Arie (van Kooten):
“..en toen vroeg-ie: “Wo ist der Bahnhof?”
(…) En ik dacht:
nou kan je wat doen voor het vaderland, Arie.
En ik wist dat het station daar was
(wijst een bepaalde richting uit)
maar ik zei (wijst een andere richting uit)
“Do! Do ist der Bahnhof!”