Londen, The Wallace Collection, Ranjit Singh, Unknown East India Company clerk, ‘True copy’, Receipt marking the formal transfer of the Koh-i-Noor diamond from the Sikhs to the British, Gosainganj, Lucknow, 1851, ink on paper.
Zo’n document is niet eenvoudig te lezen.
Een paar dingen kon ik lezen en die laat ik
hieronder nog even zien:
Namens de Britten staat er op dit ‘ontvangstbewijs’ een lijst met namen met boven aan ‘Dalhousie’, die van het plein in Kolkata.
Het gaat om een copie naar waarheid. ‘Betrouwbaar dus’, wil de schriver zeggen.
In het gedeelte met de condities staat dat het ontvangstbewijs betrekking heeft op de Koh-i-Noor. De op dat moment grootste diamant van de wereld. Nu te zien in de de kroon die onlangs nog werd gebruikt door Charles. De diamand is (onder druk) afgestaan door de Sikhs en naar Engeland afgevoerd met nog veel meer zaken. In deze afbeelding zie je hetzelfde fragment twee maal. In de onderste versie heb ik daar waar mogelijk voor mij, de tekst herhaald in blokletters.
Unknown court artist, Maharaja Duleep Singh and Lord Dalhousie, Lahore, Punjab, about 1849 – 1850, gouache heightened with gold on paper. Maharaja Duleep Singh is de troonopvolger. Zijn familie is omgebracht of buitenspel gezet door de Britten. Maharaja Duleep Singh is dan nog erg jong. Ook hij zal worden afgevoerd naar Engeland om daar een opleiding te krijgen en te verpieteren.






