niet te veel steunen op de kleurencopie;
= niets vergeten over te trekken.


De letter D, de initiaal of kapitaal.


De kleurenkopie: de letter D.


Het begin is gemaakt.


Als de tekening goed op het perkament staat, kan het schilderen beginnen.
Eerst de basis voor het goud.
Dat gebeurt met Armeense aarde of ‘rode bolus’.
Er wordt eerst een basis op het papier aangebracht.
Daardoor komt het goud straks hoger te liggen.
Precies zoals bij het origineel.
Er moet thuis echter nog heel wat gebeuren.
Over het goud wordt straks niet meer geschilderd.
Dus als er iets in het goud ‘ligt’, betekent dit dat het
door de schilder moet worden uitgespaard.

Beeldschone boeken

Afgelopen zaterdag ben ik niet alleen naar de tentoonstelling over
Jan van Scorel geweest.
Ik ben in Utrecht ook geweest naar de tentoonstelling Beeldschone Boeken.
In Museum Catharijneconvent.
Dit voormalige kloostercomplex is de perfecte plaats om de pennevruchten
van de Middeleeuwse monniken te laten zien.


Toegangskaartje Catharijneconvent.


Utrecht was in de Middeleeuwen een tijdlang erg belangrijk.
De Utrechtse bisschop was meer een krijgsheer dan een heilige dienaar van de kerk.
Kerken en kloosters werden er gebouwd in het centrum van de stad.
Vanuit de lucht lijkt het alsof de gebouwen in een kruisvorm zijn aangelegd.
In die kloosters werkten monniken als in een industrieel proces aan boeken.
Handgeschreven en handgetekende en handgeschilderde boeken.
Het logo van deze kunstenaars/ambachtslieden was het ‘Utrechtse draakje’.


Utrechtse draakje.


Na de productie van het perkament (geit- of lammervel)
werden de lijnen getrokken die dienden als leidraad voor de schrijvers.
Die schreven in hun mooiste handschrift teksten over.
Ze lieten ruimte over voor de beginletters en alle woorden of letters
die door een andere kleur inkt accenten geven in de tekst.
De grote letters waarmee teksten beginnen dienden vervolgens versierd te worden.
De versiering liep door tot ver in de kantlijn.


Rozettenmeester, Detail.


Vervolgens worden er niet alleen versieringen maar hele schilderijen
in de letter of als illustratie in het boek opgenomen.
De schilderingen werden voorzien van goudverf en allerlei
andere dure verfsoorten.
Soms werden de boeken alleen uitgevoerd met inkt.
Dat lag een beetje aan het gebruik dat men met het boek op het oog had:
was het een gebedenboek voor een rijk man of
een psalmtekst voor de monnikken zelf.


De Rozettenmeester, de letter ‘D’.


Speciale Utrechtse hoekafwerking.


Tekstboekje.


ik weet niet of het een nieuwe rage is in museumland
maar ook in het Catharijneconvent werden tekstboekjes uitgedeeld.
Leuke handzame boekjes maar als naslagwerk niet zo bruikbaar.
Er staan namelijk geen afbeeldingen in.
Voor het hele verhaal en de afbeeldingen moet je toch
in de catalogus zijn.
En die is deze keer erg mooi.


Catalogus in zon en schaduw.


Beeldschone boeken. De Middeleeuwen in goud en inkt.


Met prachtige afbeeldingen.


Met prachtige afbeeldingen.


Toegangsprijs.


Het museum is prachtig maar eerlijk gezegd ook erg duur.
Meer dan 10 Euro entree, dat kom je niet vaak tegen.




Binnenkort volgt er nog meer.

Thomas Ernst van Goor: Beschryving der stadt en lande van Breda

Het boek uit 1744 van Thomas Ernst van Goor:
Beschryving der stadt en lande van Breda,
is nog een ouderwetse verzameling van kennis.
Net een soort heeel oud weblog:
niet alles is per definitie waar, soms zijn de verhalen wat aangedikt,
soms is het erg actueel, het heeft bijzondere foto’s en een mooie opmaak
en je vindt iedere keer weer nieuwe grappige of interessante zaken.
Vandaag maar even wat afbeeldingen om te beginnen.

Het boek.


Het voorblad.


De prachtige platen: plattegrond van de stad in 1350, pag 48.A.


Grafmonument Engelbrecht II van Nassau.


Praalgraf Engelbrecht I van Nassau.


Breda en omstreken.


Het kasteel.


De Grote Kerk en toren.