Vereniging Rembrandt

Het heeft een hele tijd geduurd.
Maar nu heb ik dan toch de hele catalogus doorgenomen.
Peter Hecht schreef ter gelegenheid van het jubileum van de Vereniging Rembrandt
een catalogus bij de tentoonstelling.
Een fantastische tentoonstelling, een fantastische verzameling kunst.
De catalogus vertelt hoe vaak moeizaam geld werd verzameld
om kunstwerken mee te kunnen helpen financieren.
Dit leverde een boekwerk op dat is verluchtigd met prachtige foto’s
van allerlei kunstwerken.
Wereldberoemde werken maar ook stukken die van belang zijn
voor de cultuurgeschiedenis van Nederland of bijvoorbeeld Breda.

Het is onmogelijk om er het mooiste uit te kiezen.
Daarvoor zijn er te veel mooie stukken in dit boek opgenomen
en mede door de Vereniging Rembrandt in de afgelopen 125 jaar gekocht.

Een opmerkelijk stuk dan maar:


Aelbert Cuyp, Portret van de eend Sijctghen, 1647-1650.

Wat is er dan zo opmerkelijk aan dit stuk.
Om te beginnen het onderwerp.
Het is niet zomaar een eend.
Het is een eend met een naam.
Een eend die uiteindelijk 23 jaar oud werd.

Volgen Kunstbus:

Het opmerkelijke Portret van een eend laat prachtig
de veelzijdigheid van Aelbert Cuyp zien.
Het schilderij is bovendien uniek in de schilderkunst te noemen.
Bijzonder is dat Cuyp zijn schilderij heeft voorzien van een gedicht
met prachtig gekalligrafeerde letters.
In het vers laat Sijctghen ons weten dat zij niet alleen in 1647
de voor eenden zeer hoge leeftijd van 20 jaar had bereikt,
maar ook dat zij is geportretteerd omdat zij maar liefst 100 eieren per jaar legde.
In 1650 zijn nog eens vier regels aan het vers toegevoegd
met de trieste mededeling dat Sijctghen
overleden is op de respectabele leeftijd van 23 jaar.

Ik ben gebroet te wercken.dam
k’was jonck en goet. doen ick hier quam
in voogelen Borch, sonder te paeren
heb ick geleeft, wel twintich jaren
wel hondert eijers tsjaers geleijt
daerom ben ick geconterfeijt
gebroocken beennen, tooch wt geneesen
gesondt en bont is noch Mijn weesen
en als ick sijctghen steruen sal
soo schrijft hoe out, en tjaer getal
1647.
anno vijftich dartich daeghen
in october hoort men claeghen
sijctghen doot, dit is al waer
out zijnde drijentwintich jaer

Er staat en prachtig schilderij in
dat de Nederlandse museale wereld net is misgelopen.
Maar het is zo prachtig dat ik het niet kan laten
om het hier te laten zien:


Edgar Degas, Duchesa di Montejasi with her daughters, Elena and Camilla, 1876.

Ter afsluiting dan nog deze anecdote.
Letterlijk overgenomen uit de catalogus.
Deze en andere verhalen en afbeeldingen maakte het voor mij
een geweldig boek.

Wonderlijke verbanden

Op 3 juli 1980 vroeg het Van Gogh Museum 35.000 gulden steun
om een van de twaalf Haagse stadsgezichten te kunnen kopen,
die Van Gogh in maart 1882 op verzoek van zijn oom Cor getekend had.
Het blad bevond zich toen bij een Amsterdams kunsthandelaar,
die het voor de zoon van H.P. Bremmer mocht verkopen.
In de aanvraag van het museum werd als bijzonderheid
naar de opdracht van oom Cor verwezen,
en die geschiedenis is ook zeer de moeite waard
omdat zij ons een indruk geeft van de manier waarop Van Gogh
aan zijn leven als kunstenaar begon.

Vincent was net met de kunsthandelaar Tersteeg gebotst,
die hem had uitgelegd dat hij niets voor hem zou kunnen doen
als hij geen ander, meer voor de verkoop geschikt werk
zou willen maken.
Maar daar dacht Vincent niet aan,
want hij wilde xe2x80x9cde liefhebbers of handelaars niet nalopenxe2x80x9d
– ook al had hij zijn laatste centen nodig om de brief te frankeren
waarin hij dat aan zijn broer Theo schreef.
Uitgerekend op dat moment kwam oom Cor,
die net als Tersteeg kunsthandelaar was,
bij Vincent op bezoek en bestelde tot diens grote vreugde
een serie stadsgezichten,
xe2x80x9ctegen een rijksdaalder per stuk, prijs door mij bepaald.xe2x80x9d
De gevraagde tekeningen waren binnen veertien dagen klaar,
en Vincent kreeg niet alleen zijn dertig gulden,
maar ook nog een vervolgopdracht,
die zelfs beter zou worden betaald.
Deze keer werd zijn plezier aan het werk echter vergald
door een tactloze opmerking van zijn vroegere mentor Mauve,
die meende dat oom Cor alleen maar iets bij Vincent had besteld
om hem te helpen en niet omdat hij iets in diens tekeningen zag.
Misschien zat daar trouwens wel een kern van waarheid in
want toen Van Gogh zijn tweede serie,
deze keer van zes wat uitvoeriger tekeningen had geleverd,
reageerde oom Cor alleen nog maar met een cheque van twintig gulden
en daarmee was het uit.


Vincent van Gogh, Gasfabriek, Den Haag, 1882.jpg.

In 1980 betaalde het Van Gogh Museum 90.000 gulden voor de Gasfabriek,
wat niet gering was voor een tekening van een riks.
Maar wat niet bij de geschiedenis in de aanvraag werd vermeld,
was dat oom Cor die tekening, met nog drie andere,
al snel aan Danixc3xabl Franken had verkocht of wie weet zelfs cadeau gedaan
xe2x80x93 de Franken die bevriend was met Ankersmit
en anoniem de honderdduizend gulden gaf,
waarmee in 1907 de aankoop van Het melkmeisje (van Vermeer)
voor het Rijksmuseum mogelijk werd gemaakt.
En wat ik althans niet wist, is dat de bij Parijs woonachtige Danixc3xabl Franken,
deze held uit de oprichtingstijd van de Vereniging (Rembrandt),
de zwager was van oom Cor.
Zo dicht raakte het leven van de meest genereuze weldoener
van het openbaar kunstbezit van toen aan dat van de Van Goghs.
Theo ging er nog op visite,
toen Vincent al vanuit Parijs naar Arles vertrokken was,
en hij was er te eten genodigd in de week voor Vincents dood.
Hoe langer je daarover nadenkt, hoe raadselachtiger het wordt.

Toen Franken in 1898 overleed, gingen zijn vier Haagse stadsgezichten
terug naar oom Cor, die ze in 1902 met zeven andere
kennelijk nooit verkochte bladen uit de groep die hij in 1882
bij Vincent had besteld, liet veilen in Den Haag.
De meeste van deze tekeningen werden bij die gelegenheid
of kort daarna gekocht door de jonge H.P. Bremmer,
die drie jaar later aan Helene Krxc3xb6ller-Mxc3xbcller begon les te geven.
Het is verleidelijk je voor te stellen hoe die tekeningen
xe2x80x93 toen nog maar nauwelijks gewaardeerd xe2x80x93
in Bremmers cursus zullen zijn getoond en rondgegaan,
en hoe zijn leerlinge mede op grond van deze bladen
de kunst van Vincent leerde zien.
In 1915 kocht zij zelfs een van deze tekeningen van haar leraar,
terwijl de Gasfabriek, die Bremmer nooit heeft weggedaan,
dus in 1980 met steun van de Vereniging (Rembrandt)
voor het Van Gogh Museum werd verworven.
Dat heeft iets heel bevredigends en poxc3xabtisch
xe2x80x93 zoxe2x80x99n link die Franken en Bremmer en ons
na meer dan honderd jaar npg steeds verbindt.