Museum Volkenkunde Leiden

Gisteren (30/12/2008) ben ik in Leiden geweest.
Het museum van volkenkunde had ik in Leiden nog nooit bezocht.
Wel in Breda.
Vroeger was er in Breda een soort dependance van het museum.
Het was gevestigd in wat nu het appartementscomplex
Justines van Nassau is.
Ik ben daar toen meerdere keren geweest.
Ik herinner me nog de prachtige opstelling
van een levensgroot beeld van een stier (Nandi).
In een donkere ruimte met een spotlicht op het beeld.
Prachtig.



Het museum is opgebouwd langs een route die alle werelddelen afgaat.
Het is een groot museum, heel geschikt ook voor bezoek met kinderen.
Wij hebben de Noordpool, Noord Amerika, Midden en Zuid Amerika,
Afrika, Azie, Indonesie en Oceanie bezocht.
Blijven nog over Japan, Korea en China.



De collectie is samengesteld uit vele verzamelingen.
Natuurlijk heel wat voorwerpen uit ons koloniaal verleden
maar ook van plaatsen waar je niet zomaar
zo’n fantastische collectie van zou verwachten.
Bijvoorbeeld een verzameling van 150 kruiken uit Peru.


Museum gids.

De leuke museumgids helpt je op je weg door het museum en is later
nog een leuk naslagwerkje en vehalenbundel.
Regelmatig staat er een kort verhaal van Boudewijn Buch in dit gidsje.
Die verhalen hebben allemaal met musea, het verzamelen of
de onderwerpen te maken.




Het bloedoffer van vorst Vogel-Jaguar, Maya, Guatamala, circa 766.


Het bloedoffer van vorst Vogel-Jaguar, detail.


Levensboom/Kandelaar, Mexico, 1966.


Olok (hoofdtooi) van het Wajana volk, Suriname, circa 1930.


Hetzelfde voorwerp, nu het plaatje van de website van het museum.


Hoofdtooi van de Jivaro, Macuma, Ecuador.

Hetzelfde voorwerp, nu het plaatje van de website van het museum.


Kop van een vorst, Bini, Benin, Nigeria, 18e eeuw.

Gestileerde beeltenis van een koning, een Oba, met cylindervormige kralen halskraag en ronde muts van netvormig verwerkte kralen. Vanonder de muts komen 22 strengen langwerpige kralen en drie vlechten uit. In het gezicht, vlak boven de ogen, bevinden zich drie tatoeages. Deze zijn kenmerkend voor de Beninstijl. Benin-bronzen behoren, mede door hun technische perfectie, tot de beroemdste kunstuitingen van het Afrikaanse continent. Volgens plaatselijke overleveringen is de bronsgiettechniek in de dertiende of de veertiende eeuw ten tijde van de vijfde Oba, Oba Oguola, vanuit de stad Ife, in het ten noordwesten van Benin gelegen Yoruba-gebied, in Benin gexc3xafntroduceerd. De vroegste Benin-bronzen zijn vervaardigd van schaarse inheemse koperlegeringen. De bronzen werden gegoten in de zogenoemde ‘verloren -was’ techniek. Wanneer vanaf de eerste helft van de zestiende eeuw steeds meer messing van Europese origine door Portugese koopvaarders wordt aangevoerd, leidt dit tot een sterke stijging van het aantal – en het gewicht – van de gietsels. Er ontstaan geheel nieuwe categoriexc3xabn objecten, zoals de muurplaten waarmee pilaren in het paleiscomplex van de Oba werden versierd. In Benin vormde het bezit van bronzen het exclusieve voorrecht van de Oba. Wanneer een Oba stierf, gaf zijn opvolger opdracht een aantal koppen te gieten, die dan een plaats kregen op het voorouderaltaar dat aan de overledene werd gewijd. Vergelijkend onderzoek heeft echter uitgewezen dat koppen van dit type niet gexc3xafdentificeerd kunnen worden met historische persoonlijkheden, maar eerder gestandaardiseerde voorstellingen van vorsten zijn. Aan de bovenkant van zulke koppen bevindt zich een cirkelvormige opening, waarin een met snijwerk versierde olifantstand werd geplaatst. De kraag rondom de hals en de muts op het hoofd zijn gemaakt van bloedkoraal. Dit materiaal werd door de Portugezen aangevoerd uit het westelijk deel van de Middellandse Zee. Deze zeer fraaie kop – een van de circa honderdvijtig bronzen in de gevarieerde verzameling van het Rijksmuseum voor Volkenkunde – is waarschijnlijk vervaardigd in de zeventiende eeuw.






Sorongo cultuur, grafsteen?, voor 1833.


Ganesha, Singasari, 13e eeuw.








Mannenhuis, Abelam cultuur, East Sepik -provincie / Sepik -gebied / Papoea Nieuw-Guinea, 1984 .