Kunst en Drugs?

“Apart from drugs,
Art is the biggest unregulated market in the world.”


Robert Hughes, The Mona Lisa curse, 2009.

Wikipedia

Robert Hughes (1938) is zonder twijfel de meest bekende, meest gelezen en meest uitgesproken kunstcriticus van onze tijd. Met zijn boeken (zeventien tot nu toe) en zijn televisieseries over moderne kunst en architectuur oogstte hij lof en vrees bij miljoenen over de hele wereld.

Hughes groeide op in Australixc3xab, waar hij zich aansloot bij een groep progressieve kunstenaars, schrijvers en intellectuelen. Hij brak zijn studie kunstgeschiedenis af om een overzichtswerk van de Australische schilderkunst te schrijven. Daarna woonde en werkte hij in Italixc3xab en Londen, alvorens zich in 1970 in de Verenigde Staten te vestigen als flamboyant kunstcriticus van Time Magazine. In 1997 wees een verkiezing onder Australixc3xabrs hem aan als een van de veertig xe2x80x98Living National Treasuresxe2x80x99. Zijn stijl van schrijven en spreken is uit duizenden te herkennen: lucide, onomwonden, altijd raak, met evenveel intelligentie als passie en van een alles verschroeiende geestigheid. Of het nu gaat om de pretenties van de moderne kunstenaar, de schoonheid van Barcelona, de verfoeilijke klaagcultuur van onze tijd, het wonderlijke leven down under of het lot van de eenzame hengelamateur, Hughes kijkt, prijst en vonnist op een manier die met recht monumentaal genoemd kan worden.

Robert Hughes is auteur van The Shock of the New (1981), The Fatal Shore (1987), Nothing If Not Critical (1990), Barcelona (1992), The Culture of Complaint (1995), American Visions (1998), A Jerk on One End: Reflections of a Mediocre Fisherman (1998), Goya (2004) en Things I Didnxe2x80x99t Know: A Memoir (2006)



Robert Hughes is een van de grote critici van de elkaar opzwepende
moderne kunstenaars (zoals Damien Hirst), veilighuizen, experts, ‘experts’,
curatoren, museumdirecteuren, kunstbezitters, enz.

Vandaar dat hij in de documentaire ‘De vloek van de Mona Lisa’ zegt
dat kunst, op de drugsmarkt na,
de grootste markt is waar geen enkele regel geldt
(en die dus volledig uit de klauwen loopt).
Overigens met zelfkritiek en humor.

Ik denk dat hij gelijk heeft.

Een van de delen van de documentaire op YouTube:


Lanzarote: top 25

Afgelopen zondag kwamen we terug van een vakantie naar Lanzarote.
Op het strand hebben we niet gelegen op dit Spaanse Canarische eiland.
We hebben wel veel vulkanen, lava en andere hele mooie natuur gezien.
En natuurlijk heel lekker gegeten: 11 dagen vis!

De ‘top 25′ foto’s van deze vakantie is een kleine leugen:
het zijn 27 foto’s.
Geen van de foto’s zijn bewerkt.
Geen kleuren aangepast, geen stukken van de foto’s gehaald.
Niets.






































































































































































Als je wil weten waar dit moois allemaal precies te zien is
of wat je nu precies ziet op de foto’s
dan zul je de komende tijd mijn web log moeten volgen.

Van Trajanus tot Tajiri

Nog niet zo lang geleden was ik een paar keer in het Valkhof
in Nijmegen, het museum voor kunst en archeologie.
Ik kocht daar toen hun museumgids.
Dit boek ‘Van Trajanus tot Tajiri’ geeft een overzicht
van de collectie en is ter gelegheid van het 10-jarig bestaan
van het museum uitgebracht.


Museumgids van het Valkhof: ‘Van Trajanus tot Tajiri’.


De gids is een soort ‘the best of…’ en geeft in drie grote delen:
archeologie, oude kunst en moderne kunst,
een prachtig beeld van de collectie.


Bijzonder formaat.


De gids heeft een bijzonder formaat en uitvoering.
Geen hoogdruk glanspapier van voor tot achter,
maar speels gemaakt met een harde kaft,
dun papier in sprekend rood en wit als schutbladeren,
gladpapier voor tekst en afbeeldingen.
De kaft van het boek slaat helemaal open want de rug van de pagina’s
is apart ingebonden. Mooi gedaan.


Verrassende typografie.


Tekst in afwisselend groot en klein formaat,
een bijzondere kantlijn daar waar het kan.


Mooie foto’s: Oude kunst, Albert Hermens Gramey, zilveren doos, 1657 – 1658.


Bij ieder werk een toelichtende tekst.
Sommige werken zijn heel specifiek voor Nijmegen,
maar veel werken zijn van betekenis voor heel Nederland.
Vooral geldt dat voor de voorwerpen die behoren tot het deel
over de archeologie en de moderne kunst.


Ieder werk genummerd en voorzien van het inventarisnummer.


Voorwerp 58 is overigens het schilderij:
‘De oude haven met de bottelpoort in Nijmegen’ uit circa 1850
van Jan Weissenbruch.
Mooi verhaal bij dit werk!


Het begin van het derde deel met de moderne kunst.


Teun Hocks, Zonder titel, 2000.


Van sommige werken zijn extra grote foto’s opgenomen.
Soms zijn die foto’s gericht op een detail van het werk.


Het boek is een genot om te lezen en door te bladeren: Verzilverde gezichtshelm, tweede helft van de eerste eeuw. Deze ruiterhelm van een Romein is gevonden in de Waal bij Nijmegen.


Reden genoeg om stil te staan bij de bedenkers en makers van het boek:

Samenstelling en eindredactie:
Maryan Schrover

Redactiecommissie:
Annelies Koster, Ruud Priem, Frank van de Schoor,
Maryan Schrover, Louis Swinkels

Grafisch ontwerp:
Mariola Lopez Marixf1o (concept en art direction)
Omar Salid (vormgeving)
Studio Anthon Beeke, Amsterdam


 

een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt

Nu ik het voorwoord weer eens lees van het boek ‘Denken over kunst’
(A. A. Van den Braembussche) wordt mijn aandacht getrokken
naar het zinsdeel dat de titel is van dit logje:
‘een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.



De schrijver geeft in de eerste regels van het voorwoord aan
dat mensen heel gemakkelijk en snel een esthetisch oordeel vellen
over heel gewone dingen.
In de tekst noemt hij: ‘een stoel, een theeservies,een zonsondergang en
een zonnebloem die als een monnik in de wind vooroverbuigt’.
Aanleiding om met deze tekst eens op zoek te gaan op het internet.
Ik stuitte op een aantal heel uiteenlopende teksten
en die laat ik in een korte serie op mijn weblog passeren.



Zo vond ik de volgende tekst:

Het begrijpen van kunstwerken

Ik vond het op de website van Marco Kunst (?!)
die het schreef op 11 april 2010.

The nature of a work of art is to be not a part, nor yet a copy of the real world (as we commonly understand that phrase), but a world in itself, independent, complete, autonomous; and to possess it fully you must enter that world, conform to its laws, and ignore for the time the beliefs, aims and particular conditions which belong to you in the other world of reality.



Oftewel: “x9dDe aard van een kunstwerk is, dat het geen deel uitmaakt,
noch een kopie is van de werkelijke wereld
(zoals we die over het algemeen noemen),
maar dat het een wereld in zichzelf is, onafhankelijk, compleet, autonoom;
en om het kunstwerk volledig te bevatten, moet je die wereld binnentreden,
je aanpassen aan haar wetten, en voor enige tijd
je alledaagse overtuigingen, doelen en omstandigheden tussen haakjes zetten.”x9d

Bradley, Oxford Lectures on Poetry, 1901,
gevonden in: Jeanette Winterson, Art & Lies



Als ik tegenover een kunstwerk sta,
dan probeer ik er deels zo naar te kijken.
Ik ga ervan uit dat de maker mij oprecht iets wilde laten zien
en met wat hij maakte in ieder geval “iets” aan mij over wilde brengen
x93een ervaring, een gedachte, een gevoel, een uitspraak”
Om het kunstwerk tot zijn recht te laten komen
moet ik niet meteen gaan oordelen vanuit de manieren
waarop ik de wereld begrijp,
maar kijken of ik achter de wetten van die wereld daar voor me kan komen.
Wat zijn de interne relaties, wat gebeurt daar,
wat voor wereld zou het kunnen zijn?
In dit proces ga ik op zoek naar de betekenis
die de maker erin heeft gelegd.
Ik stel mezelf open en probeer me te laten verrassen
door de andere wereld die ik ontmoet.
Dit deel van de betekenis van het kunstwerk
komt intern tot stand:
door de aard van die wereld zelf;
door de interne relaties van de elementen.
Daarnaast en tegelijk en natuurlijk niet echt te scheiden daarvan
(wel te onderscheiden daarvan) is wat het kunstwerk met mij doet.
Hoe werkt het op mij in?
Raakt het me?
En zo ja, waar of hoe raakt het me?
Wat zijn de associaties die in mij opkomen?
Dit is het proces waarin ik op zoek ga naar de betekenis
zoals die tot stand komt in relatie tot “mijn” wereld.
In dit proces roei ik met de riemen die ik heb:
mijn kennis en vroegere ervaringen, mijn onbewuste voorkeuren, etc.
Mijn hersenen zijn onder andere daardoor gevormd,
tot een mal waarin de ervaring van dit nieuwe gegoten wordt.
Deels past het, deels misschien ook niet.
Waar het past vind ik direct een ingang,
waar het niet past kan ik proberen de nieuwe vormen
te integreren in mijn ervaring (de mal die ik ben aan te passen).
De betekenis van een kunstwerk bestaat niet,
maar door aan beide processen aandacht te geven
kan ik toegang krijgen tot andere werelden,
en kan ik werkelijk nieuwe ervaringen opdoen
die mijn grenzen / de grenzen van mijn wereld
openbreken en verruimen

Marco Kunst.



Ik illustreer deze serie met foto’s die ik in 2007 in Milaan heb gemaakt.
Binnenkort wordt wel duidelijk waarom.

Waarom neem ik deze tekst op.
Ik ben de laatste tijd veel bezig met de centrale vraag
van bovenstaand stuk en lees er graag verschillende zienswijzen over.
Ik zeg niet dat dit mijn zienswijze is maar ik vond hem interessant.
Natuurlijk ging er bij mij ook en bel rinkelen
bij de naam/pseudoniem Marco KUNST.

Hoorn

Vandaag het tweede deel van ons weekend in Hoorn.
Het is al weer even geleden en het weer was toen heel anders dan vandaag.





Dispereert niet. De dag na de wedstrijd van Oranje die men won terwijl de tegenstander de meeste geldige doelpunten scoorden. Dispereert niet, ontziet uw vijanden niet, want God is met ons. Jan Pieterszoon Coen.






De trams van de stoomtram Hoorn – Medemblik.






De Limburgse Tramweg Maatschappij en de vernoeming van de tram naar de oud NS-directeur Ir. P. H. Bosboom.






Hanomag, Hannover – Linden, 1922, # 9862.






De tram wordt op stoom gebracht.






Niet alle treinstellen zijn splinternieuw zullen we maar zeggen.






De koperkleurige schoorsteen van de Bello.






De Bello in het museum.






Idem.






Stoomlocomotief 5 van de Stikstofmaatschappij Sluiskil.






/br>










Stoomlocomotief 5 van de Stikstofmaatschappij Sluiskil.

Locomotief 5 is een rangeerlocomotief van Belgische origine. De blauwe locomotief is in 1929 gebouwd voor de Stikstoffabriek in Sluiskil en werd daar gebruikt voor het rangeren van wagens geladen met stoffen, die voor de productie van kunstmest nodig waren. Loc 5 werd gebruikt tot omstreeks 1970 en werd toen in de collectie van de Museumstoomtram opgenomen.

Geschiedenis
De locomotief is in 1929 gebouw door de Belgische firma La Meuse in Luik. Het was een standaardlocomotief uit de catalogus van de fabriek, waarvan er vele werden gebouwd. Opvallend in het ontwerp waren de lange waterbakken. In Belgixc3xab werd dit regelmatig toegepast.
De loc werd jarenlang gebruikt om wagens te rangeren over het fabrieksterrein van de Nederlandse Stikstof-Maatschappij Sluiskil in Zeeuws Vlaanderen. Hier werd kunstmest vervaardigd op basis van stikstof. De altijd betrouwbare locomotief zou gedurende de Tweede Wereldoorlog zelfs korte tijd gebruikt zijn om xe2x80x98sneltreinenxe2x80x99 vanuit Sluiskil richting Mechelen te rijden, maar echt bewijs bestaat hiervoor niet.

Sluiskil, 17 april 1971. Foto: H. G. Hesselink

Gewicht locomotief: 32 ton (met kolen en water)
Maximum snelheid: 40 kilometer per uur.
Trekkracht: 5030 kilogram (Trekkracht is de kracht die op de trekhaak kan worden uitgeoefend. Het gewicht dat over vlakke rails kan worden verplaatst is zoxe2x80x99n 50 maal groter)

Collectie
In 1972 werd de locomotief opgenomen in de collectie van de Museumstoomtram en gerestaureerd. Hoewel de locomotief niet bij Nederlandse stoomtramlijnen dienst heeft gedaan, past zij qua grootte en type bijzonder goed in de collectie. Om dit te accentueren is de locomotief geschilderd in de blauwe kleuren en biezen, zoals die bij de stoomtramlocomotieven van de Maas Buurtspoorweg in Noord Limburg werden toegepast.De locomotief draagt sinds enige tijd de (plaats)naam xe2x80x98Enkhuizenxe2x80x99. Dit geheel in de stijl van meerdere trambedrijven, die locomotieven vernoemden naar plaatsen in de omgeving.Loc 5 is door haar grote kracht vaak aan te treffen voor de drukkere en langere stoomtrams.





Socixc3xa9txc3xa9 de la Meuse, Liegxc3xa9, Societe de la Meuse, nr. 3252, 1929.






De ketelingang en de besturing.






Interieur personenwagon.






Hetzelfde treinstel.






.


Het onderschrift bij deze foto luidt: “Teruggevonden als duiventil”.






Personenrijtuig AB8 van de Zeeuwsch-Vlaamsche Tramweg-Maatschappij.

Rijtuig AB8 werd in 1916 door de Rotterdamse firma Allan gebouwd voor het reizigersvervoer op het grote tramnet van Zeeuws-Vlaanderen. Het rijtuig heeft negen zitplaatsen eerste klasse en 24 in de tweede en deed dienst tot in de Tweede Wereldoorlog. Het kwam niet ongeschonden uit de strijd. Na de oorlog leverde het onderdelen aan andere rijtuigen. Tot 1960 werd de rijtuigbak gebruikt als noodwoning en later als duiventil!

in 1998 verliet de bak Zeeuws-Vlaanderen im opgenomen te worden in de collectie van de Museumstoomtram. Mede dankzij de hulp van vele vrijwilligers wordt het rijtuig nu gerestaureerd en krijgt het een gereconstrueerd interieur en onderstel. Binnen enkele jaren zal ook dit rijtuig reizigers kunnen vervoeren tussen Hoorn en Medemblik. Dankzij de A-status van dit xe2x80x98mobiele monumentxe2x80x99 in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed hebben de Mondriaan Stichting, het VSB-Cultuurfonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Tramweg-Stichting een bijdrage geleverd om de restauratie van het fraaie teakhouten tramrijtuig mogelijk te maken.





Nogmaals dit pra
chtige teakhouten treinstel.







Onze tram, nr 7742.






De reis kan beginnen.






Mooi logo.






Maar dit Zwitserse logo is bekender.






In dergelijke treinstellen heb ik al heel wat keren gereisd.






Tijdens een korte pauze in Wognum of is het Twisk?






Aangekomen in Medemblik. Hier ontkoppelt de locomotief.






En zet de reis dadelijk voort. Wij gaan nu op de boot naar Enkhuizen.





Heb je nog geblogd?

Toen ik deze cartoon in Vrij Nederland zag,
in hun nummer van 4 september 2010,
wist ik meteen dat hij op mijn blog zou verschijnen.
De klodders verf bovenaan verwijzen voor mij naar kunst.
Een thema dat vaak aan de orde komt op mijn blog.
Maar ook de vraag “Heb je nog geblogd.” sprak me aan.
In huis gebruiken wij nog wel eens de uitdrukking
‘een dag niet geblogd is een dag niet geleefd’.
Dat is miscchien overdreven maar enige gedrevenheid
is er toch wel aanwezig om indien mogelijk iedere dag iets te publiceren.
Jiskefet als de brenger van de boodschap vond ik ook wel leuk.





Cartoon met Jiskefet: Heb je nog geblogd.





Shenyang, 1914 – 1934






Jonathan Spence, Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989.





Jonathan Spence
Op zoek naar het moderne China 1600 xe2x80x93 1989
xc2xa9 1990 xc2xa9 1991 voor de Nederlandse taal.

Pagina 387
China en Japan, deel II

De spanning tussen het Japanse leger en de diverse Chinese regeringen
was een afspiegeling van de toenemende problemen in Japan zelf.
Het veelbelovende vooruitzicht van een snelle economische groei,
dat sedert het einde van de negentiende eeuw een aantal jaren had aangehouden,
werd geleidelijk minder.
Ofschoon de toekenning van volledig kiesrecht aan alle Japanse mannen
in 1925 en de troonsbestijging van de jonge,
erudiete keizer Hirohito in 1926 waarborgen leken voor een blijvende vitaliteit,
ging het in feite bergafwaarts met het keizerlijk-constitutionele bewind.
In veler ogen waren de reusachtige, door de overheid geprotegeerde bedrijven
al te machtig en corrupt geworden en hadden ze ook de integriteit
van de gekozen politici en het ambachtelijk apparaat aangetast.
Zowel de landmacht als de marine xe2x80x93 beide goed toegerust en getraind xe2x80x93
ergerde zich aan de internationale verdragen en aan het buitenlandse beleid
dat hun een zinvol functioneren leek te ontzeggen.

De hele natie was doortrokken van vrees voor ondermijnende activiteiten
in het land zelf,
en hoewel de Japanse communistische partij nooit een vuist had kunnen maken,
werd tegen het einde van de jaren twintig een aantal strenge
nieuwe xe2x80x98wetten tot behoud van de vredexe2x80x99 aangenomen,
die de politie bij de jacht op binnenlandse onruststokers
speciale bevoegdheden gaven.
De bevolking, die sedert de Meiji-hervormingen in omvang was verdubbeld
en in 1928 de 65 miljoen zielen bereikte,
werd geconfronteerd met werkloosheid in de steden
en een agrarische depressie.
Beide werden ernstiger toen de beurscrisis in de Verenigde Staten aankondigde
dat de zeer omvangrijke markt voor Japanse zijde in dat land op instorten stond,
waarmee duizenden arbeiders in Japan hun baan,
en boeren hun voornaamste bron van neveninkomsten zouden kwijtraken.
Van 1929 op 1930 zakte de prijs van zijde tot een kwart van het oude niveau,
terwijl de Japanse export naar de Verenigde Staten met veetig procent daalde.
De Japanse uitvoer van parels, voedsel in blik en porselein
naar de Verenigde Staten had te lijden van de Tariefwet Smoot-Hawley uit 1930,
die de invoerrechten met gemiddeld 23 procent verhoogde.
In diezelfde jaren daalde de export van Japan naar China met vijftig procent.

Wikipedia

De Meijiperiode is een periode in de Japanse geschiedenis, die begon bij de restauratie van de Meijikeizer, naar het centrum van de macht in 1868, en duurde tot de dood van deze keizer in 1912. Voorafgaand aan de Meijiperiode was de Edoperiode, die bestuurd werd door een aristocratisch-bureaucratisch systeem, de bakufu. Aan dat systeem was een traditie van afzondering verbonden, dat onhoudbaar werd door de dreiging van bezetting door het Westen. Door de spanning die daaruit ontstond, kwam er een revolutie van de lagere “adel”, gesteund door het keizerlijk huis tot stand die het Tokugawa-shogunaat omver wierp.

Hervormingen
De Meijiperiode werd getekend door de snelle verandering naar een modern land dat kon concurreren met het westen. Hiertoe werden op zeer veel fronten in de maatschappij veranderingen doorgevoerd (o.a. in de wetenschap, technologie, gezinsinrichting, handel, scholing en medische zorg).

Economische verandering
Er werden in hoog tempo staatsbedrijven gecrexc3xaberd, die dan (met uitzondering van de militaire industrie) wanneer ze economisch rendabel waren, geprivatiseerd werden. Ook werd de infrastructuur uitgebouwd, er werden nationale post- en telegraafsystemen ingevoerd, en buitenlandse technologie werd gexc3xafmporteerd.

Ondanks de sterk groeiende economie en het optimisme van de Japanse bevolking, was Japan toch nog een vrij arm land ten tijde van de Meijiperiode. Het is dan ook omtrent deze tijd dat Japan zijn eerste economische emigranten kreeg. Deze gingen vooral naar Latijns-Amerika, waar nog altijd afstammelingen van hen wonen.

Nationalisme
Ook was een item van de Meijiregering om van Japan xc3xa9xc3xa9n coherent land te scheppen, hiertoe werden de Europese nationalistische ideexc3xabn overgenomen, en ook de tot dan toe typisch Europese rassentheorie werd gebruik om het idee van een sterk historisch logische Japanse eenheid te scheppen. Het is waarschijnlijk het overnemen van deze ideexc3xabn geweest die de wortels zijn geworden van de Japanse rol in de Tweede Wereldoorlog. Desalniettemin slaagde de strategie van de Japanse regering erin om een sterk land met een moderne economie en defensiemacht te maken, dat buiten het gevaar van kolonisatie door westerse landen kwam te staan.

Enkele hervormingen op een rijtje
Afschaffing van de Samuraiklasse
Afschaffing van het lijfeigenschap van boeren.
In 1893 ging Japan over op de Gregoriaanse kalender.