Gisteravond was het dan weer zover: Pat Metheny trad op in Vredenburg. Vanavond is er nog een tweede concert.
Ik heb Pat Metheny al een aantal malen gezien. De laatste kker toen hij ‘Artist in Resident’ was van het North Sea Jazz festival. Ik heb toen in die paar dagen al zijn concerten gezien.
De eerste keer dat ik Pat Metheny zag is inmiddels al wel 20 jaar gelegen.

Ik heb me gisteravong inderdaad schuldig gemaakt aan het kopen van prullaria maar wat wil je, wat een concert !
De zaalverlichting was al aan toen er muziek begon. Ik lette er niet meteen op want ik had net eerder ook stukken Metheny-muziek gehoord. Plots liep er een man het podium op, het concert was begonnen.
Wat volgde was ‘The way up’. Het nieuwe stuk van Metheny. Even na Pat Metheny volgde de zes andere bandleden, spelend op diverse instrumenten, en ging het zaallicht uit en de spots aan.
‘The way up’ toont wat mij betreft dat hij nog steeds groeit als componist/muzikant en bandleider.
Ik had de muziek al een aantal keren gehoord (alleen gisteren nog drie keer) maar als je zo’n uitvoering ziet vallen toch weer een aantal nieuwe stukken van de puzzel op z’n plaats. Het werd me nog duidelijker hoe harmonisch vanuit de gitaar de andere muzikanten een rol krijgen. Vaak ondersteunen ze de gitaar of worden als het waren een verlengstuk.
Daarnaast krijgen de andere instrumenten en de bespelers een rol als solist, en dragen ze thema’s aan. Geven kleuren (ik denk dat dat de textures zijn waarover het programma spreekt) en aanvullende invulling aan een stuk.
Dat terwijl het voor de luisteraar als heel natuurlijk overkomt, niet gemaakt, niet van ‘hij moest ook zo nodig nog even iets laten horen’.
Na een uur spelen (voor Pat Metheny bijna aaneengesloten) was de eerste publieke uitvoering van het stuk in Nederland voorbij. Ovationeel applaus.
Dat is toch wel leuk in Vredenburg. Op het North Sea krijgen de muzukanten vaak een beleefd applaus. In Vredenburg gaan de mesnen echt uit hun dak.
Ik vermoed dat het merendeel van de aanwezige mannelijke toeschuowers waren van rond de 20 met thuis een gitaar naar het bureau.

De tweede helft van het concert bestond uit ‘klassiekers’ in kleinere of complete bezetting. Vooral de oudere stukken zijn meer echte gitaarstukken dan ‘The way up’, maar daarom niet minder leuk. De breedte van het repertoire komt dan ook aan de orde: klassieke gitaar, headbangende muziek, stuwende solo’s, ingehouden versieringen. De kleinere bezetting leidde ook tot solo’s van de verschillende bandleden.
De bandleden waren:
Pat Metheny
Lyle Mays (piano en synthesizer)
Steve Rodby (acoustische en electrische bas)
Antonio Sanchez (drums)
Cuong Vu (trompet, zang, percussie)
Gregoire Maret (mondharmonica, percussie)
Nando Lauria (gitaar, percussie
In het tweede deel van het concert mochten we ook nog even luisteren naar de pikasso-gitaar van Metheny. Altijd leuk om te zien.
Het programmaboek(je) heeft eeninteressant stuk over de bedoeling achter de compositie:
At the time we started writing, we saw this as a kind of protest record. It could be seen as our protest against a world where fear has become a culture and political weapon, a protest against a world where a lack of nuance and detail is concidered a good thing, a protest against a culture that values that which can be consumed in the smallest bites over the kinds of effort and achievements that can only come with a lifetime of work and study.