Filosofie van de kunst: hoofdstuk 4: Vorm

Filosofie van de kunst
Anne Sheppard

Hoofdstuk 4: Vorm.

Een kunstwerk kan beschreven worden in termen van emotie
(met al de problemen die we eerder zagen in hoofdstuk 3)
of in termen van Vorm.
Dat is wat anders dan in termen van techniek.
Bij techniek ligt de nadruk op het hoe
(fijne penseelvoering, olieverf, klei,xe2x80xa6).
Bij vorm bespreek je zaken als het perspectief,
kleurgebruik, de ideale proporties van bijvoorbeeld
menselijke lichamen of gebouwen of de driehoeksopbouw (compositie)
van een werk.





Rembrandt, Abraham ontvangt drie mannen, 1656.


Deze afbeelding is uit het boek “De God van Rembrandt”.
Dat boek is geschreven door Gerda Hoekveld-Meijer.
Bij deze ets staat een prachtige verhandeling over hoe de compositie
in elkaar zit en waarom hij zo in elkaar zit.
Zeer leesbaar, zeer interessant.



Speciaal vraagt aandacht het gebruik van die vormkenmerken
in een werk, hun samenhang of juist hun tegenstelling, hun structuur.

Kant onderkent in dit verband twee soorten schoonheid:
1. vrije schoonheid

Dat is de schoonheid van een object vanwege zijn vorm zonder dat je daarbij het doel van het object er bij betrekt. Een voorbeeld hiervan zijn bloemen of decoratieve figuren.


2. Afhankelijke schoonheid.

Hanslick (muziektheorie, Sheppard wil onderzoeken
of zijn theorie die ontwikkeld is vanuit een beperkt,
specifiek kunstgebied, toepasbaar te maken is op alle kunstuitingen)
Hanslick geeft aan dat een esthetische analyse
op basis van vormen alleen mogelijk is als je naar de kern van muziek kijkt.
Dus een muziekstuk met zang valt niet onder deze beschouwing
(is geen kunst?).
Vormen waar je dan naar kijkt/luistert zijn de melodie,
de harmonie, het ritme en de instrumentatie.

Kritiekpunten op Hanslick liggen voor de hand:
= zijn ideexc3xabn passen alleen op instrumentele muziek;
= Hanslick stelt dat muziek niet kan weergeven,
geen emoties tot uiting kan brengen.
Daar wordt door veel mensen anders over gedacht.
= hij sluit de titel of de tekst die bij de muziek hoort
volgens de componist, uit van zijn analyse.

Dus te veel beperkingen en gebaseerd op een te kleine hoeveelheid werken
om hier te kunnen spreken over een algemener theorie.

Vervolgens maakt Sheppard nogmaals een dergelijke analyse.
Deze keer van de werken van Clive Bell en Roger Fry.
Bell spreekt zich uit over de xe2x80x98significante vormxe2x80x99 en
spreekt in dit verband veel over Paul Cxc3xa9zanne.

Wikipedia:

Paul Cxc3xa9zanne (Aix-en-Provence, 19 januari 1839 xe2x80x93 Aix-en-Provence, 22 oktober 1906) was een Franse kunstschilder. Cxc3xa9zanne behoort tot het postimpressionisme, een Europese kunststroming die volgt op het impressionisme. Zijn werk vormde een brug tussen het impressionisme en het kubisme.



Zo schrijft Bell in zijn standaardwerk Art onder andere het volgende:
xe2x80x9dCxc3xa9zanne is the Christopher Columbus of a new continent of form.xe2x80x9d
(Cxc3xa9zanne is de Columbus (lees de ontdekker)
van het nieuwe continent genaamd Vorm.)
Dit werk is overigens in zijn geheel te lezen via het Project Gutenberg.
Daar is voor deze beschrijving gebruik van gemaakt.





Paul Cxc3xa9zanne. Deze zwart/wit afbeelding staat in het werk Art van Clive Bell zoals ik dat vond op Project Gutenborg. Ik heb gezocht naar een kleurenversie van dit werk maar kon dat zo gauw niet vinden. Helaas ken ik de naam van het werk niet en dat geldt ook voor het jaartal waarin het gemaakt is.




En even eerder schreef Bell:
xe2x80x9cFrom that time forward Cxc3xa9zanne set himself to create forms
that would express the emotion that he felt
for what he had learnt to see.
Science became as irrelevant as subject.
Everything can be seen as pure form, and behind pure form
lurks the mysterious significance that thrills to ecstasy.
The rest of Cxc3xa9zanne’s life is a continuous effort to capture and
express the significance of form.xe2x80x9d


(Vanaf die tijd heeft Cxc3xa9zanne zich ten doel gesteld
vormen te creeren die de emoties uitdrukken die hij voelt
voor wat hij geleerd heeft te zien.
Wetenschap (Kennis) werd net zo onbelangrijk als het onderwerp.
Alles kan gezien worden als een pure vorm,
en achter die pure vorm lonkt de significante vorm
die vervoert tot extase.
De rest van het leven van Cxc3xa9zanne (na 1880) is een constante poging
de significante vorm te vangen en uit te drukken.)





Paul Cxc3xa9zanne, The house with the cracked walls, 1892 – 1894. Niet dezelfde afbeelding als de zwart/witte maar vergelijkbare sfeer/voorstelling.




Bell heeft minder waardering voor de klassieke Griekse kunst
of de Renaissance omdat daar sprake is
van een hoge mate van realistische nabootsing.
Mooi aan deze opmerking is dat Bell er dus van uit gaat
dat het schilderen van de significante vorm in die kunst wel degelijk aanwezig is.

Fry spreekt vooral over het belang van de vormkenmerken en de structuur
die daarmee gecrexc3xaberd wordt. Daarbij doen zich twee problemen voor:
1. hoe bekijk, analyseer je individuele vromen in een werk.
Daarvoor wordt geen handreiking gedaan.
2. wat is dat nou dat xe2x80x98significantexe2x80x99, significant ten opzichte van wat?

Vervolgens maakt Sheppard naar mijn gevoel een aantal vreemde bokkensprongen.
Ze beschrijft een ruimtelijk schilderij en geeft dan aan
dat het moeilijk is dat werk puur als vormen te bekijken.
Geeft vervolgens aan dat in de Islamitische kunst,
waar afbeeldingen van mensen of dieren verboden zijn (?, volgens mij
niet helemaal correct), de neiging bestaat
afbeeldingen van tweedimensionale vormen te maken (bloemen,
sierlijke decoraties op basis van tekst bijvoorbeeld).
Wij, westerlingen, zullen dat snel saai vinden.
Onze westerse neiging is om in een afbeelding een soort van foto te zien.





Schotel, Ottomaans, Iznik, circa 1480, Gemeentemuseum Den Haag, OCE19360006.




Dat westerlingen snel oordelen dat afbeeldingen met uitsluitend
tweedimensionale vormen saai zijn betekent nog niet
dat dit waar is voor iedereen.
Daarnaast zou het zo kunnen zijn dat de ideale manier van werken
met alleen vormen nog niet tot volle ontwikkeling is gekomen.
xe2x80x98De feiten geven aan hoe moeilijk het voor mensen is
belangstelling voor louter tweedimensionale visuele vormen
te blijven opbrengen!xe2x80x99
Feiten? Welke feiten?
Sheppard is hier niet overtuigend.
Intuxc3xaftief voel ik wel voor haar standpunt maar ze overtuigd hier niet.

Sheppard gaat dan nogmaals in op het begrip xe2x80x98significantexe2x80x99 vorm.
Terecht lijkt me.
Significant duidt er volgens haar op dat vormpatronen op zich
slechts van een beperkt belang zijn.
Die zijn blijkbaar minder significant.
Probleem is alleen dat blijkbaar in genoemde theoriexc3xabn niet wordt uitgelegd
wat xe2x80x98significante vormenxe2x80x99 precies zijn.

Bell stelt bijvoorbeeld dat de kunstenaar door de zuivere vorm
de esthetische emotie tot uitdrukking brengt.
Klinkt allemaal heel geleerd maar h
et blijft allemaal erg vaag.

Inmiddels ben ik aangekomen op pagina 58 waar Suzanne Langer
het als volgt uitlegt:
xe2x80x98dat vormen van kunst op de een of andere manier overeenkomen
met vormkenmerken van menselijke emoties in het algemeenxe2x80x99.

Een gemeenschappelijk en opvallend kenmerk van de formalisten
die Sheppard bespreekt is dat ze er zich bewust van zijn
dat de verschillen tussen de verschillende kunstvormen
(muziek, schilderen, beeldhouwen, dans enz) groot zijn.

De vraag die bij mij al lezend opkwam is hoe breed is nu dat formalisme.
De ideexc3xabn die tot dit punt besproken zijn waren niet erg breed.
Ze hadden betrekking op muziek of op schilderkunst. Niet meer.

Er wordt gesproken over vormelementen.
Misschien is het goed een kleine opsomming te geven van die vormkenmerken:
Muziek: ritme, instrumentarium
Poxc3xabzie: metrum, rijm
Proza: plot en thema (rangschikking van woorden,
structuur van de tekst en inhoud)

Het verbaast me dat Sheppard stelt dat er tussen de kunstvormen
weinig overeenkomstige vormen zijn. Wat te zeggen van
= beeldende kunst/kleur en muziek/klankkleur
= beeldende kunst/symmetrie en poxc3xabzie/rijmschema
= literatuur, muziek en dans/herhaling
= literatuur/thema en muziek/thema

Plots komt deze structuur op pagina 60 en 61 dan toch aan de orde.
Ik ben verward.

Sheppard staat dan nog even stil bij het formalisme in relatie tot
de literatuur en gaat dan nog even in op het structuralisme.
De stroming die sterk de nadruk legt op de relatie
tussen verschillende vormelementen in een werk
en de allesomvattende structuur.
Zo kunnen herhaling en contrasten leiden tot een symmetrisch schema in een tekst.

Sheppard haalt nog een stroming aan, de nieuwe Amerikaanse kritiek.
Ze hanteren 3 normen waaraan een kunstwerk volgens hen moet voldoen:
eenheid, complexiteit en intensiteit.
Mijn eerste indruk daarvan is dat eenheid en complexiteit vormkenmerken zijn
en intensiteit meer naar de expressie (hoofdstuk 2) verwijst.

Het probleem voor mij met dit hoofdstuk is dat er weinig samenhang in zit.
Dat kan komen omdat er eigenlijk geen allesomvattende theorie
over het formalisme bestaat of dat Sheppard haar werk niet goed doet.
Voorlopig ga ik nog maar even van het eerste uit:
er is gen allesomvattende formalistische theorie.

Op pagina 63 probeert Sheppard die dan toch te formuleren.
Volgens haar luidt de allesomvattende formalistische theorie als volgt:
xe2x80x98het essentixc3xable kenmerk van kunst is de presentatie van elementen
in geordende en gexc3xbcnificeerde relaties.
Welke elementen het betreft, verschilt van kunstvorm tot kunstvormxe2x80x99.

Deze theorie houdt zich alleen met het kunstwerk bezig.
Het geeft verklaring voor de relatie tussen de kunstenaar en het publiek.
Het geeft geen toelichting op de relatie van het werk en de wereld.
De theorie zegt niets over de informatieoverdracht die er plaatsvindt.

Kortom, hier is het laatste woord nog niet over gezegd.