Egypte 2006 24: tombes van de notabelen

30/12/2006 Zaterdag (vervolg)

De fietstocht vervolgt.
Na de tempel van Seti I gaan we
een aantal graftombes van notabelen bezoeken.
Deze zijn werkelijk bijzonder.
Niet te vergelijken met de tombes in Aswan.

Het toegangskaartje, je kunt er drie graven mee bezoeken.
Leuk is wel dat die graven van de weg af niet aangegeven staan.
Kaartjes (ook die in de Lonely Planet) kunnen je op het spreekwoordelijke
verkeerde been zetten.
Even zoeken dus.

De westelijke oever van de Nijl, een dorp midden tussen de opgravingen.

Het begin (of einde) van de woestijn.

Tombs of the Nobles, de toegang tot een van de graven
die je kunt bezoeken.
Vaak liggen er zo twee of drie bij elkaar.

Zoals te zien liggen de graven tussen de huizen ingeklemd.

In de graven mag je geen foto’s maken.
Dat is jammer maar gelukkig zijn op het web genoeg foto’s te vinden.
Dit graf is van Ramose.
Ik vond het haar prachtig afgebeeld.
Dat kun je op de afbeeldingen, die ik op het web vond, ook zien:

Userhat.

Kha’em Het.

Het Ramesseum is te zien op de voorgrond, daarachter het groen.
De Nijl ligt hier dus achter, ongeveer 3 a 4 kilometer
vanaf het punt van de fotograaf.

Overal zie je gaten in de wanden (graven?).
De ‘gidsen’ hebben liever niet dat je daar zonder begeleiding rond loopt.
Jammer want een ‘Indiana Jones’-gevoel overvalt je wel.

Tussen al drie graven is ook een guest house, zeg maar een hotel.
Met terras. Daar hebben we even zitten genieten van het uitzicht.

Voor Ramose, bekijk de volgende web site:
Link: Ramose.
Een kort verhaal over Ramose in het Engels:

Ramose was a Governor of Thebes and Vizier
during the 18th Dynasty during
the reigns of Amenophis III and Amenophis IV (Akhenaton, the heretic king).
There are no children seen in any of the decorations of his tomb,
so we assume he and his wife, Meryet-ptah were childless.
We believe his father to have been Neby,
who served in northern Egyp as a superintendent of Amen’s cattle
and in the delta as the temple’s superintendent of the granary.
His mother was Apuya.
Ramose’s tomb in the general region of the Tombs of the Nobles,
specifically at Sheikh Abd el-Qurna on the West Bank at Luxor
(ancient Thebes) is well done for a private tomb,
particularly considering that many of the scenes are in relief.
It is also fairly large for a private tomb.
The tomb was first made known to the modern world
by Villiers Stewart in 1879,
who returned to do more work on the tomb in 1882.
Gaston Maspero continued the work of Stewart,
but it was Robert Mond, working for the Metropolitan Museum of Art
who restored the tomb to its present condition in 1924.