Afgelopen jaar ben ik drie weken in China geweest.
Daar heb ik heel veel interessante dingen gezien en ook
heel veel mooie dingen.
De eerste dagen is wel even wennen. De taal kan een
grote barriere zijn. Kost je zeker tijd.
Misschien is het voor sommige mensen weggelegd om de
taal te leren maar ik heb niet echt een talenknobbel.
De reisorganisatie die mij geholpen heeft met het
boeken van de vluchten, de hotels en drie excursies is
Tiara tours in Breda.
We hebben gezocht naar een mogelijkheid om met zo
min mogelijk vluchten in China te komen, mijn
programma te doen en weer thuis te komen.
Het idee was om naar Oezbekistan te vliegen, dan met de trein,
via Ürümqi naar Dunhuang te gaan. Maar op dat moment
was het niet mogelijk om China binnen te komen via
het traject Almaty (Kazachstan) – Ürümqi.
Dus het werd een vlucht
Amsterdam – Frankfurt – Beijing – Dunhuang.
Ik twijfel even hoe ik dit verslag ga aanpakken. Ik kan
me concentreren op de hoogtepunten: Mogao Caves,
Gandhara-tentoonstelling in het Gansu Provincial Museum
in Lanzhou, Terracotta Army of de ovens van de
Keizerlijke porcelein fabriek in Jingdezhen.
Maar besluit voor de eerste delen mijn geschreven
verslag te volgen.
Op 15 september ga ik naar Amsterdam. Dat is een vrijdag.
De vluchten duren 25 uur en ik zal dus zondagmiddag
in Dunhuang zijn. In Amsterdam ga ik naar de boekenmarkt
op het Spui en ga op zoek naar het Portugese restaurant
‘Portugalia’ in de buurt van het Leidseplein.
Maar het blijkt niet meer te bestaan.
Het restaurant wordt voortgezet als Portugalia Tasca, ergens
anders in Amsterdam. Misschien niet ver weg maar het
zal voor een volgende keer zijn.
Op 16 september ontbijt ik op Schiphol.
Op de vlucht van Frankfurt naar Beijing heb ik een stoel
bij de nooduitgang gekocht en op de vluchten naar Frankfurt
en van Beijing naar Dunhuang heeft men mij zo’n zelfde
plaats toegewezen.
Op Frankfurt was het erg druk maar ik zag dat je ook
via een self service door de douane kunt als je een
Europees paspoort hebt. Dat ging vlot.
Ik zal nog heel wat (extra) controles moeten ondergaan
op de vliegvelden en in China. Zie rode stempel hieronder.
Op 17 september ben ik dan in Beijing. Het is een hele tijd
wachten voor de volgende vlucht. Dat geeft tijd genoeg voor
vingerafdrukken, paspoortcontrole, de verandering van
terminal en nog een Ommetje.
Volgens mijn verslag:
Aangekomen in Beijing. Het is veel veranderd ten opzichte van 7 jaar geleden. ‘Het’ is het aankomstprotocol op de luchthaven. Er staan nu veel automaten. Geen formulieren invullen, nou ja, niet zo veel dan toch. Bovendien staan er jonge beambten bij die computers die misschien niet heel veel Engels spreken maar ze weten uit welk vliegtuig je komt en weten dus wat waar ingevuld moet worden. Doordat je het paspoort inscant, weet de computer je taal en toont schermen in het Nederlands en spreekt je ook aan in het Nederlands. Na een snelle security check volgt een ritje met een soort van trein zonder bestuurder die je naar het punt van de bagageclaim brengt. Vandaar rijdt een bus naar Terminal 2 (ik kwam aan op 3) voor de binnenlandse vlucht. Mijn bagage kon ik meteen inchecken al duurt het nu ik dit schrijf nog 5 uur voor de vlucht vertrekt.
Vertrek je in Amsterdam met een groep passagiers die bijna allemaal
Westers is, in Frankfurt verandert de samenstelling met meer
reizigers uit Azië. In Beijing verandert dat opnieuw. Nu ben je
als Westerling in de minderheid.
Op de luchthaven bestel ik iets te eten van een menu met foto’s.
De serveerster gebruikt een vertaalapp op haar telefoon en dat
werkt goed.
Mijn telefoon is al wat ouder en in Dunhuang zal
mijn telefoon kapot blijken te zijn. In het begin werkt de
VPN nog wel, maar al snel niet meer. Ik doe het verder zonder
maar een goede recente telefoon helpt je enorm.









