Acryl

Ik zit een beetje aan te hikken tegen de volgende stap
in mijn schilderproject.
Ik moet een volgende, eerste oplichting gaan schilderen
op het gezicht van de engel.
Maar daarbij is het wel zaak dat er een vloeiende overgang ontstaat
van donker naar licht.
Dus heb ik mijn boeltje opgepakt en ben naar mijn prive instructeur gegaan.
Ik had een proefstukje voorbereid en ben daarop gaan werken.
De resultaten daarvan zie je hieronder.

Ik heb verder op het werk zelf met een donkere kleur
de contouren van de neus, de mond, de ogen, de hals en de krullen
in het haar aangezet.
Daar komen straks nog lagen over dus indien nodig kunnen
ze nog verdwijnen maar voorlopig geven ze me houvast
bij de eerste oplichting.

Overigens hebben de instructies goed geholpen.
De volgende stap gaat dat uitwijzen.
Ik kan minder voorzichtig zijn maar moet starten met weinig
en dunne verf.





De proefopstelling: twee donkere vlakken waar me met lichtere kleuren op kunnen glaceren.






De proefwerkjes.






De engel met de contourtekening.





Acryl

Na de basiskleur (Sankir) voor het haar
volgde gisteren ook de basiskleur voor het gezicht.
Volgens het boek krijgen zowel het haar als het gezicht
dezelfde basiskleur maar ik vond de kleur voor het haar
wel erg donker.

Het haar was een mengsel (50/50) van Burnt Umber en Yellow Ochre.
Zeg maar bruin en geel.

Voor het gezicht heb ik Raw Umber (1 deel), Yellow Ochre (2 delen)
en Titanium Wit (1 deel) met elkaar gemengd.
Het resultaat is hieronder te zien.





Startpunt.






Het eindresultaat.






Deze foto laat zien dat ik het haar al heb geprobeerd te modelleren. Het gezicht is zo egaal mogelijk geschilded. Het haar is op sommige plaatsen minder dik geverfd omdat daar toch nog lagen met andere kleuren op komen. Bij het gezicht blijven grote delen in deze kleur.





Acryl

De volgende stap voor de engel in acryl
is om de ‘sankirkleur’ voor het haar aan te brengen.
De sankirkleur is de basiskleur waar straks lichtere lagen
op worden geverfd.
Bij het maken van ikonen begint men met een donkere kleur
om met lichtere varianten van dezelfde basiskleur
steeds meer tekening in het werk te brengen.
Dus vandaag de donkere ondergrond voor het haar.





Mijn vertrekpunt. Overigens heb ik vandaag spitse penselen gekocht om de tekening van de kleding te gaan maken. Misschien kan ik daar morgen aan beginnen en anders de komende week. Ik heb de tekening van het haar nog even op het doek aangebracht want daar wil ik extra aandacht aan besteden.






Van het begin af aan heb ik zo mijn twijfels over de voortekening. De grove vorm van de voortelening is wel die van mijn voorbeeld. Maar de details van bijvoorbeeld het haar zijn anders. Ik heb met de sankir al geprobeerd de uiteindelijke vorm/het kleurverloop aan te geven. Dat is waarschijnlijk niet nodig maar dat geeft me een beter gevoel bij het ondernemen van de volgende stappen.






Duoportret.





Acryl

Vandaag wil ik nog even stil staan
bij mijn vorderingen met de Engel.
De nimbus, de stralenkrans van een heilige,
is ondanks mijn zorgen om de lijm
toch prima op het doek geland.
Dus kan de volgende stap gezet worden:
het verven van de kleding.
Dit ontwerp is een eenvoudig ontwerp.
Geen handen of voeten op deze icoon.
Slechts kleine stukjes kleding.
Veel haar.Wat moeilijk zal blijken te zijn is het gezicht maar
daar gaan we dan eens goed voor zitten.
Niet gisteren. Gisteren zoals gezegd de kleding.


Laten we eerst eens kijken naar het resultaat van de vorige stap. Zowel de haarspeld als de nimbus zien er prima uit.


Nadat ik de voortekening op de achterzijde met de hand heb overgetrokken (een beetje tegen het licht gehouden), kan ik op de juiste plaatsen de rode bolus inwrijven zodat ik hierna de voortekening goed kan overzetten op het doek. Vandaag gaat het me om de kleding, het gezicht en het haar.


Vervolgens plaats ik de voortekening op het doek. Zie dat ik de onderkant gemarkeerd heb zodat die gelijk loopt met de bovenkant van het rode kader. Bovenaan helpt de nimbus mij. Die steekt uit boven het papier.


Door de voortekening over te trekken met een potlood ontstaat er een zacht rode voortekening op het doek.


De kleiding voer ik uit in twee kleuren. Donkergroen (volgens de verftube Grasgroen) en een combinatie van gebrande Sienna en crimson rood.


Bij de volgende ‘tekening’ ga ik met licht groen en een lichter rood mengsel de plooien aanbrengen. De basiskleur voor het gezicht en het haar kunnen nu aangebracht worden.Bij het ikonenschilderen spreekt men van de sankirkleur


 

Acryl

Na het aanbrengen van de rode verf op de plaats waar
de nimbus (stralenkrans bij afbeeldingen van heiligen) gaat komen.
Is het de beurt aan de lijm en het bladgoud.





Maar de lijm lijkt niet te pakken.






Het lijkt wel of de lijm wordt afgestoten door de acryl..






Uiteindelijk is dat toch niet het geval. De nimbus wordt mooi donkerrood. Vraag is natuurlijk wel of ik er in ben geslaagd op een juiste manier de nimbus te lijmen. Doordat de lijm zich moeilijk laat verwerken is het niet eenvoudig te zien of ik wel netjes binnen en op de lijnen gebleven ben.






Vervolgens het bladgoud aangebracht. Nu laten drogen. Binnenkort haal ik het overtollige bladgoud weg en moet er een mooie, gouden nimbus overblijven. Ik ben benieuwd.





Acryl

Vandaag de volgende stappen aan mijn werkje.
Net als bij miniaturen begint het met het goud.
Ik ga op de plaats van het goud eerst rode acrylverf aanbrengen.
Daarna volgt het goud. Geen goudverf maar bladgoud.
Om dat nog mooier van kleur te laten zijn
zal ik de ondergrond eerst rood verven.
Tegelijkertijd wil ik de haarspeld van de engel verven.
Dat geeft me een mooi aanknopingspunt als ik straks
met de haarpartijen aan de slag ga.
De speld verf ik met Humbrol, kleur Antiek Brons.
Past wel bij het onderwerp lijkt me.





De bedoeling is om de relevante delen van de tekening op het doek over te brengen. Ik doe dat met Rode Bolus. Een rode grondsoort die als pigment wordt gebruikt om bijvoorbeeld tempera te maken.






Omdat ik bij het overbrengen van de tekening dadelijk wat moet duwen vul ik het doekje even op met een boek. Dan druk ik straks niet te hard op het doek.






Ik neem de nimbus (de gouden krans rond het hoofd) en de haarspeld over op de achterkant van de tekening zodat ik weet waar ik de rode bolus moet inwrijven.






Ik strooi wat rode bolus op het papier en wrijf met een vinger die delen van de achterkant van de tekening in die ik dadelijk nodig heb om de tekening over te brengen.






Door met een potlood over de lijnen van de tekening te gaan ontstaan er op het schilderij dunne rode lijnen.






Goed de Humbrol schudden en de speld aanbrengen.






Vervolgens met acrylverf de nimbus opgevuld. Later ga ik op de rode verf de lijm aanbrengen en druk ik het bladgoud op het schilderij. Maar nu moet het eerst maar eens drogen.




Acryl

Onlangs kreeg ik een hele hoop verfspullen.
Om te werken met acrylverf om precies te zijn.
Gisteren kreeg ik alweer een hoop verf.
Voldoende reden om iets te gaan proberen.
Een van de zaken die ik kreeg waren twee doekjes.
Beide hebben al een ondergrond.
Een zelfs al een tekening.
Maar degene zonder tekening heeft een mooie combinatie
van blauw en roze. Dat wordt de basis voor mijn werk.





Zo ziet die ondergrond er uit.






En dit is het hele doek.






In een boek waarin uitgelegd wordt hoe je ikonen kunt schilderen vond ik ook een aantal voortekeningen. Ik neem de meest eenvoudige. Een engel. Ik ga die met acryl verven. Het voordeel is naar mijn idee dat ik me niet zo hoef je concentreren op de vorm. Het is een geabstraheerd beeld. Niet naturalistisch. Dus kan ik me meer toeleggen op de techniek. Wat zijn de prettige kwasten. Hoe dun moet de verf zijn. Hoe krijg ik op het doek dat wat ik in mijn hoofd heb.






Eerst maak ik een kader waarin het hoofd gaat komen. Mag een beetje ruw zijn.






Met een smalle, rode rand om het kader te accentueren.




Primaire kleuren acryl

Vandaag verder geexperimenteerd met mijn erfenis.
De eerste poging ging op een paar punten mis.
Zo was het karmozijn rood niet de kleur die ik zocht
voor wat ik wilde bereiken.
Als gevolg daarvan waren de secundaire kleuren,
en zeker het oranje,
niet de kleur die ik wilde hebben.
Dat heb ik vandaag veranderd door een ander soort rood te gebruiken.
Helaas nog niet het rood dat ik wilde maar
de Reeves Brilliant Red kwam in de buurt.
De andere twee primaire kleuren die ik gebruikt heb zijn:
Winsor & Newton, French Ultramarine (263)
en Winsor & Newton, Cadmium Yellow Pale hue (119).





Eerst heb ik het ontwerp opnieuw opgezet. Dit keer wat hoger op de pagina. Dan blijft er straks meer ruimte onder over om de andere kleurstalen op te nemen.






Hier is goed te zien dat de figuren nu hoger op het blad staan.






De kleuren, ook de gemengde komen dit keer beter uit. Het oranje is nog niet dat van het Huis van Oranje maar kan er mee door. Het paars of cyaan is nog erg donker. Volgens mij is blauw een erg sterke, overheersende kleur. Geel is zwak.






Dezelfde afbeelding maar nu liggen de kleuren in het natuurlijke zonlicht. Dat geeft een beter beeld.





Verf

Om eens te schilderen met acryl zal ik meer moeten weten
van kleur, het mengen van kleuren en hoe de verf zich
op een ondergrond laat zetten.
Daarom dat ik iets ga proberen met de primaire kleuren,
secundaire kleuren gaan mengen en proefjes gaan insluiten
van alle kleuren die ik gekregen heb.





De schets.






Met het bewerken van de foto probeer ik hierboven duidelijk te maken wat ik in eerste instantie wil bereiken.






Al het gereedschap en de drie primaire kleuren in stelling gebracht.






Helaas lukt het me niet om binnen de lijntjes te blijven met het eerste penseel. Als ik dat probeer te corrigeren met een stukje keukentissue dan gaat het helemaal fout. Ik moet nog gaan uitzoeken of en hoe ik dit kan corrigeren.






Het eerste resultaat. Het rood vind ik erg donker. Het oranje te rood. Ik weet nog niet hoe dun of dik ik de verf moet laten.





Alan Bean Diorama

Een diorama is een model.
Maar meer dan alleen een schip, huis of wat dan ook.
Met een diorama probeer je een verhaal te vertellen.
Een ‘schaalverhaal’.
Naar aanleiding van een eerdere blog over de astronaut Alan Bean
kreeg ik een reactie van iemand die diorama’s maakt.
Hij heeft een diorama gemaakt van Alan Bean op de maan
op zoek naar maansteen.
Nu is Alan Bean na zijn maanreis en ruimteverblijf in Skylab 3, gaan schilderen.
Vandaar dat de astronaut op onderstaand diorama ook schildergereedschap bij zich heeft.
Een persoonlijke toevoeging van de maker.


Diorama Alan Bean, Apollo 12.


Heroes that make it possible. Helden die het mogelijk maken.


Alan Bean op de rug gezien. Met rechts het schildergereedschap.


Schildergereedschap in detail.


Met gouden helm (niet Alan Bean).


Overigens begrijp ik van de maker dat er wel 600 uur werk
in een dergelijk diorama gaat zitten.
Daar neem ik mijn ‘ruimtehelm’ dan even voor af.

Gouden letters

De proefjes van vandaag zijn bedoeld om de lijm
en het bladgoud uit te testen.
Ik heb al eerder met vergelijkbaar materiaal gewerkt
maar het spul gedraagt zich toch telkens weer anders.
Daarnaast wil ik weten welke van de drie papiersoorten
het best werkt en de mooiste kleur geeft.
De bedoeling is om twee Chinese karakters te schrijven.
De voornaam van een persoon.
De naam schrijf je met ons alfabet: Jinfeng.
Je spreekt dan uit als Djinfung.





De voornaam uit de pc.






De karakters uitgesneden (5 bij 5 centimeter) en voorzien van rode bolus op de achterzijde.






De eerste karakter op papier.






De hele voornaam.


Eigenlijk vallen nu al twee papiersoorten af.
Een van de drie soorten gaat te veel bobbelen
als gevolg van het water in de temperaverf.





Geverfd met temperaverf van rode bolus.






Lijm en goud klaarzetten.






Even een goudblaadje doormidden scheuren.






Lijm aanbrengen.


Op het potje staat dat de lijn kant-en-klaar is.
Maar ik vind hem veel te dik.
Daardoor kun je hem niet goed aanbrengen.
Kunnen details niet goed aangegeven worden.
Ik ga voor het opbrengen van de lijm ook een ander kwastje kopen.
Dit is niet goed voor je penseel.





Goud aanbrengen, aandrukken en er af wrijven.


De lijm moet veel langer drogen dan ik gewend was
met de lijm die we op de cursus gebruikten.
Als je te snel het goud gaat wrijven ontstaan er gaten op plaatsen
waar dat niet de bedoeling is.





Drogen in de zon.


Niet alles is perfect gelukt
maar het was het doel van deze test om uit te vinden
wat werkt en wat niet.
Proef geslaagd.



Eerste test met eigen verf

In de loop van afgelopen week
heb ik hier en daar materialen en gereedschap gekocht
en nadat ik zondag het geklaard eiwit heb gemaakt
met mijn ouders was is gisteren zo ver mijn eigen verf te maken
en een eerste proefstukje te verven.
Kijk maar eens.





Het begin: Chinese karakters.






Nog wat gereedschappen gekocht.






Eerste taak: rode bolus omzetten in poeder.


Ik gebruik rode bolus als onderschildering voor goudblad.
Ik wil straks gouden letters maken.
Met een rode onderschildering krijg je een warmer effect.
Eerst de verf en mijn gereedschap eens uittesten.
De karakters komen te staan op een oppervlak
van 5 bij 5 centimeter per letter.
Dat is dus redelijk klein en ik wil zien of dat met deze kwast (nummer 2) lukt.
De rode bolus die ik kocht, zijn brokken rode aarde.
In het voorbeeld zie je twee karakters op een oppervlakte
van 4,5 bij 4,5 centimeter.





Ik kan eenvoudig gruis van de rode bolus afschrapen met een hobbymesje.






Mijn voorraad.






Nog een beetje meer.


De afgeschraapte deeltjes plet ik nog eens fijn met een schildersmes.
Goed draaien en aandrukken zodat alle deeltjes even fijn zijn.
Gaat allemaal heel eenvoudig.





Dan het pigment samenvoegen met het geklaarde eiwit.






Zo ontstaat deze verf.


Ik heb maar hele kleine hoeveelheden nodig.
Je maakt erg snel veel te veel.
De houdbaarheid is maar beperkt.





Mijn eerste proefstukje.


De verschillende lijnen van de karakters lopen van dik naar dun.
Dik is daar waar de schrijver begint met het plaatsen van zijn pen of kwast.
Dun is waar de schrijver zijn pen of kwast weer van het papier afhaalt.
Chinese karakters schrijf je van boven naar beneden.
Van links naar rechts




Geklaard eiwit

Gistermiddag ben ik nog naar de supermarkt op het station geweest.
Ik had eieren nodig of beter gezegd 1 ei.
Ik wil namelijk het medium maken voor temperaverf.
Verf bestaat uit twee delen: de pigment of kleurstof en het bindmiddel.
Dat bindmiddel (medium) bestaat uit een paar componenten.
Voor temperaverf is dat bijvoorbeeld het eiwit van een ei
gemeng met water en een beetje azijn,
dat je vervolgens goed door elkaar mengt (geklaard eiwit).
Er zijn overigens nog andere combinaties.
Een boek over het schilderen van iconen geeft het volgende ‘recept’.
(Merk op dat men hier juist het eigeel gebruikt)





Het recept.






De benodigdheden, nog zonder water en azijn.






Ei voorzichtig openen.






Het eiwit laten weglopen.






Eigeel van dop naar dop gieten terwijl het eiwit kan ontsnappen.






Daarna water en azijn toevoegen.






Roeren.






En dat moet het dan zijn.




Het mengsel laten rusten zodat het schuim weer vloeibaar wordt.
En het bindmiddel is gereed.
Hier valt dus nog heel wat uit te proberen.
Wat als je eigeel gebruikt?
Kun je eigeel en eiwit door elkaar gebruiken.
Wiite wijn, bier.
Verhoudingen.

Startpagina

Vanaf vandaag heeft de Argusvlinder ook een startpagina.
Deze webpagina toont alle links die ik gebruik (gebruikt heb)
om mijn weblog samen te stellen en die interessant genoeg zijn
om te bewaren.
Neem maar eens een kijkje.

Wil je mijn startpagina bekijken,
klik dan hier: Argusvlinder startpagina

Wordle

Ik weet ook niet altijd waar zo iets voor dient.
Ik heb het hier over een ‘Wordle’.
Ik ben dit op een site tegengekomen.
Je voert een tekst in, bijvoorbeeld:
“de avonturen van de argusvlinder” en
dan worden er allerlei verschillende plaatjes van gemaakt.
De woorden in de tekst krijgen een eigen waarde.
Hoe meer tekst je ingeeft hoe vaker bepaalde woorden voorkomen.
Dat lijkt dan zwaarder te wegen (de grote ‘DE’ in de voorbeelden hieronder.
Dat leidt tot aparte teksten.
Ik heb het even uitgeprobeerd.





































































Zo kreeg ik onlangs een heel vreemde e-mail.
Of ik geen reclame op mijn web log wilde zetten.
Misschien om de zoveel tijd een verhaal schrijven over een klant.
Als ik die tekst in de ‘Wordle’-mixer stop, komt er het volgende uit:








Overigens die reclame maken doen we natuurlijk niet.

Paleis van de grootmeester

Het bezoek aan het “Paleis van de Grootmeester” in Rhodos-stad
was een heel spectaculaire opening
voor een mooie, warme en vermoeiende dag.
een beetje veel foto’s, maar ja je kent me.
Het paleis is eigenlijk het hoofdkwarties van de ridderorde van Rhodos.
De Johannieter-orde.
Een groep kruisridders die ook wel hospitaalridders werden genoemd.
Hun verblijf op Rhodos begon omdat ze uit Palestina werden verdreven.
Ze werden in 1522 uit Rhodos verdreven
en bleven daarna nog lang actief op Malta.
In de hooftij dagen van de orde waren ze een staat in een staat.
Ze bezaten land en heerste daar.

Het gebouw is pas in 1940 voltooid door de Italianen.
Ze hadden toen Rhodos bezet.
Het gebouw is imposant en van binnen prachtig.
Veel van de kamers en zalen hebben mozaieken op de vloer.
Vaak afkomstig uit Kos.
Opgegraven en gerestaureerd door de Italianen.
Kijk en geniet mee.

Toegangskaartje.


Binnenplaats.


Wapen van de orde (?).


De trap zet de toon.




















Kopie van de Laocoon-groep.

Wikipedia:
De Laocoongroep, ook wel Laocoon en zijn zoons genoemd,
is een monumentaal beeldhouwwerk,
waarschijnlijk tussen 40 v.Chr. en 20 v.Chr. gemaakt op het eiland Rodos.
Volgens de Romeinse schrijver Plinius is het gebeeldhouwd
door Agesandros en zijn zoons Athenedoros en Polydoros.

De Laocoongroep staat in de Vaticaanse musea in Vaticaanstad in Rome.

De Laocoongroep is een van de beroemdste beeldengroepen
uit de Oud-Griekse beeldhouwkunst.
Het beeld stelt de Trojaanse priester en ziener Laocoon met zijn twee zoons,
Thymbraeus en Antiphantes, voor.
Het beeld is geplaatst op een binnenplaats
in de Vaticaanse musea in Rome.
Let vooral op de details (Hellenistisch):
de gezichtsuitdrukkingen zijn goed nagebootst.

Het verhaal achter deze afbeelding is dat de Trojaanse priester Laocoon
de Trojanen wilde waarschuwen om het paard van Troje niet binnen te halen.
Volgens de overlevering werden de priester en zijn zoons
vervolgens gewurgd door slangen van Poseidon.
Uitgebeeld wordt het moment waarop de Laocoon en zijn zoons gewurgd worden
door twee slangen die gestuurd zijn door Poseidon (of Pallas Athena).


Nog meer slangen, nu uit het hoofd van Medusa.

Mozaiek met afbeelding van het hoofd van Medusa.
Uit Romeins gebouw op Kos.
Linkerzijde is nieuw.



Vroeg Byzantijns.
Afkomstig uit de Basiliek van Johannes op Kos.
Tweede helft van de vijfde eeuw na Christus.


Mozaiek uit twee delen.
De rand is afkomstig van Rhodos.
Het thema in het midden is uit Kos, derde eeuw na Christus.

De rand.

Het hele mozaiek.


Mozaiek met een nimf die op een zeepaard rijdt.






In de verte de moskee.



De 9 muzen.







 

Zheng He

Van deze Chinese meneer had ik nog nooit gehoord, Zheng He,
totdat ik ‘Geschiedenis in het groot’ beluisterden.
Deze Chinese ontdekkingsreiziger (!) heeft al ruim voor
‘onze’ grote ontdekkingsreizigers, vele tochten gemaakt.

Wikipedia zegt onder andere het volgende:

In 1405 leidde Zheng He een enorme vloot van 62 jonken en meer dan 100 kleinere scheepjes, met in totaal ongeveer 28.000 bemanningsleden, naar het verre Calicut in Zuid-Indixc3xab. Bij latere expedities, tussen 1407 en 1433, deed hij 40 landen rond de Indische Oceaan aan, tot in de Rode Zee en de Swahilisteden in Oost-Afrika.



Nu ben ik voor het eerst een artikel over deze zeevaarder tegengekomen.
Dat kun je dus hier vinden:

Rebuilding a Treasure Ship
by Mara Hvistendahl

In its 15th-century navy, China discovers a model for its new global ambitions.



Using many 15th-century techniques, shipbuilder Fang Jiebo works
on what will become one of the ribs of a reproduction
of a massive “treasure ship” captained by the Muslim eunuch explorer Zheng He.
Modern Chinese officials want to use Zheng He’s legacy to shape perceptions
of their country’s rise to global prominence.

An improbably small worker in gray coveralls tugs at a thick iron chain,
his mouth set in a resolute line.
The chain extends to an overhead pulley and back down to the midpoint
of a massive square log that the worker is slowly, excruciatingly trying
to turn on its side.
Few tasks are too gargantuan in today’s China, but this is a bit much.
The log is 52 feet long and weighs more than eight tons.

Finally, it tips over with a resounding thump.
Once this log is sanded and varnished, it will become part of a titanic reproduction,
based partly on archaeological evidence, of a boat captained by Zheng He,
China’s legendary fifteenth-century explorer.
T. J. Jia smiles approvingly from under his white supervisor’s hard hat.
A good-humored man with wide-set eyes, his supple leather jacket
and flawless English hint at a privileged background.
He is a former Chinese foreign ministry official with an MBA
from the Garvin School of International Management in Arizona.
He stands in a large, hangar-like warehouse.
Outside, the brown waters of the Yangtze River roil by.
“We’ve had to import balau wood from Malaysia,” Jia says apologetically.
“We don’t have it in China anymore. The forests are gone.”

This is just a slight inconvenience.
Jia is deputy general manager of Dragon Boat Development Company,
which is overseeing the project with the city of Nanjing.
With a $10 million budget and a three-year timeline,
he can afford to import wood for historical accuracy.
The company even uses many fifteenth-century construction methods,
which explains why the tiny workman uses a pulley instead of a forklift.

The story of the boat now being reconstructed begins in 1402,
when a dynamic young prince named Zhu Di ousted his brother by force,
usurping the Ming throne.
For centuries, China had been dominated by Confucian advisors
who convinced the emperors to spurn international commerce and look inward.
Referred to as the Yongle (meaning “eternal happiness”) emperor,
Zhu Di wanted to reinstate foreign trade, invite in foreigners,
and unite “the four seas”–what China then saw as the rest of the world.
The following year, he ordered the construction of a fleet
larger than any in history, with 317 boats.
Its centerpieces were majestic “treasure ships,”
named for the wealth of goods they carried.
According to historical sources, each ship boasted a tall, curled prow,
nine staggered masts, and 12 red silk sails.
Watertight compartments carried porcelain, silk, and tea
for trading with distant lands.
It is unclear how many such ships Zhu Di’s initial fleet included–
a novel from the period suggests there were four–
but each was apparently more than 400 feet long,
or four times the length of Columbus’s Santa Maria.

The man the emperor chose to captain the voyages,
a Chinese Muslim eunuch from among his closest advisors,
was as imposing as the fleet he led.
Standing over six feet tall, Admiral Zheng He had distinguished himself
in an offensive against the Mongols in 1390 and again
when the emperor seized China’s throne.
As head of the fleet from 1405 to 1433, Zheng He led explorations of Vietnam,
Siam, Malacca, Java, India, Sri Lanka, Arabia, and other lands.
He commanded 27,000 sailors, along with doctors, astrologers, translators,
and pharmacologists.
Eighty years before Vasco da Gama rounded the Cape of Good Hope,
Zheng He reached eastern Africa.
Before the death of the Yongle emperor and subsequent political shuffling
put an end to his voyages, China ruled the seas.
“We have traversed more than one hundred thousand li [around 25,000 miles]
of immense waterspaces and have beheld in the ocean huge waves,
like mountains rising sky-high,” boasts a tablet Zheng He had erected
in Fujian in 1432, near the port from which he sailed.

In 1424, the Yongle emperor died.
Zheng He followed him in 1433, at age 62, dying at sea of unknown causes.
In the next few decades, the Chinese elite began to question the cost
of maintaining a large fleet.
Just as Europe was launching its own maritime expeditions,
power reverted to the Confucians, who scaled back the shipyard’s operations
and eventually banned maritime trade altogether.
By the next century, China had again closed out the world.

Zheng He’s legacy endures in the Fujian tablet,
which was erected shortly before his death.
“We have set eyes on barbarian regions far away,” it reads,
“hidden in a blue transparency of light vapors, while our sails,
loftily unfurled like clouds day and night, continued their course
[as rapidly as] a star, traversing the savage waves
as if we were treading a public thoroughfare.”

Once the replica treasure ship is completed,
its planners intend it to follow a similar course,
retracing Zheng He’s voyages.
And, like its Ming predecessors, the ship will one day be part of a fleet.
Dragon Boat is already fielding orders–
a cultural bureau from New York’s Chinatown is among those expressing interest.
When asked about the future, Jia smiles.
“We will build another one,” he says. “And another one. And another one.”

Mara Hvistendahl is a freelance writer based in Shanghai.

xc2xa9 2008 by the Archaeological Institute of America
http://www.archaeology.org/0803/abstracts/zhenghe.html