Keizersnede bij koe

Een bijzondere gebeurtenis tijdens ons ‘krea-weekend’
was de geboorte van een kalf door een keizersnee.
De kennis waar we op bezoek waren heeft een boerenbedrijf.
Op het bedrijf worden kalveren van dikbilkoeien gefokt.
Deze dieren gaan vervolgens naar mesterijen waarna ze
via het slachthuis op ons bord belanden als biefstuk.



(Moeder en jonggeboren kalf)

Deze kalveren komen bij dit ras altijd met een keizersnee ter wereld.
Afgelopen zondagmiddag waren we daar getuigen van.
We hadden het geluk dat de Belgische veearts de tijd nam
om ons als toeschouwers uit te leggen wat hij zoal deed.



De keizersnee-techniek is een oude techniek.
Bij runderen werd deze techniek tot aan de jaren ’60 van de vorige eeuw
vooral toegepast in noodsituatie.
De zwangerschap van het dier dreigde fout te lopen.
Dat wil zeggen dat waarschijnlijk kalf en koe verloren zouden gaan.
In die situaties werd er voor gekozen in ieder geval het kalf te redden.
Dat gebeurde door een keizersnede aan de rechterkant van de koe.
Aan die kant zit de baarmoeder.
Daar zitten echter ook de vele meters darmen van de koe.
Die darmen zijn erg bewegelijk en leveren een groot probleem op
bij een keizersnede aan de rechterkant van de koe.
Vandaar dat deze operatie tegenwoordig aan de linkerkant
wordt uitgevoerd. Dat is de kant waar de magen van de koe zitten.
Die houden de darmen op z’n plaats.



(De aanstaande moeder)

De operatie vindt plaats onder plaatselijke verdoving.
Een algehele narcose heeft nogal wat nadelen.
Allereerst reageren dieren (net als mensen) heel verschillend op narcose.
Het dier moet daar echt van herstellen.
Daarnaast loopt een staand dier in een stal veel minder
besmettingsrisico dan een dier dat op de grond ligt.
Verder is een dier in narcose heel moeilijk (gewicht) te verplaatsen,
op de juiste plaats te leggen ed.







(Aanstaande neven en nichtjes of halfzusjes/broertjes)

We hadden geluk. De aanstaande moeder is een erg rustig dier.
In het begin was het zeker onrustig maar gaande weg ging het steeds beter.



Deze runderen zijn van nature langharig maar in een stal levert dat allerlei
vervelende situaties op: ongediertes, vuil, schurft etc.
Nu begint de veearts de korte haren te reinigen, te scheren en
daarna nog eens de huid te reinigen.
Zelf ontsmet de veearts zich ook.








(Een mooie roze postzegel wordt zichtbaar)

Dan wordt er een eerste insnijding aangebracht.
Vervolgens gaat de arts door de wand om bij het buikvlies te komen.
Voor de koe is het doorsnijden van de buikwand het meest pijnlijk.







Dan gaat het erg snel.
Het is even zoeken naar het kalf.
Er wordt een snede gemaakt in de baarmoeder
en de achterpoten komen tevoorschijn.





De volgende foto is onduidelijk.
Maar hier halen de boer en de veearts het kalf uit het lichaam van de koe.



En daar is het kalf dan.
Het is nog erg geel van het vruchtwater maar dit is een wit dier.



Na de bevalling krijgen we nog een korte anatomische les.
Maar dan gaat de veearts al snel over tot de volgende stappen.
De meeste tijd gaat zitten in het goed hechten van de koe.
Dat gebeurt laag voor laag.









Terwijl de veearts verder gaat met het hechten neem ik nog een kijkje bij het kalf.
Er komt al wat beweging in.
Het dier ligt heel zielig te rillen.
Dat is niet van de kou zo wordt ons verzekerd.
Het is een natuurlijk mechanisme om de doorbloeding goed op gang te brengen.



De veearts gaat rustig verder:







Bij de buren gaat het leven ook gewoon verder:



Het hechten let erg nauw.
Zodadelijk zal de koe al willen gaan rusten en gaan liggen.
Heel snel zal de huid zich herstellen.
De hechtdraad voor de buitenste hechting is een synthetische draad.
De draad gebruikt voor de inwendige hechtingen
is gemaakt van schapendarmen.
Deze laatste lost op.



De laatste activiteit van het hechten is het aanbrengen van aluminiumpoeder.
Volgens de veearts kende de soldaten van Napoleon al de heilzame
werking van aluminium bij wonden.
Het levert een plaatje op met mooie kleuren:



Bij de koe wordt vervolgens een hormoon ingespoten.
Dit hormoon zorgt ervoor dat na korte tijd de koe gemolken kan worden.
Na het inspuiten zie je de uiers groter worden.
Dat melken doet de boer.
Die zal dan vervolgens het kalf met deze melk voeden.
Binnen 4 uur moet de koe de melk geven
en binnen 8 uur moet het kalf de melk drinken.
Deze ‘eerste melk’ bevat extra bescherming
tegen het milieu (de stal en alle bacterieen)
en is daarom zo belangrijk.
Lukt het niet om binnen de tijdsgrenzen te melken of te voeren,
dan is de extra beschermende functie van de melk verdwenen.

Met het kalfje gaat het inmiddels steeds beter:



Een uurtje later heeft het kalf al de eerste melk gedronken en staat het bij moeder.
De koe ligt dan al te slapen.
De naam van het kalfje is Astrid, ze is geboren op 23 april 2006.