Mijn foto’s van de Pieta’s van Jan Fabre

Overzicht van het werk Pieta’s van Jan Fabre in Park Spoor Noord.


‘In mijn interpretatie ‘Barmhartige droom’ (Pieta V) offert de moeder zich op voor haar zoon. Dit keer ligt niet Jezus, maar wel een kunstenaar in haar handen. Uit de hand van de kunstenaar glijdt een brein. Ik heb mezelf hier afgebeeld in de traditie van het zelfportret omdat ik in een soort geleende tijd leef, net zoals Christus vind ik. Hij heeft zich opgeofferd voor zijn geloof. Ik offer mezelf als kunstenaar aan de schoonheid’.


.


Jan Fabre, Cocon.




De vier eerste sculpturen zijn grote hersenen waaruit telkens een spiritueel of religieus symbool groeit: het kruis van het paganisme of de nagels van Christus. Daarmee refereer ik naar verschillende geloofsovertuigingen.



Jan’s brein glijdt uit zijn hand.


Jan Fabre portret in marmer.


Ga je dan ook akkoord met wat Marcel Duchamp (1887-1968) zei? Dat het kunstwerk voor 50% wordt gemaakt door de kunstenaar en de rest wordt voltooid door degene die het ziet?

JF: Uiteraard. Goede kunst is soeverein en komt tot leven via de ogen en het brein van de toeschouwer. Eigenlijk is het een soort geheim verbond.


Voor mij is schoonheid de kleur van de vrijheid. Dat betekent dat esthetiek en ethiek samen moeten kunnen gaan, want als je enkel esthetiek uitbeeldt, dan is dat niets meer dan make-up. Heel veel van mijn werken verleiden. Je wilt ze aanraken. Dat fysieke aspect is heel belangrijk. Maar wie dichterbij komt, kan inderdaad wel eens weerhaken voelen. Dat is de essentie van het werk. Die weerhaken zullen je raken in je lichaam en geest. Ze zullen wonden creeren in je denken.


‘Elk insect refereert naar het lichamelijke en zintuiglijke, maar ook naar oude installaties en tekeningen’.



Het is een ode aan het brein. Imitatie, empathie of compassie hebben we niet van God gekregen. Het is een constructie die ons brein voor ons maakt.




De teksten die ik als toelichting gebruik bij mijn foto’s
zijn afkomstig uit twee interviews met Jan Fabre:
een interview met tekst van Nathalie Allard;
een interview door Hilde Van Canneyt.