Pat Metheny: Orchestrion

De Matthaus-Passion was niet de eerste muziek die ik vandaag beluisterde.
Vanochtend vroeg ben ik de dag begonnen, nog in bed,
met Orchestrion, de meest recente CD van Pat Metheny.
En zoals gebruikelijk haalt hij echt alles uit de kast.





Orchestrion van Pat Metheny.





Blijkbaar is Metheny al jaren bezig apparaten en de aansturing ervan
te laten ontwikkelen die hem in staat stellen om een soort
muziekomgeving te construeren.
Daaroverheen speelt hij dan zijn gitaarmuziek.
Dus al die instrumenten die we op de foto zien speelt Metheny.
En omdat hij dat allemaal alleen ‘bespeelt’ zag ik al iemand
spreken over ‘Koperen Ko’.
Begrijpelijk maar Metheny spreekt zelf over een andere methode.
Hij verwijst naar de pianolo. Een piano die automatisch de toesten
van het klavier beweegt als gevolg van muziek die middels gaatjes
in karton of papier is vastgelegd.
En doe je dat met meerdere instrumenten dan denk je al snel aan
een draaiorgel of een dansorgel.
Wij in het zuiden zijn heel vertrouwd met het ‘Decap-orgel’.





Muziekboek van een Decap-orgel (Punch card of a Decap dancing orgel, Technical Museum in Speyer, Germany).





Hoe dan ook, ‘Koperen Ko’ of ‘eenmans-Decaporgel’,
Metheny spreekt zelf over de pianola of
‘player piano’ zoals dat in het Engels heet:





In dit project probeer ik ideexc3xabn van de late 19e eeuw/begin 20ste eeuw, te combineren met de technologie van vandaag. Orchestrionics noem ik het en daaronder versta ik de methode om ensemblegerichte muziek te kunnen maken met akoestische en akoestisch/elektrische instrumenten die op verschillende mechanische manieren worden aangestuurd. Daarbij worden technologiexc3xabn als solenoids (een technologie om ventielen te openen en sluiten) en pneumatiek gebruikt. Met een gitaar, pen of toetsenbord ben ik in staat een gedetailleerde compositie omgeving te crexc3xabren of spontane improvisaties te ontwikkelen. De stukken op deze CD neigen naar de kant van de gedetailleerde composities. Op deze lagen van akoestisch geluid voeg ik mijn conventioneel elektrisch gitaarspel toe als het improvisatiedeel.





Het resultaat is overigens indrukwekkend.
Net als altijd prachtige muziek die even duurt
voordat je er vertrouwd mee bent.
Dat betekent dat in het begin je iedere keer weer nieuwe zaken ontdekt.
Ik moet nog een paar keer luisteren.

Wikipedia

Pianola
Een pianola is een speelautomaat waarmee pianomuziek ten gehore kan worden gebracht. Het begrip was oorspronkelijk een merknaam, maar wordt tegenwoordig als soortnaam gebruikt.

Geschiedenis
De eerste pianola werd in 1895 gebouwd door de Amerikaan Edwin Votey. Vanaf 1897 waren pianola’s in de Verenigde Staten te koop, onder het merk Pianola geproduceerd door de Aeolian Company. In Europa verschenen ze twee jaar later. Pianola was een merknaam van de “Aeolian Company”, In de Verenigde Staten heette ze officieel “player pianos”. In Nederland werden ze “kunstspelpiano” genoemd, later is de merknaam Pianola een verzamelnaam geworden voor alle automatisch spelende piano’s.

De bloeitijd van de pianola lag in de jaren twintig van de 20e eeuw. Het apparaat raakte in onbruik doordat muziek via radio of een elektrische grammofoon ten gehore kon worden gebracht. De afgelopen tien jaar zijn verschillende oude pianorollen op een gerestaureerde reproductiepiano afgespeeld en op cd opgenomen. Vooral de opnamen waarin componisten hun eigen werk speelden vormen fascinerende documenten.
Techniek
De pianola werkt met een pneumatisch systeem, waarbij de benodigde onderdruk wordt opgewekt met twee voetpedalen. De muziek is opgeslagen in de vorm van verwisselbare papierrollen met gaatjes, volgens hetzelfde principe als de boeken van een draaiorgel. Een gaatje in de papierrol maakt dat het bijbehorende balgje wordt leeggezogen. Het dichtklappen van dat balgje brengt een hamer in beweging, die tegen de corresponderende snaren van de piano slaat. Op sommige pianola’s kunnen de dynamiek en het tempo van de muziek tijdens het afspelen nog worden bexc3xafnvloed. Op de rol loopt een stippellijn, die gevolgd moet worden met de hendel, die gekoppeld is met het rechter pedaal (de snarendemper).

Pianola’s waren aanvankelijk apparaten die voor een piano of vleugel werden geplaatst, zodat ze de toetsen konden indrukken. Rond 1905 werden de pianospeelapparaten in een piano of vleugel ingebouwd. De fabrikanten wisten de techniek tot zeer grote perfectie te ontwikkelen. Vanaf 1905 kwamen ook instrumenten op de markt die een vastgelegde uitvoering van een pianist geheel automatisch konden naspelen, inclusief rubato, volumeverschillen, en het gebruik van de pedalen. Deze vorm van de pianola wordt reproductiepiano genoemd. De eerste pianola’s van dit type werden gebouwd door het Duitse bedrijf Welte, dat ook een apparaat ontwikkelde waarmee het spel van een pianist kon worden vastgelegd op een papierrol, die vervolgens kon worden vermenigvuldigd. Twee andere pianolafabrikanten die haast vanzelfsprekend weer een iets ander systeem hanteerden, waren Ampico en Duo-Art (Aeolian).

Nederland
Nederland kende vanaf 1923 een eigen pianolarollenfabriek: Hollandia in Amsterdam. In 1928 brandde de fabriek aan de Lijnbaansgracht uit. Het bedrijf werd onder de naam Euterpe voortgezet door een werknemer van Hollandia, die zich vestigde aan de Prinsengracht. Dit pand staat tegenwoordig bekend als het Anne Frank Huis. Vlakbij is het Pianola Museum gevestigd. Ook het Utrechtse museum Van Speelklok tot Pierement bezit een verzameling historische pianorollen die regelmatig te beluisteren zijn.

Muzikanten
Van veel belangrijke pianisten uit het begin van de twintigste eeuw, zoals Sergej Rachmaninov en Josef Lhxc3xa9vinne, is het spel vastgelegd op papierrollen. Daarnaast zijn speciaal voor de pianola composities geschreven, onder meer door Stravinsky, en na de Tweede Wereldoorlog door Conlon Nancarrow. Zo kon een nieuw soort pianomuziek ten gehore worden gebracht, onafhankelijk van de fysieke beperkingen van mensen.