Egypte 2006 06: Nubisch museum

24/12/2006 Zondag (Vervolg)

Aswan.

Dan naar Philae.
De tempel van Isis (zie vorige verslag)

Gaan wandelen, langs de winkels, op zoek naar de veerboot
voor de Tombs of the Nobles.

Toen we de veerboot hadden gevonden, over gestoken waren
en het kaartjeskantoor gevonden hadden, ging het complex bijna dicht (?).
Dan maar terug, nog wat winkelen.

Dadels in overvloed in Egypte.

Om van kruiden nog maar te zwijgen.

Wat dit precies zijn weet ik niet.

Dit kunstwerk noem ik: Oude deur met Kerstman.

De lastdieren zien er vaak erg zielig uit.

Hun dagen zijn geteld.

De zandduinen op de achtergrond, een felucca op de Nijl.
Een stoplicht in een winkelstraat.

Ondergaande zon, de Nijl en felucca’s.

Een verse jus bij Sunset (staat dit cafe al in de Lonely Planet ?)

Ik heb het thuis nog eens gecontroleerd, maar nee,
dit cafe staat niet in de LP.
Wanneer je langs de grote Koptische kerk loopt richting Nubisch museum
of het Old Cataract hotel, tref je tegenover de ingang van genoemd hotel
een gebouw met daarin een aantal winkels.
Helemaal boven op het dak is het Sunset cafe.
Het doet zijn naam eer aan.

Aansluitend gaan we naar het Nubisch museum.
Een hele mooie collectie, mooi ruim opgezet museum.
Alle toelichtingen meertalig en er is zelfs een soort Engelstalige catalogus.
Een aanrader!

Toegangskaartjes Nubisch museum.

Een Egyptisch (Nubisch) leger.

Oorbellen.

Maquette van de Tempel van Isis (Philae).

Een kroon.

Koptische motieven op steen, delen van een deur- of raampost.

Koptische muurschildering.

Dezelfde muurschildering maar dan uit de catalogus.

De verschillende dadelsoorten:.

Sukudi, Bertimoda, Agwa, Qandila, Jinjela, Qurquda, Duquna, Jeyldina,
Karya, Kurusha en Gau.

Na het lezen van een aantal artikelen over dadels,
denk ik dat het hier niet zozeer om dadelsoorten
maar om toepassingen van dadels.
Zo is Agwa een dadelpulp die in koekjes wordt verwerkt.
Soorten waar naar verwezen wordt heten bv Zaghloul,
Amhat, Samany en Siwi

Nee, niet de Efteling. Een reconstructie van een Nubisch dorp: de school.

Engelstalige museumcatalogus.

Hoofd van Koning Shabatka.

Tussendoor de Koptische kerk bezocht.
De kerststal wordt verborgen gehouden.
Jammer!

De Koptische kerk.

Van het opmaken van het bed werd in de hotels werk gemaakt.
Er zullen nog voorbeelden volgen.
Op Kerstavond vonden we een ‘sok’ met lekkers (sinasappel en snoep.

Al-AHram Weekly, 27/11/2003

From palm to plate

Soft, succulent and rich, agwa is to die for.
Lina Mahmoud and photographer Sawsan Amer trace the treat’s production

Palm trees have been planted in Egypt since the dawn of history.
They are mentioned in The Book of the Dead.
Palm trees were named Bnr or Bnrt in the Hieroglyphic language.
The word means sweet and the liquor
made from the palm trees was called the liquor of life.

Deep in the villages of Giza — the governorate home
to an estimated 414,400 palm trees — amongst forests of date-laden palms,
is the hidden industry of agwa.

The most famous of agwa producing villages is Al-Marazeek,
whose name means “those who are lucky in finding work and money”.
The life of the village is directly linked to that of its trees.
In addition to dates and agwa,
the village also produces furniture from palm fronds.
Camels carrying palm products from one side of the village
to the other is a common sight.

Typical of the village is the Sayed Said family,
who own a small gheit (a garden of palm trees) of 20 palms.
Said sat making vegetable crates from palm fronds that sell for 75 piastres,
explaining that he has “done all sorts of jobs related to palm trees.
When it is time for pollination I climb the trees to pollinate them.
When it is time for harvesting the dates I climb them again.
And later on in the season I make vegetable crates
with the discarded stems of trimmed palms.”

We spoke as the village was immersed in the production of agwa —
the first batch of which hit the market this month.
The coincidence of the agwa season and the Eid Al-Fitr
which follows the month of Ramadan,
and whose hallmark is cookies filled with the soft and chewy agwa,
could not be better.

It all starts in September and October,
when the men tie themselves to the palm trees with sturdy ropes
and hoist themselves to where the ripe dates await harvesting.
The dates are dropped into a large iron plate
tied to the lower part of the tree, where another man waits.
After this process is completed, both men pick the dates
apart from their sobata (stems),
and transfer them to ginab (round hand-woven containers).

The next step is usually done by women “because they are more patient”,
according to the villagers.
The women sort the dates on long hassayer (mats)
and leave them in the sun to dry.
Though the process takes a whole day
it does not get the women off the hook from their daily chores.
They continue their routine of drawing water through hand pumps
and carrying it to their husbands in the fields and to home,
in addition to cooking and cleaning.